donderdag 6 oktober 2005 13:01
Terwijl het kabinet-Balkenende betere tijden in het vooruitzicht stelt, komt uit Washington een andere boodschap. De wereldeconomie mag dit jaar dan verder groeien met een robuuste 4,3 procent, maar de risico’s nemen toe, zo stelt het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in zijn vorige maand gepubliceerde jaarverslag. Voor Nederland heeft het fonds een veel beperkter herstel in het vizier dan het Nederlandse kabinet. En voor Europa verwacht het IMF zelfs terugvallende groeicijfers.
Als belangrijkste risico’s voor de wereldeconomie noemde hoofdeconoom Raghuram Rajan van het IMF naast sterk gestegen olieprijzen ook dat de economische groei overmatig leunt op consumptieve uitgaven en het 'hoge prijsniveau van bepaalde activa’. Lees: huizen.
Met die laatste twee risico’s verwees Rajan direct naar Amerika, waar consumenten, aangemoedigd door hun almaar in waarde stijgende huizen, hun geld wel erg vrolijk laten rollen. Dezelfde Gerrit Zalm (VVD-minister van Financiën) die in Nederland goed nieuws verkoopt, erkende in Washington dat de wereldeconomie er allesbehalve stabiel voor staat. En dat is slecht voor een open economie als de Nederlandse, die voor een groot deel afhankelijk is van export.
Zalm wees in Washington met een klein Nederlands vingertje in de richting van Amerika. 'De grote klapper bij het bestrijden van de wereldwijde onevenwichtigheden is het aanpakken van het Amerikaanse begrotingsbeleid,’ aldus Zalm. Zowel de Amerikaanse overheid als de consument moet volgens hem eindelijk zijn uitgaven eens matigen en wat meer gaan sparen.
Amerikanen geven met z’n allen zo’n 700 miljard dollar meer uit dan ze produceren. Dit tekort op de lopende rekening bedraagt daarmee inmiddels 6 procent van het bruto binnenlands product en is sinds 1999 verdubbeld. Om al die uitgaven toch te kunnen doen, lenen de Amerikanen geld. Dat doen ze voornamelijk in Azië, waar bijvoorbeeld de Chinezen maar wat graag schulden in dollars opkopen om zo de koers van hun eigen munt, de yuan, laag te houden, en hun export hoog.
De kritiek van Zalm op Amerika is niet alleen gericht op de regering van Bush en haar forse begrotingstekort, maar indirect ook op Alan Greenspan (79), de president van het Amerikaanse stelsel van centrale banken (de Fed). Greenspan draait al achttien jaar aan de knoppen van de Amerikaanse economie en is in elk geval deels verantwoordelijk voor onevenwichtigheden die daar bestaan.
Op 31 januari van het volgend jaar gaat Greenspan met pensioen. En terwijl die datum naderbij komt, groeien de zorgen om zijn nalatenschap. De grote vraag is of Greenspan als een briljante schokdemper en meester van de zachte landing de geschiedenis in zal gaan, of als levensgevaarlijke bellenblazer.
Greenspan is de man van de geldkraan. Die gebruikte hij bij de beurscrash van 1987, bij de Azië-crisis van 1997 en de crisis in Latijns-Amerika in 1998. En ook na het uiteenspatten van de internetluchtbal en na de aanslagen van 11 september in 2001: keer op keer overspoelde Greenspan de markt met liquiditeit – ofwel: goedkoop geld – door de rente fors te verlagen.
En met succes. Als voorman van de Fed moest Greenspan volgens de wet zorgen voor een zo hoog mogelijke economische groei en een zo laag mogelijke inflatie en werkloosheid. Met slechts twee korte recessies in 1991 en 2001, een forse daling van de werkloosheid en een halvering van de inflatie, slaagde het Orakel van Washington, zoals hij wordt genoemd, daar duidelijk in. Voor de economen Alan Blinder en Ricardo Reis was dat reden om deze zomer op de jaarlijkse Fed-conferentie te stellen dat Greenspan 'aanspraak maakt op de titel van de grootste centrale bankier ooit’.
Wie terugkijkt op achttien jaar Greenspan concludeert: de man houdt niet van dalende aandelenkoersen. Elke economische schok die dreigde via dalende beurskoersen zijn uitweg te zoeken naar de dagelijkse economie van werk en inkomen, werd door Greenspan kundig opgevangen. Met agressieve renteverlagingen moedigde hij de investeringen dan aan en hield zo niet alleen de Amerikaanse maar ook de wereldeconomie keer op keer overeind.
Met stijgende koersen daarentegen heeft Greenspan minder moeite. Hoewel Greenspan tijdens de aandelenhype eind jaren negentig de rente stapsgewijs verhoogde, trapte hij volgens critici als Stephen Roach, hoofdeconoom van zakenbank Morgan Stanley, onvoldoende op de rem. 'De Fed heeft de Amerikaanse economie van de ene naar de andere zeepbel gedragen,’ schrijft Roach.
En daarbij doelt Roach niet alleen op de aandelenmarkten. De geldgolven van Greenspan vonden de afgelopen jaren vooral ook hun weg naar de huizenmarkt. Waren de woningen van Amerikanen in 1995 nog zo’n 8.000 miljard dollar waard, inmiddels staat de teller op 18.000 miljard. Hoewel Nederland de afgelopen jaren heeft laten zien dat zo’n overspannen huizenmarkt niet per se met een grote klap in elkaar hoeft te donderen, is de vrees dat dat in Amerika toch zal gebeuren. Bijvoorbeeld als de historisch lage rente gaat stijgen en de Amerikanen in één klap ophouden met consumeren.
Greenspan erkent de gevaren op de huizenmarkt. In een vorige maand gepubliceerd rapport beschrijft de Fed de risico’s van Amerikanen die geld lenen met hun huis als onderpand om auto’s, computers en vakanties van te bekostigen. Opvallend genoeg staat Greenspan vermeld als een van de auteurs van het rapport, een zeldzaamheid die door de markt wordt opgevat als een waarschuwing van Greenspan voor de gevaren van de huizenmarkt.
Tijdens de jaarvergadering van het IMF was er veel aandacht voor die gevaren en het riante 'op de pof’ leven van de Amerikanen. Want wat zal er gebeuren als de Aziaten ineens het vertrouwen in de dollar verliezen en weigeren de Amerikanen nog langer van het geld te voorzien om hun consumentenfeest te financieren?
Terwijl Europa naar Amerika wijst als potentiële spelbreker op het terrein van de wereldeconomie, wijzen de Amerikanen in de richting van Europa en Azië. Die zouden het evenwicht kunnen herstellen door eindelijk eens stevige economische hervormingen door te voeren zodat ze zelf meer mogelijkheden creëren voor investeringen. Ben Bernanke, economisch adviseur van president George W. Bush en mogelijk opvolger van Greenspan, beweert zelfs dat de Amerikanen helemaal niet te veel geld uitgeven. Hij keert het probleem om: de rest van de wereld spaart te veel.
Mocht Bernanke inderdaad Greenspans plaats innemen, in februari, dan ligt daar in elk geval een rente-instrument voor hem klaar dat op scherp staat. Nadat Greenspan tussen 2001 en 2003 de geldkraan openzette en de rente fors verlaagde om de recessie te keren, is hij de afgelopen jaren flink aan het dweilen geweest. In kleine stapjes verhoogde hij de officiële rente van 1,0 naar 3,75 procent. Mocht de Amerikaanse huizenmarkt alsnog instorten, en de Amerikaanse en wereldeconomie in zijn val dreigen mee te sleuren, dan kan Greenspans opvolger het recept (renteverlaging) van zijn voorganger naar believen toepassen. In de hoop dat de rentetrap opnieuw de glijbaan blijkt te zijn die de economie aan een zachte landing helpt.
Kader bij artikel:
HOE WERKT HET RENTEWAPEN?
Een centrale bank maakt geen wetten waarin hij de rente vastlegt. Centrale banken sturen de rente in de markt met 'open markt operaties’. Door zelf actief leningen aan te bieden en op te kopen, beïnvloedt de Amerikaanse centrale bank (Fed) de rente op de markt voor kortetermijn-marktleningen. De prijs – rente – waartegen dit gebeurt, is van invloed op de prijs die banken bij hun klanten in rekening brengen. Als banken goedkoper kunnen lenen bij de centrale bank, lenen ze doorgaans ook goedkoper uit. Daarom daalt de rente voor kortlopende hypotheken als het tarief van de centrale bank daalt. De rente op de lange termijn is van veel meer factoren afhankelijk en wordt dus niet direct door de Fed beïnvloed. De Fed handelt met een select groepje van 22 grote, betrouwbare banken waaronder ABN AMRO.
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement