maandag 21 november 2005 10:02
Onder grote belangstelling is in Den Haag de rechtszaak begonnen tegen de Nederlandse zakenman Frans van Anraat (62). Hij wordt onder meer aangeklaagd wegens medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden en genocide.
Tussen 1984 en 1988 heeft de Nederlandse zakenman volgens Justitie duizenden tonnen grondstoffen voor chemische wapens aan het regime van de voormalige Iraakse dictator Saddam Hoessein hebben geleverd.
Bij het proces zijn nationale en internationale media aanwezig. Ook slachtoffers van Saddams gifgasaanvallen en nabestaanden zijn op het proces afgekomen. 17 slachtoffers hebben een schadeclaim tegen Van Anraat ingediend. Of zij die krijgen, hangt in belangrijke mate af van de uitkomst van het proces tegen Van-Aanraat.
Halabja
De chemische wapens zouden zijn gebruikt in het Koerdische noorden van Irak.
Bij een van die aanvallen, in het dorpje Halabja in 1988, vielen vijfduizend burgerslachtoffers. Het Openbaar Ministerie (OM) zei bij de pro forma behandeling van de zaak dat Van Anraat heel goed wist waarvoor Saddam de grondstoffen zou gebruiken (lees 'Van Anraat wist wat hij Saddam leverde'). De zakenman ontkent dit.
Van Anraat werd in 1989 opgepakt in Italië, maar wist toen aan vervolging te ontkomen. Sindsdien verbleef hij in Irak. Na de Amerikaanse inval in Irak vluchtte Van Anraat via Syrië naar Nederland, waar hij december vorig jaar werd gearresteerd.
De rechtbank verwacht op 23 december uitspraak te kunnen doen.
Saddam Hoessein staat in Irak terecht voor onder meer genocide. De informatie die het Openbaar Ministerie in Den Haag heeft verzameld, zou interessant kunnen zijn voor de openbaar aanklager van het strafhof in Bagdad. Maar het strafhof in Bagdad mag de informatie niet inzien. Nederland mag niet meewerken aan strafzaken waarin iemand de doodstraf kan krijgen. De Nederlandse wet verbiedt dat.
advertentie
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement