vrijdag 5 november 2004 12:07
Hij vond niets leuker dan shockeren. Als man van het vrije woord – en film – was hij doodsbenauwd voor de onvrijheden van de islam. Met zijn film Submission, met Ayaan Hirsi Ali, maakte hij zijn laatste statement.
Theo van Gogh (1957-2004) bracht zijn zoon Lieuwe bijna elke dag naar school, helemaal van de Amsterdamse Watergraafsmeer naar Amsterdam-Zuid. Het was een mooi gezicht. Dikke Theo, slingerend op zijn fiets, broek te laag, T-shirt te kort, een paar bretels en een indrukwekkende buik. Links en rechts groetend, want hij kende iedereen. ‘Dag schat!’ riep hij. En niet alleen kende hij iedereen, iedereen die hem kende, was dol op hem. Vervolgens nam de onverschrokken man met een obsessie voor moslims met grote tederheid afscheid van zijn zoon.
Schockeren
Theo van Gogh (47) was bang voor niets en niemand. Hij zei precies wat hij vond, en wist dat met scherpzinnige redeneringen te onderbouwen. Soms overschreed hij de grenzen van de goede smaak, want shockeren vond hij leuk. Hij noemde moslims niet ‘nieuwe Nederlanders’, voor hem bleven het ‘geitenneukers’. Met schrijver Leon de Winter kreeg hij een aantal jaren geleden enorme ruzie, toen hij De Winter ervan beschuldigde zijn joodse afkomst uit te venten.
Anja Afman (61), de vrouw van Frans Afman, voorzitter van het Nederlands Film Festival, had Van Gogh vaak te eten in een groter gezelschap. ‘En dan vond hij niets zo leuk als juist de degelijkste mensen te shockeren. Dan had hij zoveel pret. Hij genoot ervan als die mensen zeiden: o wat een vreselijke man.’
Van Gogh had vaker ruzie. In bijna elk blad in Nederland heeft hij wel een column gehad, en steeds was er ten slotte een hoofdredacteur die ergens aanstoot aan nam en hem eruit gooide. Daarvan genoot Van Gogh, want hij had wel een soort martelaarsheroïek. Hij genoot dan ook van de commotie rond de film Submission, die hij dit jaar maakte met Tweede-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali (VVD).
De gezonde roker
Een paar jaar geleden begon hij, digibeet en niet tot e-mailen in staat, zijn eigen website. Het logo van ‘De gezonde roker’ was een mannelijk geslachtsdeel. Op die site kon hij onomwonden schrijven wat hij wilde, en hij deed dat met enthousiasme en kenmerkende plichtsbetrachting: elke maandag werd de site gevuld met nieuwe stukken, geschreven in zijn licht oubollige stijl.
Volgens Ebru Umar (33), columniste van De gezonde roker, is die site ‘de kern van het mediabestel: er staan dingen op die nergens anders staan’. Ongetwijfeld is dat waar, maar de site gaf Van Gogh ook ruimte om zijn persoonlijke vendetta’s – recent die tegen filmproducent San Fu Maltha – ruim baan te geven.
Zo kreeg ook de hoofdredacteur van NRC Handelsblad, Folkert Jensma, ervan langs. Van Gogh vond Jensma – door hem steevast Volkert genoemd – en zijn krant de spreekbuis van fout links en verheugde zich enorm op een film die hem voor ogen stond; Folkert en Volkert, de laatste de naam van de moordenaar van Pim Fortuyn. Over Jensma werden de fiolen van Van Goghs toorn uitgestort. Ook Dyab Abou Jahjah van de Arabische Europese Liga moest het ontgelden.
Van Gogh was een kunstenaar, een provocateur, een begenadigd filmmaker die uitgroeide tot invloedrijk intellectueel, een man met veel vrienden. Zijn reputatie van querulant deed zijn persoonlijkheid geen recht. Van Gogh was, daarover is iedereen die hem kende het eens, de liefste, warmste, charmantste en meest betrokken man die ze ooit hebben gekend.
Medeleven
Jaap van Heerden, hoogleraar psychologie aan de Universiteit Maastricht, zat van 1995 tot 2002 met Van Gogh in het radio-programma De tafel van Pam. ‘Hij was,’ zegt Van Heerden, ‘zachtaardig, fijngevoelig, heel anders dan je zou verwachten gezien zijn reputatie. Als er conflicten waren, was Theo de eerste om medeleven te tonen. Als we gingen eten, voerde hij altijd het hoogste woord. En heel gevat.’ Van Gogh verdedigde het vrije woord met grote hartstocht. ‘Hij had er lak aan als iets heilig werd verklaard.’
Ebru Umar debuteerde anderhalf jaar geleden op de site van Van Gogh. ‘Hij was trots op die site, die populair was. Maar voor hem was het schrijven in de eerste plaats een psychotherapeutische oefening.’
Umar vierde afgelopen jaar oud en nieuw op de bank bij Van Gogh thuis, met cabaretier Hans Teeuwen en zoon Lieuwe. ‘Hij zei: als je alleen zit, kom dan maar hier, zitten we samen alleen. Het bijzondere van Theo was dat hij recht in je ziel keek. Je kon gewoon niets voor hem verborgen houden. Hij was de charmantste man die ik heb gekend, en door en door integer.’
Empathie
Van Gogh had een bijzonder talent om te zoeken naar de zwakke plek van iemand, maar louter uit belangstelling. Dat bijzondere talent – empathie, oprechte belangstelling – maakte Een prettig gesprek, de interviewreeks van Van Gogh op de Amsterdamse lokale zender AT5, tot prachtige televisie.
Het afscheidscadeau was een cactus, die door de geïnterviewde moest worden gekust, maar aan de gesprekken was niets stekeligs. Daarin toonde Van Gogh zich van zijn beste kant en was hij betrokken, geïnteresseerd, rustig. Maar hij kon ook idiote, smakeloze dingen doen, zoals met een beha op zijn hoofd op de televisie paraderen in het geflopte programma De hunkering (1997). En plat zijn: zijn toenmalige geliefde, schrijfster Hermine Landvreugd, beschreef hij graag als ‘mijn favoriete puntenslijper’.
Van Goghs relatie was mislukt, net als volgende relaties. Hij woonde alleen, dicht bij zijn ex in verband met hun zoon. Hij hechtte erg aan een soort gezinsleven. Zo was hij de afgelopen herfstvakantie tot zijn grote genoegen in New York met zijn zoon en zijn ex.
Kamikazepiloot
Ook in het televisieprogramma Business Class van Harry Mens had Theo van Gogh een column, tot die op bevel van hogerhand werd gestopt. Dat vond Mens wel jammer. ‘Hij gaf ongezouten zijn mening. Kennelijk is onze samenleving zo licht ontvlambaar dat dat niet wordt verdragen. Bij de dood van Fortuyn was ik verbaasd. Nu niet. Het was meer de vraag wanneer het zou gebeuren. Van Gogh was een kamikazepiloot.’
Harry Mens kan zich goed herinneren hoe hij bij de begrafenis van Fortuyn ‘als een verdwaalde eend’ rondliep. ‘Ik had toen net gezegd dat de partij moest worden opgeheven, en ik was daar echt eenzaam. Iedereen kwaad. Toen kwam hij naar me toe om me te troosten. Hij zei dat ik het me allemaal niet aan moest trekken. Nu ik het zo zeg, moet ik janken.’
Van Gogh werd bedreigd om zijn onverschrokken standpunten, die hij met groot enthousiasme innam. Daar trok hij zich niks van aan, integendeel, het prikkelde hem alleen maar om nog verder te gaan.
Vrij Nederland-journalist Yoeri Albrecht, die met Van Gogh een programma had bij Business Nieuws Radio, was goed met hem bevriend. Een ogenschijnlijk vreemde combinatie, omdat hun politieke ideeën tegengesteld waren. ‘Ja, dat is zo, maar dat bewijst juist dat Theo niets zo belangrijk vond als vrijheid van meningsuiting. Als we ergens waren, werd hij vaak aangesproken. Dan maakte hij een grap en was het weer over.’
Van Gogh omschreef zichzelf als een ‘vrolijke dorpsgek, die niets te vrezen heeft van terrorisme’. Een misvatting. Trouw-columnist Sylvain Ephimenco had ooit een polemiek met Van Gogh, maar die was de laatste jaren bijgelegd. Beiden ergerden zich aan de Nederlandse neiging om misstanden met de mantel der liefde te bedekken. ‘Hij was wel extremer dan ik. Maar die film, Submission, heb ik verdedigd. Daar was echt niks mis mee. Die is toch op een weinig nette manier ontvangen.’
Idealistisch
Volgens producent Gijs van de Westelaken, met wie Van Gogh zeven jaar geleden in zee ging en die al zijn films en programma’s produceerde, was de filmer in zijn hart een echte sociaal-democraat. ‘Al moest je dat niet tegen hem zeggen. Eigenlijk was hij heel idealistisch, hij vond dat hij dingen moest doen voor de samenleving.’ De twee laatste films van Van Gogh, 0605 over de moord op Fortuyn, en de televisieserie Medea, zijn klaar en worden begin 2005 vertoond.
Bart Jan Spruyt, directeur van de conservatieve Burke-stichting, noemt Van Gogh ‘het vleesgeworden vrije woord. Hij heeft zich aan alle regels gehouden. En laten we dit vooral niet bagatelliseren. Die dader is representatief voor een grote groep. Ja, hij zei het verrekte scherp. En terecht: dat is een heel waardevolle rol. Ik vond hem een geweldige vent.’
Rituelen
Van Gogh dronk en rookte met passie. Wie ooit met hem heeft gegeten, in een groter gezelschap, zal niet licht vergeten hoe de cineast bleef bijschenken, zodat iedereen ten slotte de tel van het aantal gedronken glazen kwijt was en zich maar overgaf aan dronkenschap, terwijl Van Gogh zelf vaak met het hoofd op de armen half op tafel liggend achterbleef. ‘Daar had hij rituelen voor,’ zegt Anja Afman. ‘Hij dronk een halfjaar niet en een halfjaar wel.’
Afman at vorige week nog met Van Gogh, in zijn favoriete restaurant La Teatina aan de Amsterdamse Hogeweg. ‘Om half een werden we de tent uitgezet, toen reed ik met de auto achter hem aan, hij op de fiets. Ik wilde zeker weten dat hij veilig thuiskwam. We hebben nog tot halfdrie gepraat, op de stoep. Toen we afscheid namen, wilde hij zoenen, dat vond hij zo lekker.’
Op zijn familie kon Van Gogh, vernoemd naar de broer van de schilder, flink schelden. Dat ze nou niet één schilderij van Vincent hadden gehouden! Nu moest hij zeuren om geld.
Van Gogh kon niet ongestoord over straat. Iedereen kende hem en sprak hem aan. Frans Afman van het Filmfestival was bij de première van Cool!, Van Goghs film over Marokkaanse jongeren, en het viel hem op dat de jongens in de zaal dol waren op Van Gogh. ‘Ze vonden hem fantastisch.’ Met zijn zoon en een vriendje ging Van Gogh ooit, nota bene per taxi, naar Disneyland Parijs. Ook daar werd hij onophoudelijk aangesproken door enthousiaste landgenoten.
Van Gogh wilde worden gecremeerd. Tegen Anja Afman zei hij dat ‘het maar meteen wegmoest’. Tegen webmaster en vriend Karel Gabler was hij explicieter. Op de crematie mag iedereen komen, en er moet veel drank zijn. Maar voor de flessen opengaan, moeten alle gasten een hapje uit de urn nemen.
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement