zaterdag 26 mei 2012

Tags

Weekblad

Biologie: De twintig mooiste en opmerkelijkste vogels

woensdag 12 december 2007 15:35

Hans Dorrestijn over de roodmus: 'Net Bengaals vuur.' Jan Bonjer over de nachtegaal: 'Pavarotti in het struikgewas.' Frans Vera over de havik: 'Meestal zie je slechts een schim.' Frans Beun over de kauw: 'Zo heerlijk brutaal.' Kees Moeliker over de dominomus: 'Icoon van de grenzeloze liefde die wij voor de mus hebben.'

Mensen hebben iets met vogels. Zoals cabaretier Hans Dorrestijn schrijft in zijn Vogelgids : 'Zelfs voor een partijtje wildseks zou ik geen inspannende tocht bergopwaarts willen maken, naar een of andere alpenwei. Een vrouw moet van goeden huize komen, wil ze me zover krijgen dat ik ga klimmen. Maar als ze me een distelvinkje belooft of een barmsijsje, dan kom ik in actie.'

Hij staat niet alleen in zijn liefde voor vogels. Voor tienduizenden Nederlanders is het kijken naar vogels een hoogtepunt in het bestaan. Aan vijf van hen heeft Elsevier hun favoriete vogels gevraagd. De al eerder genoemde Dorrestijn. Bioloog Frans Vera, werkzaam bij Staatsbosbeheer en bedenker van het natuurgebied de Oostvaardersplassen in Flevoland. Kees Moeliker, conservator van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam. Frans Beun, directeur van PCM Grafisch Bedrijf Rotterdam. Plus Jan Bonjer, hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad en voormalig directeur van Vogelbescherming Nederland.

 

 

Kauw
De kauw lijkt op de mens volgens Frans Beun. 'Ze hebben dezelfde sociale verbanden als wij.' Ze zijn ook heerlijk brutaal. Het summum is hoe ze hun nesten verdedigen. 'Ze schijten gewoon op roofvogels. Heel effectief. Iedere autobezitter weet hoe agressief vogelpoep is. Roofvogels zijn als de dood voor poepende kauwen.' Beun kan met veel genoegen naar hun vlucht kijken. 'Ze hebben er zichtbaar plezier in.' Soms geven de ouders de kleintjes vliegles. 'Leren buitelen en duiken.'

Ook voor Kees Moeliker hoort de kauw (plus alle andere kraaiachtigen) tot zijn top-5. 'Ze zijn verbluffend intelligent. In het Museumpark in Rotterdam zijn kraaien gespecialiseerd in het onthoofden van raamslachtoffers - vogels wel te verstaan. Ze verstoppen de koppen als een appeltje voor de dorst.'

 

 

Grijze gors
Twee jaar geleden zag Hans Dorrestijn ergens in Oost-Europa de grijze gors. Hij kreeg een intens geluksgevoel. 'Hele lichte tinten met een vermoeden van kleur. En extreem smaakvolle streepjes over zijn kop.'

 

 

Havik
Frans Vera zal nooit meer vergeten hoe hij een broedende havik zag. 'Je weet dat als het haviksnest groen is, er gebroed wordt. Dan zie je door het groen heen dat grote oranje oog. Oh, oh, oh!' Of die keer in de buurt van Amerongen. Een heel fel wijfje. 'Die had een roeiende vlucht en dook naar me. En toen ze heel dicht bij me was, trok ze op. Fantastisch.'

Een geheimzinnige vogel is het ook. 'Een buizerd zie je altijd want die zweeft boven de bomen. Een havik zit er tussen. Meestal zie je alleen een schim.' Het gezinsleven is bijzonder. 'Het mannetje jaagt terwijl het vrouwtje op het nest zit. Als het mannetje dan een prooi heeft gevangen, een duif of zo, roept hij het vrouwtje en draagt de prooi aan haar over. Zo ontroerend.'

 

 

Grutto
Als de grutto in het land is, is de winter voorbij. Een prachtige vogel, vindt Frans Beun. 'Als hij op een paaltje zit en de zon schijnt, weet je niet wat je ziet.' Jan Bonjer: 'Het grijs van februari kan helemaal worden opengebroken door de eerste grutto.'

 

 

Keep
In het bestaan van de keep ziet Hans Dorrestijn een Godsbewijs. 'Als ik de keep zie, weet ik dat Darwin dood is maar God leeft.' De keep zit in berkenbosjes en is oranjerood met zwarte strepen. Boven zijn poten heeft de keep een 'uiterst beschaafd stippeltjes- en streepjespatroon. Dat is nergens voor nodig, maar hij heeft het wel. Een esthetisch extraatje van de Schepper.'

 

 

Vale gier
Als je 's zomers in de Pyreneeën bent en het is 's ochtends een uur of tien, zodat er thermiek (opstijgende warme lucht) ontstaat, kan iedereen meemaken wat Frans Vera ooit zag. 'Honderd vale gieren die allemaal tegelijk opstijgen. Magnifiek.'

 

 

Nachtegaal
Hij ziet er niet uit, vindt Jan Bonjer maar zijn geluid is bijna goddelijk. 'Pavarotti in het struikgewas. Toen ik hem als jongen voor het eerst hoorde, dacht ik: daar zit iemand met een bandrecorder.'

 

 

Smient
Waar de grutto de komst van de warmte aankondigt, is de verschijning van de smient eind september, begin oktober voor Frans Beun het teken dat de kou er aan komt. Veel mensen verwarren de smient met een gewone eend, maar dat is niet nodig: 'Het vrouwtje is kleiner en het mannetje heeft een oranje band om zijn kop.'

Bovendien kwaken smienten niet maar 'fluiten' ze. Het is een vogel die iedereen kan waarnemen. 'Als je aan het eind van het jaar een weiland in gaat, is de kans groot dat je een smient ziet.'

 

 

Zeearend
Frans Vera is als jongen een keer naar het Duitse Sleeswijk-Holstijn gefietst om een zeearend te kunnen zien. Hij deed er drie dagen over, maar toen had hij ook wat. 'Een stipje in de verte. Mijn eerste.' Het beest heeft Vera altijd gefascineerd. Zowel door de grootte als door de tragiek. 'In Zweden bijvoorbeeld is de zeearend vrijwel uitgeroeid door vissers en jagers.' Een hoogtepunt in zijn loopbaan was toen de zeearend zich nestelde in de Oostvaardersplassen.

 

 

IJsvogel
Je hoort hem eerder dan je hem ziet, zegt Jan Bonjer. Een soort schrille roep. 'En dan komt er een soort blauwe schicht langs.' Voor Bonjer is het een symbool. 'Een tropisch relict in het Nederlandse landschap. Als je een ijsvogel hebt gezien, kun je daar een paar dagen op teren.'

 

 

Mus
Kees Moeliker heeft iets met mussen, pardon, met één bijzondere mus: de dominomus. Die werd op 14 november 2005 doodgeschoten omdat zij een wereldrecordpoging dominostenen-omgooien verstoorde. 'De ophef was reden voor mij om de stoffelijke resten te verwerven. Ze is nu een museumstuk, nummer NMR 002269, een icoon van de grenzeloze liefde die Nederlanders kennelijk voor de mus hebben.'

 

 

Aasgier
Eigenlijk houdt Hans Dorrestijn vooral van zangvogeltjes, maar voor de aasgier maakt hij een uitzondering. 'Iedereen denkt bij het woord gier aan een eng beest met een blote hals maar de aasgier is een halfgrote, lichtgele vogel met een prachtig verenkleed.'

 

 

Buizerd
De vlucht zowel als het geluid is prachtig, vindt Frans Vera. 'Het is een soort miauwen. En ze schroeven in cirkels omhoog.' Frans Beun: 'Je kunt vanuit een auto heel goed naar buizerds kijken. Als je de auto stil zet, vliegen ze niet weg.'

 

 

Kolgans
Niet de mooiste gans, vindt Jan Bonjer, maar hij roept ontroering op. 'Hij heeft iets koddigs. Een soort Dappere Dodo.' Kolganzen hebben ook een prachtige V-vormige vlucht. 'In de winter zijn ze ook onrustig. Dan volgen ze de vorstgrens.'

 

 

Blauwborst
Een paar maanden geleden heeft Frans Beun voor het eerst van zijn leven een blauwborst gezien. 'Wat een vogel.' Een blauwe borst met wit, zwart en oranje. 'Een prachtige tekening.' En ook nog eens makkelijk te herkennen. 'Geen twijfel mogelijk.'

 

 

Lammergier
Waar wij oogwit hebben, heeft de lammergier een fel soort rood, zegt Frans Vera. De lammergier is vaak als laatste bij een kadaver, nadat de vale gier en de monniksgier al langs zijn geweest. 'Dan zijn er alleen nog maar botten over. Die neemt de lammergier mee naar grote hoogte om ze vervolgens te laten vallen. Als de botten openbarsten, kan hij bij het beenmerg. Heel slim.' Hij heeft een rossige borst. Dat komt omdat hij graag in ijzerhoudende meertjes baadt. 'Dat hebben ze niet in dierentuinen, dus heeft hij daar een witte borst.' Hij is te herkennen aan de veren die vlak bij zijn snavel naar beneden hangen. 'Net bakkebaarden.'

 

 

Wilde eend
In juni 1995 vloog een woerd zich dood tegen de glazen gevel van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam. Daarna werd de eend langdurig genomen door een soort- en seksegenoot. Kees Moeliker zag het en publiceerde het drama als 'het eerste geval van homoseksuele necrofilie bij de wilde eend'. Met dat artikel won Moeliker de Ig Nobelprijs, voor onderzoek dat aan het lachen maakt en aan het denken zet.

Sindsdien is de verkrachte eend hem dierbaar. 'De opgezette woerd vergezelt me altijd als ik in het buitenland voordrachten houd over homoseksuele necrofilie. Op het moment dat ik de eend uit mijn tas haal, is het thema plotseling bespreekbaar. Deze woerd laat zien dat niets menselijks de dieren vreemd is.'

 

 

Wespendief
De eerste keer dat je een wespendief ziet, denk je, oh, een buizerd, zegt Frans Beun. 'Dan: of zou het een koekoek zijn? Daarna word je nog eens in verwarring gebracht als je ziet dat hij de kop van een duif heeft.' Juist die combinatie geeft aan dat je een wespendief hebt gescoord. Hij heeft bewondering voor het beest. 'Hij steekt zijn kop in bijen- en wespennesten! Hij is zo goed beschermd. Zo knippert hij zo vaak met zijn ogen dat ze hem niet in de ogen kunnen steken.'

 

 

Staartmees
De wenkbrauwstreep van de staartmees biedt ontroering, vindt Jan Bonjer. 'Gepenseeld door iemand met veel talent.' De staartmees is een hangjongere. 'Ze gaan als een soort gang door de wilgen. Al buitelend en vol kwikzilver. Zo fraai, zo elegant.'

 

 

Roodmus
In Letland zag Hans Dorrestijn hem voor het eerst. Het woord mus zet je op het verkeerde been, vindt hij. De roodmus is iets groter dan een vink en heeft een stevige snavel. En die kleur. 'Net Bengaals vuur. Hij heeft een wolk rood om zich heen hangen.'

 


advertentie