zaterdag 26 mei 2012

Tags

Weekblad

Omslagartikel - Gezondheidszorg: De beste ziekenhuizen

donderdag 29 september 2005 14:05

Waar vindt de burger topzorg? Voor de tiende keer publiceert Elsevier 'De beste ziekenhuizen’, de resultaten van de jaarlijkse enquête samen met onderzoeker-adviseur Peter Lagendijk. Specialisten, huisartsen, hoofdverpleegkundigen, kwaliteitsmanagers en raden van bestuur beoordelen alle ziekenhuizen op medische kwaliteit. Nieuw is de beoordeling van de bedrijfsvoering en de omgang met de patiënt.

Grote medische deskundigheid, goede verpleegkundigen. Tevreden specialisten, een topafdeling cardiologie, vakbekwame chirurgen, een uitstekend functionerende operatiekamer en intensive care. En hetzelfde geldt voor de afdeling spoedeisende hulp. Het is een lange lijst van loftuitingen die het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) in Amsterdam krijgt toegezwaaid. Geen wonder dat de patiënten grote waardering hebben. En het wekt geen bevreemding dat dit samengaat met een uitstekende organisatie die erin slaagt goede medewerkers aan te trekken én vast te houden. Geen enkele organisatie is volmaakt, ook het OLVG niet: een minpunt zijn de wachtlijsten. En hier en daar wordt wel een 'arrogante’ specialist gesignaleerd.

Het OLVG is op het ogenblik het beste ziekenhuis van Nederland. Dat zeggen de specialisten, huisartsen, verpleegkundigen, kwaliteitsmanagers en raden van bestuur die meededen aan de jaarlijkse enquête 'De beste ziekenhuizen’ van Elsevier en onderzoeker Peter Lagendijk. Nummer 2 is het Ziekenhuis Hilversum, dat een hoge waardering krijgt voor de medische en verpleegkundige deskundigheid, maar vooral ijzersterk blijkt in de organisatie ten behoeve van de patiënt – van openheid over wachtlijsten tot een uitstekende telefonische bereikbaarheid.

Ziekenhuis Nij Smellinghe in Drachten eindigt op de derde plaats in het eindklassement, op minieme afstand van Hilversum. In Drachten zijn de patiënten zeer tevreden, volgens de ondervraagden. Dat komt door een goede planning van onderzoeken en doordat de patiënten makkelijk afspraken kunnen maken. De OK (operatiekamer) en de chirurgie krijgen veel waardering. En in het algemeen wordt de kwaliteit van de artsen en verpleegkundigen hoog aangeslagen.

Alle ziekenhuizen van Nederland krijgen van Elsevier een beoordeling. In de tabel op de volgende pagina’s zijn ze op plaatsnaam geordend, opdat iedereen ziekenhuizen in de eigen woonomgeving kan terugvinden. Alleen Ziekenhuis Amstelland in Amstelveen ontbreekt, wegens te weinig reacties.

De beoordeling per ziekenhuis bestaat uit een puntentelling, gebaseerd op wat de deskundigen als kwaliteit of juist een zwak punt aankruisen (zie de tabellen op pagina 84-87). Daarnaast is hun gevraagd een algemene indruk uit te drukken in een rapportcijfer. Het hoogste cijfer is dit jaar een 8, uitgedeeld aan het OLVG. Ook het gespecialiseerde Rotterdamse Oogziekenhuis, dat voor het eerst met twee andere zogeheten categorale ziekenhuizen is beoordeeld, krijgt een 8. Het laagste cijfer (5,4) is voor het Sint Jans Gasthuis te Weert. Minder bekwame en gedemotiveerde specialisten alsook door de ondervraagden waargenomen medische en verpleegkundige fouten zorgen voor een lage score. Niet zo vreemd, want begin dit jaar moest het Sint Jans op last van de Inspectie voor de Gezondheidszorg de intensive care sluiten wegens knallende ruzie tussen de specialisten.

Twee fronten
Goede medische prestaties en tevreden patiënten hebben alles te maken met een geoliede klantgerichte organisatie. Het OLVG, het Ziekenhuis Hilversum en Nij Smellinghe hebben het beste van twee werelden.

Voor het eerst zijn de ziekenhuizen dit jaar afzonderlijk op twee fronten beoordeeld: ten eerste op de medisch-verpleegkundige kwaliteit en ten tweede op de bedrijfsvoering. Dus biedt Elsevier ook twee overzichten: het eerste, met de totaaluitslag en de scores voor de medische kwaliteit, is op deze pagina’s te vinden (pagina 84 tot en met 87). De beoordeling van de bedrijfsvoering staat te lezen op de pagina’s 104 tot en met 107.

De beste medische en verpleegkundige prestaties levert het OLVG, tegelijk ook algemeen winnaar. Op de tweede plaats staat ?het Sint Antonius in Nieuwegein, eveneens een oude bekende in de top van de jaarlijkse ranglijst. Nummer 3 is een opmerkelijke stijger, het Slingeland Ziekenhuis in Doetinchem.

De medische kwaliteit is onderverdeeld in vijf 'rubrieken’. Met vragen over de deskundigheid in het algemeen, over de kwaliteit van de aanwezige specialismen, over het functioneren als opleidingsziekenhuis en de taakvervulling. Onder dat laatste punt zijn onder meer vragen opgenomen naar fouten van de artsen en verpleegkundigen.

Opvallende nieuwkomer is het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis in Amsterdam, dat voor de medische deskundigheid de achtste plaats haalt. Het is gespecialiseerd in oncologie (kanker) en een van drie 'categorale’ ziekenhuizen die voor het eerst zijn meegenomen in de beoordeling. De andere twee zijn het Rotterdamse Oogziekenhuis en de Sint Maartenskliniek in Nijmegen, die zich toelegt op orthopedie. Een hoge klassering is des te interessanter, omdat deze drie vergeleken met 'gewone’ ziekenhuizen slechts voor enkele specialismen punten kunnen scoren.

Doordat de medische kwaliteit apart is beoordeeld, krijgen ook de academische ziekenhuizen waar ze recht op hebben. Dat wil zeggen: een hoge klassering voor het medisch kunnen. Het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam eindigt als hoogste, op de vijfde plaats. Van de acht universitaire medische centra staan er zes bij de beste 25 ziekenhuizen. Alleen het Academisch Ziekenhuis Maastricht en het VU Medisch Centrum vallen daar net buiten.

De ervaring van betrokkenen leert, en dat bevestigen de uitslagen jaar op jaar, dat deze megaorganisaties als bureaucratisch en weinig patiëntvriendelijk worden gezien. Op het front van de bedrijfsvoering staan de academische ziekenhuizen inderdaad alle acht bij de laatste vijftien. Wel komt het AMC er dan nog als beste uit. Het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam is nummer 2 van de academische ziekenhuizen waar het gaat om de medische prestaties, maar tegelijk ook het ziekenhuis met de laagste beoordeling van alle ziekenhuizen voor de bedrijfsvoering en de omgang met de patiënt.

Traditioneel zijn de ziekenhuizen in het Elsevier/Peter Lagendijk-onderzoek verdeeld in drie soorten. Naast de academische zijn er grote en middelgrote ziekenhuizen, met respectievelijk meer en minder dan vijfhonderd bedden. Bij de grote ziekenhuizen zijn net als in de algemene ranglijst voor medische prestaties, ook onder de 'eigen soort’ van de grote ziekenhuizen, het OLVG in Amsterdam en het Sint Antonius in Nieuwegein winnaar. Op de derde plaats het Haaglanden Ziekenhuis.

Het Slingeland Ziekenhuis in Doetinchem, het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk en – meteen op de derde plaats – het Antoni van Leeuwenhoek zijn vervolgens de drie beste middelgrote ziekenhuizen.

Opmerkelijk is de snelle opmars van het Slingeland Ziekenhuis. Dat is te danken aan de medische en verpleegkundige deskundigheid alsook aan de specialisten voor maag-, darm- en leverziekten, kindergeneeskunde, neurologie en oncologie. Ook zijn er hoge scores voor operatiekamer en intensive care, voor de spoedeisende hulp en de afstemming daarvan op de huisartsenpost. Volgens de deskundigen hebben de patiënten grote waardering voor het Slingeland – een ziekenhuis dat kennelijk sterk is in de breedte.

Een eervolle vermelding is er voor het Ziekenhuis Zeeuws-Vlaanderen in Terneuzen. Dit jaar deden voor het eerst voldoende inzenders mee om tot een score te komen. Het puntentotaal zou zelfs recht geven op een plaats in de top-10. Door een nieuwe regel voor het opnemen van een ziekenhuis in de eindrangschikking, moet Zeeuws-Vlaanderen nog even wachten. Om toeval in de uitslag te voorkomen, moet een ziekenhuis eerder hebben bewezen bij de top te horen (zie 'Leeswijzer’ op pagina 88). Om diezelfde reden staat het Slingeland in Doetinchem in de eindrangschikking – dus voor medische kwaliteit en bedrijfsvoering – 'slechts’ op een vierde plaats. En het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk slechts op een vijfde plaats. Andere snel gestegen nieuwkomers zijn het Streekziekenhuis Koningin Beatrix in Winterswijk, het Medisch Centrum Leeuwarden en het Diaconessenhuis Leiden.

Groeiend vertrouwen
'De zorgsector krijgt weer zelfvertrouwen, de medewerkers zijn opmerkelijk serieus bezig,’ zegt onderzoeker Peter Lagendijk, 'niet alleen met de medische kwaliteit, maar ook met de vraag wat een goede bedrijfsvoering is en hoe met patiënten om te gaan.’ Voor alle ziekenhuizen zien de ondervraagden vooruitgang, al is dat bij de algemene ziekenhuizen meer dan bij de academische.

Jaarlijks is de vraag aan de deskundigen of 'het geheel dat ziekenhuizen én de medische beroepsgroepen bieden aan de bevolking’ is verbeterd, gelijk gebleven of verslechterd. Het jaar 2002 was een absoluut dieptepunt. In 2003 sloeg de stemming om en in 2005 is het klimaat duidelijk beter. Vooral de achterban van middelgrote ziekenhuizen is tevreden over de prestaties.

Als beroepsgroep ondervinden de specialisten bij de andere ondervraagden groeiende waardering. Maar de huisartsen roepen onvrede op. Wellicht door hun acties voor een beter inkomen in het afgelopen voorjaar.

Dan de ziekenhuizen waar nog veel moet verbeteren. Eerst de medische kwaliteit: daar zetten de ondervraagden het Sint Jans Gasthuis in Weert onder aan de lijst. Al eerder is gememoreerd dat ook het algemeen rapportcijfer het laagste is. Medische fouten en minder bekwame specialisten, luidt het vonnis.

Jarenlang bungelden de IJsselmeer Ziekenhuizen onder aan de ranglijst van 'De beste ziekenhuizen’. Voor het veelgeplaagde 'IJsselmeer’ is er een lichtpuntje, want er zíjn ziekenhuizen die slechter scoren voor de medische prestaties, zoals het Sint Jan. En er zíjn ziekenhuizen die lager scoren voor de bedrijfsvoering. Maar helaas: combineer de twee ranglijsten, en het is als in de voorgaande jaren opnieuw een laatste plaats.

Kader bij artikel: LEESWIJZER

Hoe werkt de puntentelling?

De ranglijsten in het onderzoek 'De beste ziekenhuizen’ zijn gebaseerd op een puntentelling: goede prestaties leveren punten op, bij slechte prestaties gaan er punten af.

De ziekenhuizen zijn op twee fronten beoordeeld: de medische prestaties (tabel op pagina 84 tot en met 87) en de bedrijfsvoering (tabel op pagina 104 tot en met 107). Voor de medische prestaties is gekeken naar medische deskundigheid in het algemeen, de kwaliteit van aanwezige specialismen, opleiding en onderzoek, de faciliteiten en de taakvervulling. Voor de bedrijfsvoering is gelet op de belangen van patiënten en 'verwijzers’, en de bedrijfsvoering in strikte zin – van personeelsbeleid tot financieel beheer.

De puntentelling werkt aldus. Een ziekenhuis krijgt 1 punt als 20-32 procent van de ondervraagden het te beoordelen onderdeel als troef noemt, 2 punten als 33-49 procent en 3 punten als 50 procent of meer dat doet. Bij zwakke plekken worden evenzo punten ingeleverd.

De ondervraagden geven ook een rapportcijfer (1-10) voor de algemene indruk van het ziekenhuis. Dit cijfer is niet verwerkt in de eindscore. Bij ziekenhuizen met een gelijk puntentotaal bepaalt het rapportcijfer de plaats op de ranglijst.

Voor het onderzoek zijn 6.649 huisartsen, specialisten, hoofdverpleegkundigen, hoofden intensive care en operatiekamers, managers en bestuursleden aangeschreven (voorjaar 2005). De respons bedroeg 22 procent. Voor de beoordeling van een ziekenhuis zijn minimaal 20 informanten nodig. Twee ziekenhuizen kwamen tot 19, maar zijn wel in de lijst opgenomen. Eén ziekenhuis ontbreekt, wegens te weinig respondenten: het Amstelland Ziekenhuis in Amstelveen.

Een nieuwe spelregel voorkomt dat een ziekenhuis als eenmalige uitschieter aan de top belandt. Om in de top-10 te komen, moet in het voorafgaande jaar minimaal een plaats in de top-30 zijn behaald. Om in de top-3 te komen, moet minimaal een plaats in de top-15 zijn behaald.

Het onderzoek is ontworpen en begeleid door onderzoeker en beleidsadviseur Peter Lagendijk. De dataverwerking gebeurde door DataDesk te Bunnik. Elsevier is verantwoordelijk voor de interpretatie en redactionele verwerking.

Reacties naar: peter.lagendijk@planet.nl; arthur.van.leeuwen@elsevier.nl en willem.wansink@elsevier.nl.

Data: Elsevier/Peter Lagendijk 2005


advertentie