zaterdag 26 mei 2012

Tags

Artikel

Herman Brood was kind van zijn tijd

donderdag 9 november 2006 13:44

Deel twee

Het kan geen toeval zijn dat Brood zo laat en op gevorderde leeftijd – hij was de dertig al gepasseerd – zo’n status alsnog kon bereiken. Hij had in zoverre het tij mee, dat zijn opkomst samenviel met die van de punk in Engeland. Niet dat Brood wat met punk had, maar iets van het nihilistische had hij weer wél. Hij gebruikte al jaren alle soorten drugs voordat de Sex Pistols daarover maar konden dénken – ook de punkers letten weinig op hun gezondheid en hun nachtrust. Het waren niet voor niets de laatste jaren van de naoorlogse wederopbouw en de eerste ernstige economische crisis van na de oorlog. Opeens bleken er grenzen aan de groei. Waarom zou je de zwartkijkerij niet omzetten in een muur van geluid, desinteresse, zuipen en spuiten?

Snelle seks
Het einde van de verzuiling voltrok zich, Den Uyl had de verkiezingen gewonnen maar de formatie verloren, de kerken liepen leeg en de christelijke partijen kropen noodgedwongen bijeen in het CDA. Wie eind jaren zeventig scholier was, had geen revolutie met baarden en lange haren meegemaakt, maar wilde ook weleens uit de band springen en koketteren met drank, drugs en gevaar. Brood leverde die elementen en werd in zekere mate de icoon van de scholieren van die tijd. Hij maakte nooit een geheim van zijn zucht naar drank en drugs en snelle seks. In combinatie met zijn hang naar aandacht en publiciteit ontstond er een opmerkelijke coalitie.


Zijn hele leven heeft Brood hierbij passende samenwerkingsverbanden gesloten, uiteraard met Koos van Dijk, maar ook met Henny Vrienten, Anton Corbijn, Nina Hagen, Sylvia Kristel, Bart Chabot, Majoor Bosshardt, André Hazes, Hans Dulfer, dichter Jules Deelder en vertaler Pé Hawinkels. Maar de belangrijkste is toch die met Henk van der Meyden, de showbizzchroniqueur van De Telegraaf. Brood en Van der Meyden waren jarenlang – en zelfs nadat de dood hen scheidde – twee handen op één buik. Geen verhaal was te gek en Van der Meyden, die net Privé was begonnen, zat verlegen om verhalen. Brood had trouwens zelf ook een wat vrije hand in het hanteren van de feiten: 'Ik vertel sommige verhalen zo vaak, dan begin ik er zelf in te geloven.'

Toen Brood zomer 1979 in de Verenigde Staten zat voor een uiteindelijk desastreus afgelopen tournee, had Henk van der Meyden aan wat foto's genoeg om de hele Amerikaanse tournee als een succes te beschrijven. Die zomer was toch al het hoogtepunt van de coöperatie met De Telegraaf en Privé in de hype rond Brood. En de hoogtijdag was zijn geacteerde 'huwelijk' met de getalenteerde Duitse rockzangeres Nina Hagen voor de film Cha-Cha. Dat die film er moest komen, was geen vraag: iedere ster uit Hermans jeugd speelde toch in films? En samenwerking met populaire, zowel in betere als in linkse kring incorrect bevonden media als De Telegraaf – daar had Brood geen problemen mee. Het ging om de aandacht, het deed er niet toe waarmee en via wie. 'Ik wil in de eerste plaats in de krant komen. Ik ben eigenlijk een grote exhibitionist. En gossip vind ik leuker dan serieuze muzieklectuur.'

Ook toen hij al aardig op weg was een bekende popster te worden, deinsde Brood niet terug voor een kraakje om zijn shotje te financieren. Een erg goede inbreker was hij nou ook weer niet, want er volgde menige veroordeling. Hij zag vele huizen van bewaring en menige psychiatrische inrichting – dat laatste kon hij naar eigen zeggen zo dirigeren omdat ze bij Justitie eigenlijk geen idee hadden wat ze met zijn drugsgebruik aan moesten.

Met bakken
Van investeren moest Brood niets hebben, van giraal geld trouwens ook niet. Veel behoefte aan inzicht in zijn financiële reilen en zeilen had hij niet. Geld moet je vast kunnen houden en uit kunnen geven, zo luidde zijn motto. Als het moest, tekende hij het geld op straat bij elkaar, maar was het er in ruime mate, dan werd het ook met bakken tegelijk uitgegeven – aan drank, taxi's, bordelen, hotels, fooien en giften. Tot de Amerikaanse carrièredroom van Brood kort voor 1980 instortte, zijn begeleidingsband de Wild Romance uiteenviel, de heroïne zijn werk deed en het publiek even genoeg van hem had, leefde Brood met een wisselende entourage in het Amsterdamse Sonestahotel. Dat er een leven zou kunnen komen zonder geld, was de laatste van zijn zorgen.

Hij hield er een voor polderbegrippen trouwens opmerkelijk liberaal gedachtegoed op na: als iedereen maar voor zichzelf zorgde zou de samenleving zowel economisch als cultureel heel wat vitaler zijn dan de Nederlandse verzorgingsstaat, met zijn subsidies voor kunstenaars en muzikanten. Van zo'n culturele monumentenzorg moest hij al helemaal niets hebben: 'Ik ben behoorlijk rechts op dat gebied. Die Amerikaanse weggooicultuur zie ik heel wat meer zitten.'

Paljas
Als Brood iets verstandigs zei, liep hij het risico voor paljas te worden versleten. Dat was soms jammer: Brood was een onafhankelijk man die zich door niemand iets liet zeggen. Behalve in Amerika, waar hij zich liet imponeren door verkeerde managers, een slechte plaat maakte en zijn band uiteen liet vallen.

Lees verder


advertentie