dinsdag 17 februari 2009 14:57
Auteur: Tip Marugg
Uitgever: De Bezige Bij
De hemel is van korte duur
Tip Marugg (1923-2006)
Geboren en getogen in Curaçao als vierde kind in een blank, protestants gezin van acht kinderen. Diende in het leger en werkte bij Shell. Ging op zijn 48ste met pensioen om zich aan het schrijven te kunnen wijden.
Nederland heeft Willem Frederik Hermans, Gerard Reve en Harry Mulisch. Ook de Antillen kennen een Grote Drie: Frank Martinus Arion, Boeli van Leeuwen en Tip Marugg. Hoe komt het toch dat deze laatste schrijvers zo weinig bekendheid genieten? Ligt het aan de ingekeerde blik van Nederlandse literatuurpausen? Of is het toch een kwaliteitskwestie?
Verzamelbundels
Verzamelbundels kunnen inzicht verschaffen. Uitgeverij De Bezige Bij presenteerde een paar jaar geleden de verzamelde Martinus Arion en komt nu met een verzamelde Marugg.
Marugg had een bescheiden productie. Zijn hele werk past in zevenhonderd pagina’s. Dat beperkte oeuvre is geen teken van gebrek aan kwaliteit, Maruggs perfectionisme was legendarisch. De schrijver stond werk pas af als het goed was. Berucht waren zijn ‘snipperdagen’, waarin hij romans-in-wording verscheurde. In dat licht mag het een wonder heten dat de erven Marugg nog drie romans, twintig verhalen en een vijftigtal gedichten hebben weten te redden.
Eilandschrijver
Het bij elkaar zetten van het beste wat deze vergeten eilandschrijver ooit heeft gepubliceerd, is zeer nuttig. Wie alles achter elkaar leest, filtert er zonder enige moeite een belangrijke rode draad uit: drank. En – op een goede tweede plaats – vrouwen.
Marugg dronk stevig, debuut-roman Weekendpelgrimage (1957) lijkt in een delirium geschreven. De hoofdpersoon vindt zichzelf ’s nachts terug in een ronkende auto, met zijn hoofd op het stuur. Bij vlagen komt de kroegentocht van de avond ervoor terug.
Negereiland
De reden voor alle whisky-soda’s wordt snel duidelijk. Deze man wil vergeten: dat hij een blanke buitenstaander is op een ‘negereiland’, dat hij zijn grote liefde, een donker meisje, door zijn vingers heeft laten glippen.
In Weekendpelgrimage is de dronk vrolijk en zijn de dialogen bizar, maar hoopvol. In De morgen loeit weer aan (1988) is die situatie 180 graden gekeerd. Vrouwen zijn niet meer nodig, het leven is desolaat. De drank is een elixer, bedoeld om levenspijn te verminderen. Het boek werd in 1988 genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. Het is niet slecht, maar In de straten van Tepalka (1967), de derde roman in de bundel, is sprankelender.
Dat is weer een droomachtige roman, met weer een delirium. Nu niet van de drank, maar van de pijn en de medicijnen. De hoofdpersoon ligt in een ziekenhuisbed te creperen. Wie ‘kapoeres’ gaat, kan dat beter ergens anders doen, en dus ontsnapt de zieke. Veel zin heeft dat niet: hogere machten trekken hem terug naar de plek waar de reis begon.
Fans
Niet alles in deze bundel is steengoed. Een deel is restmateriaal, vooral leuk voor fans. Zij kopen vast ook het tegelijk verschenen Marugg-boekje Niemand is een eiland van journalist Petra Possel.
Daarin is te lezen hoe in 1988 een groot Antilliaans schrijver de AKO Literatuurprijs misliep. Die ging naar Geerten Meijsing, broer van jurylid Doeschka Meijsing. Possels suggestie is duidelijk: discriminatie! Hollanders zorgen goed voor zichzelf, Caraïbische literatoren krijgen niet de eer die ze verdienen. Zou het zo simpel zijn?
Deze recensie verscheen 14 februari 2009 in weekblad Elsevier
Bestel hier het boek
advertentie
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement