woensdag 14 november 2007 14:52
Marokkanen staan meer open voor Nederland en zijn moderner dan Turken. Toch zijn zij het gezicht van de falende integratie. Is er hoop? Ja en nee. Een nuchtere analyse leert dat de Marokkaanse gemeenschap zich opsplitst in een succesvolle bovenlaag en een kansloze onderklasse. Het slechte nieuws, én het goede.
Houdt het slechte nieuws over Marokkanen nou nooit eens op? Zes van de tien Marokkaanse jongeren in Amsterdam verlaten de middelbare school zonder diploma, bleek vorige week uit onderzoek van de gemeente. Voor VVD-Kamerlid Henk Kamp reden om integratieminister Ella Vogelaar (PvdA) op het matje te roepen. De minister had de Tweede Kamer eerder laten weten dat vier van de tien Marokkaanse mannen tot 23 jaar geen diploma bezitten. Dat was een veel te positieve voorstelling van zaken volgens Kamp.
Wie denkt aan de falende integratie van immigranten, denkt vooral aan Marokkanen. Geen enkele andere immigrantengroep komt er zo vaak zo beroerd af in media en onderzoek. De werkloosheid in deze bevolkingsgroep is groot. Meer dan de helft heeft geen baan of een baan van minder dan 12 uur per week. Bijna 30 procent krijgt een uitkering. Eenderde leeft rond de armoedegrens.
En zo gaat het slechte nieuws nog wel even door. Geen groep jongeren is zo crimineel als de Marokkaanse (zie 'Alleen Antillianen zijn crimineler' op pagina 38). Contact met autochtonen is er nauwelijks doordat de meeste Marokkanen samenhokken in flatjes in zwarte wijken en onderwijs volgen aan zwarte scholen. Nagenoeg de helft heeft alleen basisonderwijs. Ze houden er strenge geloofsopvattingen op na (zie 'Hip radicalisme' op pagina 38). En nu blijken ze ook nog eens vaker dan al werd gevreesd zonder diploma de school te verlaten.
De misère begint in 1971 en duurt dus eigenlijk al bijna 40 jaar. Twee jaar nadat Marokko en Nederland een wervingsverdrag voor gastarbeiders sloten, bleek uit onderzoek al dat Marokkanen er slecht voor stonden (zie 'Veertig jaar Marokkanen' op pagina 30). Het verschil met toen is alleen dat de autochtone Nederlanders van toen Marokkanen vaak hogelijk waardeerden als harde werkers 'die nooit klaagden', zoals blijkt uit een artikel destijds in Elsevier .
Van dat positieve imago is weinig meer over. Mohammed Bouyeri, de moordenaar van Theo van Gogh, vervelende hangjeugd, de rellen in Amsterdam-West vorige maand: het lijkt wel of de Marokkaanse gemeenschap louter slechte ambassadeurs heeft.
Komt het nog wel goed met de Marokkanen? Opvallend is dat die vraag doorgaans alleen in zwart-wittinten wordt beantwoord. Aan de ene kant de somberaars, die alleen maar wijzen op de hoge schooluitval en werkloosheid, de segregatie en criminaliteit, armoede en de grote afstand tussen autochtonen en Marokkanen. Die zwartkijkers hebben de Marokkaanse gemeenschap al afgeschreven.
Aan de andere kant de optimisten, die elk lichtpuntje uitvergroten tot een baken van hoop. Dat die lichtpuntjes er zijn, is evident. Ondanks de hoge schooluitval stijgt bijvoorbeeld het opleidingsniveau van Marokkanen. Op de basisschool lopen ze hun taalachterstand snel in. Marokkanen zitten bijna op het niveau van Surinaamse leerlingen, die ze wat rekenen betreft al achter zich laten. Een kwart van de Marokkanen gaat na het behalen van een diploma op de middelbare school naar het hoger onderwijs. Alleen vallen Marokkanen veel vaker voortijdig uit.
Ook op de arbeidsmarkt hebben Marokkanen meer succes dan voorheen. Sinds 2004 dalen werkloosheid en armoede. De groep Marokkanen met een hoog inkomen groeit en het aantal Marokkaanse zelfstandigen neemt fors toe. In het oog springen ook de - relatief - vele succesvolle Marokkaanse kunstenaars (zie 'Succes van creatieve Marokkanen' op pagina 39).
Er is meer nieuws dat erop duidt dat Marokkanen beter geïntegreerd raken. Marokkaanse vrouwen krijgen steeds later en minder kinderen, net als autochtone vrouwen. Marokkanen halen, gedwongen door de wetgever, minder vaak een partner uit Marokko. Niet dat ze ineens met autochtonen trouwen, maar ze zoeken nu vaker een eega van eigen herkomst in Nederland. Het betekent dat er steeds minder eerstegeneratie-Marokkanen naar Nederland komen, en dat is maar goed ook. De eerste generatie doet het wat werk, scholing en kennis van de taal betreft veel slechter dan de tweede (zie 'Integreren ze?' op pagina 36).
Wie hebben er nu gelijk, de somberaars of de optimisten? Het antwoord is even saai als waar: allebei. Het heeft er alle schijn van dat zich in de Marokkaanse gemeenschap een tweedeling voltrekt. Aan de ene kant ontstaat langzaam maar zeker een Marokkaanse middenklasse met een diploma, een goede baan of eigen zaak en een huis buiten de grote stad - en dus buiten de zwarte wijk.
Aan de andere kant ontstaat er een kansloze onderklasse. Die concentreert zich in de zwarte flatwijken in de grote steden, heeft een lage opleidingsgraad, geen kans op werk en is sneller geneigd zich van de Nederlandse samenleving af te keren en te vervallen in moslimradicalisme of criminaliteit.
Minder traditioneel
De vraag is nu hoe groot die kansloze onderklasse wordt. Je zou verwachten dat het Marokkanen makkelijker afgaat dan andere immigranten, zoals Turken, om een baan te vinden. Turken leven vooral in de eigen gemeenschap. Zo vinden zes van de tien Turken het vervelend als hun kind een Nederlandse partner kiest, willen drie van de tien in het gezinsleven de Turkse cultuur helemaal behouden en spreekt een kwart nooit Nederlands met de kinderen. Marokkanen zijn op alle fronten iets minder traditioneel en hechten minder aan eigen taal en cultuur (zie 'Werk is een integratie-machine' op pagina 36). Maar betere sociaal-culturele integratie betekent nog geen economisch succes. Marokkanen zijn vaker werkloos en belanden vaker dan Turken in de misdaad.
Volgens geograaf Paolo De Mas, directeur van het Nederlands Instituut in Marokko zijn de Marokkanen in Nederland individualistischer dan de Turken - een erfenis van hun Berber-verleden (zie 'Wat zijn Berbers?' op pagina 34). Ze beschikken dus in mindere mate over een sociaal netwerk dat ze behoedt voor de misdaad of ze werk geeft. De eigenschap waardoor ze meer openstaan voor de samenleving lijkt er dus een oorzaak van dat ze economisch minder succesvol zijn.
Er is nog een reden om somber te zijn. Het aantal Marokkanen met een diploma van universiteit of hogeschool groeit, maar het merendeel is en zal - net als bij autochtonen - lageropgeleid blijven. Daarmee zijn ze afhankelijk van werk dat steeds schaarser wordt. Al in de jaren zeventig verdwenen banen voor ongeschoolden. Daardoor raakten veel Marokkaanse gastarbeiders die amper waren begonnen met werken hun baan kwijt.
Cynisch gezegd: sinds Nederland in 1969 een wervingsverdrag met Marokko sloot, is er eigenlijk maar vier jaar werk geweest voor laagopgeleide Marokkanen in Nederland. In 1973 klapte de economie in elkaar. En nu, in 2007, moeten al die laagopgeleide Marokkanen ook nog eens concurreren met bijklussende studenten en goedkope Oost-Europese arbeiders uit de nieuwe EU-lidstaten.Op basis van de beschikbare cijfers is niet te zeggen welke klasse over, zeg, twintig jaar de grootste is: de bovenlaag of de onderklasse. Alles zal afhangen van hun scholing. Maken ze hun school af, komen ze in het hoger onderwijs terecht en brengen ze dat succesvol tot een eind? Dat zijn de cruciale vragen. De hoge uitvalcijfers in het onderwijs stemmen wat dat betreft niet optimistisch.
Waar wonen de Marokkanen? www.elsevier.nl/marokkanen
Kader bij artikel:
Veertig jaar Marokkanen
1969 Nederland en Marokko sluiten verdrag voor werven gastarbeiders
1970 Nederland is geen immigratieland, stelt de Nota Buitenlandse Werknemers. Gastarbeiders moeten een beetje 'inpassen', maar vooral de eigen identiteit behouden
1971 Onderzoek leert dat Marokkanen het minst tevreden zijn van alle immigranten. Hun opleidingsniveau is gering, het loon laag en ze zijn sterk georiënteerd op het thuisland
1973 Nederland stopt met het werven van gastarbeiders na de oliecrisis. Gezinshereniging begint
1974 Marokko richt in Nederland Amicales op, een vereniging om 'culturele, religieuze en sociale waarden van Marokkanen in het buitenland' te steunen. Volgens veel Marokkanen is het een spionageorganisatie van de Marokkaanse regering
1976 182 illegale Marokkanen in hongerstaking 1979 Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid waarschuwt voor sociale achterstand en isolement van etnische minderheden
1983 Nederland moet sociaal-economische achterstand immigranten bestrijden, maar minderheden moeten eigen identiteit behouden, stelt Nota Minderhedenbeleid. Begin onderwijs in eigen taal en cultuur
1983 Nederland voert visumplicht in voor Marokkanen
1988 Dagblad Het Parool bericht over geheim rapport van gemeente Amsterdam waarin staat dat bendes van Marokkaanse jongeren terreur uitoefenen in de binnenstad. Verschillende media, wetenschappers, immigranten en politici noemen het rapport 'stigmatiserend'
1991 In debatcentrum De Balie waarschuwt burgemeester van Amsterdam Ed van Thijn (PvdA) voor rassenrellen zoals in Brussel en Parijs
1992 VVD-leider Frits Bolkestein stelt dat immigranten zelf hun best moeten doen om te integreren 1993 Het Nederlands Centrum Buitenlanders beschuldigt Marokkaanse moskee-organisatie Ummon ervan verlengstuk te zijn van de Marokkaanse overheid
1994 Nota Integratiebeleid Etnische Minderheden stelt dat minderheidsgroepen moeten integreren in de samenleving; integratiebeleid vervangt minderhedenbeleid
1998 Honderden allochtonen, veelal Marokkanen, protesteren in Amsterdam-West tegen 'terreur van politie' en gooien met stenen
2001 Nederland windt zich op over sociale verzekeringsfraude van Nederlandse Marokkanen in Marokko 2002 Amsterdamse wethouder Rob Oudkerk noemt criminele Marokkaanse jongeren 'kut-Marokkanen'
2003 17-jarige Marokkaan Samir A. met vier anderen aangehouden op verdenking van voorbereiden aanslag. Wordt vrijgesproken en in
2007 alsnog veroordeeld
2004 Marokkaan Mohammed Bouyeri (26) vermoordt filmmaker Theo van Gogh 2005 Nederland en Marokko vieren vierhonderdjarige band
2007 Agente in Amsterdam-West schiet Bilal B. (22) dood, die haar en een collega heeft neergestoken. Rellen volgen.
Van gastarbeider tot importpartner
Hoe Marokkanen sinds 1960 naar Nederland emigreerden
Een nijpend tekort aan ongeschoolde arbeidskrachten in een tijd van economische bloei zorgde er eind jaren vijftig voor dat Nederlandse werkgevers personeel gingen werven in het buitenland. Eerst deden ze dat in Europese landen aan de Middellandse Zee, maar al snel richtten de werkgevers hun blik op Turkije en Marokko.
Het aantal Marokkanen in Nederland groeide snel. In 1960 woonden officieel niet meer dan drie Marokkanen in Nederland. Toen Nederland in 1969 een wervingsovereenkomst sloot met Marokko hadden werkgevers al zo'n 12.000 Marokkanen laten overkomen. De meesten werkten in de bouw, metaalnijverheid en mijnbouw. Het was de bedoeling dat Marokkanen zich bij lokale arbeidsbureaus zouden aan-melden, die vervolgens lijsten zouden samenstellen van geschikte kandidaten waaruit Nederland kon kiezen. In werkelijkheid bepaalden louche bemiddelaars en omkoopbare wervingsambtenaren wie naar Europa ging. Daarnaast konden Marokkanen zelf afreizen: de Nederlandse werkgevers gaven hun ook zonder arbeidsvergunning werk.
De overheid schatte in dat slechts 5 procent van de gastarbeiders in Nederland zou blijven. Dat pakte anders uit. In 1973 werd Nederland getroffen door de wereldwijde oliecrisis en de economische malaise was voor de overheid reden om een wervingsstop af te kondigen. Nederland telde toen zo'n 55.000 Marokkanen. Voor de Marokkanen was de stop juist reden om hun kostbare verblijfsvergunning niet op het spel te zetten door te vertrekken. Ze bleven. Steeds meer mannen lieten hun gezinnen, vaak vijf tot zes personen groot, overkomen. Toen pas kwam de immigratie goed op gang.
Na 1973 nam de vraag naar ongeschoolde arbeid af. Veel Marokkanen verloren hun baan en werden door hun werkgevers de WAO ingesluisd. De overheid probeerde vergeefs de achterstanden van de Marokkanen te bestrijden door ze te helpen integreren met behoud van hun eigen cultuur en het vinden van werk.
In de jaren negentig zwoer de overheid de lessen in eigen taal en cultuur af en legde het accent op het voorbereiden op het functioneren in Nederland. De gezinshereniging was toen al grotendeels vervangen door gezinsvorming: in Nederland geboren Marokkanen haalden partners uit Marokko.
Vermoedelijk door strengere eisen aan huwelijksmigranten (2004) en een inburgeringsplicht (2006) daalde de immigratie in 2006 tot 2.000 Marokkanen. Steeds meer gastarbeiders van het eerste uur keren terug. Maar nog altijd komen er meer Marokkanen binnen dan dat er weggaan, zonder dat er in Nederland werk voor ze is.
Wat zijn Berbers?
Een bloedhekel aan van buitenaf opgelegd gezag
Berbers hebben geen duidelijke uiterlijke kenmerken en in Noord-, Midden-, en Zuid-Marokko spreken ze verschillende dialecten. Ze onderscheidden zich lange tijd door het leven in stammen en hun hekel aan van buitenaf opgelegd gezag. Arabisch-sprekende machthebbers kregen nooit greep op de Berberstammen, alleen de Franse koloniale bezetter wist ze - met veel moeite - te onderwerpen.
Na de onafhankelijkheid van Marokko in 1956 sloeg het centrale gezag in Rabat Berber-opstanden neer en onderdrukte het de Berbers. De Berberse taal en cultuur werden in strijd bevonden met de nationale Arabische eenheidsideologie. Pas sinds kort herontdekken vooral jonge Marokkanen hun Berber-identiteit.
Integreren ze?
Marokkanen blijven achter; maar er is goed nieuws
Geen immigrantengroep die er in de beeldvor-ming in Nederland zo slecht op staat als de Marokkanen. Deels is dat terecht. Hun integratie is verre van voltooid (zie daarvoor de grafieken op deze pagina). Maar wie goed kijkt, ziet dat er ook lichtpuntjes zijn.
'Werk is een integratie-machine'
Culturele oorzaak voor verzet Marokkanen, zegt Paolo De Mas
Geograaf Paolo De Mas (59) is directeur van het Nederlands Instituut in Marokko in Rabat en verricht sinds 1971 onderzoek naar Marokkaanse immigranten.
ELSEVIER Waarom verzetten Marokkaanse jongeren zich tegen de autoriteiten?
De Mas: 'Zaterdag was er in Casablanca een beladen bekerwedstrijd. Zestigduizend jongeren van 18 tot 25 jaar in één stadion. Velen gingen los onder invloed van drank en pillen. Ruim 150 bussen werden vernield. De meesten hebben geen scholing en geen perspectief op werk. Voor hen blijft over: naar Europa te vertrekken voor werk, zich onder te dompelen in de islam, de criminaliteit in te gaan, hasj te roken of te rellen. Bij Marokkanen in Nederland speelt een aantal van deze factoren ook.'
ELSEVIER Turkse jongeren hebben net zo weinig perspectief, hen hoor je niet.
De Mas: 'Marokkanen uit het zuiden van Marokko en Turken komen uit samenlevingen waar je als middenstander je brood kunt verdienen en waar de sociale cohesie en controle sterk zijn. De meeste Marokkanen in Nederland komen uit het Rif-gebergte, waar je meer op jezelf bent aangewezen. Gevolg: jonge Turken worden eerder gecorrigeerd en kunnen bijvoorbeeld terugvallen op een sociaal netwerk. "O, jij wilt niet meer naar school, dan ga je oom Mehmet maar helpen in zijn zaak." Rif-Marokkanen onttrekken zich makkelijker aan sociale banden, zijn individualistischer. De individualisering heeft positieve kanten - veel Marokkanen in Nederland wisten zich te ontwik-kelen tot schrijver of acteur - maar ook negatieve: Marokkaanse jongemannen kunnen makkelijker over de schreef gaan.'
ELSEVIER En leggen de schuld bij de autoriteiten.
De Mas: 'Dat heeft te maken met het historisch gegroeide wantrouwen van de eerste generatie Marokkanen uit het Noorden jegens centraal gezag. Deze Berber-sprekende regio is lang onderdrukt geweest. De schaamtecultuur speelt ook een rol: het is beter om schuld te ontkennen dan spijt te betuigen. Vergeet ook niet dat de geruchtengevoelige Marokkaanse gemeenschap vaak niet het nieuws haalt uit Nederlandse kranten, maar afgaat op geruchten.'
ELSEVIER Wat moet er nu gebeuren?
De Mas: 'Werk is een integratie-machine en werk krijg je bij uitstek door scholing. Maar de uitval van Marokkanen in het onderwijs is gigantisch. In Duitsland, waar ook veel Rif-Marokkanen wonen, zijn relatief veel minder problemen. Ik denk dat het Duitse onderwijssysteem adequater is: scholieren in lagere vakopleidingen leren een echt ambacht. Ze gaan ook als gezel in de leer. Terug naar de ambachtsschool dus.'
Export van geld
Marokkanen sturen kwart inkomen naar Marokko
Marokkanen in Nederland sturen gemiddeld bijna een kwart van hun inkomsten naar Marokko. Hoeveel er precies wordt overgemaakt, is niet duidelijk, al is het maar omdat zo'n 14 procent van het geldverkeer via de moskee gaat en niet via een bank. Schattingen van het bedrag dat Marokkanen in Nederland jaarlijks in totaal overmaken variëren van 93 tot 132 miljoen euro.
Geldzendingen vanuit Europa zijn de belangrijkste inkomstenbron voor Marok-ko, belangrijker nog dan de andere voornaamste bronnen: het toerisme en de export van fosfaatproducten als kunstmest. De helft van alle huishoudens in Marokko krijgt geld uit Europa. Het zijn vooral kinderen die geld sturen aan ouders en echtgenoten die geld overmaken naar hun gezin.
In zekere zin bevordert de Nederlandse overheid het sturen van geld. Eenderde van de Marokkanen in Nederland heeft een laag inkomen. Toch kunnen zij geld of goederen naar Marokko sturen dankzij Nederlandse armoedecompensatie als huursubsidie of kinderbijslag. Enkele gelukkigen lukt het om van het in Nederland verkregen geld een huis te laten bouwen in Marokko voor de oude dag. Vooral in Noordoost-Marokko, waar de meeste Marokkaanse immigranten vandaan komen, verrijzen villa's van terugkerende Marokkaanse Nederlanders. Door het almaar stijgende aantal remigranten neemt een relatief nieuwe geldstroom naar Marokko in belang toe: die van uitkeringen als de AOW.
Alleen Antillianen zijn crimineler
Marokkaanse Nederlanders vaak betrokken bij misdaad
Marokkaanse Nederlanders zijn al jaren sterk oververtegenwoordigd in de misdaadstatistieken. Zij worden bijna vijf keer vaker verdacht van een misdrijf dan autochtone Nederlanders. In 2006 ging het bij Marokkanen om 617 verdachten per 10.000 inwoners, bij autochtonen om 126.
Overigens staan de Antillianen bovenaan met 784 verdachten per 10.000 inwoners. Bij Surinamers en Turken gaat het om respectievelijk 525 en 398 verdachten per 10.000 inwoners. Dat blijkt uit de net verschenen Landelijke Criminaliteitskaart 2006 van het Korps Landelijke Politiediensten.
Een deel van de oververtegenwoordiging van Marokkanen hangt samen met demografische omstandigheden - veel jongeren - en sociaal-economische factoren: werkloosheid, schooluitval, gebrek aan geld. Ook spelen verschillen in pakkans, opsporing en vervolging volgens wetenschappelijk onderzoek een rol.
Marokkanen maken zich vooral schuldig aan straatroof, geweld, zedendelicten en straathandel in drugs. In de grote steden zorgen Marokkaanse jongeren in bepaalde wijken voor veel overlast en criminaliteit. In de georganiseerde misdaad speelden Marokkanen altijd een marginale rol, zeker vergeleken bij Nederlandse Turken. Maar de laatste jaren maken ook steeds meer Marokkanen deel uit van de georganiseerde misdaad.
In Amsterdam is een aantal Marokkanen van de zogenoemde harde kern uit met name Amsterdam-West uitgegroeid tot zware jongen. Met ramkraken, bankovervallen en drugshandel hebben zij zoveel geld verdiend dat ze voor justitie onaantastbaar dreigen te worden.
Succes van creatieve Marokkanen
Veel Marokkanen blinken uit in de kunstsector. Hoe komt dat?
In 1994 debuteerde de toen 19-jarige Mustafa Stitou met zijn dichtbundel Mijn vormen . Stitou was een van de eerste van een nog altijd groeiend aantal Marokkaanse kunstenaars in Nederland. Onder hen schrijvers als Hafid Bouazza, cabaretiers als Najib Amhali, rappers als Ali B., schilders als Rachid Ben Ali en acteurs als Maryam Hassouni, die in 2006 een Emmy kreeg voor haar rol in de film Offers .
In de politiek zijn Turken en Marokkanen ongeveer even succesvol: denk aan de Marokkaanse staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ahmed Aboutaleb (PvdA) en de Turkse staatssecretaris van Justitie Nebahat Albayrak (PvdA). In de sport scoren ze ook min of meer gelijk. Beide groepen blinken uit in voetbal en vechtsporten. Maar in de kunsten steken Marokkanen met kop en schouders uit boven bijvoorbeeld Turken. Hoe komt dat?
De Franse hoogleraar Maghrebijns Arabisch Dominique Caubet interviewde veertien Marokkaanse kunstenaars in Nederland voor haar in 2006 verschenen boek Shouf Shouf Hollanda ('Kijk, kijk Holland'). Ze concludeerde dat jongeren van Marokkaanse afkomst zeer waarschijnlijk meer open staan voor de Nederlandse samenleving. Voorzichtig stelt ze vast dat Marokkanen minder dan Turken vastzitten aan de taal van het land van herkomst. Het Tamazight (het Berbers) en het Darija (het Marokkaans-Arabisch) noemt zij 'talen zonder status'. Daardoor zijn Marokkanen eerder geneigd tot het Nederlands over te gaan. Veel Marokkanen doen dat met succes.
Volgens Paolo De Mas, directeur van het Marokko Instituut, stellen vooral Rif-Marokkanen zich individualistisch op. Ze zijn eerder geneigd tot grensoverschrijdend gedrag - in negatieve én in positieve zin.
Emigratieland
Meeste Marokkanen komen uit Rif-gebied
Door toedoen van de Marokkaanse overheid haalden wervingscommissies werknemers vooral uit het Rif-gebergte, in Noordoost-Marokko. Dit relatief overbevolkte en politiek onrustige gebied was van 1912 tot 1956 Spaans protectoraat, de rest van Marokko was Frans protectoraat. Het gold als arm en achtergesteld. Meer dan 70 procent van de inwoners, veelal Berbers, had geen lager onderwijs genoten en een groot aantal verdiende de kost als seizoenswerker in Algerije. Het Rif is niet het enige gebied vanwaaruit Marokkanen naar Nederland trokken. Veel Marokkanen in Brabant en Limburg komen uit de Draa-vallei. Een enkeling komt uit de zogeheten Sous-regio bij Agadir. De meeste emigranten uit die streek gingen naar Frankrijk.
De meeste Marokkanen in Nederland zijn Berbers - de naam is afkomstig van het Griekse woord barbaros (vreemd). Zelf noemen Berbers zich Amazigh (vrije mensen). Berbers gelden wel als de oorspronkelijke bewoners van Marokko, en niet de Arabieren die 'pas' vanaf de achtste eeuw de Maghreb binnenvielen en de islam en het Arabisch introduceerden.
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement