woensdag 11 juli 2007 14:23
Op 21 juli zestig jaar geleden begon het grootste militaire offensief van Nederland tot dan toe. Ruim honderdduizend militairen probeerden de opstandige kolonie Nederlands-Indië weer onder Nederlands gezag te brengen. Het was het begin van Nederlands laatste koloniale oorlog. 'De jongens van Spoor komen overal door.'
Om 2 uur 's nachts worden de militairen gewekt. De meeste jongens hebben slecht geslapen door het lawaai en de spanning. Hun bepakking is zwaar: veel munitie, extra rantsoenen levensmiddelen, wapens en voor sommigen een radioset, een machinegeweer of een mortier. Met houtskool maken de soldaten gezichten en handen zwart. De witte Hollandse koppen zijn een makkelijk doelwit voor sluipschutters.
Het is 21 juli 1947. Luitenant Boy Trip, de latere minister van Wetenschapsbeleid, zit in zijn kamer op paleis Buitenzorg, vlak bij Batavia, de hoofdstad van wat dan nog Nederlands-Indië heet. De 25-jarige officier beschrijft in zijn dagboek hoe soldaten zich opmaken voor het grootste militaire offensief uit de Nederlandse geschiedenis tot dan toe. Twee jaar eerder, op 17 augustus 1945, had de Indonesische nationalist Achmed Soekarno de onafhankelijke Republik Indonesia uitgeroepen. Nu proberen ruim 100.000 militairen de opstandige kolonie opnieuw onder Nederlands gezag te brengen.
Het rooms-rode kabinet onder premier Louis Beel (1902-1977) moest haast wel ingrijpen. De onderhandelingen tussen de Republiek en Nederland waren op niets uitgelopen en Nederland was bijna bankroet. De kolonie, die vier eeuwen lang geld opleverde, kostte nu alleen nog maar geld. Miljoenen guldens per dag waren nodig om de immense troepenmacht in Indië op de been te houden, guldens die Nederland nodig had voor de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog.
Ondanks internationale protesten, oorlogsmoeheid onder de eigen bevolking en grote verdeeldheid in de regering hakte het kabinet de knoop door. Tijdens een vergadering die tot in de vroege ochtend van 28 juni 1947 duurde, besloot het tot militair ingrijpen. Maar: er mocht niet worden gesproken van militair ingrijpen. Minister Eelco van Kleffens (1894-1983) drukte zijn collega's op het hart te spreken van het zachtaardiger klinkende police measures, oftewel politionele actie. Een eufemisme. In werkelijkheid was deze eerste van twee politionele acties het begin van een koloniale oorlog – de laatste die Nederland zou voeren.
Nu, precies zestig jaar later, vervaagt de herinnering aan de strijd in Nederlands-Indië. Er zijn steeds minder veteranen om de nagedachtenis in leven te houden. Bijna twee op de drie militairen die terugkwamen uit Indië is gestorven. Het beeld dat beklijft van de strijd is er een van een zwarte bladzijde uit de geschiedenis, van een agressie-oorlog vol oorlogsmisdaden (zie 'Het symbool van de excessen' op pagina 17).
De beleving van de militairen die aan de Eerste Politionele Actie deelnamen, was heel anders. Zij beschouwden zichzelf als bevrijders. Zij zouden Nederlands-Indië verlossen van het juk van Soekarno en consorten, zo schreven de militairen in dagboeken en brieven. Dat gold voor de inheemse en Nederlandse militairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) die hadden moeten toezien hoe 'hun' Indië door 'extremisten' werd ingepikt. En dat gold zeker voor de oorlogsvrijwilligers uit Nederland.
Die vrijwilligers hadden in 1944 en 1945 gezien hoe geallieerde bevrijders in Nederland als helden werden ontvangen en met die herinnering in het achterhoofd dienst genomen. Toen het eerste bataljon eind 1945 Batavia binnenreed, zwaaiden ze en strooiden met sigaretten. Net als de geallieerden dat in Nederland deden, maar met het verschil dat Indonesiërs niet op het gezwaai reageerden.
Ook onder de dienstplichtigen die vanaf 1946 naar Indië voeren, bevonden zich jongens die zichzelf als bevrijder zagen. Al moet er onder hen ook een aantal zijn geweest dat twijfels had bij wat inmiddels een strijd was. De communisten voerden succesvol campagne tegen de uitzending van dienstplichtigen. Van de eerste lichting kwam bijna de helft niet opdagen. Bij het vertrek uit Rotterdam riepen havenarbeiders de eerste boot dienstplichtigen na: 'Ga je zo graag? Voor de olie- en suikerbelangen van de hoge pieten?'
De Eerste Politionele Actie, of Agressi I zoals de Indonesiërs zeggen, was niet alleen om druk te zetten op de Republikeinse regering in Djokjakarta op Zuid-Java, maar moest ook de economie op gang helpen. De militairen dienden die gebieden op Java en Sumatra te veroveren 'waaruit economische voordelen kunnen worden behaald', schreef de generale staf in Indië. Op het verlanglijstje van het hoofdkwartier stonden energiecentrales, olievelden, thee- en koffieplantages en fabrieken. 'Operatie Product' luidde de toepasselijke codenaam van de Eerste Politionele Actie.
Hommeles
In de dagorder die de militairen op 21 juli 1947 ontvangen, rept bevelhebber generaal Simon Spoor (1902-1949) met geen woord over economisch voordeel. 'Gij rukt niet op om aan dit land den oorlog te brengen, maar om het vrede te hergeven. Gij komt niet als veroveraar, maar als bevrijder.' De militairen zelf weten heel goed dat de staat ook geld nodig heeft. 'De regering kan de kosten niet lang meer dragen. Sigaretten krijgen we niet meer en tevens gaan er praatjes rond dat de oorlogstoelage erafgaat,' schrijft een soldaat aan zijn ouders. Maar ze laten zich het imago van bevrijders graag aanleunen door hun geliefde generaal.
In de nacht van 20 op 21 juli begint de politionele actie. 'Het is hommeles,' schrijft de 21-jarige hospik Leidis van den Brink in zijn dagboek. Ruim 100.000 militairen verlaten de Nederlandse bruggehoofden. Colonnes van vrachtwagens en tanks rollen door een maanloze nacht de demarcatielijn over die Nederlands en Republikeins grondgebied scheidt. Op de wagens staat met krijt geschreven: 'De jongens van Spoor komen overal door.' Onder dekking van vliegboten schuiven landingsvaartuigen vol tanks en mariniers de stranden van Java en Sumatra op. In Batavia wordt iedere van Republikeinse sentimenten verdachte Indonesiër van zijn bed gelicht en opgesloten. 'Helemaal verbluft waren ze,' schrijft een Nederlandse soldaat naar huis.
In brieven aan ouders, meisjes en echtgenotes spreken de militairen gespierde taal. 'De Nederlandse troepen hebben de demarcatielijn overschreden!! So did I!! Moorddadig is dat als je zo oprukt,' schrijft soldaat A. Groeskamp. Maar in hun dagboeken tonen de militairen zich angstiger. 'We hebben geen van allen zin, een enkele bluffer daargelaten,' schrijft soldaat E. Kerkdijk uit Bergentheim, Overijssel. Een andere militair zegt later in Nederland: 'Je wist ook nooit of je mensen kon vertrouwen, zo werkten ze op de sawa, zo hadden ze een geweer in hun handen.' Alleen de veel ervarener KNIL-militairen kunnen aan eeltvorming op handen zien of iemand regelmatig een geweer hanteert.
Vuurvliegjes
Veel dienstplichtigen en oorlogsvrijwilligers ervaren Indië als onheilspellend. De natuur is prachtig, maar de drukkende hitte en de tropennachten moordend. De nacht is aardedonker en vol vreemde geluiden. Vuurvliegjes bezorgen militairen hartverzakkingen, omdat het lijkt alsof in de verte op de soldaten wordt geschoten. Tropische ziekten liggen op de loer. 'We gebruiken slappe thee om ons te scheren en onze tanden te poetsen, want water is te besmettelijk,' schrijft een militair. Over de vijand doen de gruwelijkste verhalen de ronde: vermiste Nederlanders waren dood teruggevonden met hun afgehakte geslachtsdelen in hun mond.
In theorie moeten de Nederlanders opboksen tegen een grote overmacht. Het Republikeinse leger, de Tentara Nasional Indonesia (TNI), telt op Java en Sumatra 183.000 man. Aan hun zijde vechten bovendien tienduizenden fanatieke nationalistische jongeren (pemoeda's), Japanners en semicriminele bendes mee. Groot is de verbazing onder de Nederlanders dan ook als de gevreesde tegenstand uitblijft. Veel eenheden rukken dagenlang op zonder een schot te lossen. 'Het is meer een militaire wandeling dan een “oorlog”,' schrijft luitenant Trip.
De TNI heeft niet genoeg vuurkracht om de Nederlandse colonnes aan te vallen. Het komt voor dat slechts een op de tien TNI'ers een geweer bezit. De rest moet het doen met bamboesperen, samoeraizwaarden en ander primitief wapentuig. 'De Hollanders hebben overal meer van,' moppert een TNI'er.
Maar makkelijk maakt de TNI het de Nederlanders ook weer niet. Bruggen en wegen worden vernield, waardoor de opmars om de haverklap stokt. Overal liggen boobytraps. In de bomen hangen granaten of scholen sluipschutters. Een militair die een brug bestormt, grijpt op het nippertje een contactdraad aan een bom en voorkomt zo dat de TNI de brug opblaast.
's Nachts overvallen 'merdeka' (vrijheid) gillende bendes slapende Nederlanders. Een militair: 'We liggen een uur op bed of daar wordt plotseling hevig geschoten. De TNI doet een aanval. Van de pelotonscommandant mogen we eerst niet naar buiten, later wel, ik lig achter een struik en knal maar een paar keer richting rimboe. Je ziet ze ook niet in die boerenkool en in het donker.'
Brenschutter Baak schiet op weg naar Buitenzorg bijna vierhonderd kogels af. 'Zoiets had ik van mijn leven nog nooit gedaan, maar je moet wel, anders lig je zelf. In het eerst kon ik het niet, maar toen ik, niet ver van mij af een brenschutter die gewond was, weg zag dragen, werd het wel anders.' Soms sterven militairen door domme pech. Een TNI-officier schrijft over de gevangengenomen soldaat Teunissen: 'Onze militaire politie werd gewekt door een Nederlander die schreeuwde “Teunissen, waar ben je?” Teunissen opende het raam en antwoordde: “Hier ben ik.” Toen schoten de Nederlanders en Teunissen werd dodelijk in zijn hoofd getroffen. Een eigenaardig lot.'
De TNI wil voorkomen dat de Nederlanders weer producten kunnen exporteren. Steden, fabrieken of plantages steken ze in brand voordat de Nederlanders arriveren. Een militair beschrijft hoe uit een brandende suikerfabriek tonnen suiker stroomt 'als gloeiende lava'. 'Voor miljoenen en miljoenen aan voor dit land kostbare deviezen zijn in een vlaag van zinloze razernij vernietigd,' schrijft luitenant Trip.
Nog bozer maken de Nederlanders zich over de honger en armoede onder de bevolking. 'Er liepen vrouwen bij die niet anders dan een zak om hun lichaam geslagen hadden,' schrijft hospik Van den Brink. Vooral Chinezen en Ambonezen, van oudsher meer op de hand van Nederland, hadden onder Republikeins bewind geleden. Op 22 juli arriveert soldaat Kerkdijk in de brandende stad Tjibadak: 'Een Chinees huisgezin dat had ge probeerd de brand te blussen was door TNI-soldaten in een huis opgesloten en levend verbrand.'
In de nacht van 4 op 5 augustus 1947 stopt de politionele actie onder internationale druk. De militairen zijn woedend. 'Hadden we een week gehad, dan was het gebeurd met Soekarno,' schreef de twintigjarige Gerben Deters.
In de jaren na de politionele actie gaan Republikeinen en Nederlanders over tot een keiharde guerilla-oorlog met veel slachtoffers, die veel bloediger is dan de Eerste Politionele Actie en ook dan de tweede in 1948. De eerste kost 'slechts' 169 Nederlandse militairen het leven, de tweede 282. In de hele dekolonisatietijd komen circa 6.200 Nederlandse militairen om. In 1949, vlak voor de Indonesische onafhankelijkheid, schrijft een militair: 'Waar is dit alles nog voor; waarvoor vallen nog doden en gewonden; waarvoor moeten we van de morgen tot de avond leven in deze zenuwslopende troep.' Bevrijders voelden de militairen zich toen allang niet meer.
Kaders bij artikel:
HET SYMBOOL VAN DE EXCESSEN
Wandaden tekenen herinnering aan strijd in Nederlands- Indië
Kampongs werden doorzeefd, er hadden verhoren plaats waarbij op een afschuwelijke manier werd gemarteld. Meerdere malen werden krijgsgevangenen neergeschoten. Op 17 januari 1969 vertelt psycholoog en Indiëveteraan Joop Hueting op televisie over oorlogsmisdaden die hij en anderen begingen in Nederlands-Indië. Sindsdien herinneren veel Nederlanders zich de politionele acties als een zwarte bladzijde uit de nationale geschiedenis.
Naar aanleiding van Huetings televisieoptreden besloot het kabinet-Den Uyl archiefonderzoek te laten uitvoeren. In juni 1969 resulteerde dat in de Excessennota. In archieven waren 76 excessen gevonden, van het stelen van een horloge tot en met verkrachting en moord. Maar de nota was onvolledig en meer onderzoeken, waaronder een studie van de socioloog en Indiëveteraan J.A.A. van Doorn, volgden. De meeste excessen, zo blijkt uit deze onderzoeken, hadden plaats buiten de beide politionele acties om. Beide kanten gingen vooral tijdens de periodes van guerrillastrijd in de fout. Zo kwam het voor dat Republikeinse troepen Indonesiërs liquideerden die samenwerkten met de Nederlanders en dat Nederlanders burgers ombrachten van wie het vermoeden bestond dat ze heulden met de Republikeinen. Berucht is de meedogenloze contraguerrilla die kapitein Raymond Westerling nog voor de politionele acties op Zuid-Celebes voerde. Hierbij werden onder meer gevangenen geëxecuteerd. Tijdens de Eerste Politionele Actie bleven de wandaden beperkt tot een aantal plunderingen van panden en het doden van enkele plaatselijke moslimleiders bij de bezetting van hun hoofdkwartier. Ook schoten Nederlandse eenheden drie vluchtende gevangenen dood. De excessen uit de onafhankelijkheidsstrijd in Indië bleven tot lang na 1969 terugkomen in de pers. Niet zelden zorgden Indiëgangers zelf onbedoeld voor extra aandacht door hun felle reactie op de beschuldigingen van wangedrag. Zo ageerden ze in 1987 tegen het hoofdstuk over Indië-excessen in Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog van Loe de Jong. In 1995 spanden Indiëgangers een rechtszaak aan tegen schrijver Graa Boomsma die de militairen van toen in een interview zou hebben vergeleken met SS'ers.
VAN INDIË NAAR INDONESIË
Hoe Nederlands- Indië onafhankelijk werd
December 1941
Japanse vliegtuigen vallen de Amerikaanse basis Pearl Harbour op Hawaii aan. Daarop verklaren de geallieerden de oorlog aan Japan. Na de vernietiging van de geallieerde vloot in de Slag in de Javazee kunnen Japanners moeiteloos landen op het eiland Java.
Maart 1942
Japanse troepen nemen Batavia in (het huidige Jakarta) en op 9 maart capituleert het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). De Japanners sluiten KNIL-militairen op in krijgsgevangenenkampen, plaatsen Nederlandse burgers in 'Jappenkampen' en nemen het bestuur van Indië over. Onder Japanse heerschappij groeit het Indonesische streven naar onafhankelijkheid.
Augustus 1945
Nadat Amerikaanse vliegtuigen atoombommen werpen op de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki besluit de Japanse keizer Hirohito te capituleren. Twee dagen later roepen de nationalistische leiders Achmed Soekarno en Mohammed Hatta onder druk van groepen radicale jongeren de onafhankelijke Republik Indonesia uit.
September 1945
Nederland probeert zijn gezag te vestigen. Zonder succes. Het KNIL is niet sterk genoeg en de aanwezige Britse troepen stellen zich terughoudend op. Anarchie heerst. Jonge revolutionairen (pemoeda's) vallen Britten en Nederlanders aan en belagen vooral Chinezen, die van oudsher met de koloniale heersers samenwerkten. Duizenden burgers vinden de dood.
November 1945
Nederland stuurt zo'n 25.000 oorlogsvrijwilligers naar Indië. Deze vrijwilligers zijn in 1944 en 1945 geworven voor inzet in Europa, maar door de noodsituatie in Indië besluit het kabinet anders. Samen met de al aanwezige troepen van het KNIL moeten ze de orde herstellen.
Juli 1946
Nederland stelt voor om van Nederlands-Indië een federatie van staten te maken onder de naam 'Verenigde Staten van Indonesië'. De nieuwe staat moet onderdeel blijven van het Koninkrijk der Nederlanden. De Republiek gaat niet akkoord.
September 1946
Het KNIL en de oorlogsvrijwilligers kunnen het geweld in Indië niet bezweren en het kabinet besluit dienstplichtigen te sturen. Niet eerder zijn dienstplichtigen overzee gestuurd en zelfs de Grondwet moet ervoor worden gewijzigd. In totaal gaan 95.000 dienstplichtige landmachtmilitairen naar Indië.
November 1946
Onderhandelingen leiden tot het Akkoord van Linggadjati. Nederland erkent de instelling van de Republiek Indonesië op de eilanden Java en Sumatra. Ook wordt besloten de 'Verenigde Staten van Indonesië' op te richten die met Nederland in een unie zitting zullen nemen. Onderhandelingen over de uitvoering lopen stuk.
Juli 1947
Het kabinet besluit uit financiële nood tot militair optreden tegen de Republiek. De Eerste Politionele Actie moet de belangrijkste economische gebieden op Java en Sumatra in Nederlandse handen brengen – vandaar de naam Operatie Product – en zo de economie op gang helpen. Onder internationale druk stopt Nederland de actie op 5 augustus. Een guerrillastrijd volgt.
December 1948
Nederland lanceert een tweede militair offensief. Doel is de bezetting van Djokjakarta, centrum van de Republiek, en de val van de Republikeinse regering. Het Korps Speciale troepen neemt de Republikeinse top, onder wie Soekarno, gevangen. Onder internationale druk stopt Nederland het offensief.
December 1949
De Verenigde Staten dreigen de economische hulp aan Nederland, de zogenoemde Marshall-hulp, te stoppen. Tijdens de Ronde Tafelconferentie krijgt de Republiek in vrijwel alles haar zin. Op 27 december 1949 ondertekent koningin Juliana de soevereiniteitsoverdracht.
EGODOCUMENTEN
Militairen in Indië hielden tijdens hun strijd dagboeken bij, maakten aantekeningen en schreven brieven naar ouders, echtenotes en hun 'meisjes'. Dit Elsevier-artikel 'Toch geen bevrijders' is grotendeels gebaseerd op deze egodocumenten. Terug in Nederland bundelden veel
Indiëgangers hun opgeschreven ervaringen in boeken. Sommigen deden dat voor hun kinderen, andere familie, vrienden en voor zichzelf. 'Opdat ik het niet vergeet,' schreef een militair boven zijn dagboek.
Herinneringen aan Indië: www.elsevier.nl/politioneel
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement