woensdag 7 mei 2008 15:48
Marlene Dumas blijft onverslaanbaar, maar verder stelden de vrouwen het afgelopen jaar een beetje teleur. Van de Nederlandse kunstenaars doen de schilders en fotografen het op de bloeiende internationale kunstmarkt het best, ook bij buitenlandse topinstituten. Een galerie in Nederland hebben ze vaak niet meer (nodig).
De Elsevier top-100 van Nederlandse kunstenaars toont een selectie uit de Nederlandse beeldende kunst die het complete spectrum beslaat van nationale en internationale stijlen van nu. Er is abstractie, met schilders als Jan van der Ploeg en Kees Goudzwaard en met beeldhouwers als Carel Visser en Krijn de Koning. Er is realistische schilderkunst volgens het meest traditionele ambacht, zoals van Henk Helmantel en Piet Sebens. Er zijn fotografie, conceptkunst, film- en videokunst en 'mixed media' in alle mogelijke mengsels. En binnen al die stijlen zien we weer vertegenwoordigers van allerlei generaties, van Corneille (1922) tot Melvin Moti (1977) en Aaron van Erp (1978).
In de allerhoogste regionen van de nieuwe top-100 van dit jaar zien we een paar belangrijke verschuivingen. Marlene Dumas bleef dit jaar opnieuw de onbetwiste nummer 1, met over de hele breedte hoge scores, ondanks de rust die in de media over haar neerdaalde. Haar afstand tot de (nieuwe) nummer 2, Erik van Lieshout, werd kleiner dan in de twee vorige jaren, maar bedraagt nog steeds een flink aantal punten.
De artistieke ontwikkeling van Rineke Dijkstra, de afgelopen twee jaar steeds nummer 2, maakte geen grote sprongen meer. Het aantal tentoonstellingen en prijzen stagneerde. Zij zakte naar plaats 4. Atelier Van Lieshout, een kunstcollectief onder leiding van Joep van Lieshout, steeds efficiënter georganiseerd en steeds grootser in aanpak, steeg naar de derde plaats.
De eerste drie plaatsen in de top-100 van twee jaar geleden waren voor drie vrouwen: Dumas, Dijkstra en Fiona Tan. Dit jaar is alleen Dumas als vrouw op het toppodium overgebleven. De hele top-100 telt sowieso minder vrouwen dan vorig jaar: 27 tegen 33. En in de top-50 zijn dit jaar zelfs negen vrouwen minder te vinden.
Het aantal internationale topinstituten dat tentoonstellingen maakte van Nederlandse kunstenaars, is dit jaar gestegen. Maar in de drie Europese 'grand tour'-exposities van zomer 2007 (Documenta Kassel, Biënnale Venetië en Skulptur Münster) was juist weer weinig Nederlandse kunst te zien.
Concurrentie
De Nederlandse kunst waar nationaal en internationaal de meeste belangstelling naar uitgaat, is in toenemende mate schilderkunst. Bijna de helft (44 plaatsen) van de top-100 wordt bezet door schilders/tekenaars. Dat heeft er vooral mee te maken dat het moeilijk blijkt galeries en verzamelaars, de 'markt' dus, duurzaam voor film/video en installaties te interesseren.
Film en video kosten gemiddeld meer productietijd en vergen een ingewikkelder organisatie dan een gemiddeld schilderij of een gemiddelde tekening. Daar staat tegenover dat films en video's op meer dan één plaats tegelijk kunnen worden getoond. Maar het soort video/film-presentatie of installatie dat door musea als 'solopresentatie' wordt aangemerkt, is nog steeds zeldzaam.
Tweede belangrijke Nederlandse kunstvorm, vooral uit oogpunt van internationale belangstelling, is nog steeds de fotografie, vooral in het genre 'jonge meisjes'. Wereldwijd bereikte de (markt voor) fotografie vorig jaar duidelijk een verzadigingspunt. De concurrentie is enorm, vooral in het internationale middengebied waartoe de Nederlandse fotografen, op Rineke Dijkstra na, behoren. Het aantal fotografen in de top-100 daalde van negentien naar zestien; in de top-50 kromp hun aandeel van twaalf naar acht plaatsen. Koos Breukel en Anton Corbijn boekten opvallend succes, Breukel nationaal en Corbijn internationaal. Hellen van Meene bleef na haar grote sprong van vorig jaar hoog op plaats 7.
Regionaal
Het wordt intussen een bijna vanzelfsprekende ontwikkeling dat een Nederlandse kunstenaar die internationaal veel aandacht gaat krijgen, geen Nederlandse galerie meer (nodig) heeft. De 'Nederlandse buitenlander' Bob van Orsouw, eigenaar van de gelijknamige galerie in Zürich, heeft daar een verklaring voor (zie 'Nederland is provinciaals' op pagina 86). Omgekeerd bezoekt een toenemend aantal Nederlandse galeries wel zelf buitenlandse beurzen, en doet dit in toenemende mate met werk van buitenlandse kunstenaars.
Een andere trend is dat regionale musea steeds meer een eigen lijn volgen in plaats van hun grote, veel internationaler georiënteerde collega-instellingen in de grote steden te volgen. Regionale musea organiseren de meeste solo-exposities van Nederlandse kunstenaars, en met duidelijk succes: voor musea en kunstenaars zelf en voor het steeds diversere gezicht van de Nederlandse kunst.
Het aantal internationale groepsexposities in musea en kunstinstellingen is wereldwijd enorm gegroeid. Ook het aantal Nederlandse kunstenaars dat internationaal deelneemt aan groepstentoonstellingen, groeit snel. Maar de betekenis van zo'n expositie blijft onduidelijk. Een groepstentoonstelling vergt vergeleken met een solotentoonstelling veel minder commitment aan één bepaald kunstidee of artistiek concept. En echt individueel succes in groepsexposities vindt vanzelf, en eerder vroeg dan laat, zijn vertaling in solotentoonstellingen. Dat is de werkelijk graadmeter voor interesse van markt en instellingen. Alleen solotentoonstellingen tellen daarom mee voor de top-100.
De bloei van de internationale kunstmarkt als zodanig zette in 2007 nog onverminderd verder door. Maar het aandeel van de Nederlandse kunst in de grote internationale veilingen, dé openbare graadmeter van waardering voor kunstwerken in harde munt, werd kleiner. Dat was waarschijnlijk vooral het gevolg van het besluit van de grote internationale veilinghuizen om de minimumprijs van kunstwerken die voor die veilingen in aanmerking komen, te verhogen.
De vraag op veilingen naar schilderijen van René Daniëls, die wegens ziekte al enkele decennia niet meer schildert, blijft hoog, terwijl er zelden meer iets op de markt komt. In 2007 werd de recordprijs van 125.000 euro geboden.
Werk van Daan van Golden bracht bedragen op tot maar liefst 48.000 euro. In Londen haalde een fotowerk van Desiree Dolron 80.000 euro en Anton Corbijn vestigde in Amsterdam een nieuw fotorecord met 18.000 euro.
De onder verzamelaars meest populaire beeldhouwers bleken Shinkichi Tajiri, Kees Verkade, Carel Visser en Arthur Spronken met de hoogste prijzen op veilingen.
Meer over de kunst-top-100: www.elsevier.nl/top100-2008
Kader bij artikel:
De basis van de kunst-top-100
Hele kunstspectrum
Marlene Dumas
Schilderkunst
Seks(ualiteit), sociale identiteit en ras, hét item in veel kunst van nu, vormen al decennialang op een heel persoonlijke manier de hoofdthema's in het werk van Marlene Dumas (1953). Samen met Rineke Dijkstra heeft zij als enige uit Nederland succes over de volle breedte van het internationale kunstspectrum. Zowel in de musea als in de markt deed Dumas het ook in 2007 weer goed. Haar grote solotentoonstellingen waren ver weg. In Kaapstad, waar ze opgroeide, exposeerde ze in Iziko South African National Art Gallery. De bijbehorende catalogus Intimate Relations werd een zeldzaam persoonlijk document, vol brieven, aantekeningen, schetsjes, foto's en andere herinneringen over haar leven in Zuid-Afrika en haar eerste tijd in Nederland. In Japan werd in Tokio en Marugame haar grote museumexpositie Broken White getoond, met veel onbekend werk. In de grote veilingen bleven haar prijzen sterk, met als duurste stuk The Dance uit 1992, dat in juni 2007 bij Christie's in Londen ruim 1,2 miljoen euro opbracht. MOCA (Museum of Contemporary Art) in Los Angeles en het Museum of Modern Art (MoMA) in New York brengen later dit jaar een groot overzicht van Dumas' schilderijen en tekeningen vanaf de jaren zeventig, met als titel Measuring Your Own Grave
Veel gevraagd
Atelier Van Lieshout
Mixed media
Joep van Lieshout (1963, geen familie van Erik) is directeur van het veelgevraagde 'kunstbedrijf' Atelier Van Lieshout, of AVL, waar nu permanent zo'n twintig mensen werken.
Ook toen Van Lieshout nog werkte als individueel beeldhouwer op de grens van kunst en vormgeving, leefde zijn 'directeur van een bedrijf'-idee al volop. De productie van AVL, verdeeld over verschillende ateliers op een bedrijfsterrein aan de Rotterdamse haven, beweegt zich in een vaag grensgebied tussen kunst, meubelontwerp, interieur-design en 'speeltuin-voor-volwassenen'. Voorbeelden daarvan zijn een huisje in de vorm van een baarmoeder, een bar in de vorm van het uiteinde van een endeldarm, huiselijke taferelen uit het alledaagse leven in drie dimensies uitgevoerd, tekeningen en maquettes voor een door AVL bedachte eigen, alternatieve stad met de weinig aantrekkelijke naam Slave City.
Vier buitenlandse galeriesolo's en twee buitenlandse museum-solo's in vijf verschillende landen, plus een aankoop door het Stedelijk Museum, gaven in 2007 de reikwijdte van AVL goed weer.
Tot 6 juli is in Museum Folkwang in Essen de solotentoonstelling Stadt der Sklaven . Die is later dit jaar, van 13 september tot 30 november, in Ludwig Forum in Aken te zien.
Solide succes
Marcel van eeden
Tekeningen
Na zijn 'Duitse doorbraak', die hem vorig jaar al op plaats 16 bracht, was er in 2007 nog meer belangstelling voor het werk van Marcel van Eeden (1965). Vier buitenlandse galeriesolo's, twee exposities in buitenlandse kunstinstellingen en in grote kunstbladen getuigen daarvan.
Hij kreeg vorig jaar drie verzamelaarsverzoeken om net zo'n grote serie tekeningen te maken als hij exposeerde in de Berlijnse Biënnale van 2006. 'Maar dat zou betekenen dat ik dan 450 tekeningen had moeten maken nadat ik ze al had verkocht, en die druk wil ik niet. Ik ben toen voor het eerst gaan schilderen.'
Vijftien jaar lang tekende Van Eeden vooral 's nachts aan zijn dagboek, in zwart-wit of donkerbruin-wit dat we kennen van vroege foto's. Elke dag een nieuw beeld, geïnspireerd door foto's uit kranten, tijdschriften, geschiedenisboeken of gevonden fotoalbums, allemaal van voor zijn eigen geboorte. Tekeningen die in zwaar aangezet licht en donker een extra melancholie krijgen, en die hij in grote aantallen samen exposeert, verdeeld over een hele wand, soms als episodes uit het leven van semi-fictieve personages.
Tot 15 mei is de eerste expositie van Marcel van Eedens nieuwe schilderijen te zien in Galerie Zink in Berlijn.
Mondriaan unlimited
Jan van der Ploeg
Installaties
De Amsterdamse schilder Jan van der Ploeg (1959) voegt een 21ste-eeuwse dimensie toe aan Piet Mondriaans erfenis van radicale abstractie in een strenge systematiek: in muurschilderingen, als onderdeel van de architectuur.
Van der Ploegs wandschilderingen, die hij maakt in opdracht van een curator of verzamelaar in een bestaand gebouw, museum, kunstinstelling of galerie, zijn tijdelijk. Daarna leven die werken alleen verder in fotografie, totdat iemand het ontwerp opnieuw wil laten uitvoeren.
De ontwerpen voor die muurschilderingen zijn, net als zijn kleine schilderijen, vanaf 1997 strak beperkt tot één vorm: een stilering van de handgreep in verhuisdozen, die hij 'Grip' noemt. De enige beperking die de kunstenaar stelt voor een specifiek ontwerp, is dat het maar op één plaats tegelijk mag worden uitgevoerd.
Van der Ploegs groeiende succes loopt parallel met de toename van de wereldwijde aandacht voor de architectuur van musea en kunstinstellingen, en voor de rol die dit kreeg in het imago en de aantrekkingskracht van kunstinstellingen. Een wandschildering van Van der Ploeg geeft daar nog weer een extra dimensie aan.
Op 3 mei opende de tentoonstelling Jan van der Ploeg & Thom Puckey bij Aschenbach & Hofland Galleries in Amsterdam.
Crazy cat in kunst
Armen Eloyan
Schilderijen
Voor Armen Eloyan (1966) bracht 2007 een internationale doorbraak, met exposities in onder meer Zürich en Londen.
Eloyan, die opgroeide in de Sovjet-Unie en begin jaren negentig uit Armenië naar Nederland kwam, is het soort kunstenaar voor wie schilderen een doel op zichzelf lijkt. Dynamisch en expressief dichtgesmeerde doeken in dikke lagen verf. Doeken die een eigen groeiproces hebben, en die afgezien van een rudimentair plan en een paar eenvoudige schetsen zijn opgebouwd tijdens het schilderen zelf. Een schijnbaar chaotisch verfspektakel, historisch bekend van stijlen - vol emotie - van schilders als Karel Appel en Willem de Kooning.
Eloyans doeken zijn bevolkt met allerlei bekende cartoonfiguren. Oorspronkelijk ontstaan in strakke, grafische lijnen en een duidelijk verhaal, spelen die in zijn doeken een wilde, schilderachtige variant van hun heldere zelf, in onduidelijke taferelen.
Amerikaanse cartoons kent Eloyan uit zijn eigen jeugd: 'Ze zijn universeel herkenbaar en geaccepteerd,' legt hij uit. Zo mengt hij de beeldtaal van een immigrant als De Kooning (abstract expressionisme) met het meest wereldwijd herkenbare product van de immigrantensamenleving die Amerika is: beesten en fantasiewezens die een eigentijds menselijk bestaan leiden zonder kenmerken van een specifieke cultuur of ras, en die de meest surrealistische avonturen overleven.
Tot 25 mei brengt de Kunst Halle in St. Gallen, Zwitserland, een overzicht van het werk van Armen Eloyan.
Nieuw leven
Theo Jansen
Sculpturen
Theo Jansen (1948) is op plaats 15 de hoogst binnengekomen nieuwkomer in de top-100.
Jansen studeerde eerst fysica in Delft, maar ging na een paar jaar toch schilderen. Pas in 1990 begon hij aan zijn werkelijke missie: het scheppen van een nieuwe vorm van leven, met behulp van pvc-buizen en plastic. 'Strandbeesten' die op de kracht van de wind als een krab zijdelings over het strand lopen, en die elk jaar groter en fantastischer werden.
Intussen bestaan er al verschillende generaties en families strandbeesten, die straks in kuddes op het strand moeten gaan leven.
Elk jaar is op het strand bij Ypenburg een strandbeesten-wandeling te bewonderen, maar in 2007 drongen Jansens beesten ook door in museumtentoonstellingen in Duitsland, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten. Er verscheen ook een schitterend boek van Jansen (plus dvd), De grote fantast . Sindsdien gaat er geen week voorbij of hij geeft wel ergens ter wereld een lezing met filmvoorstelling van zijn nieuwe levensvorm.
Gaten in de tijd
Melvin Moti
Video/film
Melvin Moti (1977) is de grote jonge onbekende in deze top-100. Zijn werk is beeldend, helder en zo veelpotig dat zijn toekomst bij voorbaat spannend is.
In 2007 exposeerde hij in het Stedelijk Museum en in twee buitenlandse kunstinstellingen, en kochten het Stedelijk en Museum Boijmans werk van hem. Samen met een ranking onder ' future greats ' in een internationaal kunstvakblad betekende dit een 18de plaats.
Moti's belangrijkste werk tot nu toe zijn drie films: No Show uit 2004, The Black Room uit 2005 en E.S.P. uit 2007. Daarin is een gesproken verhaal het meeslependste element; op het scherm zelf gebeurt weinig. Maar wat klinkt als een 'conceptueel' rampscenario van 'vooral veel tekst en weinig of geen beeld', betekent bij Moti's films van begin tot eind gefascineerd luisteren en kijken. No Show is het (ware) verhaal van de Hermitage-suppoost in Sint-Petersburg die in de Tweede Wereldoorlog een rondleiding gaf langs de lege lijsten van beroemde schilderijen - de doeken zelf lagen veilig opgeborgen in de kelders.
Mij fascineert, zegt Moti, de grens tussen werkelijkheid en verbeelding; tussen feiten en persoonlijke beleving.
Op 7 mei gaat in FRAC Champagne-Ardennes in Reims zijn film The Prisoner's Cinema in première (tot 7 juni). Vanaf 25 mei zijn films van Melvin Moti te zien op Château de Chamarande bij Parijs.
Comeback kid
Pat Andrea
Schilderijen
Schilder Pat Andrea (1942), opgegroeid in Den Haag en in de jaren zeventig lid van de Haagse Nieuwe Realisten, is met een compleet nieuwe serie werk in zijn typerende mengstijl van schildering en tekening helemaal terug. Zonder ooit echt weg te zijn geweest overigens: op veilingen bleek zijn werk altijd al populair.
Andrea, die sinds de jaren zeventig in Parijs woont, maakt de op een na grootste sprong in de top-100, na fotograaf-regisseur Anton Corbijn. In 2007 exposeerde hij in Château de Chenonceau bij Parijs, en daarna in het particuliere museum Frissiras in Athene, voor het eerst zijn nieuwe serie schilderingen en tekeningen. Daar had hij acht jaar aan gewerkt, in opdracht van de Parijse uitgever Diane de Selliers, die bijzondere edities maakt van grote klassiekers uit de wereldliteratuur, geïllustreerd door grote kunstenaars. Zoals La Divina Commedia van Dante, met illustraties van de Italiaanse renaissanceschilder Sandro Botticelli. Soms inviteert de uitgever ook een eigentijdse kunstenaar, zoals Pat Andrea voor Alice in Wonderland van Lewis Carroll.
De vreemde mengeling van surrealistische onschuld, geweld en erotiek die Andrea's werk van nature al heeft, inspireerde hem tot 49 grote schilderingen, waaruit weer 120 details werden gekozen ter illustratie van Carrolls verhaal. Alice au Pays des Merveilles werd een prachtige cassette van twee boeken: een met Andrea's grote schilderingen en een met het verhaal over Alice geïllustreerd met details.
Het Haags Gemeentemuseum toont vanaf 26 juni de hele zomer lang alle Alice in Wonderland -schilderingen van Pat Andrea.
Tijdloze metropolen
Frank van der Salm
Fotografie
Frank van der Salm (1964) kwam binnen op plaats 33 in de top-100, en op plaats 8 in de top-10 van Nederlandse fotokunst.
De fotografie vond Van der Salm pas na een lange omweg, via eerst een studie landmeten in Delft, en daarna grafische vormgeving en schilderen. Zijn onderwerpen zijn de schoonheid van het niet-romantische industriële landschap en de grootstedelijke architectonische chaos die het Duitse fotografen-echtpaar Bernd en Hilla Becher met leerlingen als Andreas Gursky en Thomas Struth op de kaart zette.
Van der Salm werkt vooral in het buitenland, waaronder China, Doebai, Brazilië, de Costa Brava in Spanje en de Verenigde Staten. 'Randverschijnselen' zoekt hij daar, en het soort architectuur van plekken met heel veel mensen. Die metropolen hebben niet alleen die enorme ongeorganiseerde bebouwing die hij zoekt, maar ook de heuvels en bergen die hij nodig heeft voor het hoge standpunt. Zo kan hij met één opname die 'overvolle' beelden schieten. Lange sluitertijden registreren sommige details extra scherp, maar andere juist onscherp; mensen verdwijnen zo bijvoorbeeld uit het beeld, en zorgen voor die vreemde 'uit de tijd getilde' sfeer die zijn beelden kenmerken.
Jubileumjaar
Henk Helmantel
Schilderijen
De Groningse schilder Henk Helmantel (1945) stijgt dit jaar van plaats 71 naar 36, maar blijft in het zeer gevarieerde top-100 gezelschap een vreemde eend in de bijt.
Helmantel vertegenwoordigt bij uitstek, vooral in Nederland (met zo veel glorierijke voorgangers uit de zeventiende eeuw), die schildersstijl die voor veel mensen onvoorwaardelijk en probleemloos 'kunst' betekent. Hij gelooft in traditie en ambacht, en brengt die gedisciplineerd in de praktijk. Hij bouwt zijn doeken niet alleen op in de techniek die in de vijftiende, zestiende en zeventiende eeuw een ongekende bloei beleefde - ook zijn onderwerpen, zoals stillevens en kerkinterieurs, lijken rechtstreeks uit vorige eeuwen overgeplant.
Vorig jaar werd zijn veertigjarig schildersjubileum gevierd met een bijzondere monografie, Henk Helmantel - 40 jaar kunstschilder , van uitgeverij Art Revisited uit Marum. Bewonderaars kunnen altijd terecht in zijn eigen expositieruimte en galerie in Westeremden, zodat exposities in professionele ruimtes elders zeldzaam zijn. Helmantels punten voor de top-100 komen daarom vooral uit veilingresultaten; met een derde plaats in de top-10 van veilingsuccessen. Verzamelaars boden in zijn jubileumjaar 2007 tot 50.000 euro voor zijn werk.
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement