donderdag 10 augustus 2006 15:47
Op het Groningse platteland is er alle ruimte voor grootschalige hennepteelt. De oogst is vooral voor Duitsland, zegt de politie. Steeds vaker worden professionele kwekerijen ontdekt in voormalige boerderijen en schuren aan de rand van kleine dorpen. 'Het is de winstgevendheid jongen, dat kun je achter je bureau bedenken.'
Bij Oudeschip lost Nederland langzaam op in de leegte. Als de auto stilstaat aan de rand van een landweg in dit Noord-Groningse dorp, waar 270 mensen wonen, deelt de middaghitte door de geopende ruiten een welgemikte vuistslag uit. Een zwerm kleine vliegjes hangt in de lucht, aan de horizon maken windmolens loom hun omwentelingen, tussen de schaarse boerderijen staan de uitgestrekte velden groen.
Hier ging op 23 december vorig jaar een professionele hennepkwekerij met een groot aantal planten in vlammen op.
Eén mens waagt zich vanmiddag onder de zonnehemel: een oude boer werkt op het land. Of hij wist dat in de voormalige witlofkwekerij van Oudeschip wiet werd gekweekt? 'We hadden wel in de gaten dat er iets loos was, ja. Er reed hier steeds een onbekende man in zijn auto voorbij, die hij dan verderop verdekt opstelde. Hij maakte er trouwens goede sier mee: hij reed in een Pontiac.’ Volgens de boer stond het vrijstaande pand met loods al jaren leeg, toen het in 2005 door een vrouw uit het dorp werd gekocht.
Uit een onderzoek naar de brand in Oudeschip bleek dat in de loods een hennepkwekerij was gevestigd; de politie hield een 47-jarige vrouw uit Oudeschip en twee mannen (25 en 54) uit het nabijgelegen dorp Uithuizen aan. De oude boer kan zich er niet druk om maken. 'Ach, je moet er de lol een beetje van inzien.’ Dan veegt hij wat vliegjes van zijn arm, buigt zich voorover en gaat door met het schoffelen van zijn moestuin – het zweet op de rug.
In juni signaleerde het Projectbureau Veilig, dat in de gemeente Rotterdam de bestrijding van illegale hennepkwekerijen coördineert, een nieuwe trend: wietkwekers verleggen hun werkterrein van de stad naar het platteland. Utrecht, Helmond en Den Bosch maken melding van eenzelfde ontwikkeling; in Zuid-Limburg wordt al langer gesproken over de verplaatsing van kwekerijen naar dorpen.
Maar hoe is dat in de provincie Groningen, die met 80 procent landbouwgrond, een krimpende bevolking en een groot aantal leegstaande boerderijen bij uitstek geschikt lijkt voor grootschalige maar onopvallende hennepkweek? Rob Vos, divisiechef van de regionale recherche in Groningen: 'De verplaatsing uit de stad naar de ommelanden is ook hier al enige tijd aan de gang.’
In de afgelopen drie maanden heeft het Groningse platteland zelfs een kleine voorsprong genomen op de stad. Tussen 1 mei en 1 augustus 2006 zijn volgens politieberichten 28 hennepkwekerijen opgerold, 13 daarvan stonden in de steden Delfzijl, Hoogezand of Groningen. Maar de meerderheid – 15 stuks – werd ontdekt in de dorpen Farmsum en Wagenborgen, Finsterwolde en Oude Pekela, Nieuw-Beerta (tweemaal) en Warfhuizen, Noordhorn en Onstwedde, Roodeschool en Beerta, Wildervank en Kropswolde, Rasquert en Foxhol.
'We vinden steeds vaker professionele kwekerijen in voormalige boerderijen of schu–ren,’ zegt recherchechef Vos. Een bezoek aan makelaarswebsite funda.nl leert dat Groningen voor professionele hennepkwekers inderdaad een provincie met potentie is. De ideale combinatie van een landelijke ligging (lagere pakkans) en een groot vloeroppervlak (efficiënte productie) is ruimschoots aanwezig: bijvoorbeeld aan de Hondelaan in Schildwolde of de Dijkweg in Boerakker.
In 2005 was minimaal 23 procent van de opgerolde hennepkwekerijen in Groningen op landelijke lokaties gehuisvest, de afgelopen drie maanden gold dat al voor zeker 37 procent. Bovendien was het aantal planten per kwekerij – voor zover bekendgemaakt – van 1 mei tot 1 augustus op het platteland gemiddeld hoger dan in de stad.
Natuurlijk zijn er dorpsbewoners die, net als stedelingen, een bescheiden kruidentuin in hun eigen woning hebben ingericht. Zo ontdekte de politie op 8 juni van dit jaar 48 hennepplantjes in een woning aan de Parallelweg in Beerta. Maar in het buitengebied lijkt toch vooral sprake van grootschalige kweek, zoals in het Noord-Groningse Roo–deschool, waar op 30 mei in twee schuren 1.400 planten werden aangetroffen.
Uit politieberichten blijkt dat geregeld stedelingen bij de illegale praktijken op het platteland zijn betrokken. Vaak Groningers, maar in april werd bijvoorbeeld de 33-jarige beheerder van een Utrechtse coffeeshop aangehouden. Een van de verdenkingen: grootschalige wietkweek in een loods in Farmsum – bij Delfzijl.
Vertier
'Wij beheren het dorpshuis,’ zegt Jan Slob van Dorpsbelangen Oudeschip, waar eind vorig jaar een professionele hennepkwekerij in vlammen opging, als hem wordt gevraagd wat de belangrijkste activiteiten van zijn vereniging zijn. 'Met het voetballen zetten we een groot scherm neer, er wordt gekaart, en op zaterdagavond kunnen de mensen een patatje eten. Dat is het enige vertier hier.’
Over deze leegte schreven onderzoekers al in 1960 een lijvig rapport met de omineuze titel: Bedreigd bestaan, de sociale, economische en culturele situatiein Noord-Groningen. 'Een van de grootste bezwaren van de jonge mensen die het Noord-Groninger gebied verlieten, is de omstandigheid dat de streek te weinig perspectief biedt.’ Verder heeft de Noord-Groningse landbouw volgens de studie last van een 'chronische depressie’ en wordt er 'wrok en teleurstelling’ bij dorpelingen geconstateerd.
Er lijkt niet veel veranderd. Het rapport Thuis op het platteland van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) uit 2006 zegt dat in het Noorden de grootste groep Nederlanders zonder voorzieningen in hun directe omgeving woont: 11 procent heeft geen winkel, basisschool of huisarts in zijn postcodegebied. Uit cijfers van de provincie blijkt bovendien dat vorig jaar meer mensen uit Groningen vertrokken dan er nieuwe inwoners bijkwamen. Volgens het SCP is het negatieve migratiesaldo in niet-stedelijke gebieden van de noordelijke provincie zelfs 3 procent.
Omdat Groningse gemeenten doorgaans bestaan uit een groot aantal kleine kernen heeft vrijwel elk dorp een vereniging voor dorpsbelangen. Hoe denken de voorzitters over hennep in hun polder?
'Ik heb niet de indruk dat het erger wordt,’ zegt Slob van Dorpsbelangen Oudeschip.
'Het wordt steeds erger,’ zegt Jeanette van Dijken van Dorpsbelangen Roodeschool.
'Er is geen invasie van mensen uit de stad,’ zegt Aly Frik van Plaatselijk Belang Visvliet.
'De cijfers liegen niet,’ zegt Jan Wigboldus van Dorpsbelangen Garmerwolde.
In al deze dorpen zijn recent grootschalige hennepkwekerijen opgerold. Geen van de voorzitters zegt dat leegstand van boerderijen een probleem is; toch bevonden de wietfabrieken zich meestal niet binnen de dorpskern, maar in de randgebieden.
Roodeschool-voorzitter Van Dijken, over de wietkwekerij in haar dorp: 'Er werd in dat pand het een en ander vertimmerd, dus wij dachten dat de boel werd opgeknapt. In het dorp is veel zicht op elkaar, in het buitengebied niet.’ Toch hebben dorpelingen soms wel weet van illegale praktijken. 'Die kwekerij lag op het uiterste puntje van Garmerwolde. Ik kan niet ontkennen dat er in het dorp over werd gesproken. Maar één ding weet ik zeker: ík heb de politie niet getipt,’ zegt Dorpsbelangen-voorzitter Wigboldus. Volgens Frik van Plaatselijk Belang Visvliet waarschuwen dorpsbewoners de politie soms bewust niet. 'Als iemand iets doet wat niet helemaal deugt, denken mensen: ik zal me er maar niet mee bemoeien. Je weet niet wat ervan komt, straks ben je zelf de klos.’
Wigboldus is niet alleen voorzitter van Dorpsbelangen Garmerwolde, maar staat ook aan het hoofd van de Vereniging Groninger Dorpen. 'Wij behartigen de belangen van 154 dorpen. Hennepkwekerijen zijn bepaald geen speerpunt. Als mensen wiet willen telen, vind ik het best. Het is werkverschaffing voor de politie. Zo denk ik erover.’
De winst voor de plattelanders zit volgens de landbouwer niet altijd in het kweken zelf. 'Er ook zijn mensen die ruimte verhuren. Ze weten dat de huurprijs wel érg hoog is, dus gemiddeld weten ze wat ze doen. Maar als de politie komt, houden ze zich van den domme.’ Verbaasd over de opkomst van hennepkwekerijen is hij niet. 'Het is de winstgevendheid jongen, dat kun je achter je bureau bedenken. Bovendien is de gulden een euro geworden en dit schijnt goed te verdienen. Dus dat is simpel.’
Ook Frik uit Visvliet wijt het groeiende aantal kwekerijen op het Groningse platteland voor een deel aan geldproblemen bij dorpsbewoners. 'Je ziet het toch minder vaak bij mensen die goed in de slappe was zitten. Hier stond die kwekerij in een café. Zo’n kroeg kan in deze gehuchtjes moeilijk blijven bestaan, dus wordt er een nevenactiviteit bedacht. Dat is de tendens: men kan het niet meer bolwerken, dan zijn dit soort dingen makkelijk geprobeerd.’
Een andere verklaring: de lage straf. 'De planten worden weggegooid en er wordt een boete opgelegd: dat is het. Als je geluk hebt, heb je al een keer geoogst, dus dan kan zo’n boete er wel van af. En dan zeggen anderen: als het zo makkelijk is, beginnen wij ook.’
De afgelopen drie jaar werden in de provincie Groningen 547 hennepkwekerijen opgerold; 220 keer was de stroom illegaal afgetapt. In totaal werden 235.181 planten vernietigd. Uitgaande van 80 gram wiet per hennepplant (vier oogsten), een opbrengst van 2,25 euro per gram voor de kweker en een prijs van 8 euro per gram in de coffeeshop – volgens de politie nog conservatieve schattingen – vertegenwoordigen die planten een geldwaarde van ruim 150 miljoen euro. Tot 1 augustus van dit jaar zijn in de provincie volgens politieberichten 93 kwekerijen ontdekt. Deze aantallen zijn, in vergelijking met de rest van het land, niet uitzonderlijk.
Het rapport Hennepteelt in Nederland (2003) van het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen – bij gebrek aan kwalitatief vervolgonderzoek nog altijd actueel – zegt dat de Groningse wiet vooral is bedoeld voor export naar Duitsland. Volgens de politie is dat ook nu nog het geval. Of de export naar Duitsland groeit, is onduidelijk.
Wel weet recherchechef Vos dat zijn manschappen steeds vaker professionele kwekerijen aantreffen. Hij gelooft dan ook niet in armoede als verklaring voor de opmars van kwekers op het platteland. 'Zij houden zich vaak ook bezig met andere criminele activiteiten.’ Anders gezegd: in veel gevallen is sprake van georganiseerde misdaad.
Door de professionalisering wordt het voor de politie steeds moeilijker hennepkwekerijen op te sporen. Was in het verleden het nachtelijke lawaai van generatoren bijvoorbeeld een goede aanwijzing, nu wordt die geluidsbron door slimme kwekers onder de grond begraven. En als het is gelukt een kwekerij op te sporen, is vervolging van de daders nog een hele klus.
Zo is het een trend om vrachtwagens vol hennep te parkeren op een boerenerf of op de parkeerplaats van een bedrijventerrein. Als de kwekerij wordt ontdekt, zegt de verhuurder van de vrachtwagen van niets te weten. De knipploeg beweert op zijn beurt geen idee te hebben wie de geknipte toppen (de oogst) komt ophalen. Enzovoort. Vos: 'Ook op papier zijn die constructies goed afgedekt.’
Is professionalisering en betrokkenheid van de georganiseerde misdaad voor de Groningse politie reden om de opsporing te intensiveren? Vos: 'Vooralsnog blijft het bij ontmantelen. Maar geef mij een dubbele capaciteit en ik veeg de hele provincie schoon.’ Volgens de politieman krijgen zaken als mensensmokkel, terrorisme en gewapende overvallen nu eenmaal voorrang. 'Maar de hennepteelt heeft wel steeds meer onze belangstelling, onder meer omdat er zo veel zwart geld in omgaat.’
Hoewel de Groningse politie begin dit jaar voor een integrale aanpak van de wietkweek een convenant sloot met energiebedrijf Essent, gemeenten, woningbouwverenigingen en de Belastingdienst, wordt relatief weinig diepgravend onderzoek gedaan naar de organisaties achter grootschalige hennepkweek. Vos: 'Als ik een week voor een growshop ga liggen, weet ik natuurlijk veel meer. Maar dat heeft geen prioriteit.’
In een growshop kopen wietkwekers hun benodigdheden. Uit het rapport Preventieve doorlichting cannabissector (2004) blijkt dat growshophouders zelf relatief vaak betrokken zijn bij het 'faciliteren van thuisteelt’. Volgens de website van vakblad Highlife telt Nederland 275 growshops, exclusief groothandelaren (zie ook: 'Zuid-Holland aan kop’ op deze pagina). Groningen heeft er negen.
Het noordelijke platteland als grimmig stukje Nederland: Frank Westerman beschrijft het prachtig in zijn boek De Graanrepubliek (1999), over de geschiedenis van het Oldambt in Noordoost-Groningen. Aan het eind van het boek vraagt Westerman zich af: wat is er in deze streek in hemelsnaam tot bloei gekomen?
Seksboerderijen, antwoordt boer Koert Stek, alleen Nieuw-Beerta heeft er al drie. In datzelfde Nieuw-Beerta zijn door de politie in mei dit jaar twee flinke hennepkwekerijen ontmanteld. Was Westermans De Graanrepubliek in 2006 voltooid, dan had boer Stek naast de seksboerderijen nog een sector tot bloei zien komen: de illegale hennepteelt.
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement