donderdag 7 december 2006 13:13
Tobias Schreyer (42) is een ervaren Duitse anesthesioloog. Sinds enkele jaren werkt hij in het UMC St Radboud in Nijmegen, een van de acht academische centra in Nederland. Schreyer woont vlak over de grens, in het Duitse Kleef. Twintig kilometer en geen file: een half uurtje rijden met de auto.
Schreyer werd in Hannover opgeleid. Hij is niet de enige Duitse arts die tegenwoordig in Nijmegen werkt. Alleen al de afdeling anesthesiologie van het Radboud heeft acht medische specialisten afkomstig uit Duitsland in vaste dienst; slechts een van hen woont in Nederland. Ook bij microbiologie en oogheelkunde werken Duitse medische specialisten. Schreyer: 'Er bestaat zelfs een kleine club van Duitse Radboudianen die om de maand een kop koffie of een biertje met elkaar drinkt.'
De werktijden, zegt hij, zijn in Nederland prettiger. Het nettosalaris is er beter, en de onderlinge, hiërarchische verhoudingen zijn minder star dan in zijn geboorteland: 'Ik heb meer ruimte om mij te ontplooien in de pijnresearch. Ik kreeg meteen de supervisie over twee operatiekamers en mocht jonge collega's helpen opleiden.'
Wat in Nijmegen gebeurt, speelt ook in het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam of het Rotterdams Erasmus MC. Op de afdeling anesthesiologie van het Erasmus MC werken 21 verschillende nationaliteiten, onder wie vijftien Duitsers. Het is overal hetzelfde verhaal: de academische centra van Nederland hebben grote moeite om voor sommige specialismen voldoende hooggekwalificeerd Nederlands personeel te vinden. Dit geldt specifiek voor anesthesiologie. Een anesthesioloog is verantwoordelijk voor de narcose, de pijnbestrijding en de intensieve zorg rondom operaties. Maar ook Nederlandse orthopeden, medische microbiologen en radiologen kiezen niet automatisch voor een academische loopbaan.
Het tekort aan academische anesthesiologen bestaat al langer, en heeft in een aantal gevallen zelfs geleid tot uitstel van levensnoodzakelijke operaties. Het tekort wordt vooral veroorzaakt door de – financiële – aantrekkingskracht van de grote, algemene ziekenhuizen. Want daar worden hogere salarissen betaald, zeker aan jonge, beginnende anesthesiologen.
Het inkomensverschil bedraagt al gauw enkele tienduizenden euro's per jaar, zegt Marcel Hasenbos (55), chef de clinique anesthesiologie bij het UMC St Radboud: 'Een ingewerkte anesthesioloog krijgt bij ons 110.000 euro per jaar. In het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis is dat zo'n 160.000 euro. Een wereld van verschil.' Sterker: het brutosalaris van een anesthesioloog in een groot niet-academisch ziekenhuis kan zelfs hoger uitvallen dan dat van een voltijds hoogleraar in een academisch centrum. Een supergespecialiseerde cardio-anesthesioloog krijgt in de regio nog veel meer. Gevolg: er is een braindrain van jonge, veelbelovende assistenten. Zij komen pas terug als ze – voor veel geld – worden aangetrokken om zelf hoogleraar te worden.
'De leegloop geldt voor alle academische centra. Je moet het je tegenwoordig kunnen permitteren om in een academisch ziekenhuis te werken,' zegt Hasenbos. Al in 2002 waarschuwde hij ervoor dat de beste specialisten de academische centra verlaten. De scheefgroei, weet hij, is mede ontstaan doordat de cao's in de academische wereld van overheidswege zijn gereglementeerd. Ook spelen de strakke roosters en de inefficiëntie in de academische centra een rol. Hasenbos: 'Als specialist moet je erg gemotiveerd zijn om nog voor de academie kiezen.'
Resultaat: terwijl Nederlandse specialisten naar de zogeheten periferie vertrekken, vullen buitenlandse specialisten hun plek op. Na Britten en Belgen, die eerder kwamen, zijn dat nu Duitsers. Zij komen veelal voor de eer, maar ook voor het geld. Als buitenlanders vallen zij in een lager belastingtarief, omdat de belastingdienst een speciale regeling in het leven heeft geroepen, zodat Nederland attractiever wordt voor hoogopgeleide buitenlandse werknemers.
Daar komt bij dat er in Duitsland tot recent een groot artsenoverschot bestond. Bovendien stagneerden de salarissen er. Na lange stakingen werden eerder dit jaar loonsverhogingen overeengekomen, maar vele duizenden Duitse specialisten hebben al de wijk genomen naar de Verenigde Staten, Australië of Canada – en nu dan ook naar Nederland.
Loopbaan
Frappant is dat de meeste Duitse dokters in Nederland zich, naar eigen zeggen, laten leiden door de kansen die de academische wereld biedt. Niet het geld, maar de loopbaan is hun drijfveer. Een academische carrière stelt hen in staat hoogwaardig onderzoek te doen, onderwijs te geven en zeer gespecialiseerde hulp te verlenen aan patiënten.
Ook in Amsterdam versterken Duitse medisch specialisten de academie. Eerder dit jaar werden aan de beide academische centra van de hoofdstad – het AMC en het medisch centrum van de Vrije Universiteit (VUmc) – achter elkaar vier Duitse medisch specialisten tot hoogleraar benoemd. Stephan Loer, het nieuwe hoofd van de afdeling anesthesiologie van het VUmc, nam in zijn kielzog meteen vier jonge Duitse collega's mee. Een van hen, Jörg Weimann, was zelf hoogleraar aan de Charité, de academische topkliniek van Berlijn.
Duitse specialisten zijn gemotiveerd om in de Nederlandse academische wereld te werken, weet Markus Hollmann (38), sinds maart hoogleraar experimentele anesthesiologie aan de Universiteit van Amsterdam en hoofd van de afdeling experimentele & klinisch experimentele anesthesiologie van het AMC. Daarvoor was hij onder meer verbonden aan de Universiteit Heidelberg en de Universiteit Maastricht. Ook werkte hij enkele jaren in de Verenigde Staten.
Hollmann noemt zijn overstap een 'verrijking.' De voornaamste reden voor zijn komst naar Amsterdam is 'de zeer goede reputatie' van het AMC: 'Dit was een eenmalige kans. Het is een enorme eer om in zo'n prestigieus ziekenhuis te mogen werken.' Dat de gezagsverhoudingen in Nederland minder dwingend zijn, stond niet voorop, toen hij besloot te solliciteren. Maar: 'Hier krijg je respect door wat je kunt, niet door je positie. Dat vind ik prettig.' Hij leerde meteen Nederlands. En van het feit dat hij een Duitser is, heeft hij geen enkele keer last gehad.
Dat kan ook haast niet, want in de academische wereld wordt heel internationaal gedacht, benadrukt Armand Girbes (47), hoogleraar intensive care geneeskunde aan het VUmc, en de baas van Hagen Biermann (zie 'Nederland loopt voorop' op deze pagina): 'Het is eigen aan de academie dat je niet alleen naar Nederlandse mensen kijkt. Onze gewoonte is om goede mensen ook van ver te halen.' Louise Gunning (55), voorzitter van de Raad van Bestuur van het AMC, beaamt dit: 'Wij kijken altijd internationaal als we echte topmensen zoeken. In landen als België, Duitsland en Turkije. Voorwaarde is, dat kandidaten een opmerkelijk academisch curriculum vitae kunnen laten zien. Dus: onderzoek, veel publicaties, werkervaring in andere landen en het vermogen om snel goed Nederlands te leren spreken. Geld is niet het grootste probleem. Het gaat erom het juiste toptalent te vinden.'
Hasenbos wijst op de keerzijde van deze trend. Hij vindt het een uitkomst dat zijn ziekenhuis, het UMC St Radboud, goede Duitse anesthesiologen heeft kunnen vinden. Maar het onderliggende probleem is niet aangepakt. 'Het verschil in salariëring met de grote algemene ziekenhuizen blijft onopgelost.' Straks zijn de Duitsers weer weg. Wie komt er dan? 'Als onze Duitse collega's niet waren gekomen, was het probleem erger geworden. Dan was de noodzaak waarschijnlijk groter geweest om wel iets te doen aan de ontevredenheid in de academische wereld.'
Kader bij artikel:
'NEDERLAND LOOPT VOOROP'
De Duitse intensivist Hagen Biermann over werken in een Nederlands ziekenhuis
Willem Wansink Hagen Biermann (39) werkt in Amsterdam en woont in Amstelveen. Hij is intensivist. Na zijn opleiding tot specialist en na zijn promotie bekwaamde hij zich verder als fellow om op een hoogwaardige intensive care (IC) te kunnen werken. Een IC levert topzorg. Iedere patiënt die daar ligt, heeft extra veel specialistische aandacht nodig.
Biermann komt uit Duitsland. Hij volgde zijn opleiding tot intensivist aan het Amsterdamse VUmc. Hij zei zijn vaste baan op als staflid anesthesiologie bij het academisch ziekenhuis in Keulen – zonder terugkeergarantie. Biermann nam dat risico, omdat hij zijn mogelijkheden wilde vergroten: 'Op het gebied van de intensive care loopt Nederland tien jaar voor op Duitsland. Daar bestaat zo'n opleiding niet. Hier fungeert de IC als een zelfstandig specialisme. Dat is beter voor de patiëntenzorg.'
Hij viel op, want na een jaar bood professor Armand Girbes, hoofd van de afdeling IC geneeskunde van het VUmc, hem een vaste baan aan. Wat Biermann aanspreekt? 'De manier van werken, de hoge kwaliteit van de zorg en de ervaring die ik opdoe met het bijzonder goed georganiseerde Nederlandse systeem.' Dat hij hier als hoogopgeleide buitenlander minder belasting betaalt, gaf niet de doorslag. Hij moet ook extra pensioenpremie betalen.
'Het leven in Amsterdam is veel duurder dan in Duitsland. En als ik echt veel geld had willen verdienen, was ik niet in een academisch ziekenhuis gaan werken.' Zijn familie woont in Düsseldorf, maar zijn echtgenote, lerares Duits, is met hem meegekomen. Hun dochter is hier geboren. 'Nederland is het middelpunt van mijn bestaan geworden.'
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement