maandag 10 april 2006 10:40 /
Gerard Reve was met afstand de felst aanbeden en meest gekopieerde schrijver
Door Thomas van den Bergh
Zaterdag overleed Gerard Reve, 82 jaar oud. Van de ‘grote drie’ in de naoorlogse Nederlandse letteren was polemist W.F. Hermans het meest gevreesd, is selfmade filosoof Harry Mulisch het meest gerespecteerd (ook in het buitenland), maar was Reve met afstand de felst aanbeden en meest gekopieerde schrijver. Rond zijn persoon is een complete cult geschapen, handig te gelde gemaakt door Reves levenspartner Joop Schafthuizen.
Het zal Reve, als hij van daarboven toekijkt, genoegen hebben gedaan dat alle herdenkingsprogramma’s gisteren plaatshadden, op de dag des heren, Palmzondag bovendien. En zijn begrafenis, komend paasweekend in het Vlaamse Machelen, is ook mooi getimed. Want hoewel veel aan Reve pose was en clownerie, beleefde hij zijn Rooms-Katholicisme wel degelijk met ongeveinsde hartstocht, zoveel wordt uit de brievenboeken en uit zijn ‘geloofsboek’ Moeder en zoon wel duidelijk.
In de vele terugblikken blijft dát het centrale ‘probleem’: hoe oprecht was deze ironicus – in zijn reactionaire opvattingen, zijn ‘revistische’ sado-masochisme, zijn aanbidding van de maagd Maria. Waar eindigde de bekentenis en begon de aanstellerij? Opnieuw werden gisteravond de beelden herhaald van Reves geruchtmakende optreden in Kortrijk, halverwege de jaren zeventig, toen hij een gedicht voordroeg dat eindigde met de regels: 'Gooi al dat zwarte tuig eruit, ons land voor ons. Op naar de Blanke Macht!' Dit optreden, puur cabaret, kreeg achter de schermen een vervolg in een felle discussie met André Haakmat. Hier zagen we een andere Reve: gedreven betogend en allesbehalve ironisch. Reve de provocateur, Reve de xenofoob of Reve met de vooruitziende blik?
Het gevaar dreigt dat deze vraag voor het werk zelf komt te staan. In de eerste plaats moeten de romans, de novellen, de gedichten en brieven gelezen blijven. Dit oeuvre is groots – ook al nam de kracht van de romans in de laatste twintig jaar af. Daartegenover staan de vele fonkelende brievenboeken, waarin Reve zich een onverbloemd melancholicus betoont: ‘Misschien wordt alles beter als ik eenmaal flink oud ben – aangenomen dat het Gode zou behagen mij nog een spanne tijds te gunnen. (...) Vallen is niet erg, als je maar weer opstaat, dat bedoel ik,’ schreef hij al in 1968.
Nog heel wat keren is Reve gevallen, nog heel wat keren is hij weer overeind gekrabbeld. Tot nu. Gerard Reve zal niet meer opstaan.
Ruhe sanfte, sanfte ruh!
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement