zaterdag 26 mei 2012

Tags

Weekblad

Terrorisme: Hoe de Duitse herfst naar Nederland kwam

woensdag 12 december 2007 16:52

Nederland is in 1977 een schuilplaats van de Rote Armee Fraktion (RAF). Deze Duitse linkse terreurbeweging schokt de wereld dat jaar met een geweldsgolf die onder anderen werkgeversvoorzitter Schleyer en bankier Ponto het leven kost.Reconstructie van een jaar Duitse terroristische troepenbewegingen in Nederland.

November 1977. Baden Powellweg nummer 217, op de vijfde verdieping van een galerijflat in Amsterdam-Osdorp, wordt 24 uur per dag geobserveerd. Vanuit een woning in de Klaas Katerstraat - hemelsbreed 200 meter van de flat - registreert de dienstdoende agent elke beweging op de galerij.

Dagenlang gebeurt er weinig. Eén keer verschijnt er een vrouw, die de omgeving afspeurt met een verrekijker. Ze verdwijnt, te snel voor arrestatie.

Op 10 november is er opnieuw beweging. Rond zes uur in de avond loopt een man over de galerij. Hij wisselt een paar woorden met een bekende, opent de deur van nummer 217, doet het licht aan in de keuken. De andere man blijft op de galerij staan, zoekt de omgeving af en verdwijnt. Agent Frans Hanekamp belt naar het bureau. Opdracht: zet observatie voort tot het arrestatieteam radiocontact maakt.

Ongeveer een kwartier later ziet de agent het licht in de keuken uitgaan. Een man, diplomatenkoffertje in de hand, verlaat nummer 217. Hij steekt de parkeerplaats over, loopt over het voetpad van de Baden Powellweg richting het Tussen Meer en verdwijnt. Het arrestatieteam is nog niet gekomen.

Maar dan, 21:30 uur: de man met het koffertje is terug. 22:05 uur: in de keuken gaat een rode lamp aan. 22:30 uur: een tweede man loopt over de galerij. Bij elke lamp wendt hij zijn gezicht naar de muur, op nummer 217 gaat hij binnen. 23:00 uur: het rode licht gaat uit, twee mannen verlaten de flat.

Weer raken de mannen uit het zicht. Postende agenten beginnen door de buurt te rijden. Op de hoek van de Pieter Calandlaan en de Domela Nieuwenhuisstraat is het raak: de verdachten staan bij een telefooncel. Drie agenten trekken, als ze zeker weten dat ze de juiste mannen in het vizier hebben, kogelvrije vesten aan. Ze lopen naar de telefooncel, trekken hun karabijnen. ' Hände hoch, Polizei! '

Een kogelregen. De Duitsers Christof Wackernagel en Gert Schneider bloeden al snel hevig. Wackernagel raakt brigadier Herman van Hoogen in de onderarm, agent Joop Serno schiet hij in de heup. Maar na het vierde schot weigert zijn Sig Sauer 220 dienst. Schneider werpt een Russische handgranaat in de strijd, die agent Piet Zoet ernstig verwondt. Eén splinter doorboort de lens van zijn rechteroog. Andere splinters raken de agent in rechterslaap, buik, rechtervoet en linkerbeen. Dan bewegen de Duitsers niet meer; de agenten naderen omzichtig. 'Schweine!' roept Schneider bij zijn arrestatie. Wackernagel spuugt naar zijn belagers.

 

 

Stadsguerrilla
Wackernagel en Schneider zijn leden van de linkse terreurbeweging Rote Armee Fraktion (RAF), die Duitsland sinds 1970 in zijn greep houdt. Dat jaar gaat een eerste generatie terroristen - onder wie Andreas Baader, Ulrike Meinhof en Gudrun Ensslin - ondergronds en begint een 'stadsguerrilla'. De RAF-terreur richt zich vooral tegen 'Amerikaans imperialisme', 'sluipend fascisme' in West-Duitsland, onrecht in de (derde) wereld en het kapitalistische systeem.

In 1977 zit de eerste RAF-generatie gevangen; Ulrike Meinhof heeft een jaar eerder zelfmoord gepleegd. Om de West-Duitse regering te dwingen gevangenen vrij te laten uit de Stammheim-gevangenis in Stuttgart, begint een tweede generatie terroristen aan een terreurgolf. Offensive '77 kost federaal officier van justitie Siegfried Buback (april) en bankier Jürgen Ponto (juli) het leven. De baas der bazen, werkgeversvoorzitter Hanns Martin Schleyer, wordt ontvoerd (september) en vermoord (oktober). Bevriende Palestijnse terroristen kapen een vliegtuig vol Duitse toeristen; op het vliegveld van de Somalische hoofdstad Mogadishu worden de vakantiegangers door de Duitse Bundeswehr bevrijd (oktober). Als de laatste hoop op bevrijding uit de gevangenis na de kaping is vervlogen, plegen RAF-leiders Ensslin, Baader en Jan Carl Raspe collectief zelfmoord.

De tweede lichting RAF-terroristen is tijdens deze extreem gewelddadige 'Duitse herfst' zeer actief in Nederland. Ze duiken op in Amsterdam en Utrecht, Den Haag en Rotterdam. Maar ook in Haarlem, Leiden en Eindhoven. Want in geen ander land, zeggen Duitse opsporingsambtenaren dertig jaar geleden, is het zo gemakkelijk de 'groene grens' - waar geen douanecontrole is - ongezien over te steken. Duitse terroristen kunnen zich bovendien onopvallend bewegen in de linkse Anarchoszenerie van Nederland, ook omdat justitie nog niet erg gespitst is op de Rote Armee Fraktion. Dit in tegenstelling tot in buurland Duitsland, waar de autoriteiten in opperste staat van paraatheid verkeren.

De RAF-kern bestaat in 1977 uit zo'n twaalf personen, onder wie Brigitte Mohnhaupt, Sieglinde Hofmann, Elisabeth von Dijck, Peter Jürgen Boock, Rolf Clemens Wagner, Knut Folkerts en Stefan Wisniewski. Ze worden ondersteund door onder anderen Sigrid Sternebeck, Silke Maier-Witt, Hans Joachim Dellwo en Angelika Speitel. In de loop van het jaar sluiten Wackernagel en Schneider zich aan. Allen duiken in Nederland op. Maar wat voeren ze hier uit? Een reconstructie op basis van justitiële stukken.

 

 

Moord op Buback en Ponto
Als de 28-jarige Brigitte Mohnhaupt na een gevangenschap van vier jaar en zes maanden op 8 februari 1977 vrijkomt, neemt ze direct de leiding over de RAF. 'Ze kwam van de zevende verdieping van Stammheim - dat was haar legitimatie,' zegt een RAF-lid later. In Stammheim heeft Mohnhaupt de laatste acht maanden van haar straf uitgezeten op de etage waar ook de RAF-leiders Baader, Ensslin en Raspe worden vastgehouden. Dat geeft status.

Wat ook bijdraagt aan haar autoriteit: Mohnhaupt is lid van de eerste generatie. De studente filosofie heeft zich in 1971 al bij de RAF aangesloten. Drie jaar later wordt ze veroordeeld voor lidmaatschap van een criminele organisatie, verboden wapenbezit en het vervalsen van documenten.

Snel naar haar vrijlating komt Mohnhaupt naar Nederland. Halverwege maart is ze in Utrecht, in het gezelschap van Boock en Stefan Wisniewski - zij vormen de 'RAF-top' buiten Stammheim. Over een publiciteitscampagne die tot een apart gevangenisregime voor 'gewapende strijders' moet leiden, is eerder contact geweest tussen de 'bovengrondsen' van de RAF en de legale tak van terreurgroepen ETA (Spanje), IRA (Noord-Ierland) en Brigate Rosse (Italië). In Utrecht stuurt de RAF-top aan op 'politiek-militaire' samenwerking.

Op 7 april vermoordt de RAF federaal officier van justitie Buback en zijn twee begeleiders in Karlsruhe. Tijdstip: rond kwart over negen in de ochtend. Silke Maier-Witt zegt na haar arrestatie in 1991 dat zij later die dag, na klusjes in Duitsland te hebben opgeknapt, door twee RAF-leden aan de 'groene grens' bij Kerkrade wordt opgehaald. Eén van hen is Knut Folkerts, die later wordt veroordeeld voor zijn aandeel in de moord op Buback.

'Die dag observeerde ik 's ochtends een bank in Keulen,' zegt Folkerts dit jaar in weekblad Der Spiegel . Daarna zou hij met het openbaar vervoer naar de grens zijn gereisd, die te voet hebben overgestoken en de trein naar Amsterdam hebben genomen. Hij zegt Maier-Witt later die dag te hebben opgehaald. Mogelijke conclusie: hij kan niet bij de moord zijn geweest.

Ook Mohnhaupt wordt later veroordeeld voor de Buback-moord. Maier-Witt verklaart dat zij haar die morgen tegen elf uur ontmoet in een Amsterdams filiaal van Wienerwald - de vestigingen van deze schnitzelketen zijn een populaire ontmoetingsplek van de RAF. Mohnhaupt, in gezelschap van Sieglinde Hofmann, haalt de 27-jarige Maier-Witt over zich bij de 'illegalen' te voegen. Diezelfde avond wordt zij naar de Baden Powellweg 217 gebracht. Naast de RAF-top zijn er op 7 april nog vier 'strijders' in de Amsterdamse flat.

De 25-jarige Peter Jürgen Boock geeft haar een wapen: met een Colt Springfield op zak behoort zij nu officieel tot de illegalen. 'Boock raakte in hogere sferen toen hij uitleg gaf over verschillende soorten munitie,' zegt Maier-Witt dit jaar. Als zestienjarige heeft Boock RAF-oprichters Baader en Ensslin in 1969 ontmoet. Acht jaar later sluit hij zich bij de RAF aan om zijn 'idolen' vrij te krijgen.

De opsporing draait in Duitsland intussen op volle toeren: de moord op Buback, leider van het RAF-onderzoek, schokt het land. De daders verschuilen zich in Amsterdam.

De 32-jarige Rolf Clemens Wagner, alias de Zwitserse fotograaf Othmar Fehr, heeft de schuilplaats aan de Baden Powellweg in Asterdam-Osdorp in december 1976 gehuurd. Op 13 december van dat jaar betaalt hij bemiddelingsbureau Homefinders in Amsterdam 23,60 gulden inschrijfgeld. De zoekopdracht: een gemeubileerde woning, minimaal twee slaapkamers, liefst in het westen van de stad. Mocht de woning niet op de begane grond zijn, dan graag een lift. Drie dagen later tekent Wagner het huurcontract.

De RAF-top duikt op 16 april weer op in Utrecht. Met twee andere RAF-leden spreken Mohnhaupt, Boock en Wisniewski opnieuw over een samenwerking tussen Europese terreurgroepen. In Utrecht wordt ook het idee geopperd oud-bondskanselier Willy Brandt te ontvoeren of te vermoorden. Een 'actie' tegen Brandt, die in Amsterdam verblijft, zou vrijlating van de Stammheim-gevangenen dichterbij kunnen brengen.

Anderhalve maand later, het is midden juni, krijgt Hans Joachim Dellwo een telefoontje. Dellwo, die als koerier gecodeerde correspondentie tussen gevangenen en 'illegalen' vervoert, moet naar Amsterdam komen. Daar vragen Mohnhaupt en Wisniewski hem een gebouw in Luxemburg binnen te gaan en zijn ogen goed de kost te geven.

In Luxemburg wordt Dellwo opgevangen door Wagner. Die vertelt hem dat het gaat om een gebouw van de Europese Gemeenschap (EEG). Vanuit een hotelkamer heeft hij al opnamen en foto's van het EEG-gebouw gemaakt. Later heeft Dellwo in Luxemburg nog zo'n drie ontmoetingen met de RAF-top.

Op 21 juni verblijft hij urenlang in het gebouw, waar op dat moment EEG-ministers van Buitenlandse Zaken vergaderen. Aansluitend brengt hij verslag uit; ter verduidelijking tekent hij voor de 'illegalen' een plattegrond. Boock oppert een vrachtwagen en hefbrug tegen het venster van de conferentiezaal te zetten en de ministers van Buitenlandse Zaken 'in de vrachtwagen te trekken'. Hij overweegt ook in de hal springstof tot ontploffing te brengen. In de verwarring kunnen 'die belangrijke deelnemers aan de conferentie' vervolgens worden gegrepen.

Max van der Stoel, minister van Buitenlandse Zaken in het demissionaire kabinet-Den Uyl, is een van de ministers die vergaderen in het EEG-gebouw - bijvoorbeeld over het einde aan de ontwikkelingshulp voor Oeganda. Van terroristen merkt hij niets: de 'actie' in Luxemburg wordt niet uitgevoerd.

Een maand later komt de RAF wel in actie. In zijn huis in Oberursel wordt de bankier Jürgen Ponto op 30 juli doodgeschoten.

 

 

Schleyer-ontvoering
De verhuurster van de Baden Powellweg 217, die zelf één deur verder woont, beklaagt zich in de zomer van 1977 over haar huurders: er zijn te veel mensen binnen, ze heeft last van lawaai. Geen wonder: de voorbereidingen voor de ontvoering van werkgeversvoorzitter Hanns Martin Schleyer, als 'baas der bazen' voor de RAF de verpersoonlijking van het kapitalistische kwaad, zijn in volle gang. De flat in Amsterdam is de 'ontvoeringscentrale'.

Als 'Astrid Winter' huurt de 28-jarige Sigrid Sternebeck op 3 september, twee dagen voor de ontvoering, bij Budget Rent A Car in Utrecht een Ford Taunus. Die gebruikt ze om 'groene grenzen' tussen België en Frankrijk in kaart te brengen. Ook rijdt ze in Nederland naar 'oefenplaatsen', waar ze onder leiding van andere RAF-leden schietoefeningen doet en zich traint in man-tegen-mangevechten.

Op maandag 5 september wordt Hanns Martin Schleyer in Keulen ontvoerd. Op dezelfde dag begint Sternebeck met het cleanen van de flat aan de Eastonstraat 227 in Amsterdam, op loopafstand van de Baden Powellweg, die zij 28 juni zelf heeft gehuurd. De verhuurster van de Doku-Wohnung , waar de RAF documenten vervalst, heeft óók geklaagd over lawaai. Ontdekking dreigt.

Rond 10 september komt kopstuk Peter Jürgen Boock naar Nederland om de komst van Hanss Martin Schleyer naar Den Haag voor te bereiden. Die zit op dat moment gevangen in een 'Volksgevangenis' in Erftstadt-Liblar, maar de grond wordt de ontvoerders in Duitsland te heet onder de voeten.

Boock krijgt assistentie van Angelika Speitel (25). Die reageert als 'Karola Stöhr' op een advertentie voor een gezinswoning aan de Simon Stevinstraat 266 in Den Haag. Op zondag 11 september doet ze een aanbetaling, twee dagen later krijgt ze de sleutel. Boock koopt intussen een inrichting: een tafellamp, bloempotten, een televisie moeten het huis een doorsnee aanblik geven.

Waarschijnlijk in de nacht van 15 op 16 september wordt Schleyer bij Aken over de grens naar Nederland versleept. Volgens het boek Todesspiel , waaraan Boock heeft meegewerkt, moeten zijn begeleiders op een parkeerplaats aan de snelweg richting Den Haag lang wachten op de ploeg die de gijzelaar zal overnemen. Het heeft moeite gekost bij de Bijenkorf een grote mand te vinden, waarin Schleyer op klaarlichte dag ongezien de woning kan worden ingedragen.

Onduidelijk is of hij wordt overgeplaatst in de Ford Transit die Sternebeck als 'Astrid Winter' van 15 tot en met 17 september huurt in Haarlem - met een verlenging tot de 19de. De Duitse justitie denkt van wel, de huurdata lopen parallel met het Haagse verblijf van Schleyer. Nee, zegt Sternebeck, de bus is door Knut Folkerts gebruikt voor het meubileren van een woning in Eindhoven. Zij zegt dat de RAF die maand opnieuw een 'actie' in een EEG-gebouw voorbereidt - nu in Brussel. Eindhoven dient daarbij als uitvalsbasis. Maar door onenigheid over de gevonden woning, moet zij de bus langer huren. Uiteindelijk laat de RAF de woning en de actie schieten, zegt Sternebeck.

 

 

Schietpartij in Den Haag
Het verblijf in Den Haag duurt niet lang. Onder de valse naam 'Ursula Dietrich' heeft Angelika Speitel op 10 september bij de Trompgarage in Den Haag een Ford Granada gehuurd. Op 13 september belt 'Dietrich' uit het Parkhotel in Den Haag, waar ze op kamer 266 logeert, om de huurtermijn te verlengen. Het personeel krijgt argwaan en belt de politie. Die meldt dat de naam en het adres van de Duitse autohuurster niet kloppen. Als zij op 19 september opnieuw bij de Trompgarage verschijnt, slaat het personeel alarm.

Even later ziet Speitel twee agenten hun dienstauto in een hofje parkeren. Ze vlucht. Buiten weet agent Randy Siersema haar vast te grijpen. Verderop in de straat trekt een man met zijn linkerhand een wapen uit zijn broek en vuurt tweemaal op de agent. Die raakt zwaargewond, het duo ontkomt.

De volgende dag bericht het Bundeskriminalamt in Wiesbaden, belast met het Schleyer-onderzoek, dat in de Ford afdrukken van de rechterduim en rechtermiddelvinger van Brigitte Mohnhaupt zijn gevonden. Schleyer is dan al weg: in de nacht van 19 op 20 september is hij naar Brussel versleept.

Nu volgen de gebeurtenissen elkaar snel op. Nadat Sigrid Sternebeck op 9 september haar eerste Ford Taunus bij Budget Rent A Car aan de Croeselaan in Utrecht heeft teruggebracht, huurt zij daar de volgende dag eenzelfde auto. Haar papieren blijken vals. Vanaf donderdagmiddag 22 september wordt het verhuurbedrijf 'afgepost' door politie. Tegen zes in de avond komt de 25-jarige Knut Folkerts - die ergens in 1976 tot de RAF is toegetreden - de rode auto terugbrengen.

Zijn arrestatie loopt uit op een drama. De Duitser schiet agent Arie Kranenburg dood. Agent Leen Pieterse raakt zwaargewond door een handgranaat van de RAF-terrorist. Folkerts wordt gearresteerd, maar Elisabeth von Dijck, die met Folkerts in de Taunus naar de Croeselaan is gereden, weet te ontkomen.

Eén of twee dagen later verlaten twee vrouwen en een man de woning aan de Baden Powellweg, verklaart een buurvrouw op nummer 215. Als ze zijn vertrokken, kijkt ze naar binnen. Het lijkt of de drie haastig zijn vertrokken: in de keuken staat nog afwas. Volgens de buurvrouw en haar vriendin blijft nummer 217 daarna onbewoond.

De makelaar die de Stevinstraat 266 aan 'Karola Stöhr' heeft verhuurd, ziet in De Haagsche Courant van 26 september een foto van Angelika Speitel. Meteen herkent de makelaar zijn huurster. Hij belt de politie. Maar 24-uursobservatie levert niets op: er laat zich niemand meer zien bij de woning.

De RAF lijkt zich te hebben teruggetrokken. Op 1 oktober wordt de huur voor het huis in Den Haag uit Parijs verstuurd. Ook de huur voor de Amsterdamse flat komt in een envelop uit die stad. Bij het geld zit een ansicht van Wagner, alias Fehr, met een foto van de Eiffeltoren en de Arc de Triomphe.

Schijn bedriegt: de RAF is niet weg uit Nederland. Eind oktober, als een belangrijk deel van de RAF naar de Iraakse hoofdstad Bagdad is gevlucht, probeert kopstuk Stefan Wisniewski (24) in Leiden een nieuwe rekruut te werven. Wisniewski, zoon van een Poolse dwangarbeider, is vermoedelijk in 1975 toegetreden tot de RAF, waar zijn dadendrang hem de bijnaam 'Fury' oplevert. In Leiden faalt hij: het beoogde RAF-lid weigert de wapens op te nemen. Maar een paar dagen later besluit de man - bij een weerzien met Wisniewski in Rotterdam - alsnog deel te nemen aan de 'stadsguerrilla'.

Niet begin november 1977, zoals steeds is aangenomen, maar op 29 oktober krijgt de politie lucht van de RAF-flat in Osdorp. De volgende dag gaan twee agenten de woning binnen, die een verwaarloosde indruk maakt. 'Ze hebben vingerafdrukken genomen op glazen die op tafel stonden en in de keuken,' zegt de verhuurster nu in gesprek met Elsevier . Voor onderzoek nemen ze ook de envelop en ansichtkaart van Wagner mee. Toch staat de zoon van de verhuurster diezelfde zondag oog in oog met de terrorist. Wagner overhandigt hem 16 bankbiljetten van 100 gulden: de huur voor november. Onderzoeksresultaten zijn nog niet bekend, de observatiepost is nog niet ingericht: Wagner ontkomt. Maar dat zal nooit naar buiten komen. Tot in de rechtszaal houdt de politie vol dat zij de woning pas begin november ontdekt.

 

 

Amsterdam-Osdorp
10 november, half vijf in de namiddag. Een Duitser wandelt de fotozaak Capi-Lux aan de Nassaukade in Amsterdam binnen. Als de verkoper de bon uitschrijft, vraagt hij een naam. 'Lohmann,' zegt de Duitser. Maar zijn adres, dat de verkoper wil noteren voor de garantiebewijzen, weigert 'Lohmann' op te geven. ' Das kommt nicht in Frage! ' Met een doos vol fotospullen brengt een taxi hem tegen vijven naar de Klaas Katerstraat.

Na de schietpartij bij de telefooncel op de hoek van de Pieter Calandlaan en de Domela Nieuwenhuisstraat, worden de bonnetjes van Capi-Lux bij Wackernagel gevonden. Maar de verkoper van Capi-Lux herkent op foto's Rolf Clemens Wagner als klant. En agent Hanekamp ziet vanuit zijn observatiepost rond zes uur twee mannen op de galerij van de flat aan de Baden Powellweg. Eén man, degene die een kartonnen doos draagt, is de flat ingegaan, schrijft het Bundeskriminalamt in mei 1979, en dat zou Wackernagel zijn. 'Het is dus mogelijk dat Wagner de fotoartikelen heeft gekocht en Wackernagel de zaken in de woning heeft gebracht.'

Vermoedelijk zijn er op 10 november niet twee, maar drie RAF-leden in Amsterdam.

Die avond liggen Wackernagel en Schneider onder vuur. Na de kogelregen worden bij Schneider doorzeefde notitievelletjes gevonden, beschreven door RAF-leider Mohnhaupt. Wackernagel en Schneider zijn naar Amsterdam gestuurd om cocaïne en marihuana te kopen voor de drugsverslaafde Boock. Maar zij moeten ook een video-uitrusting kopen. Voeg daarbij de grote hoeveelheden fotospullen en het vermoeden is geboren: de RAF bereidt zich in Amsterdam voor op een nieuwe 'actie'. Maar wat de terroristen van plan zijn? Dat komt Nederland na de arrestatie niet meer te weten.

 

 

Kader bij artikel:

 

Tenzij anders vermeld, zijn de feiten in deze reconstructie gebaseerd op Duitse gerechtsstukken, informatie van de toenmalige Centrale Recherche Informatiedienst of documenten uit het onderzoek naar de schietpartij op 10 november 1977 tussen de politie en leden van de Rote Armee Fraktion in Amsterdam-Osdorp. Ter aamvulling zijn boeken, kranten- en tijdschriftartikelen gebruikt.

 

 

Kader bij artikel:

 

Duik zelf in RAF-documenten: www.elsevier.nl/raf

 


advertentie