vrijdag 10 februari 2012

Tags

Weekblad

De hoedenmaker van Beatrix

maandag 29 mei 2006 11:26

Koningin Beatrix was zijn voornaamste mannequin. Totdat Harry Scheltens op zijn 75ste vanwege de ziekte van Parkinson moest stoppen, droeg de vorstin bij alle offi–ciële gelegenheden een fraaie hoed van zijn hand. Hun relatie dateert van 1971, toen Scheltens een proefzending hoeden naar kasteel Drakesteyn stuurde en tot zijn verrassing werd uitverkoren. Naast de Koningin telde zijn klantenkring onder anderen de prinsessen Margriet en Irene, de actrices Fien de la Mar en Ellen Vogel, zanger Ramses Shaffy en bankiersvrouw Gretta Duisenberg. In de loop der jaren heeft Scheltens meer dan 15.000 hoeden gemaakt, allemaal uniek.

Als 13-jarig jongetje maakte Scheltens zijn eerste hoed, van overgebleven lappen stof uit de heren- en jongensconfectiezaak van zijn vader in Kampen. Geboren in een streng gereformeerd milieu genoot hij in de kerk van de dameshoeden die hij vaak zelf vermaakt had, vertelt zijn zus Liesbeth (70). Hij maakte tekeningen in zijn psalmboek.

Na de kunstnijverheidsschool in Enschede begon Scheltens in 1952 bij het chique Metz in Amsterdam, eerst als modeontwerper en later op het hoedenatelier. In 1960 begon hij voor zichzelf en werd al snel een begrip. Het stoorde hem dat verkoopsters in de betere warenhuizen en modewinkels niet van de hoed en de rand wisten. 'Als iemand bij mij een hoed koopt,’ zei hij in een interview, 'dan oefenen we drie, vier keer, net zo lang totdat ze hem zelf kan opzetten.’ Op straat moest hij zich inhouden om niet voortdurend hoeden goed te zetten. En het gebeurde geregeld dat passanten zijn eigen hoed van zijn hoofd gristen en ter plekke kochten.

Scheltens was dag en nacht met zijn vak bezig, zegt Sietze Siersema (68), met wie hij 45 jaar een relatie had. 'Dat was niet steeds even makkelijk. Maar hij was altijd opgewekt en voor mij vader, moeder en minnaar in één. We waren beiden dol op wandelen en gingen vaak naar Zuid-Frankrijk voor de hele atmosfeer: de kleuren, de geuren, de mode en de mensen.’

Hoedenmaakster Gon Hoogvliet (53) heeft twaalf jaar geleden van Scheltens het vak geleerd. 'Harry was toonaangevend voor de naoorlogse hoedencultuur. Naast ambachtsman was hij echt een vormgever. In zijn werk was hij nooit dominant, geen solist. Zijn hoeden waren kunstwerken. Hij gaf vrouwen een surplus van elegantie, net dat beetje extra.’

Over zijn werk voor Beatrix was Scheltens uiterst discreet. Hij wist precies wat ze mooi vond: grote, ronde hoeden. Toen zijn trillende handen hem vier jaar geleden het werk onmogelijk maakten, stuurde Beatrix hem een hartelijk bedankbriefje: 'Ik heb grote bewondering voor de wijze waarop U Uw creativiteit en vakkundigheid altijd hebt uitgeoefend.’

De bandjes, de kantjes, de mallen, de vingerhoedjes en de speldenkussentjes: Gon Hoogvliet heeft alles van haar leermeester overgenomen. 'Zo heb ik hem altijd bij mij. Hij was een fenomeen met een vrouwelijk gevoel voor stijl en uiterlijk. En hij was een heel sociaal mens, een bourgondiër voor wie elke dag een feest was.’

Harry Scheltens overleed op dinsdag 9 mei in een verpleeghuis in Amsterdam. Hij werd 78 jaar.


advertentie