zaterdag 26 mei 2012

Tags

Artikel

Bjorn Lomborg: Geen enkele reden tot wanhoop

vrijdag 26 augustus 2005 15:51

Een dappere Deen in spijkerbroek en op sportschoenen bewijst dat het de goede kant opgaat met de milieuvervuiling, met de bossen, de honger in de Derde Wereld, de aarde in het algemeen. Als dank voor dit opbeurende nieuws kreeg hij een taart in zijn gezicht en wordt hij vergeleken met een neonazi.

Simon Rozendaal in Kopenhagen

Verschenen in Elsevier op 21 december 2001

De serveerster heeft een wolf op haar bovenarm. Jongens met zwarte mutsen, hoewel de kachel snort. Oorringen, navelpiercings, tatoeages, peroxidekapsels en alom, zoals David Bowie het ooit noemde, godgiven asses. Geen Bowie trouwens uit de Star Wars-luidsprekers maar Sinatra met That's why the lady is a tramp. Jugendstil-muurschilderingen, op het toilet affiches voor wereldmuziek, in nissen kunstige piramides van radio's uit de jaren vijftig.

Dit is mijn kroeg, vertelt de 36-jarige Bjorn Lomborg. Bang & Jensen, op de Istedgade, vlak achter het station van Kopenhagen. 'Bjorn & Jensen volgens mijn vrienden. Ik kom hier bijna dagelijks.' Een hippe versie van prins Willem-Alexander. Stoppelwangen, spijkerbroek met klokkende pijpen, sportschoenen, zwart T-shirt met V-hals, impeccable Engels, slimme ogen, onverstoorbaar redenerend.

Het is half twee 's middags. Lomborg komt net uit de sportschool en bruncht met een gekookt eitje plus yoghurt en banaan. De dag na het gesprek vliegt hij naar Australie, ter promotie van The Skeptical Environmentalist. Cambridge University Press heeft de trip georganiseerd. 'Ik heb geen idee waar ik allemaal een lezing moet geven. Canberra, geloof ik, en nog wat plaatsen. Ik zie wel.'

Klapper
Voor de Britse uitgever is Lomborgs boek nu al een klapper. Logisch. The Skeptical Environmentalist is hartverwarmend. Een megadosis Prozac. Hebt u azijnpissers, brandneteltheedrinkers, geitenwollensokkendragers, Greenpeace-adepten of andere somberende en ploeterende wereldverbeteraars in uw familie dan wel vriendenkring? Geef ze Lomborgs boek en u ziet hen opkikkeren.

Vanaf de eerste pagina jubelt het gefundeerde optimisme je tegemoet. De vooruitgang bestaat, het gaat voortdurend beter met de wereld. We leven alsmaar langer, we worden constant welvarender en gezonder, het milieu wordt steeds schoner, het bosoppervlak op de aarde neemt niet af, maar breidt juist uit. Zelfs met de Derde Wereld gaat het de goede kant op. Het aantal calorieen neemt toe, de relatieve hongersnood af. En dat alles onderbouwd met tabellen en grafieken die uit ongenaakbare bronnen zoals officiele studies van de Verenigde Naties putten.

Kortste samenvatting van het boek: Jippie!

Betere aarde
In sommige opzichten had Lomborgs boek ook in de jaren tachtig geschreven kunnen worden. Voor de goede lezer van overheidsrapporten was het toen al duidelijk dat de milieuvervuiling danig op zijn retour was. Onder andere in dit weekblad is daar regelmatig verslag van gedaan.

Echter, pas de laatste jaren lijkt de maatschappij ontvankelijk voor deze observatie. Werd een journalist die vijftien jaar geleden schreef dat het goed ging met het milieu schokschouderend genegeerd, tegenwoordig vang je met die observatie de aandacht van gezaghebbende tv-camera's. Weliswaar houdt menig opinievormer nog steeds krampachtig vast aan de gekoesterde doembeelden, maar er zijn ontegenzeglijk ook tallozen die de frisse lucht opsnuiven en met eigen ogen constateren dat er weer leven in de sloten en rivieren zit.

Lomborg begrijpt waarom de 'jippie'-boodschap thans in betere aarde valt. 'In de jaren zeventig en een deel van de jaren tachtig zat het economisch tij tegen. Er was veel werkloosheid, dus dachten de mensen dat het ook met de wereld slecht ging. Nu het economisch zo goed gaat, zijn mensen optimistischer. Amusant. Net zoals ze het vroeger bij het verkeerde eind hadden op basis van verkeerde argumenten, hebben ze nu gelijk op basis van verkeerde argumenten. Want als je zelf rijk bent, betekent dat natuurlijk niet dat het elders ook goed gaat.'

Er is maar een manier om aan te tonen dat het de goede kant opgaat met de wereld. Dat is het doorploegen van stapels documenten en statistieken van vroeger en nu en die onderling vergelijken. Welnu, dat heeft een groep studenten onder leiding van Bjorn Lomborg gedaan. In 1997 was Lomborg assistent-hoogleraar statistiek aan de faculteit der politieke wetenschappen aan de universiteit van Aarhus, en las hij een interview met de Amerikaan Julian Simon, waarin deze beweerde dat de doemopvatting dat het slecht gaat met het milieu niet klopte.

Lomborg, die zichzelf omschrijft als een voormalig links Greenpeace-lid dat aan recycling doet en ecologische melk koopt ('beter voor de koeien'), voelde zich geprovoceerd en gaf zijn statistiekstudenten de opdracht om uit bibliotheken en via internet zo veel mogelijk documentatiemateriaal te verzamelen om Simons opvatting te weerleggen.

Uit het materiaal bleek echter dat Simon wel degelijk gelijk had en dus opent The Skeptical Environmentalist met een ronkend motto van de drie jaar geleden overleden econoom. Te mooi om niet aan te halen. 'Dit is in het kort mijn langetermijnvoorspelling: de materiele levensomstandigheden zullen voor de meeste mensen, in de meeste landen, meestal, beter worden, tot in het oneindige toe. Binnen een of twee eeuwen zullen alle landen en het merendeel van de mensheid op of boven de huidige westerse levensstandaard zitten. Ik speculeer echter tevens dat de meeste mensen doorgaan met denken en zeggen dat de levensomstandigheden voortdurend slechter worden.'

Fragmentatiebom
Na afloop van het werkcollege schreef Lomborg vier artikelen voor Politiken, de Deense versie van de Volkskrant. Het was alsof er een fragmentatiebom ontplofte. In allerlei kranten, weekbladen en op de Deense tv werd erover gediscussieerd. De stukken baarden zo veel opzien dat Lomborg in 1998 besloot er een boek van te maken, Verdens Sande Tilstand - De Echte Toestand van de Wereld. Nadat het boek eerst in andere Scandinavische talen werd vertaald, is het dit jaar ook in het Engels verschenen en blijkt het voor mensen uit alle windrichtingen een openbaring dan wel een steen des aanstoots.

Een middenweg bestaat niet. Lomborg beziet het geamuseerd. 'Noch de bijval, noch de tegenstand zijn goed beargumenteerd. Ik word bijvoorbeeld in de Verenigde Staten gepromoot als een vertegenwoordiger van rechts. Cool, man, this is good for Bush. Tegelijkertijd zijn wetenschappers in de milieusector die het eigenlijk met me eens zouden moeten zijn, buitengewoon verontwaardigd, omdat mijn opvattingen politieke consequenties hebben waarvan ze niet gediend zijn.'

De coalitie van links en groen deugt niet, vindt Lomborg. 'Ik begrijp het wel, want de linkse beweging had na de val van de Muur in 1989 iets nodig. Groen leek toen een goed alternatief voor rood. Maar dat is het niet en ik mag dat als leftist zeggen. De kern van linkse politiek is een eerlijker verdeling van middelen, en dan moet je soms tot de conclusie komen dat meer geld voor het milieu ten koste gaat van meer geld voor scholen of voor beter onderwijs.'

Gemeenschappelijk kenmerk in de reacties op Lomborgs boek was dat er meer op de man dan op de bal werd gespeeld. Neem de Volkskrant. Als er een krant is die jarenlang de ogen heeft gesloten voor de spectaculaire schoonmaak van het milieu, dan is het wel deze krant die in kringen van de Nederlandse milieubeweging veel gelezen wordt. Naar aanleiding van Lomborgs boek kwam de krant met een grote kop: Het gaat goed met het milieu. Als belangrijk argument waarom de boodschap van Lomborg wel geloofwaardig was, noemde de verslaggever dat de Deen niet tot 'de verbitterde, rechtse oude mannenbrigade' behoort. Geen grijs pak, hoornen bril en stropdas maar een 'jonge whizzkid in blauw T-shirt en gympies'. Met andere woorden: kleren maken niet alleen de man, maar winnen ook het debat.

In het Britse weekblad The Economist werd ongeveer hetzelfde argument gehanteerd. Lomborgs mondhoeken krullen. 'In het begin irriteerde het me dat mensen voortdurend aan me vroegen waarop ik stemde. Dat is irrelevant. Maar ach, als ik mensen moet beoordelen, dan vraag ik me ook af of ik van iemand een tweedehands auto zou kopen. En het maakt natuurlijk toch wel wat uit of een Amerikaan met een stropdas en belangen in de olie-industrie dit verhaal vertelt dan wel een linkse Deen, die vegetarier is en geen auto heeft maar een fiets. Vergeet niet, als je mij tien jaar geleden zou hebben verteld dat het milieu weer schoon is, zou ik je voor een idioot hebben uitgemaakt.'

Dan was er het toonaangevende Britse wetenschapsmagazine Nature. Daarin werden nauwelijks argumenten gehanteerd, maar werd de Deen vergeleken met neonazi's die het bestaan van concentratiekampen ontkennen. Als klap op de vuurpijl kreeg Lomborg bij een boekpresentatie in Oxford een taart in zijn gezicht.

'Het was gelukkig geen gebakken taart, dus het deed geen pijn. Hij was ook lekker zoet. Maar ik verwachtte zoiets absoluut niet. Ik kan me voorstellen dat er een taart naar de directeur van de Wereldbank wordt gegooid. Maar naar mij? Gelukkig heb ik een redelijk dikke huid. Het raakt me niet echt. De taartgooier werkt op de universiteit en is zelf een boek over het milieu aan het schrijven. Hij had eerder bij een lezing die ik in Oxford gaf, opgemerkt dat hij me immoreel vond. Daarop had ik geantwoord dat het juist immoreel is om thans geld aan milieu uit te geven als je met datzelfde geld elders meer levens kunt redden. Ach, het was maar een taart en taartgooien is een uiting van machteloosheid.'

In die zin bewees de taartgooier Lomborg een eer. Critici die slaan, schelden of taarten gooien, kunnen het blijkbaar niet met woorden en argumenten af. Als in het verleden wetenschappers werden mishandeld of uitgescholden, bleek later vaak dat ze gelijk hadden: Galilei, Bruno, E.O. Wilson, Buikhui- sen. Veel erger is het om een opmerkelijk standpunt in te nemen waarop een oorverdovende stilte volgt. 'Ik werd geinterviewd samen met de vrouw van de Deense minister-president. Zij zit in het Europees Parlement en is actief lid van de milieubeweging. Ze zei tegen me, wij van de milieubeweging hebben het verkeerd aangepakt, we hadden jou moeten negeren.'

Sinds de taart is Lomborg wel op zijn qui-vive. 'Ik let goed op als ik mijn post openmaak. Er lopen in de milieubeweging merkwaardige types rond. Vergeet niet, de Unabomber (die diverse bombrieven in Amerika verstuurde - red.) was ernstig verontrust over het milieu.'

Lobbygroepen
Lomborg gelooft niet dat de diverse milieubewegingen bewust liegen over de toestand van het milieu. 'Alhoewel de grens tussen slordige feiten, slordige redeneringen en ronduit liegen dun is. Maar vergeet niet, milieubewegingen zijn lobbygroepen. Ze gebruiken cijfers die hen van pas komen. Het probleem is dat ze door het publiek worden gezien als geloofwaardig. Onze normale scepsis ten opzichte van de industrie, de overheid en de media laten we varen als het over het milieu gaat.'

Hij bestrijdt de gedachte dat het milieubeleid een op zichzelf staande maatschappelijke prioriteit zou moeten zijn. Ook op het natuur- en milieubeleid moeten kosten-batenanalyses worden losgelaten. Ook daar geldt het principe van first things first, of zoals Bjorn Lomborg het met een knipoog formuleert: worst things first. In het recente verleden zijn de ernstigste (levensbedreigende) vormen van milieuvervuiling - vooral die van zwaveldioxide - aangepakt. Nu de minder ernstige (om het cynischer te formuleren: de luxere) vervuiling aan de beurt is, moeten de investeringen die daarvoor moeten worden gedaan, worden vergeleken met de investeringen in andere maatschappelijke sectoren, zoals het verminderen van files op de weg en wachtlijsten in de zorg.

Daaruit vloeit bijna automatisch voort dat het milieuprobleem een lagere prioriteit dient te hebben dan vroeger. 'We zijn overbezorgd geraakt over het milieu. Het Harvard University Risk Center heeft uitgerekend hoeveel het kost om een mensenleven te redden door het nog verder terugdringen van milieuvervuiling. Dat is tweehonderd maal zo inefficient als de gezondheidszorg. Voor een mensenleven dat je redt via milieubeleid, kun je tweehonderd mensenlevens via de gezondheidszorg redden.'

Lomborgs positie ten aanzien van het broeikasprobleem is opmerkelijk. Door veel milieufanaten wordt de opwarming van de aarde ten gevolge van broeikasgassen als het belangrijkste hedendaagse milieuprobleem gezien. Door middel van afspraken als het Kyoto-protocol moet de internationale gemeenschap de toename van die broeikasgassen zien terug te dringen.

Er zijn nogal wat milieusceptici die vraagtekens bij het broeikaseffect plaatsen. Lomborg doet dat op indirecte wijze. Hij accepteert wel de gevestigde wetenschappelijke opvatting dat het broeikaseffect de aarde opwarmt, maar meent dat het veel te duur is om er tegen op te treden. 'Ik denk dat hier wel degelijk sprake is van een probleem. Het zou kunnen dat het allemaal meevalt, maar waarschijnlijker is dat de aarde in deze eeuw twee tot drie graden gaat opwarmen.'

Lomborg meent echter dat we deze opwarming moeten accepteren. We moeten niet trachten de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen zoals thans gebeurt. Dat is onbetaalbaar. 'Wat we nu met het Kyoto-protocol voorstellen, stelt de opwarming in 2100 met zes jaar uit. Dat schiet nauwelijks iets op, maar het kost wel een paar honderd miljard dollar per jaar, drie tot vier keer de totale ontwikkelingshulp in de wereld. De consequentie is mager, een inwoner van Bangladesh hoeft niet in 2100 te verhuizen vanwege overstromingen, maar in 2106. Met het geld dat Kyoto in een jaar kost, kunnen we het grootste milieuprobleem ter wereld oplossen - daarmee kunnen we iedere wereldburger schoon drinkwater geven. Dat redt twee miljoen levens.

'Geld uitgeven om de opwarming van het klimaat tegen te gaan, is geen verstandige manier van geld uitgeven. Je kunt het geld voor Kyoto beter naar de Derde Wereld overmaken. Dan zijn ze in 2100 een stuk rijker, zodat ze beter kunnen omgaan met de gevolgen van het broeikaseffect. Dat is geen immoreel standpunt, maar juist een morele stellingname.'

Alternatieve hoek
The Skeptical Environmentalist is heel aandoenlijk opgedragen aan zijn moeder, Birgit Lomborg. 'Zij zit in de alternatieve hoek en we hebben op tal van gebieden een communicatieprobleem. Zij is een beetje new age, veel minder rationeel dan ik. Ze gelooft bijvoorbeeld in de helende kracht van kristallen. Maar ze is wel blij dat ik zo'n optimistisch boek heb geschreven. Daar werd ik natuurlijk weer boos om, al hou ik van haar. Mam, ik heb dit niet geschreven om optimistisch te zijn, ik heb dit geschreven omdat het de waarheid is.'

Maar ja, optimistisch is Lomborgs boek. Ook op een breder vlak. 'Wij hebben een samenleving geschapen die in staat is om problemen op te lossen. De aanpak van het milieuprobleem is daar een schitterende illustratie van. Mensen hoeven niet bij de pakken neer te zitten en te wanhopen.'

Het gaat met de wereld de goede kant op. Er zijn meer bomen dan vijftig jaar geleden, er wordt relatief minder honger geleden in de Derde Wereld en de milieuvervuiling in Europa en de Verenigde Staten is bijna verdwenen. Natuurlijk zijn we er nog niet, maar milieu- en natuurbeleid verdient niet meer die hoge maatschappelijke prioriteit die het twintig jaar geleden had.

'Het is net als afwassen. Er is eens een econoom geweest die heeft gezegd dat het er bij de afwas niet om gaat om het absolute schoonheidsideaal te bereiken. In feite ben je bij de afwas de vervuiling dusdanig aan het verdunnen dat je er geen last meer van hebt. In die situatie zitten we ook bij het milieuvraagstuk. Absoluut schoon is het nog niet, maar we hebben er geen last meer van.'
 


advertentie