zaterdag 26 mei 2012

Tags

Weekblad

Omslagartikel - Gezondheid: Kies uw ideale huisarts'

woensdag 30 augustus 2006 13:22

Nederlanders switchen zelden van huisarts, zelfs niet als ze ontevreden zijn. Toch worden de mogelijkheden om een betere dokter te vinden steeds groter. Plus: vijf patiënten over hun ideale arts en hoe ze die vonden.

Ondraaglijke pijnscheuten midden in de nacht en de eigen huisarts is onbereikbaar: het is een spookbeeld dat helaas maar al te vaak waarheid wordt. Tot overmaat van ramp heeft de waarnemer geen zin om te komen; die verwijst voor een pijnstiller naar de dienstdoende apotheek – kilometers verderop. Ten einde raad gaat u, krom van de pijn, naar de spoedeisende hulp van het ziekenhuis. Daar blijkt dat het om galstenen gaat.

Ben u nog wel tevreden over uw huisarts? Of heeft u zo langzamerhand zoveel slechte ervaringen dat u liever een andere zoekt?

Zelf een eigen huisarts kiezen: kan dat wel, zult u zich vermoedelijk afvragen. Het antwoord is: ja. Het gaat nog niet zo gemakkelijk als het kiezen van een zorgverzekeraar tegenwoordig, maar met enige volharding is er meer mogelijk dan u denkt.

Vraag het de Nederlander en de meerderheid zal waarschijnlijk zeggen dat hij graag zelf zijn huisarts zou kiezen. Want de eigen dokter is lang niet altijd de ideale huisvriend die u zich wenst. Hij kent u bijvoorbeeld amper, laat staan dat hij altijd snel te spreken is. De telefoon in de praktijk is constant bezet. De doktersassistente is kortaf, en weigert u door te verbinden. Zij kan niet bij uw dossier. En bent u eenmaal in de wachtkamer, dan moet u vooral veel geduld opbrengen.

Of uw huisarts belt nooit eens uit zichzelf op om te vragen hoe het gaat. Hij luistert onvoldoende naar uw – serieuze – klacht. U voelt zich niet senang bij hem. Klein leed, wie heeft het niet ervaren.

Niet alleen vervelende ervaringen hoeven trouwens aanleiding te zijn om van huisarts te willen veranderen. Als vrouw kunt u bijvoorbeeld best tevreden zijn met uw mannelijke huisarts; maar ideaal is het niet. Ergens heeft u toch liever een vrouwelijke dokter.

Opstappen
Maar switcht u ook als u een andere huisarts wilt? Meestal niet. De meeste Nederlanders blijven desnoods mokkend bij hun dokter. Al was het maar omdat wie ziek is, niet meteen aan opstappen denkt. Wie ziek is, wil zo snel mogelijk beter worden. Ergernis krijgt pas de overhand als de arts u of een van uw naasten bijvoorbeeld te laat doorverwijst naar de specialist. Dan is het kwaad vaak al geschied.

Het kan anders. Want al is het een gedachte waaraan veel Nederlanders – inclusief veel huisartsen zelf – moeten wennen: switchen mag. U kunt iets doen als u zich onbegrepen, genegeerd of gekleineerd voelt. U kunt opstappen en op zoek gaan naar uw ideale huisarts.

De barrières op die weg waren in het verleden hoger dan tegenwoordig. Zoveel uiteenlopende dokters waren er immers niet. Oudere, mannelijke huisartsen die in hun eentje praktijk voerden – met hun echtgenote als achtervang – waren in de meerderheid. Overstappen naar een dokter elders in het dorp of in de wijk was not done. Dat kwam doordat de dokter veel aanzien genoot en bijna almachtig was. Dat gezag tastte je niet aan, als eenvoudige patiënt. Bovendien werden er doelbewust te weinig artsen opgeleid om de spoeling dun, het inkomen hoog en de keuzemogelijkheden minimaal te houden. Alleen wie verhuisde kon op zoek naar een andere huisarts, en dan alleen in de eigen wijk. Niet daarbuiten, want voor een spoedje wilde de dokter toen al niet te ver rijden. Ook hielden de huisartsen er een onderlinge erecode op na die overstappen vrijwel onmogelijk maakte.

In 2006 waait er een andere wind. De burger eist zijn rechten op, en de overheid steunt hem daarin. Zeker als het om zijn eigen gezondheid gaat, wordt de consument geacht zelf meer verantwoordelijkheid te nemen. Maar wie verantwoordelijk wordt gemaakt, wil ook kunnen kiezen, zelf de vrijheid hebben om te bepalen of de huisarts wel de juiste persoon is op de juiste plek.

Deze vrijheid veronderstelt marktwerking, zodat er ook meer te kiezen valt in de gezondheidszorg. En wat dat betreft is er ook aan de aanbodkant veel verbeterd in vergelijking met vroeger. Er studeren meer huisartsen af, de meeste zijn vrouwen die in deeltijd willen werken. Dokters stoten taken af. Zij hebben praktijkondersteuners in dienst genomen voor de hulp aan chronische patiënten. En ze werken vaker samen met andere hulpverleners, zoals fysiotherapeuten en psychologen, of met andere dokters in groepspraktijken en gezondheidscentra.

Afwisseling
Anders gezegd: er ontstaat voor de consument van gezondheidszorg meer afwisseling en keuze. Zie de interviews met patiënten die hun ideale huisarts zochten en vonden elders op deze pagina’s. Wie de waarnemer prettiger vindt dan zijn eigen huisarts, kan net als bij de tandarts zonder veel omhaal van woorden overstappen. (zie 'Vorige dokter belde nooit eens op’ op pagina 22).

Daar komt bij dat de kwaliteit van de Nederlandse huisartsen stijgt. Er zijn protocollen ontwikkeld voor zo’n tachtig behandelingen. Daardoor wordt een griep in Leeuwarden op dezelfde manier behandeld als in Heerlen. Ook is er sinds 2005 een nieuw keurmerk voor huisartsen van het Nederlands Huisartsengenootschap dat niet eenvoudig te verkrijgen is.

Het gevolg is dat de consument steeds beter onderscheid kan maken tussen goede dokters en huisartsen die niet deugen. Al zal hij zich natuurlijk zelf goed moeten oriënteren door met andere patiënten te praten en een kijkje te nemen in de keuken van de beoogde nieuwe dokter (zie voor meer tips bij het vinden van de ideale huisarts: 'Hoe vind ik een andere?’ op pagina 20).

Ook anderszins staat de consument sterker dan vroeger door veranderingen in het aanbod. Wie liever de vrouwelijke dan de mannelijke arts in de duo-praktijk als vertrouwensfiguur wenst, kan dat tegenwoordig gerust zeggen. Bovendien zijn er tegenwoordig internetdokters. Deze stellen diagnoses op afstand, maar ook zij verwijzen bij onraad meteen door naar de specialist. Zij worden door de overheid erkend en de zorgverzekeraars vergoeden het consult.

'Formeel kan iedereen zijn eigen dokter kiezen,’ zegt huisarts Johan Reesink (54). 'Maar er zijn beperkingen. Dat komt onder andere doordat er tot voor kort niet genoeg huisartsen waren.’ Samen met zijn echtgenote heeft Reesink een duopraktijk in Tiel. Daarnaast is hij secretaris-penningmeester van de Landelijke Huisartsen Vereniging. Reesink: 'In het verleden mocht je blij zijn als je een eigen dokter had. Vrijelijk veranderen was er al helemaal niet bij.’

De trend is, beaamt Reesink, dat het aantal ondernemende en geëngageerde huisartsen toeneemt. Daarvan zijn vele voorbeelden te geven. Dokters die andere dokters in dienst nemen. Huisartsen die vrijwel aan de lopende band groepspraktijken opzetten. Huisartsen die laagdrempelige diagnostische centra oprichten, waar dokters hun patiënten heen sturen voor echo’s, röntgenfoto’s of gynaecologische onderzoeken (zie 'Vooral voor ouderen ideaal’ op pagina 23).

Switchen
Desondanks blijven er nog veel factoren die het switchen bemoeilijken. Dat heeft deels met de burgers zelf te maken; niet iedere Nederlander is mondig genoeg om een andere dokter te kiezen. Een nieuwe huisarts is bovendien iets anders dan een andere telefonie- of energieleverancier, of een nieuwe zorgverzekeraar. Als het om uw gezondheid gaat, draait het om vertrouwen, dus om een gedurende lange tijd opgebouwde relatie met de eigen familiearts. Daar komt bij dat de meeste van de 8.400 praktiserende huisartsen nog altijd niet staan te trappelen om over de rug van de collega-buurman nieuwe patiënten te winnen. Zoveel marktwerking is er dus nog niet in de zorg.

'Een nieuwe huisarts is niet eenvoudig te krijgen. Er is weinig informatie. Je denkt al gauw: die om de hoek is handig,’ zegt Iris van Bennekom (44), directeur van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie in Utrecht, de overkoepelende patiëntenlobby. Veranderen van huisarts is in haar ogen nog steeds problematisch: 'Niet de zorgverzekeraars, maar sommige huisartsen hinderen de vrije keuze.’ Met andere woorden: de voorlopers en vernieuwers onder de huisartsen staan er voor open, maar veel huisartsen hebben nog altijd moeite met een mondige patiënt.

Toch is er hoop. Want er heeft zich een opmerkelijke omslag voltrokken. Het voorspelde huisartsentekort is uitgebleven, en het eigenlijke werk van de arts – de patiëntenzorg – is verlicht. Veel oudere dokters zijn niet met pensioen gegaan. Zij stellen hun praktijken weer open voor nieuwe patiënten. Sneller dan verwacht passen de artsen zich aan de marktsituatie aan. In feite doen zij precies wat het ministerie van Volksgezondheid had gehoopt: ze stoten taken af en werken efficiënter. Uit een onderzoek dat Peter Lagendijk en Elsevier eerder dit jaar deden, blijkt dat de huisarts nog wel de nodige grieven heeft, maar ook dat hij ein slaagt zijn werk beter te organiseren (zie 'Huisarts positief over de toekomst’ op pagina 20). Voor de kritische consument is dat goed nieuws.

Achterhaald
'Huisartsen zijn hun bestaan aan het hervormen teneinde dit veilig te stellen,’ zegt Robert Mol (51), gepromoveerd huisarts, in deeltijd werkzaam in een groepspraktijk te Capelle aan den IJssel en tevens e-maildokter. Volgens Mol verandert de rol van de huisarts snel. 'Mensen kopen hun eigen stikstof om wratten weg te halen. Vrouwen kunnen thuis een uitstrijkje maken. Wie garandeert dat de patiënt dan zijn dokter trouw blijft?’

Nog altijd is het zo dat iemand die van Rotterdam naar Amsterdam verhuist, zich in Amsterdam moet inschrijven bij een nieuwe huisarts. Dat heeft te maken met afspraken over de bereikbaarheid en de spoedhulp. 'Dat idee is achterhaald,’ zegt Mol. 'Het hoort zo te zijn dat je de huisarts krijgt die bij jou past.’

Misschien is het kiezen van een huisarts in eerste instantie alleen weggelegd voor een kleine groep. Maar de ervaringen met de telefonie en bij de zorgverzekeraars leren dat het altijd begint met een kleine groep, die daarna groter wordt. Eerst is er terughoudendheid. Daarna komt meestal het enthousiasme. Want zelf kiezen hoort bij deze tijd. Patiënten zíjn mondiger, ze verdiepen zich vaker dan vroeger in hun situatie – en treden zelf op als doktert. Logisch dat ze steeds vaker willen shoppen naar een arts die hen wél serieus neemt.

Daar komt bij dat de ouderwetse solist geleidelijk wordt vervangen door dokters die in grotere verbanden optreden. Juist zij zijn flexibeler, klant- en marktgerichter dan voorheen. Zij voelen de tijdgeest goed aan. Met andere woorden: de mogelijkheden voor de patiënt nemen toe – en dat is hoopgevend.

Reesink, van de Landelijke Huisartsen Vereniging: 'De consument kan in de toekomst makkelijker de dokter kiezen die hem zint. Doordat huisartsen meer samenwerken, worden binnen één praktijk de taken opgesplitst. De ene arts is goed in suikerziekte, de ander in astma. Man of vrouw: het hoeft niet altijd de eigen arts te zijn.’

Hoe meer smaken, hoe meer keuze. Daar heeft de patiënt alleen maar baat bij. Dan moet hij die kans ook benutten door van dokter te durven switchen. En voor de komende minister van Volksgezondheid ligt er een mooie klus: stimuleer de huisartsen die de nog bestaande barrières willen slechten. En vertel de anderen dat overstappen tegenwoordig heel gewoon zou moeten zijn.

Op zoek naar een andere dokter? www.elsevier.nl/huisarts


Kaders bij artikel:

HUISARTS POSITIEF OVER DE TOEKOMST
Dokters klagen wel over harder werken en papierberg, maar ze hebben ook meer zelfvertrouwen en willen vaker samenwerken

De Nederlandse huisarts is niet langer boos, zoals in 2005 nog het geval was. Toen staakten de huisartsen massaal omdat ze verbolgen waren over de nieuwe zorgverzekeringsplannen van minister van Volksgezondheid Hans Hoogervorst (VVD). Het goede nieuws is dat de huisarts meer zelfvertrouwen heeft en positief is over zijn toekomst.

Tegelijk is er veel verdriet en ergernis in de beroepsgroep. Bijna een op de drie dokters heeft minder plezier in zijn werk; althans zij vinden het vooral vervelend dat ze zoveel formulieren moeten invullen.

Dit zijn enkele conclusies uit de peiling onder huisartsen van Elsevier en beleidsadviseur Peter Lagendijk die in het tweede kwartaal van 2006 is gehouden. De raadpleging maakt deel uit van het onderzoek naar 'De Beste Ziekenhuizen’ dat eind september 2006 in Elsevier wordt gepubliceerd.

Het is een herhaling van een peiling in 2004. Toen was het beeld somberder en dat bleek later ook wel uit de stakingen en hevige protesten tegen de zorgverzekeringswet. Die negatieve trend lijkt gekeerd.

Werklast
De taak van de huisarts is verzwaard, stelt de helft van de 330 informanten. Vergeleken met 2004 moest er een schepje bovenop worden gegooid. Dit levert een langere werkweek op, meldt tweederde. Bijna alle huisartsen – 94 procent – storen zich aan de vele onbezoldigde administrerende en registrerende werkzaamheden. Drie van de tien dokters hebben minder plezier in het werk. Onderzoeker Lagendijk: 'Huisartsen klagen over toegenomen drukte met de verplichting elke stap te moeten verantwoorden.’

Inkomen
Het huisartsenverzet had tot resultaat dat het tarief voor op naam ingeschreven patiënten steeg naar 52 euro per persoon per jaar, en de vergoeding voor een consult naar 9 euro. Blijkbaar onvoldoende: eenderde meldt juist dat het inkomen is gedaald.

Zorgstelsel
De artsen plaatsen vraagtekens bij het zorgstelsel dat in 2006 is ingevoerd. Het bezorgt 83 procent van de ondervraagden extra werk. Maar 5 procent vindt het nieuwe stelsel beter dan het oude. Dat het verschil tussen het ziekenfonds en de particuliere verzekeraars is opgeheven, wordt toegejuicht, maar een kwaliteitsimpuls wordt er niet van verwacht. Tweederde van de dokters blijft onverminderd wantrouwend tegenover de zorgverzekeraars. Gevreesd wordt dat het stelsel de zorg alleen maar duurder maakt.

Politiek
Er bestaat toenemende sympathie voor linkse, oppositionele partijen. Eenderde van de huisartsen opteert voor de SP, 22 procent voor de PvdA en 9 procent verkiest GroenLinks. Liefst 85 procent van de ondervraagden wil dat minister Hoogervorst opstapt.

Toekomst
Hoopgevend is het positieve toekomstbeeld. Vier van de vijf dokters verwachten dat de Nederlanders ook over tien jaar huisartsenzorg hebben. Het huisartsloze tijdperk waarvoor in 2004 werd gewaarschuwd, lijkt afgewenteld. Als alle wensen worden vervuld, zal straks tweederde van de huisartsen in een groepspraktijk of gezondheidscentrum werken. Dat is gunstig voor het financiële draagvlak van de praktijken. Lagendijk: 'Gemeenten zijn toeschietelijker als allerlei zogeheten eerstelijnsdiensten onder één dak verenigd zijn.’


ZO BLINKT UW DOKTER UIT

  • Hij is gemakkelijk bereikbaar; de telefoon is nooit in gesprek;
  • U kunt snel een afspraak maken (dezelfde dag/ volgende dag);
  • Assistente is attent aan telefoon en balie;
  • De huisarts is uw gids: hij reageert adequaat en verwijst u snel door als het nodig is;
  • Hij kent uw ziektegeschiedenis en komt als dat nodig is op huisbezoek;
  • De dokter volgt de erkende standaarden, maar wijkt daar gemotiveerd vanaf;
  • Hij stimuleert zelfmanagement patient en werkt goed samen met andere zorgverleners;
  • Er is een praktijkondersteuner voor chronisch zieken;
  • Praktijk heeft avond- of terugbelspreekuur;
  • Heeft goed voorlichtingsmateriaal.

 

HOE VIND IK EEN ANDERE?

  • Kies een huisarts zo dicht mogelijk bij huis;
  • Orienteer u. Praat met andere patienten; het gaat om vertrouwen;
  • In de regel zult u kiezen voor een huisarts in uw wijk of dorp. Maar uitzondering op die regel is mogelijk; maak dan goede afspraken over bereikbaarheid en spoedhulp.
  • Neem een kijkje in de keuken, voer eerst een kennismakingsgesprek;
  • Kijkt de dokter u aan tijdens het consult?
  • Het moet klikken: spreek een evaluatiegesprek af na een halfjaar;
  • Hoe is de telefonische bereikbaarheid?
  • Is een e-mailconsult mogelijk, heeft de praktijk een internetsite?
  • Is de praktijk schoon en prettig ingericht?
  • Bevalt de dokter u niet, vertel 'm dat eerlijk.


advertentie