woensdag 8 februari 2012

Tags

Weekblad

Omslagartikel - Na de tsunami - Thailand: verwoest, maar niet geknakt

woensdag 5 januari 2005 15:21

Het zijn verwarrende dagen op Phuket, Thailand. Terwijl in Khao Lak de doden met honderden tegelijk in koelcellen verdwijnen, verwelkomt de Nederlandse kolonie in PatongBeach zingend het nieuwe jaar. De Thai doen alles om het gasten naar de zin te maken. 'Wij helpen de toeristen voor we onze eigen mensen helpen.'

Phuket Town op het Thaise eiland Phuket, donderdag 30 december. Na de tsunami van vier dagen eerder zijn in en rond het Provinciehuis de hulporganisaties, ambassades en vrijwilligers neergestreken. Boven het lawaai van honderden personen uit klinkt plotseling een mededeling in het Nederlands. 'Als u vervoer nodig heeft op Phuket of naar het vliegveld, komt u dan naar het transportation center, alstublieft.’ Het is de stem van Frederik Jurriaanse (69), een kleine, grijze man in spijkerbroek en overhemd. In het Nederlands en Engels tolkt hij voor berooide toeristen die zich in het hulpcentrum melden. 'Ik wilde graag iets doen. Dus doe ik dit.’

De Nederlander Jurriaanse woont al dertien jaar in Thailand. Zijn huis staat in Phuket Town, hij werkt als assistent-manager in een vakantie-oord op het eiland Phi Phi. Op jonge leeftijd vertrok hij uit Nederland om vrijwillig ('Ik had er iets over gelezen’) naar een Engelse kostschool te gaan. Daarna studeerde hij er psychologie, trouwde, kreeg kinderen en werd rector van een middelbare school.

Dertien jaar geleden kreeg hij genoeg van zijn baan en ging vervroegd met pensioen. Bovendien was hij gescheiden en vond hij de tijd rijp voor een avontuur: hij vertrok naar Phi Phi, waar hij een paar aangename vakanties had doorgebracht. 'Waarom? De mensen! Ik ben ook in andere Aziatische landen geweest, maar hier voel ik me volkomen thuis.’

Het eiland Phi Phi is door de tsunami totaal verwoest, velen zijn er omgekomen. Waarschijnlijk verloor Jurriaanse vrienden en collega’s. 'Ik weet niet wat er met ze is gebeurd. Ik kan niet naar het eiland en ik kan ook geen verbinding krijgen.’ Hij heeft er geen idee van hoe het nu verder moet. 'Het kan weken of maanden duren voor ik terug kan. Daar heb ik me maar bij neergelegd.’

Anderhalf uur voor de golf kwam, was hij met een boot van het eiland vertrokken. Dat maalt door zijn hoofd. 'Ik vraag me de hele tijd af: waarom ben ik gered? Waarom leef ik en zoveel anderen niet? Waarom nam ik deze boot en niet een andere? Ik zit in een soort vreemde wereld, ik zweef een beetje. Ik zie akelige beelden op tv, maar ik sta erbuiten. Het is een onwezenlijk gevoel.’

Applaus
Vrijdag 31 december. Van zuid naar noord is de eerste anderhalve kilometer strand van de Thaise badplaats Khao Lak verlaten. Op zoek naar overlevenden en slachtoffers van de tsunami zijn de reddingswerkers verder getrokken. Hier heerst de stilte. Een enkele Thai beklimt de ruïnes van de luxueuze en exclusieve oorden aan het strand die zijn weggevaagd door het water. Een reddingsploeg zoekt met honden naar lichamen onder het puin.

Coca-Cola-ijskasten liggen gekanteld op het strand. Overal zwerven persoonlijke bezittingen: een reistas vol zand, een slipper of schoen die zijn linker- of rechterevenknie uit het oog is verloren, een notitieblok vol onleesbaar geworden aantekeningen. Wat de mens heeft gebouwd, werd weggevaagd. Alleen de palmbomen staan nog onaangedaan overeind. Totale verwoesting tegen een KLM-blauwe hemel, op een strand dat nog niets van zijn gouden glans heeft verloren, aan een zee die weer zachte golven aanvoert.

De kust van Khao Lak is kilometers lang en de stilte laat zich lang niet overal gelden. Het is rond één uur in de middag als Thaise reddingswerkers onder een brug, ter hoogte van het dorp Ban Bangiang, een slachtoffer proberen te bergen. Met een pikhouweel en een hark bikken zij in de 2 meter diepe laag vuil die het lichaam heeft overspoeld. Een linnen doek wordt onder het slachtoffer doorgehaald om aan het lichaam te kunnen trekken, houten planken dienen als krik om het puin dat op de benen drukt omhoog te duwen. 'Thai, Thai!’ roepen de reddingswerkers als het opgezwollen, verminkte en zwart uitgeslagen overschot van een Thaise vrouw eindelijk in een witte lijkzak kan worden gelegd. Ze wordt afgevoerd en de reddingswerkers klappen kort voor elkaars inspanningen.

De vrouw verdwijnt in de achterbak van een pick-up naar een verzamelplaats die zich een paar honderd meter verder langs de lange strandweg van Khao Lak bevindt. Onder twee tenten – aan de zijkanten open – liggen de lijkzakken. Door ruimtegebrek onder het tentdoek rusten sommige lijken onbeschermd in de felle zon. Vuurtjes moeten de stank verdrijven, maar de geur – wee en scherp – blijft hangen. Sommige lijkzakken zijn open en tonen ontzielde lichamen en lichaamsresten.

Met de slachtoffers als achtergrond poseert een westerse vrijwilligster, gekleed in rode hotpants en een strak wit topje, uitdagend voor de camera. Het zijn verwarrende dagen in Khao Lak – ook voor haar.

Toeristen
De strandboulevard van toeristenoord Patong Beach moest knielen voor de golven. Verwoest zijn de souvenirwinkels, de bars en restaurants, de hotels. Wannapa Makeboonsong Lap, een gracieuze Thaise vrouw van 48 jaar in spijkerbroek en zijden blouse, ruimt puin in haar lederwarenwinkel. 'Ik heb nu geld van de bank geleend om te eten. Ik heb geen andere mensen, ik moet alles alleen doen.’

Toen zij vijftien jaar geleden van een vriendin hoorde dat de toeristen in drommen naar Patong Beach kwamen, pakte ze haar biezen en vertrok uit de Thaise hoofdstad Bangkok naar het beloofde land. De eerste jaren was de bezoekende farang (westerling) rijk en gingen de zaken goed. 'Nu hebben de toeristen maar weinig geld. Alleen kijken, niet kopen. Of maar een klein beetje.’

Wannapa stond onder de douche in haar huis boven de winkel toen zij 'water, water!’ hoorde schreeuwen. Het water golfde tot net onder haar balkon. Gelukkig verloor zij geen vrienden of familie, maar hoe gaat zij haar winkel weer opbouwen? 'Ik krijg een beetje geld van de verzekering en van het ministerie, hoeveel weet ik niet. En ik kan wat lenen. Het komt wel goed.’ Bang voor de toekomst van Patong Beach als toeristenoord is ze niet. 'Een reisbureau vertelde mij dat de toeristen over een maand wel weer terugkomen. Ik wil de mensen in Nederland vertellen dat alles okay is en dat wij willen dat toeristen komen!’

Voor Wannapa is de strandweg van Patong Beach geen Boulevard of broken dreams. Zij gelooft in morgen.

Spuitschuim
Oudejaarsavond in Patong Beach. Als tuk-tuk-chauffeur 'Woody’ Wachika zijn bromtaxi stopt voor Baan Tip Top Guesthouse in de Soi Jintana, een zijstraat van een brede boulevard, mag zijn passagier naar eigen inzicht afrekenen. 'You pay what you want! I want tourists to came back!’ In de Thaise krant Bangkok Post heeft de overheid de vrees uitgesproken dat door de ramp tweehonderdduizend banen in de toeristenindustrie verdwijnen. Werkloosheid kan Woody niet gebruiken: zijn huis aan het strand van Patong is verwoest door de golven. 'Everything in my house kaputt,’ zegt hij. 'I stay at hotel.’

Zijn en Wannapa’s gebeden worden sneller dan verwacht gehoord. Op de veranda van het Baan Tip Top Guesthouse, eigendom van de Nederlander André Nederpel (45) en zijn Thaise vriendin, drinken zeven vaste klanten ('Wij komen hier al jaren’) uit België en Nederland bier in de avondhitte. Ronald van Lier (45) en Nico Bruinekreeft (52) zijn pas na de ramp naar Phuket vertrokken. Van Lier: 'Ik heb er wel over gedacht om niet te gaan. Het reisbureau heeft dat ook aangeraden. Toen heb ik André gebeld om te vragen: hoe is het daar? Hij zei dat het wel meeviel.’ Patong Beach werd getroffen door het water, maar veel minder zwaar dan Khao Lak. En de wederopbouw gaat razendsnel. 'Ja sorry, maar ik ben vandaag gaan zwemmen in zee. Het leven draait hier gewoon door,’ zegt Van Lier.

Dat geldt niet alleen voor toeristen, maar ook voor de Thai. Er wordt in afwachting van het nieuwe jaar gedronken en gezongen, gelachen en met spuitschuim gespeeld, gegeten en geschreeuwd. 'Joh, een klein beetje respect, denk je dan,’ zegt hoteleigenaar Nederpel. 'Maar hier is de gedachte: de mensen die in de shit zitten, zitten in de shit. De rest moet gewoon verder leven.’ En leven kunnen de Thai, zegt Nederpel. 'Ze hebben geen donder, maar ze vieren feest.’

De woorden tsunami en Thailand zijn sinds 26 december aan elkaar geklonken, maar al tientallen jaren zijn ook Thailand en seks synoniem. Van Lier: 'Als ik in Nederland zeg dat ik naar Thailand ga, dan is het gelijk: paf, neuken. Maar als het alleen om neuken gaat, kan ik beter een hoer laten thuiskomen. Dat is goedkoper dan naar Thailand vliegen. Ik ga naar Thailand voor de combinatie van stappen, eten, het weer, de natuur én de vrouwen.’

Alle mannen op de veranda hebben een Thaise vrouw, vriendin of scharrel. 'Ik moet als vrijgezel toch van het leven genieten?!’ zegt Van Lier lachend. 'Ik kom hier al zoveel jaren, dus ik weet hoe het spel wordt gespeeld. Wil je een vrouw voor één nacht, dan kan dat. Als je iets voor langer wilt, kan dat ook. En sommige jongens blijven aan een vrouw hangen.’ Dat laatste overkwam Nico Bruinekreeft. 'Ik ben gelukkig, zij is gelukkig.’

Wat volgt, is een spoedcursus seks in Patong Beach. In massagesalons zonder gordijnen wordt alleen gemasseerd, maar zijn de ramen afgedekt dan zit er meer in het vat. Ook het seksleven van Patong Beach toont veerkracht. In de cafés, in de bars werken freelance hoeren of vrouwen die voor 3.000 bath per maand in dienst zijn van de eigenaar. Zij verhuren hun lichaam meestal met tegenzin, vaak om geld te verdienen voor hun familie. En er zijn ook vrouwen die gewoon een westerse man aan de haak willen slaan. 'Veel Thaise vrouwen zeggen dat ze geen Thaise man meer willen,’ zegt Van Lier. 'Die vinden ze lui en onbetrouwbaar. Maar Europeanen werken terwijl de vrouw thuiszit. Dat kennen ze hier niet.’ Van kinderseks hebben de mannen hier nog nooit iets gehoord of gezien.

Als het nieuwjaarsfeest losbarst, vullen grote blanke mannen de straten van Patong Beach. Met kleine Thaise vrouwen aan hun arm.

Koelcellen
Zondag 2 januari. In de boeddhistische tempel Yan Yao, ongeveer 30 kilometer ten noorden van Khao Lak, zijn internationale identificatieteams bezig om honderden lichamen te identificeren. De westerlingen verdwijnen in de 28 koelcellen, de Thai worden, na een korte ceremonie, in een houten kist gecremeerd of verdwijnen in een massagraf. In het midden van het terrein stijgen nevelen op van de brokken koelstof, die de ontbinding van de honderden lichamen op het terrein moeten tegengaan.

Ook het identificatieteam van de Nederlandse politie doet hier in de verzengende hitte zijn werk. 'Het gaat goed,’ zegt de Fries Jan Zoodsma. 'We zijn erg tevreden over de Thai. Ze zijn erg nijver en heel zorgvuldig.’ Thaise legerbeambten en anderen helpen bij het sjouwen van lichamen naar de koelcellen en het correct archiveren van de gegevens. 'Maar de identificatie is moeilijk,’ zegt een collega van Zoodsma. De lichamen zijn zwart, opgezwollen, ontbonden. En maden doen hun vernietigende werk.

Tweehonderd meter verderop proberen specialisten op stalen operatietafels een naam bij een lichaam te zoeken. Honderden lichamen in open en dichte lijkzakken wachten voor de tafels op hun beurt. Fotografen maken foto’s die op informatieborden worden verspreid voor identificatie. Een afgrijselijke stank dringt de neus binnen, nestelt zich daar en laat zich niet meer verdringen. De maag draait ervan om. En nog een keer. En nog een keer. Dit is een gruwel. In Khao Lak heeft de natuur de mens zijn waardigheid afgenomen.

Op 100 meter van de lijkzakken zit een boeddhistische monnik in een oranje gewaad op een stoel. Hij schudt zijn hoofd en wijst naar de neus. 'Aaahh,’ kreunt hij.

Walging
Twee dagen eerder heeft Frederik Jurriaanse bij deze tempel met lichamen gesjouwd. Als vrijwilliger. 'Je wilt met eerbied naar de lichamen kijken, maar je walgt er ook van. Het is heel moeilijk om tegen die walging te vechten,’ zegt hij. Er gaan ook vrijwilligers naar het eiland Phi Phi. 'Ik heb vanmorgen gezegd: ik kan het niet nog een keer aan. En zeker niet op mijn eiland.’

Ook de Thai Wee Keawngam (29) ging naar Khao Lak om lichamen te sjouwen. Om toeristen te helpen. Om hulpgoederen aan berooiden en reddingswerkers te brengen, terwijl om hem heen de lijken op het strand lagen. Om te doen wat nodig is, zoals duizenden landgenoten met hem. 'Ik was bang voor de lichamen. Maar als je daar bent, dan ben je helemaal niet bang meer. Je voelt in je hart dat je moet doen voor deze mensen wat je kunt doen.’ Wee is sinds 26 december bijna non-stop in de weer, maar naar huis wil hij niet. 'Wat moet ik thuis doen?’

Toen het water kwam, reed hij met zijn auto op een weg vlak bij de Sarasin-brug, die Phuket met het vasteland van Thailand verbindt. Vijf meter voor hem werden de auto’s meegesleurd door de golven en kwamen de inzittenden om. 'Was ik iets verder geweest op de weg, dan was ik nu dood.’ Dat veel vrienden en collega’s – Wee werkt als reisagent – minder geluk hadden, werd hem snel duidelijk. Toch gaf hij zijn eerste hulp onmiddellijk aan getroffen toeristen. 'Wij zijn boeddhisten. Onze gast is als een koning, een god. Met de toeristen hebben we meer medelijden. Dus wij helpen de toeristen voor we onze eigen mensen helpen.’

Natuurlijk moet de farang doneren, maar liever heeft Wee dat hij snel weer naar Thailand komt. 'Als jullie geld sturen, dan kan een gezin een week eten. Maar als jullie als toeristen komen, dan hebben gezinnen voor altijd eten.’

En dan biedt hij namens het Thaise volk plotseling zijn excuses aan. 'Ik wil mij verontschuldigen voor wat hier in Thailand is gebeurd. Ik weet niet wat ik moet zeggen tegen de Nederlanders die hun familieleden hier zijn kwijtgeraakt, maar ik zend ze mijn medeleven. Ik hoop dat Thailand de kans krijgt om de slechte ervaringen door goede te vervangen.’


advertentie