zaterdag 26 mei 2012

Weblog Simon Rozendaal

Waarom hebben zoveel mensen een God nodig?

vrijdag 27 februari 2009 12:34


Volgens de schrijvers van de brochure Evolutie of Schepping is theorie van Darwin niet te bewijzen Volgens de schrijvers van de brochure Evolutie of Schepping is theorie van Darwin niet te bewijzen

Geloof en wetenschap zijn twee gescheiden werelden en zo hoort het ook. Gelovigen kunnen niet bewijzen dat God bestaat en wetenschappers niet dat hij niet bestaat. Zo, dat is dat. Over en sluiten.

Er is één maar. Er is een gebied waar geloof zich wel voor een wetenschappelijke benadering leent. En dat is de vraag waarom zoveel mensen geloven. Of om het iets anders te formuleren, waarom hebben al die honderden miljoenen mensen een God nodig?

Gezondheid
Er zijn twee interessante evolutionaire verklaringen. Nummer één is dat het geloof in een Opperwezen kalmeert en aldus goed voor de gezondheid is. Als er een God is, dan ga je niet echt dood en ook heeft de ellende in de wereld wellicht enige zin. Dat is goed voor de gemoedsrust en dus goed voor de gezondheid.

Dus krijgen gelovigen meer nakomelingen en vervolgens verspreiden de genen die bijdragen aan een religieuze persoonlijkheidsstructuur zich over de wereld. Voor deze verklaring zijn ook aanwijzingen: gelovigen hebben vaak een beter bloedprofiel.

Verklaring nummer twee speelt zich op groepsniveau af. Een groep die religieus is, heeft een betere overlevingswaarde dan een groep die niet religieus is. Om verschillende redenen. In de eerste plaats houdt het geloof opstandige jongemannen tussen de 15 en de 25 beter in het gareel.

Onkwetsbaar
En in de tweede plaats, mocht het ooit tot een gevecht komen tussen de gelovige en de ongelovige groep, dan is het niet ondenkbaar dat de gelovigen winnen omdat zij zich onkwetsbaar wanen en omdat er in het hiernamaals allerlei beloningen (jonge maagden dan wel heerlijke rozijnen) wachten.

Deze verklaring klinkt logisch, tot je gaat nadenken hoe de vork in de steel steekt. Bij een individu kun je je voorstellen dat er opeens een mutatie optreedt waardoor zo iemand goedgeloviger wordt. Maar hoe werkt dat op groepsniveau?

Deze week las ik in de New Scientist een aardige coverstory over de vraag waarom zoveel mensen geloven: Natural Born Believers. Ik viel niet achterover van het verhaal, ben eigenwijs genoeg om te menen dat ik in mijn verhalen en blogs interessanter feiten en visies over dit onderwerp naar voren heb gebracht, maar er stond wel een invalshoek in die ik interessant vond.

Causale relaties
Verklaring nummer drie dus. Onze hersenen zijn zo gericht op het herkennen van oorzaak en gevolg dat we overal causale relaties willen zien. Dat hebben we ook een beetje met patroonherkenning. Onze hersenen zijn buitengewoon goed in het herkennen van gezichten en dus zien we overal gezichten in: op een maanfoto, in de gordijnen, in de wolken. Op analoge wijze zien we overal causale verbanden. En God is natuurlijk de ultieme causaliteit. Dé Oorzaak van Alles.

Dat is een interessante theorie, vindt u niet? Als we er iets verder over denken, dan betekent dit dat God een bijeffect is van onze absurd grote hersenen. In de afgelopen twee miljoen jaar zijn onze hersenen bijna geëxplodeerd, om redenen die we nog niet goed begrijpen, maar het heeft ons geen windeieren gelegd, dat is duidelijk. Het nadeel ervan is dat die hersenen een Godsillusie scheppen. Net zoals er sommige medicijnen zijn die heel goed werken maar die als bijeffect hebben dat je ervan gaat gapen, hebben onze hersenen als bijeffect God.


advertentie







advertentie