donderdag 14 juli 2005 17:52
Plastic wolkenkrabbers, auto’s van pvc en polyester sluisdeuren. Is de stad van de toekomst een bastion van kunststof? Dat is overdreven, maar in de bouwsector wordt wel steeds vaker plastic gebruikt in plaats van het gewone beton en staal. Zo ook in de bruggenbouw. Daar beginnen constructies van vezelversterkt kunststof langzaam maar zeker hun intrede te doen. Over heel Noord-Amerika en Europa staat de teller op enkele honderden bruggen, in Nederland blijft het aantal tot nog toe beperkt tot twee: in Harlingen en bij voormalig Deltawerken-eiland Neeltje Jans.
Een van de ingenieursbureaus die zich intensief met kunstof bezighouden, is het Rotterdamse Composieten Team. Composieten Team lanceerde in januari de InfraCore, een brug die is samengesteld uit twee verschillende stoffen. Polyester wordt versterkt met koolstofvezels, waardoor een zeer sterke constructie ontstaat. Genoeg om tonnen te kunnen dragen.
Volgens Jan Peeters van Composieten Team biedt het gebruik van kunststof nogal wat voordelen ten opzichte van bijvoorbeeld beton en staal. 'Kunststof is erg licht. Een kleine brug kan drijvend naar de plaats van bestemming worden vervoerd, waar twee man en een lichte kraan het ding in een paar uur op zijn plaats kunnen zetten.’ En doordat betonrot, corrosie, wisselend weer en andere narigheden het plastic niet aantasten, is er nauwelijks onderhoud nodig.
De plastic brug gaat dan ook veel langer mee. De techniek wordt nog niet zo lang toegepast, dus het is nog niet mogelijk om met zekerheid de levensduur van zo’n brug vast te stellen. Composieten Team houdt het op vijftig à zestig jaar. Dat is een hele verbetering ten opzichte van bijvoorbeeld beton. In de Verenigde Staten wordt kunststof al op grotere schaal toegepast, nu de oudere betonnen bruggen na een jaar of 25 vanwege betonrot vervangen moeten worden. Plastic als alternatief wordt dan interessant. Ook het Composieten Team gaat meer plastic bruggen produceren. In samenwerking met Haasnoot Bruggen uit Rijnsburg hebben de ingenieurs er voor medio volgend jaar nog twee gepland staan. Daarnaast denken de ingenieurs aan een serie van nog eens enkele tientallen.
Het belangrijkste voordeel zit hem in het productieproces zelf. Met de komst van kunststof wordt in de bruggenbouw serieproductie geïntroduceerd. Het materiaal wordt in een flexibele mal gegoten, waardoor verschillende ontwerpen die binnen een 'familie’ van producten vallen in serie kunnen worden gemaakt. Ligt de mal eenmaal klaar, dan kan met een paar muisklikken de brug op details worden aangepast aan de wensen van de klant. Zo lijkt het bestellen van een brug op het uitkiezen van een nieuwe auto. 'De klant hoeft slechts de grootte aan te geven, de kleur te bepalen en de accessoires, zoals de leuningen, te kiezen,’ zegt Peeters. Het hele proces van ontwerpen, heen en weer sturen van en naar gemeentelijke welstandscommissies en zoeken naar de juiste materialen wordt overbodig: binnen twee weken kan de bestelde brug op zijn plaats liggen.
De kennis van het procédé is op zich niet nieuw. In 1975 werden al composieten ontwikkeld met een stevigheid die zich voor de bouw leent. Toch begonnen bruggenbouwers pas sinds midden jaren negentig serieus aan kunststof te denken. Peeters: 'Ingenieurs zijn voorzichtig en kijken graag de kat uit de boom. Daarbij heeft plastic altijd geleden onder wat ook wel het plastic toy syndrome wordt genoemd. Wie denkt aan plastic, denkt aan speelgoed dat snel kapot gaat. Die houding is inmiddels veranderd, maar heeft er wel voor gezorgd dat nu pas echt naar kunststof wordt gekeken.’
Er kleeft echter ook een nadeel aan de techniek, meent Henk Kolstein, docent civiele techniek aan de Technische Universiteit Delft. 'Vezelversterkte kunststoffen gaan weliswaar langer mee en vragen minder onderhoud, maar het materiaal is wel een stuk duurder. Het bestellen van een plastic brug is financieel alleen interessant als een hele serie wordt besteld. Een eenmalige opdracht legt het wat eerste bouwkosten betreft af tegen ander materiaal. Worden de levensduur en de lage onderhoudskosten meegenomen, dan wordt de kunststof brug wel weer goedkoper.’ Het kostenplaatje is een van de redenen dat de meeste plastic bruggen niet erg groot zijn. Een andere is de draagkracht. De InfraCore-brug is bijvoorbeeld een voetgangers- en fietsbrug. Zwaarder verkeer kan het materiaal ook probleemloos hebben, maar bij projecten zoals in het Franse Millau, waar twee jaar geleden het grootste viaduct ter wereld werd voltooid, zal volgens Kolstein nooit voor plastic worden gekozen.
De voordelen van plastic maken de vezelversterkte kunststoffen dus niet revolutionair. De interesse voor de Rotterdamse InfraCore-brug komt nu weliswaar langzaam op gang, maar kunststof zal niet méér worden dan een concurrent van beton. Jan Peeters: 'Je moet het niet zien als een innovatie die van nu af alle bestaande technieken gaat vervangen. Wat kosten betreft kunnen we alleen één op één met beton concurreren, en dat zal niet snel veranderen.’ Kolstein denkt aan een toekomst waarin kunststof wordt gecombineerd met oude materialen. Bijvoorbeeld betonnen pijlers met een kunststof dek eroverheen. Dat zal geen Lego-toekomst opleveren, maar bruggen die heel wat langer meegaan.
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement