maandag 22 maart 2010

Tags

Weekblad

Geschiedenis: Het revolutietje van '68

dinsdag 29 april 2008 10:31

Veertig jaar geleden gistte het oproer overal ter wereld, vooral onder studenten.Na Parijs kreeg ook Nederland in mei 1968 te maken met bezettingen en demonstraties, tot grote schrik van de autoriteiten, onder leiding van premier De Jong, de stoere oud-onderzeebootcommandant. Het jaar dat volgde, werd een mythe.

De spanning moet te snijden zijn geweest in die ministerraad van vrijdag 17 mei 1968. Het kabinet van de katholieke premier Piet de Jong, dat onder leiding van de 53-jarige voormalige onderzeebootcommandant altijd zo ontspannen vergaderde, stond voor een cruciale vraag. Buigen of barsten? Toegeven aan de opstandige studenten of er vol tegenin gaan?

Op dinsdag 21 mei zouden de Duitse studentenleider Rudi Dutschke en de Franse studentenleider Daniël Cohn-Bendit in Amsterdam spreken voor Nederlandse studenten. Grotere opruiers kende het Europa van die dagen niet. Rote Rudi werd in eigen land verweten een burgeroorlog te beginnen. Dany le Rouge (Rode Dany) was aanstichter van een studentenopstand in Parijs. En die dreigde nu naar Nederland over te slaan.

De erudiete minister van Justitie, Carel Polak (VVD), legde het dilemma op tafel: 'Ik neig ertoe de studentenleiders de toegang tot Nederland te weigeren.' Polak was niet bang aangelegd. 'Democratie is niet voor bange mensen,' pleegde hij te zeggen. Aan de vergadertafel barstte de discussie los. De KVP'ers premier De Jong, minister van Onderwijs Gerard Veringa en minister van Cultuur Marga Klompé wilden oproer onder studenten ten koste van alles voorkomen. Niet provoceren, was hun devies. 'Ik heb het gevoel dat door de studentenleiders de toegang te ontzeggen het vuur alleen maar zal aanwakkeren,' zei De Jong. Veringa, met zijn 42 jaar een jonkie in het kabinet, en zijn beschermvrouwe Klompé (56) hadden eigenlijk wel begrip voor de opstandige studenten. Ook de door stakingen geplaagde ARP-minister van Sociale Zaken Bauke Roolvink - 'Rioolvink' zeiden arbeiders - viel De Jong bij. De ophanden zijnde loonmaatregelen tegen inflatie zouden massale acties kunnen oproepen. Het was beter nu te zwichten voor dreigementen van studenten. Om erger te voorkomen.

Polak, andere VVD'ers in het kabinet en KVP-minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns waren juist voor de harde aanpak. Luns had het niet lang daarvoor al eens opgenomen tegen een zaal vol opstandige studenten en tegen hen gezegd: 'U spreekt nu wel luid, om niet te zeggen, u schreeuwt (...), maar daarom is wat u zegt nog niet waar.' Later zou hij uit de volgens hem 'extreem-links' geworden KVP stappen.

Uiteindelijk besloot het kabinet-De Jong de studentenleiders toe te laten. Maar de verdeeldheid bleef. Vicepremier Joop Bakker (ARP) waarschuwde: 'Er kan een moment komen dat het toestaan van agiteren juist niet de veiligste weg is.'

In 1968 gistte en kookte het onder studenten over de hele wereld. Overal beklommen ze de barricaden (zie '1968: een jaar van rellen en moorden' op pagina 22). Waarom? Net zoveel wensen als barricaden, in elk land wilden studenten weer net iets anders. Het kwam erop neer dat ze de autoriteiten verwierpen. Weg met de regering, weg met het bestuur van hun universiteit, weg met de directies van bedrijven, ja weg met de hele vorige generatie. In hun kielzog streden arbeiders voor hogere lonen.

Nergens in West-Europa botsten studenten en autoriteiten zo hard als in mei 1968 in Parijs. Op 3 mei bezetten studenten de universiteit van Parijs, de Sorbonne. Wekenlang demonstreerden studenten en arbeiders met vaandels en spandoeken tegen de gevestigde orde van president Charles de Gaulle. Adieu de Gaulle, adieu. Meer dan eens eindigden protestmarsen in straatgevechten met de politie. Honderden mensen raakten gewond. Een demonstrant werd getroffen door een traangasgranaat en overleed.

Parijs schudde ook Nederlandse studenten wakker, en daarmee de Nederlandse regering. Een jaar lang zouden opstandige studenten het land in de greep van een revolutiedreiging houden. Het eindigde in mei 1969 met de bezetting van het Maagdenhuis, bestuurlijk centrum van de Universiteit van Amsterdam. Deze bezetting en eigenlijk het hele jaar 1968 zijn vervolgens de geschiedenis in gegaan als een mythisch revolutiejaar. Terecht of overdreven? Het was toeval dat net toen in Parijs de vlam in de pan sloeg, in Nederland een discussie woedde over hervorming van de bestuursstructuur van universiteiten. Ingenieur August Godfried Maris had in opdracht van het kabinet-De Jong een plan bedacht voor een efficiënter universiteitsbestuur. Maar studenten wilden nog iets anders. Ze eisten democratisering of, zoals ze zelf schreven, 'inspraak op alle nivo's'.

Parijs kwam voor hen als een geschenk uit de hemel. Ze kregen een stok om mee te slaan in de onderhandelingen. De toen 23-jarige voorzitter van de Nederlandse Studenten Raad, Eduard Bomhoff, decennia later voor de LPF nog minister van Volksgezondheid in het eerste kabinet-Balkenende, wees de regering fijntjes op de wereldwijde studentenonlusten. 'Vandaag denkt iedereen daarbij aan het buitenland. Misschien is dat morgen niet meer het geval.'

Er had zich een nieuw type student aangediend. Tot de jaren zestig was studeren iets voor gelukkigen uit welgestelde kringen. Zij hielden zich vaak niet zo bezig met de wereld buiten de universiteit. Maar vanaf de jaren zestig werd het hoger onderwijs toegankelijk voor jongeren uit lagere klassen, en die waren wél politiek betrokken. Bovendien maakten ze kwantitatief grote indruk: ze waren met z'n velen omdat de naoorlogse geboortegolf de universiteit bereikte. Het studentental naderde in 1968 de honderdduizend, een record.

Een luidruchtige minderheid was gegrepen door de ideeën over klassenstrijd en dictatuur van het proletariaat van filosoof Karl Marx (1818-1883). Ze wilden niet alleen de universiteit, maar ook de maatschappij democratiseren en voelden zich verbonden met de arbeidersklasse. Ze noemden zichzelf 'intellectuele arbeiders' en waren te vinden in de door de radicale marxist en telg uit een katholiek arbeidersgezin Ton Regtien opgerichte Studenten Vakbeweging en in de Kritische Universiteiten, die als schaduwuniversiteiten opdoken.

Volgens deze studenten moest de universiteit 'permanente maatschappijkritiek' leveren en het centrum worden van 'democratische experimenten'. Parijs gaf ook hun hoop op een revolutie. Begin maart 1968, voor de mei-revolte, had Regtien nog een discussievergadering in Parijs bezocht en was teleurgesteld afgedropen wegens de 'hopeloze verdeeldheid' onder de Franse kameraden. Maar de opstand in mei maakte die teleurstelling meer dan goed. Regtien geloofde weer in revoluties. Parijs bewees volgens hem dat studenten en arbeiders samen konden optrekken tegen het gezag. In werkelijkheid maakten de Parijse arbeiders zich vaak drukker om hun loon en zou de Nederlandse arbeider niet anders zijn, maar dat wist Regtien niet.

De Studenten Vakbeweging hield in 1968 de hele maand mei anti-Maris-acties. Studenten gingen de straat op, discussieerden in aula's tot ze elkaar door de sigarettenrook niet meer zagen en betoogden in Den Haag voor de deur van Maris. Nederland werd benauwd voor een eigen Parijs. 'Studentenrevolte ook hier?' vroeg Het Parool zich bezorgd af.

De protesten waren des te enger omdat niemand in Nederland wist waarom de studenten zo boos waren. Elsevier wijdde er in 1968 een cover aan: 'Wat willen de studenten?' Zelf wisten de studenten het ook niet zo goed. Nota bene een oud-lid van de Studenten Vakbeweging schreef in Vrij Nederland : 'Onder het handelsmerk "kritische universiteit" worden al een tijd lang door actieve studenten grote hoeveelheden bedrukt papier en lawaai geproduceerd, zonder dat degene die op al dat lawaai afkomt erachter kan komen wat deze studenten nu eigenlijk willen?'

Toch zat vooral op universiteiten de schrik er goed in. Bij de Universiteit Leiden, bepaald geen links bolwerk, vroeg de voorzitter in een vergadering van het bestuur 'of men gezien de precaire toestand' voor 'chantage' moest wijken. Het antwoord was bevestigend: geef studenten dan inspraak.

Ook de leden van de Academische Raad waren bezorgd. De heren van dit overkoepelende orgaan van universiteiten en hogescholen wilden op 22 juni vergaderen over de bestuurshervormingen. Toen ze de voor hen gereserveerde Senaatszaal van het Utrechtse Academiegebouw binnenstapten, zaten er 25 studenten die brulden niet weg te gaan en mee te zullen vergaderen. Elders in het gebouw besloten de leden even geen advies over bestuurshervormingen uit te brengen. 'De menigte groeit,' riep een van hen. Buiten verzamelden zich studenten voor een sit-in , een zitdemonstratie.

Buigen of barsten? Die vraag beantwoordden de autoriteiten van 1968 steevast met: buigen.

 

 

Onduidelijk
Premier Piet de Jong stond erom bekend dat hij zijn hoofd bij crises koel hield. Maar de studenten aanpakken, durfde hij niet, zoals bleek tijdens de ministerraad van 17 mei. Zelfs niet toen het bezoek van de studentenleiders Dutschke en Cohn-Bendit (tegenwoordig europarlementariër voor de Groenen) de studenten helemaal niet in vuur en vlam zette, zoals was gevreesd.

De regering leek net zo hard in een revolutie te geloven als de studenten zelf, ook al gaven de gebeurtenissen daar geen aanleiding toe. De ministers van Binnenlandse Zaken, Justitie en Onderwijs gingen eind mei om de tafel met burgemeesters van de universiteitssteden om af te spreken wat ze moesten doen bij een opstand. Dat terwijl volstrekt onduidelijk was hoeveel studenten de straat op zouden gaan als het tot een echte opstand zou komen. Ja, sommigen schreeuwden hard, maar er waren er ook die gewoon doorstudeerden.

Het kabinet boog desondanks voor de studenten. Een plan om de inschrijvingsgelden te verhogen, werd uitgesteld omdat onderwijsminister Veringa bang was dat het indienen van het wetsontwerp 'een vonk in het kruitvat' betekende. 'De minister heeft kennelijk niet de politieke moed een konfrontatie met parlement en studenten te riskeren,' schreef studentenblad Demokrater .

Dat was niet waar. Veringa was onder alle omstandigheden bereid te praten. Hij wilde alleen koste wat het kost voorkomen dat er, net als in Parijs, bloed zou vloeien. Toen studenten hem na een toespraak in Amsterdam vasthielden, sprak hij vijf kwartier met ze, kaapte een Gauloise van een student en vertrok toen pas. 'Een minister is ook maar een mens, alleen een beetje ouder dan jullie,' zei hij. Veringa nodigde de Nederlandse Studenten Raad na de dreiging van Parijse toestanden uit voor een gesprek, ging akkoord toen de studenten eisten dat het gesprek openbaar was en gaf toe toen ze per se in Utrecht wilden afspreken in plaats van Den Haag.

 

 

Boze brieven
Vooral de VVD verweet de regering over zich heen te laten lopen en premier Piet de Jong ontving boze brieven. Een kunstenaar schreef woedend dat de jeugd drie van zijn monumenten had vernield en appelleerde daarbij aan De Jongs verleden als onderzeebootcommandant in de Tweede Wereldoorlog. 'U hebt in tijden van groot gevaar Uw torpedo's met moed en bekwaamheid afgevuurd. Doe het nu ook.' De Jong suste: 'Uw ongerustheid kan ik begrijpen. Wij hopen in gemeenschappelijk en rustig overleg de noodzakelijke hervormingen binnen universitaire kring tot stand te brengen.'

In de loop van 1968 werden de studenten steeds brutaler. In het najaar protesteerden ze tegen het neerslaan van demonstraties in Mexico-stad. In Amsterdam bezetten ze het Mexicaanse consulaat. Voor het eerst leek ook de regering te twijfelen aan haar lankmoedige houding. Het kabinet besloot in de ministerraad honderd man van de Koninklijke Marechaussee achter de hand te houden. De ministers Veringa en Polak betreurden het te horen dat rector magnificus A.D. Belinfante van de Universiteit van Amsterdam achter de studentendemonstraties stond. Minister Luns had geen goed woord over voor de rector magnificus van Nijmegen, die tegen studenten had gezegd dat ze aan 'het voorfront van een sociale revolutie' stonden. Maar optreden deed het kabinet nog niet. Uit angst voor ongeregeldheden zei het een bezoek van prins Claus aan de Hogeschool Tilburg af.

Pas in mei 1969 zou het kabinet doorpakken. Na onlusten in Amsterdam was minister van Defensie Willem den Toom (VVD) de eerste die in de ministerraad de 'om zich heen grijpende gezagscrisis' aan de kaak stelde. 'Ik heb het gevoel dat een groot deel van de bevolking wacht op wat de regering nu gaat doen.' Maar het was te laat, een jaar na Parijs kreeg ook Nederland zijn mei-opstandje.

 

 

Maagdenhuis
Op 29 april 1969 hadden studenten de Hogeschool Tilburg bezet en omgedoopt tot Karl Marx Universiteit. Acties, demonstraties, ultimatums en bezettingen volgden in vrijwel alle universiteits- en hogeschoolsteden. Tv-programma Achter het Nieuws zinspeelde al op bezettingen van bedrijven. Op 16 mei om half negen 's avonds volgde het klapstuk. Studenten slopen via een achterraam het Maagdenhuis binnen en bezetten het bestuurlijk centrum van de Universiteit van Amsterdam. De marxistische studentenleider Ton Regtien was erbij. Hij kwam in een met krantjes, stencils en studenten volgepropte Morris uit Berlijn rijden en verwachtte dat Parijs zich in Amsterdam ging herhalen: 'Een historisch moment.'

Op een paar communisten en pacifisten na, samen goed voor negen zetels, was de Kamer woest en verzocht de regering om 'orde, rust en veiligheid'. De taal in de ministerraad van 19 mei was nu wel gespierd: ja, de gezagsstructuren waren aan hervorming toe, maar dat moest gebeuren volgens de spelregels van de democratie.

Wat het Maagdenhuis betrof vond De Jong dat 'de grenzen van het toelaatbare' waren overschreden. Minister Veringa belde nog tijdens de vergadering met de Amsterdamse burgemeester Ivo Samkalden. Die zei met de bezetters te willen overleggen. Het kabinet veegde dat voorstel van tafel. Met de bezetters praten, zou betekenen dat de autoriteiten ze erkenden als studentenvertegenwoordigers. 'Wij steunen ontruiming,' zei De Jong. Veringa belde weer naar Amsterdam en Samkalden gaf de studenten de kans tot 23.00 uur om te vertrekken. Op 21 mei 1969 om half twee 's middags bestormde een politiemacht het Maagdenhuis en trok de in elkaar gehaakte studenten naar buiten.

En toen? Toen niets. Studenten en arbeiders gingen niet massaal de straat op, er volgden geen wekenlange straatgevechten met de politie en er vloeide geen bloed zoals in Parijs. Er kwam inspraak voor studenten, maar die was er ook zonder al die onrust gekomen omdat de universiteiten en minister Veringa die zelf ook wilden. De onrust versnelde het proces, zou Veringa later zeggen, maar zorgde er ook voor dat de invloed van studenten juist kleiner was. 'Overleg met hen was op dat moment erg moeilijk.'

De revolutie waar Nederland van mei 1968 tot mei 1969 voor vreesde, bleek een mythe. Net als in de rest van de wereld. Toen de rook was opgetrokken en de barricaden waren opgeruimd, bleek er geen regering gevallen. 'Studenten gingen snel weer naar college en arbeiders aan het werk,' zegt hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam James Kennedy nu.

Door alle chaos geldt 1968 wereldwijd als het jaar dat alles veranderde. Het werd symbool voor de lossere zeden, de grotere vrijheid van burgers, alle verworvenheden van de jaren zestig. In de herinnering is de tijdbalk van de jaren zestig samengeperst tot één jaar: 1968. Maar 1968 was niet het jaar dat alles veranderde. Kennedy: 'Het was het jaar dat alles ophield te veranderen. Het jaar van wat had kunnen zijn.'

Zelfs in Parijs was de revolutie uitgebleven. Nergens was een regimewisseling zo dichtbij geweest. De Gaulle had al een afscheidsbrief geschreven, maar op 27 mei 1968 demonstreerden een half miljoen gaullisten tegen de linkse studenten en arbeiders, en bij de parlementsverkiezingen in juni boekte De Gaulle een monsterzege. Studenten bleken revolutionairen zonder revolutie, wereldwijd, ook in Nederland.

 

 



Kaders bij artikel:

Lering trekken uit eerdere crises
Buigen of niet? De geschiedenis kon de bestuurders niet helpen

De regering stond in 1968 voor de keus: gehoor geven aan de wens van studenten om het bestuur 'op alle niveaus' te 'democratiseren' of zich verzetten tegen de hervormingsdrang? De bestuurders probeerden daarbij lessen te trekken uit het verleden.

In debatten wezen Tweede Kamerleden op revolutiejaar 1848. In veel opzichten leek 1848 op 1968. Ook toen eisten in Europa burgers inspraak in het bestuur. In Frankrijk, de Duitse staten: overal braken rellen en revoluties uit. De Nederlandse koning Willem II hield lang alle grondwetswijzigingen tegen die zijn macht beperkten, maar de ondergang van staatshoofden in Europa om hem heen maakte hem zo benauwd dat de vorst, zoals hij zelf verklaarde, in één nacht van conservatief liberaal werd. Op 3 november kwam een nieuwe Grondwet die de vorst zijn macht ontnam en de burgers macht gaf. Een revolutie was voorkomen. Zo leerde 1848, volgens sommige Kamerleden in de jaren zestig, dat meebuigen het verstandigste was.

Of niet? Ook revolutiejaar 1918 werd vaak aangehaald. Na de Eerste Wereldoorlog deden soldaten en arbeiders in Duitsland een greep naar de macht. Pieter Jelles Troelstra, fractieleider van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij, dacht dat ook Nederland rijp was voor een revolutie en gebood het kabinet af te treden. Maar dat bleef zitten, een opstand bleef uit. 'De historie leert dat alle revoluties die slaagden, geslaagd zijn door de vrees der regeerders, die begonnen met toegeven,' zei de katholieke minister van Arbeid Piet Aalberse.

Met de geschiedenis konden de politici in 1968 dus alle kanten op. In een debat over het studentenoproer stelde Kamerlid Gerrit Diepenhorst (ARP) de goede vraag: is het een 'eerbiedwaardige drang tot hervorming' of een 'relletje'. Precies daarover werd het kabinet het vaak niet eens.

 

 


'Schrijf dat het een reuzenfeest is'
Bekende en onbekende Nederlanders op Parijse barricades

Plotseling stond ze daar. Uit een groep demonstrerende studenten en Renault-arbeiders sprong een blond meisje van 21 naar voren. Marieke de Man uit Dordrecht. Journalist Otto Kuijk was er verbaasd over een Nederlandse te zien op de Parijse barricades. 'Schrijf maar dat het een reuzenfeest is, arbeiders en studenten hebben elkaar gevonden. Reusachtig,' zei ze.

Tijdens de meirevolte in Parijs liep een onbekend aantal Nederlanders mee tussen de protesterende studenten en arbeiders. Achter spandoeken met de beeltenis van de in 1967 geëxecuteerde marxistische guerrillaleider Che Guevara demonstreerden ze tegen het verouderde onderwijssysteem, de lage lonen, de oorlog in Vietnam, eigenlijk tegen de hele gevestigde orde.

De meeste Nederlanders in Parijs werkten of studeerden er. Onder hen Maarten van Traa, die aan de Sorbonne politieke wetenschappen studeerde en later Tweede Kamerlid zou worden voor de PvdA. Hij berichtte over de studentenbezetting van 'zijn' universiteit en de straatgevechten in het Algemeen Handelsblad tot hij in een 2CV vol pamfletten, op weg naar een staking bij autofabrikant Renault, werd aangehouden. Samen met vier andere Nederlanders werd hij Frankrijk uitgezet wegens 'inmenging in binnenlandse aangelegenheden'. Vanuit Amsterdam schreef Jacob Kohnstamm, later voor D66 Tweede Kamerlid, senator en staatssecretaris hem: 'Nauwelijks een half jaar in Parijs en je kunt jezelf weer niet rustig houden.'

Andere Nederlanders kwamen speciaal voor het rumoer uit Nederland over. Zo ook schrijver Cees Nooteboom, die er als 38-jarige journalist arriveerde in de laatste dagen van de revolte. Hij ervoer de gebeurtenis als iets heel belangrijks. 'Op een dag, op een of ander oud journaal, moet dit er als een historische menigte uitzien. (...) Het is het definitieve einde van een tijdperk.'


Het jaar van de megafoon
Iedereen moest overal over kunnen meepraten, vonden studenten in 1968. Dat eindigde veelal in elkaar overschreeuwen. Studenten en politici grepen vaak naar een megafoon om hun punt te maken.

 

 


1968: een jaar van rellen en moorden

20 januari Explosie Shell-raffinaderij bij Rotterdam eist twee levens

30 januari Tet-offensief; communistische Vietcong valt Zuid-Vietnamese steden aan

2 februari Extremisten plegen aanslagen op conservatief uitgeversconcern Springer in Berlijn, Duitsland

6 februari Tweede Kamer bepleit stopzetten Amerikaanse bombardementen in Vietnam.

Olympische Winterspelen in Grenoble, Frankrijk

9 februari Prinses Beatrix opent eerste metro in Nederland, die in Rotterdam

13 februari Fractieleiders christelijke partijen willen nauw samenwerken, in 1980 zou daaruit CDA ontstaan

18 februari Anti-Vietnamdemonstraties, tienduizend studenten Berlijn, Duitsland

21 februari Contrademonstratie van 150.000 mensen in Berlijn tegen studenten

29 februari Studentenonlusten in Italië en Spanje

3 maart Aanslagen op Portugese, Spaanse en Griekse ambassade in Den Haag

4 maart Minister van Justitie Carel Polak (VVD) bekritiseert hoogleraren, omdat die studenten aanmoedigen Amerikaanse president Lyndon B.Johnson te beledigen

8 maart Studentendemonstraties voor geestelijke vrijheid in Polen

9 maart Studentenbetoging Spanje tegen Franco-regime

2 april Hoge Raad spreekt schrijver Gerard Reve vrij van godslastering. Reve beschreef in boek Nader tot u hoe hij met God die als ezel op aarde terugkeert, de liefde bedrijft

4 april Amerikaanse voorvechter gelijke rechten dominee Martin Luther King vermoord in Verenigde Staten

11 april Moordaanslag in Berlijn op studentenleider Rudi Dutschke, die ernstig gewond raakt. Dagenlang gaan studenten straat op

17 april Prins Maurits geboren

23 april Protest tegen Vietnamoorlog. Studenten bezetten Columbia University in New York, Verenigde Staten.

27 april Studentenonlusten in Italië en Denemarken.

Politieke Partij Radicalen splitst zich af van KVP; gaat in 1990 op in GroenLinks

29 april Brand aan boord Nederlands enige vliegdekschip Karel Doorman .

1 mei Betogingen jongeren tegen kabinet in Amsterdam

2 mei Begin studentenonlusten in Parijs, Frankrijk

3 mei Studenten bezetten universiteit van Parijs

13 mei 24-uursstaking arbeiders in Frankrijk uit solidariteit met studenten

18 mei Studenten in Spanje slaags met politie

24 mei President Charles de Gaulle kondigt referendum aan voor onderwijshervormingen en dreigt met aftreden

25 mei Arbeidersdemonstratie Utrecht tegen loonpolitiek

29 mei President De Gaulle vraagt aan generaal Massu of het leger hem steunt

30 mei De Gaulle kondigt in radiotoespraak verkiezingen aan. Massa-demonstratie van gaullisten in Parijs

5 juni Aanslag in Verenigde Staten op senator Robert Kennedy. Hij overlijdt later.

EK Voetbal in Italië

6 juni Tweede Kamer aanvaardt btw

12 juni Franse regering verbiedt demonstraties en ontbindt links-radicale groepen

25 juni Vier Kamerleden van de Boerenpartij breken met partijleider boer Koekoek en beginnen eigen fractie

27 juni Koningin Juliana opent DAF-fabriek in Born

30 juni Gaullisten behalen meerderheid bij parlementsverkiezingen Frankrijk

2 juli Minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns (KVP) bezoekt Indonesië

5 juli Hongkong-griep ontdekt die wereldwijd circa 750.000 levens kost

21 juli Jan Janssen wint Tour de France

23 juli Rassenrellen in Chicago, Verenigde Staten

29 juli Paus veroordeelt gebruik anticonceptiemiddelen

1 augustus Mammoetwet ingevoerd in onderwijs

20 augustus Sovjettroepen maken einde aan Praagse lente, de poging om het communisme in Tsjechoslowakije te hervormen

16 september Wetsvoorstellen tegen rassendiscriminatie ingediend bij Tweede Kamer

21 september Conflict in PvdA over Nieuw Links dat meer partijdemocratie wil

25 september Prins Friso, tweede zoon Beatrix, geboren

2 oktober Leger en politie schieten op demonstrerende menigte in Mexico-stad

3 oktober Studenten bezetten het Mexicaanse consulaat in Amsterdam

7 oktober KRO schorst presentator Frits van der Poel, omdat hij blootmodel Phil Bloom met kleren aan op televisie wilde tonen tegen achtergrond van naakte mannen. Bloom zorgde in 1967 voor ophef door bloot op tv de krant te lezen

12 oktober Olympische Spelen in Mexico

22 oktober Studentenbetoging in Amsterdam vanwege vonnissen tegen bezetters Mexicaans consulaat

30 oktober Koningin Juliana opent IJtunnel Amsterdam

5 november Richard Nixon wint Amerikaanse presidentsverkiezingen

6 november Studenten demonstreren op het Binnenhof in Den Haag tegen deinstelling van numerus fixus

17 november Studenten bezetten universiteit in Praag

21 december Amerikaanse Apollo 8 voor het eerst met bemanning rond maan

 

advertentie