vrijdag 27 mei 2005 09:40
Bij referenda in Frankrijk en Nederland gaat het om de vraag of de burgers echt een uitgestrekt Europa willen met steeds groeiende bevoegdheden
Syp Wynia
De echte vraag bij het Franse referendum van zondag en het Nederlandse referendum van woensdag is niet of de Europese Grondwet beter is dan het Verdrag van Nice. De echte vraag is of de burgers van Frankrijk en Nederland echt willen dat Europa dat zich steeds weer uitbreidt, dat Europa dat met de Grondwet in de hand de macht verder verlegt van de nationale hoofdsteden naar een centraal geregeerd centrum.
De voorstanders van die ontwikkeling stellen die trend voor als de vooruitgang, als een ideaal èn als onontkoombaar. De voorstanders van een 'nee' hebben de meest uiteenlopende overwegingen, maar wat ze bindt is de gedachte dat niet een kunstmatig, ver van de burgers geregeerd Europa maar de nationale staat de basis moet zijn voor de behartiging van zijn belangen.
In die zin is de keuze voor of tegen de Grondwet niet zo maar een tussenstapje over wat meer slagvaardigheid, maar een fundamentele vraag die in het Nederlandse geval bovendien voor het eerst in een halve eeuw ter discussie staat.
Over deze fundamentele vraag – willen we wel zo'n uitgestrekt Europa met groeiende bevoegdheden – kunnen de Fransen een andere opvatting hebben de Nederlanders. Ook zij verliezen in het uitdijende Europa invloed aan andere landen en aan de Europese organen waarin ze zich niet herkennen, maar de Franse staat zal altijd relatief sterk blijven binnen die constructie.
Nederland en de Nederlanders zijn grotere verliezers, omdat zij van een invloedrijke partner in de economisch getinte EEG met zes leden in de jaren zestig tot een betrekkelijk marginale factor in een vrijwel alles omvattende Europese Unie met 25 en straks 35, vaak veel grotere landen worden.
Dat de Europese Grondwet voor velen, en mogelijk voor een meerderheid van de Fransen en de Nederlanders niet geldt als de belichaming van een onontkoombare, idealistisch voorgestelde vooruitgang, is intussen duidelijk.
De regeringscampagnes stellen de nee-stemmers voor als bangig en behoudend. Met evenveel recht kan worden beweerd dat de vooruitgang van Europa niet moet worden verwacht van een kluitje onmachtige Europese landen met verouderde bedrijfstakken die niet de moed hebben verre landen van hun vergadertafels te weren.
Zeker Nederland heeft er belang bij om de handen vrij te houden en te concurreren met de rest van Europa. Dat is niet bangig of achterlijk. De mogelijkheden voor een dynamisch, welvarend en democratisch Nederland zijn groter zonder dan mèt de centralisering van de macht in Brussel.
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement