woensdag 18 oktober 2006 14:22
Voor zakendoen met foute regimes draaien ze hun hand niet om. De afgelopen jaren profiteerden onafhankelijke tussenhandelaren als het in opspraak geraakte Trafigura en de al even besmette Nederlander John Deuss van oplopende olieprijzen en dreigende schaarste. In de internationale oliehandel kan niemand om ze heen.
Gehaaide jongens zijn het, de oliehandelaren die het liefst in de schaduw van grote concerns als BP en Shell opereren. Maar dat laatste lukt niet zo goed meer. Tegen John Deuss bijvoorbeeld, de Nederlander die een deel van zijn miljardenvermogen aan de oliehandel heeft te danken, werd eind afgelopen week op Bermuda gearresteerd. Hij wordt verdacht van belastingfraude via een aantal banken.
Ook het schandaal rond de olietanker Probo Koala, die medio augustus een lading giftig afval in Ivoorkust dumpte, heeft de tussenhandelaren volop in de schijnwerpers gezet. De reputatie van Trafigura, huurder van de Probo Koala, was al niet smetteloos. Afgelopen mei werd het bedrijf in de Verenigde Staten veroordeeld wegens betrokkenheid bij het doorverkopen van 500.000 vaten olie uit Irak in 2001. De olie werd buiten het olie-voor-voedselprogramma van de Verenigde Naties verhandeld. Het bedrijf bood Iraakse olie onder valse voorwendselen in de Verenigde Staten aan. De rechter in Houston legde Trafigura een boete op van 18 miljoen dollar (15 miljoen euro).
De ophef over de deals met de voormalige Iraakse dictator Saddam Hoessein waren voor het Amerikaanse zakenblad Business Week afgelopen jaar al reden om Trafigura te scharen onder de Rich Boys – de groep onafhankelijke oliehandelaren die het vak hebben geleerd van de van oorsprong Amerikaanse vrijbuiter Marc Rich. In de jaren zeventig en tachtig pionierde Rich als tussenhandelaar in Iran, Libië en Zuid-Afrika, landen die destijds te maken hadden met internationale sancties. Rich vluchtte in 1983 naar Zwitserland, nadat hij in de Verenigde Staten was aangeklaagd voor onder meer ontduiking van de handelsboycot met Iran.
Ethiek
In 1993 zetten de Franse Rich Boys Claude Dauphin en Eric de Turckheim Trafigura op. Over de breuk met Rich zei financieel directeur De Turckheim afgelopen maand in de Franse krant Le Monde: 'Dat we uit elkaar zijn gegaan, is omdat hij weigerde winst en zeggenschap te delen. Ethische overwegingen speelden geen rol.’
Trafigura werd opgezet als een private onderneming waarin de belangrijkste handelaren mede-aandeelhouder konden worden. Om fiscale redenen is het bedrijf gevestigd in Amstelveen, maar het eigenlijke hoofdkantoor staat in het Zwitserse kanton Luzern.
Net als Rich hebben de bazen van Trafigura zich nooit veel beperkingen opgelegd in de keuze van handelspartners. Met politieke pariastaten als Sudan en Angola werd gewoon zaken gedaan. In de jaren negentig was de olie uit dergelijke landen niet echt nodig om West-Europa en Noord-Amerika van voldoende brandstof te voorzien. Eind 1998 bereikte de olieprijs een dieptepunt van 10 dollar per vat en pompten landen als Saudi-Arabië, Koeweit, Nigeria, Venezuela en Indonesië voldoende olie op om in de mondiale brandstofbehoefte te voorzien.
Dat veranderde toen de olieprijs vanaf 2001 snel begon te stijgen. China ontpopte zich als veelvraat van olie en gas. De bloedige nasleep van de oorlog in Irak maakte de olietoevoer uit dat land onzeker. Bovendien werd steeds duidelijker dat de grote olievelden in de Noordzee en de Verenigde Staten uitgeput raken.
Echte olietekorten zijn er de afgelopen vijf jaar niet geweest, maar de dreiging van krapte op de markt heeft Trafigura en andere traders een sleutelpositie bezorgd in de internationale oliehandel. Want als elke druppel telt, komt ook politiek incorrecte olie, linksom of rechtsom, in China of in het Westen terecht.
Van de onafhankelijke oliehandelaren is het bedrijf Glencore de grootste. Tot 1993 was Rich grootaandeelhouder, maar in dat jaar kocht het management van Glencore Rich uit. Naast Glencore en Trafigura is ook het in Rotterdam gevestigde Vitol een grote tussenhandelaar, maar die onderneming heeft geen historische banden met Rich.
Hoe schimmig ze ook opereren, de bedrijven zijn groter dan menig beursgenoteerd concern. In de internationale oliehandel kan niemand om ze heen. Afgelopen jaar boekte Glencore een omzet van 77 miljard euro. Vitol kwam uit op 69 miljard euro, Trafigura op 24 miljard euro. Voor Vitol en Trafigura komt dit neer op respectievelijk een ruime verdubbeling en een verdrievoudiging van de omzet sinds 2001. Vitol meldt op zijn website dat het in 2005 82 miljoen ton ruwe olie verscheepte. Dat komt overeen met ruim 3 procent van de mondiale export. Trafigura en Glencore verstrekken geen gedetailleerde cijfers over handelsvolumes. Afgaande op de omzetcijfers komen de drie bedrijven samen op een aandeel van 7 à 8 procent van de wereldwijde oliehandel.
Tussenhandelaren als Trafigura zijn niet in de hele olieketen actief, maar kopen ruwe olie bij producenten in het Midden-Oosten, Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Die olie verkopen ze door aan raffinaderijen in geïndustrialiseerde landen. Zo komt ook 'foute’ olie uit corrupte en dictatoriale Afrikaanse landen bij westerse en Chinese consumenten terecht. Daarnaast handelen Trafigura en soortgenoten in bijproducten zoals stookolie en naphta. De tankers waarmee olieproducten worden vervoerd – zoals de Probo Koala – zijn geen eigendom van de tussenhandelaren, maar worden gehuurd van rederijen.
Snelle winst
In de affaire rond de Proba Koala gaat de beschuldigende vinger uit naar de vrije jongens in de oliehandel, altijd tuk op snelle winst. Trafigura beleeft in elk geval het grootste publiciteitsschandaal uit zijn dertienjarig bestaan. Directeur Claude Dauphin, die afgelopen maand naar Ivoorkust reisde om opheldering te geven, is op 16 september opgepakt op last van de Ivoriaanse justitie.
Het onderscheid tussen goede en foute olie blijft niettemin lastig te trekken. Saudi-Arabië voldoet bijvoorbeeld niet aan westerse opvattingen over democratie, maar is een onmisbare olieleverancier voor Europa en de Verenigde Staten. Met elke tank die westerse automobilisten volgooien, wordt uiteindelijk een fractie van de vrouwenonderdrukking in het Midden-Oosten, de genocide in Darfur en de volgende terroristische aanslag gefinancierd. Dat blijft zo, totdat het Westen echt afkickt van zijn olieverslaving.
Kaders bij artikel:
DE LEERLINGEN
Claude Dauphin en Eric de Turckheim
Sinds medio september zit de Fransman Claude Dauphin (55), mede-oprichter en directeur van Trafigura, in een Ivoriaanse gevangenis. Trafigura wordt door de Ivoriaanse autoriteiten verantwoordelijk gesteld voor de dump van een lading giftig afval op 19 augustus in de havenstad Abidjan. Als Dauphin wordt veroordeeld, kan hij twintig jaar cel straf krijgen.
Dauphin en zijn kompaan Eric de Turckheim (56) worden gezien als leerlingen van Marc Rich. Ze werkten jarenlang voor hem. Dauphin wordt in 1989, op zijn 39ste, hoofd van de olieafdeling van Rich. Ook De Turckheim werkt op dat moment voor het bedrijf van Rich.
In 1993 besluiten Dauphin en De Turckheim het concern van Rich te verlaten. Samen richtten ze in 1993 de nu in opspraak geraakte grondstoffenhandel Trafigura (letterlijk: 'tussenpersoon’) op. Volgens Graham Sharp, directeur van Trafigura in Londen, lagen 'fundamentele verschillen in de opvattingen over zakendoen’ ten grondslag aan de breuk met Rich.
Tegenover Franse media heeft De Turckheim echter opgemerkt dat ethische verschillen helemaal geen rol speelden. Rich zou vooral hebben geweigerd voldoende winst en zeggenschap te delen. Het moederbedrijf Trafigura Beheer is officieel gevestigd in Amstelveen. In 2005 had het een omzet van 24 miljard euro.
DE GODFATHER
Marc Rich
Lange tijd was multimiljardair Marc Rich de meest gezochte witteboordencrimineel van de Verenigde Staten. Totdat Bill Clinton op 20 januari 2001, op de laatste dag van zijn presidentschap, hem ineens amnestie verleende.
Rich (71), van joodse afkomst en geboren in Antwerpen, vluchtte in de Tweede Wereldoorlog met zijn ouders naar de Verenigde Staten. Na zijn studie ging hij aan de slag bij een handelsmaatschappij in grondstoffen en specialiseerde zich in handelsrechten.
In 1973 besloot Rich, samen met een partner, voor zichzelf te beginnen. Om direct de juiste contacten te leggen, kochten de twee, blijkt uit een recente publicatie over Rich in zakenblad Business Week, een huis in Zuid-Frankrijk. Dat zouden ze hebben volgestopt met Parijse prostituees, waarna ze oliehandelaren uit alle windstreken invlogen en op hun kosten een week lieten vermaken. Sindsdien hadden Rich en zijn partner de oliecontracten die ze wilden hebben.
Rich was niet te beroerd om te handelen met Iran tijdens de gijzelingscrisis, met Zuid-Afrika tijdens het apartheidregime en met Cuba en Libië gedurende de Amerikaanse handelsembargo’s. In 1983 vluchtte Rich naar Zwitserland, nadat hij werd aangeklaagd voor onder meer afpersing, handel met de vijand en belastingontduiking, in theorie goed voor 300 jaar celstraf. De bedrijven van Rich werden schuldig bevonden en betaalden uiteindelijk zo’n 200 miljoen dollar aan boetes en belastingen.
In 1993 verkocht de tegenwoordige filantroop Rich zijn belang in het bedrijf dat hij in 1974 oprichtte. Glencore International, zoals het nu heet, is gevestigd in Zwitserland. Het handelsbedrijf in metaal en olie zette vorig jaar liefst 77 miljard euro om.
DE NEDERLANDER
John Deuss
Het leven van de Nederlandse oliemiljardair Jan (John) Deuss (1942) zit vol turbulente episodes. De tegenwoordig in Bermuda woonachtige Deuss begint zijn zakelijke carrière in de jaren zestig als autohandelaar. Zijn bedrijfjes gaan stuk voor stuk op de fles. Tot hij in de oliehandel stapt. In 1970, hij is dan 28 jaar, heeft Deuss met zijn bedrijf JOC Oil (John’s Own Company) kantoren in Londen, Tokio en New Jersey, en een tankermaatschappij in Griekenland.
Eind jaren zeventig raakt Deuss in opspraak als hij voor 100 miljoen dollar olie van de Russen afneemt, maar niet betaalt. Via internationale gerechtshoven proberen de Russen compensatie te krijgen. Als hij in Moskou de boel met de Russen probeert te schikken, pakken ze zijn paspoort af, en dwingen hem een schuldbekentenis te tekenen. Hij weet het land te ontvluchten via de Nederlandse ambassade.
Naast het Russische avontuur komt Deuss ook in opspraak vanwege de levering van olie aan Zuid-Afrika. Handeldrijven met een apartheidsregime is omstreden door de boycot van de Verenigde Naties. Maar het levert Deuss door de commissies die de Zuid-Afrikanen betalen, een hoop geld op.
In 1985 wordt een aanslag gepleegd op zijn kasteeltje in Berg en Dal, bij Nijmegen. Een anti-apartheidsgroepering eist de bomaanslag op. Deuss besluit te verhuizen naar het Caribische eiland Bermuda. Daar heeft hij een kapitale villa, een enorm jacht en een Gulfstream privéjet (hij had er ooit twee). In de Verenigde Staten bezit hij een skigebied.
Sinds enkele weken is Deuss weer in het nieuws. Met zijn banken Bermuda Commercial Bank (BCB) en First Curacao International Bank (FCIB) zou hij voor miljarden de Britse belastingdienst hebben misleid. Vorige week vrijdag werd Deuss opgepakt op Bermuda. Justitie in Nederland wil hem graag verhoren.
DE AFFAIRE
Gifdrama Probo Koala
Op 2 juli 2006 vaart de olietanker Probo Koala de Amsterdamse haven binnen. Het schip dat wordt gehuurd door Trafigura van een Griekse reder, zegt verontreinigd spoelwater te willen lozen. Maar tijdens het overladen in een kleiner schip komt een enorme stank vrij. Er is iets mis. Havenbedrijf Amsterdam Port Services kan het goedje niet verwerken en pompt het terug de olietanker in. Het afval zal elders moeten worden verwerkt.
De Probo Koala heeft haast. Het moet een lading Russische benzine ophalen in Estland. Met afval en al vertrekt het schip uit Amsterdam. De Russische benzine wordt afgeleverd in Nigeria. De Probo Koala arriveert op 19 augustus in Abidjan, de havenstad van Ivoorkust. Daar rijden tankauto’s van een lokaal afvalverwerkingsbedrijf die nacht af en aan om het chemische afvalwater uit de Probo Koala te lossen. De vloeistof wordt gedumpt in en rond de stad, in poelen, sloten en vuilnishopen. In de we–ken daarna melden zich tienduizenden Ivorianen bij ziekenhuizen met medische klachten (bloedneuzen, hoofdpijn, braken en diarree). Zes tot acht mensen overlijden, mogelijk door de giftige gassen.
De UNDAC, de rampenafdeling van de Verenigde Naties, onderzoekt of het chemische afval inderdaad de doodsoorzaak is. In Nederland gaat justitie na of Trafigura strafbare feiten pleegde bij het aanbieden van het afval in Amsterdam. GroenLinks-wethouder Marijke Vos zegde onafhankelijk onderzoek toe naar de rol van de Milieudienst van Amsterdam in het gifdrama.
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement