woensdag 11 oktober 2006 14:35
Winst en verlies in de strijd tegen de kwakzalverij. Eerst de tegenslag. Het Openbaar Ministerie heeft besloten om het medium Jomanda, drie alternatieve genezers plus een zouttherapeut niet te vervolgen in verband met de dood van Sylvia Millecam. Even ter opfrissing, de actrice overleed in 2001 aan borstkanker. Tot op zekere hoogte was dat haar eigen schuld. Ze was eigenwijs en moest niets hebben van de reguliere geneeskunde en chemotherapie.
Maar de alternatieve artsen die haar behandelden, hebben haar wel gesterkt in haar ideeën. Jos Koonen, een van de drie alternatieve genezers, liet een merkwaardig magnetisch apparaat, 'Lotje’ geheten, op Millecam los en meldde haar dat 'Lotje’ geen tumor zag. Alternatieve arts René Broekhuyse paste een al even onbewezen analyse-instrument – de zogeheten 'Vega-test’ – op Millecam toe en zei ook dat er geen sprake was van kanker. Idem voor Jomanda.
Eerder veroordeelde het regionaal tuchtcollege in Amsterdam de alternatieve genezers. Broekhuyse werd voor het leven geschorst, zijn voormalige collega’s Erik Dankmeijer en Jos Koonen mochten respectievelijk een half en een heel jaar hun beroep niet uitoefenen. Maar het Openbaar Ministerie heeft dus niet doorgezet. Klaarblijkelijk wilde het voorkomen wat eerder gebeurde bij Robert Trossèl. Die werd in 1997 door een regionaal tuchtcollege veroordeeld tot een jaar schorsing. Daartegen ging de Rotterdamse genezer in beroep. Het vonnis werd in 1999 vernietigd en Trossèl glorieus vrijgesproken.
Dan nu het goede nieuws. De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft vorige week bepaald dat Trossèls Preventief Medisch Centrum in Rotterdam minstens een week met stamceltherapie moet stoppen. De directe aanleiding daartoe was dat een Engelse multiple-sclerosepatiënt, door Trossèl ’s mid- dags behandeld, ’s avonds moest worden opgenomen wegens ernstige allergische reacties.
Trossèl past in een lange rij kwakzalvers: Moerman, Defares, Jomanda, Broekhuyse, Adelbert Nelissen, Connie Breukhoven, enzovoorts. Wie door het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij bladert, schrikt zich een rolberoerte. Is dit een beschaafd, rationeel land? Een land waar artsen hun patiënten meenemen naar de bergen van Macedonië, waar ene mevrouw Shinka 'ver voorbij de pijngrens’ gaat bij het kraken, een land waar het radioprogramma De Ochtenden reclame maakt voor het eten van tarwekiemgras als therapie tegen kanker?
Verklaring nummer één, niet alleen geldend voor Nederland, is dat de geneeskunde een lange geschiedenis heeft van kwakzalverij. Eeuwenlang schreven artsen duivendrek en kikkerspuug voor tegen allerlei kwalen en bekwaamden zich in piskijken en fluimvorsen. Pas sinds enkele decennia probeert de geneeskunde via een wetenschappelijk beproefde aanpak te bewijzen of een bepaalde behandeling wel of niet helpt.
Daarbij komt dat artsen slecht thuis zijn in de wetenschappelijke methode. Zoals prof.dr. Henk Timmerman, emeritus-hoogleraar farmacochemie en bestuurslid van de Vereniging tegen de Kwakzalverij graag zegt: 'De medische studie is een beroepsopleiding, geen wetenschappelijke studie.’ Daarbij komt dat de geneeskunde bij veel ziekten met lege handen staat. Tegen kanker, virusziekten en kwalen die in de hersenen zetelen, heeft ze weinig te bieden. En van het lichaam wordt nog steeds meer niet dan wel begrepen.Daardoor ligt een terrein braak voor onbewezen therapieën die veel beloven. Een deel van die beloften kan ook worden waargemaakt, dankzij het zogeheten placebo-effect. Bij veel ziekten geldt dat wat er ook wordt voorgeschreven – al is het duiven-drek –, als het gebeurt door iemand in een witte jas, die serieus naar klachten luistert, altijd ongeveer eenderde van de patiënten opkikkert.
Dat alles wordt versterkt door de afkeer die veel mensen hebben van chemotherapie, de behandeling van kanker met agressieve chemische stoffen. Inmiddels is deze veel beter te verdragen, maar de alternatieve genezers hebben er onmiskenbaar de wind door in de zeilen gekregen.
Dan nu specifiek Nederlandse verklaringen. Zo zit er een gat in de Wet Beroeps-uitoefening Individuele Gezondheidszorg. Huisartsen en specialisten moeten zich voortdurend opnieuw bewijzen om hun vergunning te behouden. Maar veel alternatieve artsen zijn basisarts: ze hebben zich niet tot specialist of huisarts bekwaamd. Deze basisartsen hoeven niets te doen om hun titel te behouden en kunnen volledig verwijderd raken van hun oorspronkelijke opleiding.
Een tweede verklaring is dat zowel de media als de politiek altijd op de hand van de alternatieve genezers zijn geweest. Talloos zijn de televisieprogramma’s waarin dubieuze artsen hun omstreden therapieën mogen toelichten.
En dan de politiek. Naar de duivenvoertherapie van Moerman zijn vier officiële onderzoeken geweest, gefinancierd met belastinggeld. Pogingen om de chelatietherapie te verbieden, werden onder druk van de Tweede Kamer teruggedraaid. Diezelfde druk heeft ertoe geleid dat homeopathie jarenlang in het ziekenfondspakket zat.
D66-voorman Hans van Mierlo – voormalig minister, erkend intellectueel zwaargewicht – heeft eens een motie ingediend waarin hij erop aandrong dat acupunctuur in de reguliere artsenstudie zou worden opgenomen.
Tja, zo krijgt elk land de artsen die het verdient.
Kader bij artikel:
HEDENDAAGSE KWAKZALVERIJ
Vijf (on)gevaarlijke therapieën
Celtherapie: Injecties met gemalen lammerembryo’s. Ter verjonging. Gevaarlijk vanwege de afweerreacties.
Chelatietherapie: Het schoonmaken van de bloedvaten met een zogeheten chelatimiddel. Niet gevaarlijk, wel zinloos.
Ozontherapie: Bloed afnemen, dat met ozon behandelen en vervolgens weer inspuiten. Gevaarlijk.
Homeopathie: Kwalen bestrijden met een enorm verdund middel dat de kwaal veroorzaakt. Ongevaarlijk maar zinloos.
Stamceltherapie: Injecties met cellen uit navelstrengbloed bij neurologische ziekten zoals alzheimer. Onbewezen en gevaarlijk vanwege mogelijke tumorvorming.
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement