dinsdag 24 oktober 2006 16:55
Vervolg - Fortuyn wilde altijd zijn gelijk hebben, altijd schitteren, altijd laten zien dat hij het het beste kon. Hij was nummer 1. Dat zorgde zijn leven lang voor weerstand en was uiteindelijk ook de reden dat het bestuur van Leefbaar Nederland hem liet vallen
Vervolg
Gelijk
Fortuyn wilde altijd zijn gelijk hebben, altijd schitteren, altijd laten zien dat hij het het beste kon. Hij was nummer 1. Dat zorgde zijn leven lang voor weerstand en was uiteindelijk ook de reden dat het bestuur van Leefbaar Nederland hem liet vallen. In zijn autobiografie Herfsttijloos (1993) beschrijft Ger Harmsen, de Groningse promotor van Fortuyn, hem als een klein kind dat een mooi bouwwerk maakt van blokken, maar het omvergooit voor het af is.

Pim Fortuyn werd op 6 mei 2002 vermoord
Die houding leverde een onmogelijke tegenstelling op: Fortuyn wilde 'erbij horen', maar maakte dat zo goed als onmogelijk door zijn botte houding. 'Elke krenking van zijn ego werd door hem zeer uitvergroot gevoeld, maar wat hij zelf bij anderen aanrichtte, nam hij niet waar. Dat hij anderen op de ziel trapte door alles waarvoor jaren is gewerkt, puinhopen te noemen, snapte hij niet. Maar als anderen hem gevaarlijk noemden of extreem-rechts, was hij verontwaardigd en zelfs kinderlijk verongelijkt,' zegt Ton Kee.
Volgens Roel in ’t Veld liet hij zich niets door iemand zeggen. 'Luisteren en vervolgens het gedrag aanpassen, dat vond hij moeilijk.' Zelf wist hij dat ook. Tegen oud-student John Wanders, die hem in 1988 nog eens opzocht, zei hij: 'Ik ben een karakter, daar moet je je mee verstaan. Of je vindt me een ontzettende klootzak, iemand die volstrekt verwerpelijk is. Of je doet daar iets uit op. Maar er zijn maar heel weinig mensen die een neutraal, onbetrokken oordeel over mij hebben.'
Na een paar jaar was het in 1992 ook afgelopen bij de OV-jaarkaart. 'We hadden een heel scenario klaarliggen met wat we nog meer met die kaart hadden kunnen doen,' zegt Van Sluis met enige spijt. Maar er was al iets anders gekomen, en wel het meest prestigieuze dat Fortuyn tot dusver had gedaan: een hoogleraarschap. Eindelijk.
Hoogleraar
In 1990 werd de Albeda-leerstoel ingesteld aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. De te benoemen buitengewoon hoogleraar moest zich bezighouden met arbeidsverhoudingen in de publieke sector. Van de negen kandidaten was Fortuyn, met zijn energie en frisse ideeën, verreweg de beste kandidaat. Toen Fortuyn werd aangesteld, zei Willem de Gaay Fortman – die hem immers nog kende uit zijn studententijd – tegen Albeda: 'Nou, daar bewijzen ze je geen dienst mee.' Maar Albeda had wel vertrouwen in Fortuyn.
De titel van zijn oratie was: Een wereld zonder ambtenaren. Daarin hield Fortuyn een pleidooi voor kernachtige, slagvaardige departementen met minder ambtenaren. 'Modelleer de overheidsdienstverlening zo veel als mogelijk naar de dienstverlening zoals deze wordt georganiseerd door het particuliere bedrijf,' schreef hij in Ambtenaren in 2000 (1989).
Hij stond een scheiding voor tussen beleid en uitvoering van beleid. Net zoals dat in Zweden het geval is, en dus bepaald geen onzin. In dit opzicht was Fortuyn zijn tijd ver vooruit. Het maakte natuurlijk de verkeerde indruk: alsof hij alle ambtenaren wilde afschaffen.
'Hij wist veel van arbeidsvoorwaarden in de publieke sector,' zegt Roel in ’t Veld in zijn Utrechtse werkkamer. In ’t Veld steunde destijds Fortuyns benoeming en zat in het bestuur van de leerstoel. 'Hij was heel goed in het vroeg agenderen van bepaalde belangrijke kwesties. Hij was ook goed in het observeren van de samenleving, kon schrijven, was creatief. Maar dat was allemaal niet genoeg – voor een wetenschapper komt er daarna nog iets. Tobben. Dat hoort nu eenmaal bij het vak.'
Knelpunten
Theo Dragt: 'Fortuyn zag precies waar de knelpunten zaten. In de zorg en in het openbaar bestuur. Hij zag de bijna incestueuze manier waarop ambtenaren zichzelf adviseren en beoordelen. Ordening door ontvlechting, de nota aan PvdA-staatssecretaris Hans Simons van Volksgezondheid, was een baanbrekend voorbeeld. De publieke dienst is er natuurlijk helemaal niet voor zichzelf.'
'Ik vond hem een goede keuze,' zegt Albeda. 'En ik vond dat proefschrift indertijd ook goed.' In plaats van een stroom wetenschappelijke publicaties verscheen van Fortuyns hand het vlammende manifest Aan het volk van Nederland, een politiek-economische zedenschets. Er moest dan wel meer aandacht komen voor de leeropdracht over arbeidsverhoudingen, maar niet op zo, dacht het bestuur van de leerstoel geschrokken. Want Fortuyn zag de leerstoel als een middel om eindelijk ruimschoots belangstelling te kweken voor zijn opvattingen.
Wat Fortuyns grootste succes had moeten worden, eindigde in een mislukking. Hij had het trouwens zelf al aangekondigd door vanaf het begin van zijn hoogleraarschap te zeggen dat hij de leeropdracht te beperkt vond. Maar hoe ver Fortuyn wilde gaan, was onduidelijk. Moest heel Nederland op de schop? 'Dat hoogleraarschap heeft hij geconverteerd in een soort superjournalistenvak. Hij deed niets wetenschappelijks,' zegt In ’t Veld.
In 1994 kwam het bestuur, bestaande uit Wil Albeda, Theo Dragt, Roel in ’t Veld, Anton Zijderveld, de latere minister Jozias van Aartsen en vertegenwoordigers van de ambtenarenbonden, bijeen om de prestaties van Fortuyn te beoordelen.
'De vraag voor het toezichthoudend curatorium,' zegt Theo Dragt, 'was: wat hebt u aan wetenschappelijke prestaties geleverd? Want van dat wetenschappelijke deel was volgens het curatorium niets terechtgekomen. ''Ach'' zei Fortuyn tegen Max Rood, destijds de autoriteit op het gebied van ambtelijke verhoudingen en voorzitter van het curatorium. ''Mijn boeken worden gedrukt in oplagen van 85 duizend en die van u in drieduizend.'' Waarop Rood antwoordde: ''Jip en Janneke wordt gedrukt in een oplage van tweehonderdduizend. We hebben het hier, meneer Fortuyn, over wetenschap.'' En dat is de enige keer geweest,' zegt Dragt, 'dat ik Fortuyn twintig minuten lang heb zien zwijgen.'
Hofnar
Er was onenigheid over de herbenoeming van Fortuyn. Anton Zijderveld wilde hem als hofnar nog wel een kans geven, de afgevaardigden van de vakbonden waren tegen, Van Aartsen zei dat zo’n luis in de pels goed was voor Den Haag. Albeda liet zijn protégé vallen. 'Gewogen en te licht bevonden, was zijn oordeel,' zegt Theo Dragt. Het werd een compromis: Fortuyn mocht nog twee jaar aanblijven om zijn werk af te maken, daarna ging de leerstoel naar een ander.
Bij zijn afscheid wierp Fortuyn zijn toga – cadeau van Dragt – theatraal van zich af en rende heen. Woedend was Fortuyn, vertelt Albeda. 'Boze telefoontjes. Hij vond het verraad.' Fortuyn heeft zijn leerstoel misbruikt om zijn eigen opvattingen uit te venten, luidde de conclusie. In 1996 was het voorbij.
Professor
Het echec van het buitengewoon hoogleraarschap is van groot belang geweest in het leven van Fortuyn. Het was zijn definitieve afscheid van de wetenschap. Al bleef hij de titel 'professor' met veel genoegen gebruiken en sprak hij ook graag zo over zichzelf. 'De professor is árm,' zei hij dan zieligjes tegen Oger Lusink van de chique kledingwinkel Oger in de Amsterdamse P.C. Hooftstraat, als hij weer eens een duur pak kocht.
Dat hij die titel bleef voeren, stak sommigen wel. Ton Kee: 'Het is kenmerkend voor hem dat hij zich als columnist ver verwijderde van de wetenschappelijke zeden en gewoonten door zonder gedegen onderzoek over elk onderwerp te schrijven en krachtige opinies te formuleren. Zelfs in zijn laatste boek, De puinhopen van Paars, noemt hij zich nog professor, terwijl dat toch geen enkele verwantschap vertoont met een wetenschappelijke publicatie.'
Na die mislukking kostte het Fortuyn veel energie en tijd om weer enthousiast te worden voor iets nieuws. Leraar zijn, toehoorders onderwijzen, een verhaal mooi vertellen, dat kon hij nou eenmaal erg goed en deed hij ook graag.
Column
Hij leefde van de wekelijkse column in Elsevier en van de ongeveer vijftig lezingen die hij per jaar hield. Bij de Speakers Academy van Albert de Booij stond hij in de top-tien van populairste sprekers. De Booij (55), die zijn bureau begon in 1997, ging destijds bij Fortuyn langs om te vragen of hij weleens lezingen gaf. Daar had Fortuyn om gelachen. 'Ik doe niet anders.'
Maar na een paar jaar deed hij die lezingen zo langzamerhand op zijn sloffen. Hij leidde een rustig leven, hoefde weinig moeite te doen en had goede inkomsten. En tijd genoeg om te piekeren, faxen te sturen.
Het was het begin van een sombere periode in Fortuyns leven. Hij had sinds 1994 de column in Elsevier, die hem veel fans opleverde, maar zijn adviesbureau werd steeds minder om adviezen gevraagd naarmate hij het paarse beleid harder en scherper bekritiseerde. De telefoon ging wel, maar voor een mooie baan werd hij niet gevraagd. Alleen voor lezingen. Fortuyn zocht naar iets nieuws.
Talkshow
'Hij heeft nog een pilot gemaakt voor een talkshow op televisie en die naar me opgestuurd,' vertelt Paul Witteman. 'Ik vond het niks, hij kon helemaal niet interviewen en daardoor werd het niet spannend. Pim sprak nu eenmaal beter dan hij luisterde. Misschien zouden we het nu leuk en fris vinden, maar toen dacht ik daar anders over. Hij voelde zich miskend. Als Marcel van Dam hem had gevraagd als directeur van de VARA had hij het zeker gedaan.'
Wel had Fortuyn korte tijd een televisieprogramma waarin hij, gezeten op een troon, zijn visie op de wereld gaf. Het programma trok te weinig kijkers om te blijven bestaan. Fortuyns moment was nog niet gekomen. Het schrijven van zijn autobiografie Babyboomers kostte hem veel energie. Hij beschouwde het als de afronding van zijn jarenlange therapie bij psychiater dr. Rens Hoekstra. Het eerste exemplaar wilde Fortuyn in 1998 graag aanbieden aan een van de weinige romanschrijvers die hij kon waarderen, Gerard Reve. Maar die weigerde.
Verliefd
Wel was Fortuyn verliefd, en niet zo’n beetje, op een jonge fotograaf, Ari Versluis, toen 33. Fortuyn was een romanticus: hij riep altijd dat hij alles over zou hebben voor de grote liefde. Dáár ging het hem om. En die grote liefde was Ari.
Ari heeft de beste en de meest duistere kanten van Fortuyn gekend. Fortuyn had altijd een zwak voor jonge mannen: die kon hij iets leren. Ari was dan wel jong, maar ook iemand die het het liefst zelf wilde doen. Het begon mooi, met een ontmoeting in Fortuyns stamcafé, leer- en jeansbar Shaft, op een zwoele zomeravond in 1993.
Ari (nu 41), bescheiden, vriendelijk, van gereformeerde afkomst, ging meestal naar houseparty’s, op zoek naar wilde beats en dj’s. Hij voelde zich die avond in Shaft een beetje ongemakkelijk – 'niet mijn scene' –, maar op het moment dat hij Fortuyn zag zitten en een oc'tje met hem maakte – oogcontact –, was de avond gered. Het was een coup de foudre.
'Ik vond hem fascinerend, opwindend, bijzonder. Ik wist vagelijk ook wel wie hij was.' Ze gingen samen weg. Hoe euforisch Fortuyn moet zijn geweest, blijkt uit het feit dat hij Ari in zijn armen naar de auto tilde om te voorkomen dat hij alsnog weg zou gaan.
Verstikkend
'Ik wist meteen: dit is niet zomaar iets. Al had ik ook twijfels, ik dacht: oppassen. Ik wilde me blijven bewijzen met mijn werk, laten zien dat ik het kon. Had ik wel zin in dat gedoe? Ik wist van meet af aan dat hij een stoomwals was. Het was romantisch en veilig, maar ik kon niet ademhalen.'
Fortuyn was vijftien jaar ouder, hij had veel bereikt, zat in een totaal andere levensfase dan zijn geliefde. Bovendien moest alles volgens Fortuyns regels. Dit was zijn grote liefde en het moest en zou dus een succes worden, want hier had hij zijn hele leven op gewacht. ‘Was ik echt zijn grote liefde? Of was het tijd voor een grote liefde en kwam hij mij op dat moment tegen?
Ik zei steeds: ''Laat me met rust, dan komt de waarheid wel.'' Maar Pim dacht dan dat ik hem niet wilde. Nou ja, zo ging het maar door. Hij had er gewoon nooit vertrouwen in. Ik moest steeds maar zeggen dat hij ook mijn grote liefde was, maar ik wist ten slotte helemaal niet meer wat ik voor hem voelde.
Ik snap nu pas dat hij echt zo in elkaar zat, dat hij niet anders kon. Hij begreep gewoon niet dat je iemand met rust moet laten, dat het dan wel goed komt.' Pim had, zegt Ari, wel interesse voor zijn werk, maar was ook jaloers op de hoeveelheid tijd en aandacht die het vergde.
Rothondje
Achterdochtig en afgunstig was Fortuyn, zelfs op Bart, de Jack Russell van Ari. 'Rothondje.' Het ging aan en dan weer uit, een vermoeiend spel van aantrekken en afstoten. Faxen met scheldkanonnades en liefdesbetuigingen volgden elkaar in razend tempo op.
Fortuyns stemming wisselde per uur. 'Zo dwingend. Maar we hebben het ook zo geweldig gehad. Toen zijn huis werd verbouwd en hij in één kamer woonde, dat was zo leuk. Maar toen het klaar was, vond ik het een mausoleum. Overal portretten van zichzelf. Weet je niet, de weg er naar toe was zo spannend. Maar als je er dan was... dan was het over.'
Maar mooie momenten waren er ook. Vooral als Ari en Pim met vakantie gingen. 'Dan viel alles weg en was het fantastisch. Op goede momenten was het helemaal niet van belang wat voor werk we deden. Dat waren de fijnste momenten. Dan waren we in Griekenland, werden wakker in zo’n hotel, rolden uit bed en namen meteen een glaasje wijn.
Of toen we mijn huis aan het verbouwen waren, toen rende hij plotseling de deur uit en verscheen weer met een blad met een fles champagne en twee glazen. We hadden vaak hete discussies over geloof, ecstasy, Rotterdam, de Lijnbaannegers, homo’s, gabbers, house, wel seks, geen seks, Shaft is uit, grote party’s zijn in – in het kort: Life To The Max In The Fucking Nineties.
Blokje kaas
Ik genoot ervan, ik hou van de wereld en zo hield ik van hem; bezield en voor honderd procent in het nu. En na die verbale vechtpartijen was er seks als een fijne climax en dan dacht ik ''nu ben ik dicht bij je'', en dan zei hij: ''Tijd voor een blokje kaas''. Een blokje kaas! Wat moet je daar nou mee?
Hij kon zich uiteindelijk nooit helemaal geven. Als het te dichtbij kwam, viel hij terug in een rol van banale macho-hetero en was voor mij het feest voorbij. Weg intimiteit, weg Begeisterung.' Elke vakantie eindigde in ruzies. 'Hij wist dat het thuis weer anders zou zijn en daar kon hij niet tegen. Maar ja, zo is het gewoon.' Elke keer als het uit was, was Fortuyn wanhopig.
Ari kreeg het zwaar te verduren. Fortuyn had hem in een ijzeren greep. 'Dan lag er acht meter fax, vol met verwensingen en bedreigingen, dat durfde ik niet eens uit te lezen. Ik durfde een tijd ’s nachts niet de straat op, bang dat ik hem zou tegenkomen. Dat gebeurde natuurlijk. Eén keer kwam ik in de Shaft, dat was zijn gebied, daar was hij zó kwaad over dat de barkrukken door de ruimte vlogen.
Toen is ook het plan ontstaan om de Shaft te kopen, om volledige controle te kunnen hebben. Een andere keer zag ik hem in café De Bak en toen gaf hij me een vuistslag vol in het gezicht. ''Zo, die had je nog te goed,'' zei hij.'
Ruzie
Voor de ramen van Ari’s studio zitten tralies, tegen de bakstenen die Fortuyn in woede door de ramen gooide. 'Kwaad omdat ik zijn domme gedrag van bedreigingen en verwensingen negeerde. Elke reactie die ik gaf, leidde tot een nieuw hoofdstuk faxen en ellende, niet reageren leverde bakstenen op. Catch 22.
'We waren totaal anders, maar er was ook een diepe connectie. Daarom heb ik het uiteindelijk zes jaar volgehouden, met alle keren dat het uit was. Hij had me vermorzeld, en als ik aan hem denk, krijg ik tranen in mijn ogen.
Maar ik kon niet anders. Ik geloof in grijstonen, Pims levensmotto was: alles of niets. En ik heb uiteindelijk gekozen voor niets. Ik heb echt van hem gehouden. Maar ik wist niet wat ik met hem aan moest.'
In 1999 ging het definitief uit, maar er bestaan weinig interviews met Fortuyn waarin Ari’s naam niet valt. Zijn grote liefde bleek de onmogelijke, tragische liefde.
Faxen
Alles wat in zijn leven gebeurde, schreef Fortuyn op en faxte hij naar zijn beste vriend Jan ’t Hooft. Faxen was bij uitstek Fortuyns manier van communiceren. Hij woonde het grootste deel van zijn leven alleen en dat viel hem soms zwaar. Al had hij de laatste jaren wel gezelschap aan zijn inwonende butler Herman Dikkers (41).
Bij thuiskomst kreeg hij altijd een glaasje wijn, en dan zei Fortuyn tegen Herman: 'Zet je collega’s nog eens op.' Even later daverden dan de klanken van Verdi’s Slavenkoor door het huis. Door te faxen hield hij contact met zijn vrienden. Sommigen kregen drie, vier faxen per dag. Het was Fortuyns methode van praten. Maar er zat een plan achter.
Zo kreeg de Haagse topambtenaar Theo Dragt, lid van de VVD, een lawine van politiek getinte faxen, met adviezen aan vooraanstaande politici. 'Pim was adviseur van Bolkestein en CDA'er Enneüs Heerma, en stuurde mij alles door wat zij kregen: al zijn betogen over immigratie, zorg, politie. Just for the record, stond er bij mij op geschreven. En dan wist ik: even wachten en dan komt Den Haag ermee. Al die ideeën kwamen rechtstreeks uit de kale kop van Pim.
Bolkestein
Bolkestein die bij het afscheidscollege van Fortuyn hem de hemel inprees, tien jaar later was Pim 'een pleefiguur tussen de groten van Europa!' Dat zal wel komen doordat Fortuyn Bolkestein een keer een gesjeesde Shell-directeur noemde.'
Zelf zegt Frits Bolkestein (69) dat Fortuyn, die hij in 1990 leerde kennen, 'zeker geen adviseur' van hem is geweest. Integendeel: Fortuyn vroeg Bolkestein juist om opdrachten voor zijn adviesbureau.
'Het contact ging van hem uit. Hij heeft zich na een bijeenkomst een keer in de Tweede Kamer, ik weet niet meer waarover het ging, per brief beklaagd dat ik hem te weinig aandacht had gegeven. Een beetje mokkerig, drenzerig. Dan gaf ik hem maar weer een aai over de bol.'
Volgens Bolkestein trok Fortuyn een spoor van ruzies. 'Dat kan niet in een fractie. Hij was meer van het management by speech en zo makkelijk gaat het niet in de politiek.'
Theo Dragt, die tientallen ministers heeft zien komen en gaan, leerde Fortuyn kennen toen hij adviseur was van Albeda. Hij was onder de indruk. 'Hij had een grote gave in het zien en analyseren van de samenhang tussen de knelpunten in de samenleving. Hij hekelde de bijna incestueuze manier waarop ambtenaren zichzelf via adviesorganen indirect van beleidsadviezen voorzien. En dat rapport van de Vernieuwingscommissie Rotterdam was echt heel goed. Ook de manier waarop hij beleidsontwikkeling en uitvoering op ministeries wilde scheiden, was goed, dat zag hij echt heel scherp. Daarin was hij zijn tijd ver vooruit.'
Dragt bood Fortuyn als houder van de Albeda-leerstoel een kamer aan in zijn kantoor aan het Haagse Lange Voorhout. Fortuyn had zo zijn eigen manier van wederkerige attenties. Hij bood Theo Dragt zijn versierde auto met chauffeur aan bij zijn huwelijk. 'Andere spullen heb je toch al.'
Maar een paar jaar later verwijderde Dragt Fortuyn uit de kamer. Ien Dales, geen vriendin van Fortuyn en de enige die haarfijn aanvoelde dat hij woedend werd als je hem negeerde, daverde door de gang. De toenmalige PvdA-minister van Binnenlandse Zaken zag zijn naambordje bij de deur. 'Zit dat stuk verdriet van een Fortuyn hier nog steeds!' gromde ze.
Even later – onduidelijk is of Fortuyns banden met de VVD te sterk waren geworden, of het om een verkeerd gebruikte parkeerplaats ging, of om een ongepaste avance tegenover iemand van het CAOP-personeel – moest Fortuyn van Dales zijn spullen pakken en vertrekken naar zijn veel minder mooie werkkamer aan de Erasmus Universiteit. Dat bekoelde de verhoudingen zeer.
'Fortuyn was een moeilijke man,' zegt Dragt. 'Hij vond dat hij iedereen mocht schofferen, maar tegen kritiek kon hij niet. Was hij meteen gepikeerd.'
Dragt vond Fortuyns beslissing om de politiek in te gaan niet meer dan logisch. 'Daar had ik het anderhalf jaar geleden al over met Harry Mens. Ik zei: ''Die columns, dat weet ik nou wel.'' Toen kreeg ik even later een fax met de tekst: ''Uw wens zal in vervulling gaan.''
Dat Leefbaar Nederland was niks voor hem. Het gekke was, hier in Den Haag durfden de meesten alleen in zeer klein gezelschap toe te geven dat ze het vaak met hem eens waren. In het openbaar was dat not done. De overheidsvakbonden trokken hun wenkbrauwen op omdat ik met Fortuyn omging.'
Monddood
Dragt schetst een beeld van een sinister land, waar voor rebellie zoals Fortuyn die bracht, geen plaats was. 'Hij zei zelf: ''Ik heb de kurk van de fles gehaald, maar het is een champagnefles en ik krijg die kurk niet meer terug.'' Weet je, wie in dit land dwars is, die wordt monddood gemaakt. Er zijn machten aan het werk, en dan doel ik eerder op het bedrijfsleven dan op de politiek, met belangen die ver boven Nederland uitstijgen. En die zullen ze zich niet laten afnemen.'
Fortuyns Groningse vriend Hans Broekhuis, met wie hij de laatste jaren weinig contact had, zag met enige bezorgdheid dat Fortuyn de politiek inging. 'Hij was zó onbevangen, hij kon zich amper voorstellen dat anderen dat niet zijn, er geheime agenda’s op na houden.'
Fortuyn kon aardig lomp zijn. Zo had hij de gewoonte halverwege diners op te staan en te vertrekken. Even naar huis om iets ruigers aan te trekken dan dat prachtige Italiaanse pak, en dan: op naar de Shaft! Waarom deed hij dat? 'Anders wordt er niet over me gepraat,' zei hij.
Maar meestal had hij het na een paar uur ook wel gezien. Hij kon onmogelijk zijn. 'Ik zei een keer tegen hem: ''Je praat links maar je eet rechts,''' zegt Theo Dragt. 'Toen had hij een ober in restaurant Corona helemaal aan gort geschreeuwd omdat hij bij zijn twee ons kaviaar een zilveren lepeltje kreeg, in plaats van een hoornen.'
De Haagse vastgoedondernemer Eddy de Kroes (53), samen met Fortuyn commissaris bij het wervings- en selectiebureau voor topsecretaresses van Lia van de Berg, vond dat gedrag weleens onhebbelijk. 'Dan kwamen we elkaar tegen op een galadiner en was hij voor het toetje opeens weg.'
Gepikeerd
Fortuyn had ook een feilloos gevoel voor de zwakke plekken van een ander en aarzelde niet daar iets over te zeggen. Zelf incasseren was een ander verhaal. Dat kon heel Nederland zien toen Paul Rosenmöller (GroenLinks) tijdens het tweede lijsttrekkersdebat Fortuyn wees op diens hang naar theater. Fortuyn had geen weerwoord, was gepikeerd, deed zijn microfoon af en vertrok – heel theatraal.
In de liefde en in vriendschap eiste hij totale toewijding. Je moest dag en nacht voor hem klaarstaan. 'Tomeloze liefde, tomeloze haat,' zegt Wilfried Uitterhoeve. Trouw was hij wel. Zo bleef hij de colleges van Ger Harmsen, die hem in Groningen het leven zuur had gemaakt, volgen. Met Uitterhoeve bleef hij bevriend, zelfs toen uitgeverij SUN weigerde Aan het volk van Nederland uit te geven, omdat het te pamflettistisch werd gevonden.
'Dan reed hij voor in een auto met een beeldschone chauffeur en gingen we lekker duur eten,' zegt Uitterhoeve. 'Bij het afscheid zoende hij me dan midden op straat vol op de mond, terwijl we niets seksueels hadden.' Pas op het laatst werd die vriendschap minder. De bescheiden Uitterhoeve vond Fortuyn 'wel erg lawaaiig' geworden. 'Hij was te giftig, te agressief. Kon hij ook niks aan doen. Ik juichte de komst in de politiek van iemand met zo veel theater niet toe.'
Auto's
Al Fortuyns vrienden en kennissen spreken met smaak over zijn auto's. Die MG waarin hij reed met een pet op! Die Jaguar Convertible met een linnen kap! 'Hij had het voor elkaar gekregen om die auto te parkeren in de parkeergarage van de Shell-directie,' vertelt zijn vriend, drukker Evert Chevalier.
'Daar was hij trots op, vooral dat ze daar uit veiligheidsoverwegingen onder de auto’s keken. Dat was in de tijd van de Brent Spar, toen de milieubeweging hevig protesteerde tegen het afzinken van dat vervuilde olieplatform. Maar toen iemand een keer ’s nachts op het linnen dak was gaan dansen, was de pret er snel af. Toen Gerard Spong een Jaguar kocht, nam Fortuyn een Daimler met verlengde wielbasis.' Hij reed trouwens als een hark. 'Hij had zijn rijbewijs bij de boter gekregen,' zegt Wim van Sluis.
De auto-met-chauffeur werd zijn handelsmerk, het laatste jaar. Het beeld van Fortuyn die met de woorden 'Let maar op, ik word minister-president' zijn hand met dédain uit het raam van die auto steekt, is onvergetelijk. Hij wist ook precies hoe hij die auto moest benutten. Dat had hij helemaal in zijn hoofd: hij kwam aanrijden, en bleef dan even zitten. Niet meteen eruit, dat was fout. Nee, even wachten, dat had effect. Dan kreeg iedereen het gevoel: hier gaat iets groots gebeuren.
Net zoals hij de aankoop van de nachtclub Shaft helemaal geënsceneerd had. Als die club eenmaal van hem was, zou hij een eigen entree hebben, een eigen kamer met luxaflex vanwaaruit de club te overzien was. Maar niemand kon naar binnen kijken. 'Zie je het voor je? ’t Was net The Godfather!' zegt Evert Chevalier lachend. Maar Eddy de Kroes, die het pand moest taxeren, vond het niks. 'Wat een afbraak.'
En Fortuyn had al plannen om naast zijn huis in Italië, ooit ongezien en in een impuls gekocht, een landingsplaats voor een helikopter te maken. Asfalt en lichtjes, zegt Hupperts. Daar ging het Fortuyn om. Hij hield meer van mensen dan van de natuur.
Zijn huis in Rotterdam werd net zo'n handelsmerk als zijn auto. Terwijl andere politici hun privéleven angstig afschermen, was Fortuyns huis voor iedereen toegankelijk. Hij gaf graag mooie feesten, grote diners.
Handdoekjes
'Ooit gaf hij een diner in zijn huis aan de Randweg in Rotterdam en vroeg alle gasten om iets te zeggen. Frans Swarttouw, president-directeur van Fokker, was er ook en die zei dat hij het vervelend vond dat er geen warme handdoekjes in de wc waren. Die gebruikte hij namelijk liever dan wc-papier. Daar baalde Pim dan van. Had hij alles mooi voor elkaar, was het nog niet goed.'
'Fortuyn,' zegt Roel in ’t Veld, 'kon heel grof zijn, maar daar stond ook iets heel zachts en romantisch tegenover. Wat ik vervelend aan hem vond? Hij kon heel koud en weinig empathisch zijn. Hij leefde zich weinig in en dat heeft me weleens gestoord.'
Roel in ’t Veld schetst net zo’n onrustbarend beeld van Nederland als Theo Dragt. Voor hem was de dood van Fortuyn zo onvermijdelijk als de handelingen in een Griekse tragedie. Het moest wel zo aflopen. Moord of zelfmoord: iets anders zag hij niet.
'We hebben in ons land lang iets onnozels gehad en dat kan niet meer. Fortuyn riep een spanning op die te groot was voor het bestel. Daarover moet goed en lang worden nagedacht. Een bepaalde elite is zich de meester van de maatschappelijke orde gaan vinden en ze krijgt daar in de media alle ruimte voor. Die zijn grotendeels onderdeel geworden van de macht.
Zo is werkelijk voorbijgegaan aan wat gewone burgers vinden. Voor degenen die wonen in allochtone wijken geldt: u moet zich net zo voelen als wij, die beter voor onszelf hebben gezorgd. En als u dat niet zo voelt, zit u verkeerd.'
Veel traditionele democratieën, zegt In ’t Veld, zijn in opschudding. 'Hier gaat het met een schok en een dreun, een moord. Dat proces kun je niet afdoen met begrippen als 'links' of 'rechts', en ook niet met het woord 'populisme', daar is het veel te groot voor.'
Opzichtig
Bij Fortuyn moest alles vooral groot en veel. De pakken en de dassen werden groter en groter, zelfs de deuren in zijn laatste huis moesten groter en de deurkozijnen werden 30 centimeter uitgehakt. De Daimler had een verlengde wielbasis. Opzichtig vond hij leuk. Achter in de auto brandden alle lichtjes en als hij dan naar huis reed, Herman achter het stuur en mooie klassieke muziek op, dan waren ze gelukkig.
Fortuyn had wel het inzicht van een stilist in het verbouwen van huizen, maar als het op kunst aankwam, was het wat minder. Zo hangen er in zijn huis voornamelijk portretten van hemzelf, de meeste niet al te bekwaam geschilderd. Toen hij een keer bij zijn vriend Jan ’t Hooft een prachtig, kostbaar Chinees porseleinen schaaltje liet vallen, zei hij tegen ’t Hooft: 'Koop maar een nieuwe bij de Xenos.' Ieder ander had zich geschaamd, Fortuyn klapte dubbel van het lachen.
Smartlappen
Thuis draaide hij cantates van Bach, maar de smartlap Manuela van Jacques Herb kon hij moeiteloos meezingen. Zijn vriend Evert Chevalier organiseert jaarlijks een golftoernooi, waar smartlappen worden gezongen. Gert en Hermien. Dat vond Fortuyn mooi. Was dat camp? Of oprecht? Met geld had Fortuyn een ingewikkelde band. Hij was er dol op, vooral omdat hij het leuk vond om groots te leven, maar het interesseerde hem niet wezenlijk.
Hij kocht moeiteloos pakken van een paar duizend euro, was dol op oesters en kaviaar. Toen hij in het lezingencircuit zat, ontmoette hij veel geslaagde zakenlieden. 'Veel politici,' zegt Chevalier, 'hebben niks met zakenlui. Ze kijken op ze neer. Maar hij niet. Hij vond die glitter en glamour erg leuk. Hij vond geld sexy.'
Echt veel geld heeft Fortuyn nooit gehad, al had hij door die lezingen een goed inkomen, tussen de drie en de vier ton – in guldens. 'Minder dan een topadvocaat, meer dan een minister-president,' zegt Roel in ’t Veld fijntjes.
Fortuyn had alleen giro, een giropasje en een creditcard van American Express. 'Daarmee kun je niet veel in het buitenland en dan liep hij geweldig te schelden,' zegt Hupperts. Hij had op een bepaald moment vier ton op zijn rekening-courant staan en kocht daar na veel aandringen van zijn bank aandelen voor. Japanse. Vlak daarna stortte de Japanse economie in.
Hij vond het leuk om te zien met welk gemak rijke jongens hun geld uitgeven. En het was ook handig om ze te kennen. 'Hij wilde een half miljoen gulden van me lenen om dat hotel in Italië te kopen,' zegt vastgoedmiljonair Eddy de Kroes. 'Dat had hij al bij een Nederlandse en bij een Italiaanse bank geprobeerd, maar die begonnen er niet aan. Daar wilde hij later gaan wonen en hotelier worden. Met allemaal leuke mannen natuurlijk.'
Rijkdom
Fortuyn kon mateloos genieten van de wereld der rijken. De vrouw van Eddy de Kroes noemt hem 'niet geldachtig'. 'Hij vond het wel leuk, maar het was niet van levensbelang.'
Erna de Kroes herinnert zich hoe hij een paar jaar geleden arriveerde op een diner op de Lage Vuursche tijdens een polotoernooi. 'Daar waren wel duizend mensen. Hij kwam binnen in een prachtige nieuwe beige jas met een grote bontkraag, zo uit de winkel. Hij zag mij en ik droeg toevallig een leren pak met ook zo’n kraag, precies hetzelfde bont. Dat was leuk! Enfin, hij nam me bij de arm en we moesten een paar keer op en neer paraderen zodat iedereen kon zien hoe mooi we er uitzagen. Ik zei: ''Nou Pim, nu is ’t wel weer genoeg.'' ''Nee,'' zei hij, ''we gaan nog één keer op en neer.'''
Hij was soms wel wat erg makkelijk met geld. Wim van Sluis, zijn accountant, herinnert zich faxen met de aanhef: 'Goede Willem. Ik heb iets doms gedaan.' 'Dan had hij bijvoorbeeld een zilveren servies gekocht van 30.000 gulden. Dat kon niet, dat moest weer terug.'
Van sjoemelen hield hij helemaal niet. 'Hij kreeg vaak bezoek van belastingambtenaren,' vertelt Van Sluis, 'die wilden daar thuis weleens rondkijken, maar hij was totaal recht door zee.'
Fortuyn vond het makkelijk om geld te hebben, maar au fond interesseerde het hem niks. 'Het was hem helemaal niet om geld te doen,' zegt Hupperts. 'Hij wilde iets achterlaten.'
Testament
Fortuyn had zijn testament niet aangepast sinds 1976. Dat betekent dat zijn broers en zussen erfgenamen zijn. Afgezien van het huis, waar een hypotheek op rust, is nog onduidelijk hoeveel Fortuyn nalaat. Wel heeft de familie een aandeel in de uitgeverij van Fortuyns boeken, uitgeverij Karakter.
Butler Herman is kort geleden begonnen met het opzetten van diverse lijnen. Hij heeft het merkenrecht van Pim's Butler (luxueuze keukenproducten), de chique kledinglijn Pim's Taylor en van Pim's Shoemaker, een exclusieve schoenenlijn.
Na het einde van zijn verhouding met Ari in 1999 realiseerde Fortuyn zich dat die grote één-op-één-liefde voor hem niet was weggelegd. En dat gaf een hoop energie, die hij in zijn politieke ambities stopte.
Ambitie
De ambitie om premier te worden, dateert van eerder. Maar pas halverwege 2001 besloot Fortuyn werkelijk de politiek in te gaan. Zo veel andere mogelijkheden waren er trouwens ook niet. Nog een jaar schelden op Paars in Elsevier zou vervelend worden, opdrachten kreeg zijn adviesbureau niet meer, die mooie baan kwam ook maar niet. Het verzoek van Leefbaar Nederland om lijsttrekker te worden, in het najaar van 2001, kwam dus als geroepen.
Toen hij speelde met de gedachte de politiek in te gaan, had Fortuyn Roel in ’t Veld om advies gevraagd. 'Ik zei: ''Doe maar'', maar zei er wel bij dat hij zich moest beheersen. En ik moet zeggen: dat heeft hij goed gedaan. Hij had eindelijk een schitterende rol gevonden: de machthebbers tarten. Hij was een nar, die de koning kan zeggen wat hij wil en overal de spot mee kan drijven. Maar een nar kan natuurlijk nooit zelf koning worden.'
In ’t Veld bewonderde Fortuyns journalistieke gaven. 'Hij kon beter schrijven dan ik. Maar hij bewonderde mijn intellect meer dan het zijne.' De vergelijking met een nar is bedrieglijk. Zeker speelde Fortuyn graag de rol van de nar, hij kon met zijn gevoel voor humor en zijn drang om aandacht te krijgen iets clownesks hebben. Maar daarachter school wel degelijk een scherp wetenschapper. 'In dat opzicht,' zegt In ’t Veld, 'zat hij zichzelf in de weg, want zijn kwaliteiten werden vaak overschaduwd door zijn hang naar theater. Hij was zo het slachtoffer van zijn eigen oneliners.'
Daarom waren serieuze politici benauwd om met hem in zee te gaan. Je wist niet wat je aan hem had, dachten ze. Maar uit al zijn boeken, hoe woest ook, blijkt wel degelijk een consistent verlangen om Nederland te moderniseren. Meer dan een nar was Fortuyn dat jongetje uit het sprookje dat de illusie wreed verstoort door te roepen dat de keizer helemaal geen kleren aanheeft.
Geniaal
'Pim had geniale inzichten,' zegt Kay van de Linde, campagneleider van Leefbaar Nederland. 'Hij was echt de droomlijsttrekker voor Leefbaar Nederland. Hij wist bijna instinctief hoe hij iedereen moest aanpakken. Bij de lokale afvaardigingen van de partij was eerst ook weerstand. Hij nodigde ze allemaal thuis uit en dat werd een soort love fest. Hij had ze allemaal om. Hij had zo veel charisma en hij was oprecht.'
Van de Linde kwam Fortuyn voor het eerst tegen na een uitzending van Barend en Van Dorp op 7 november 2000. Arrogant vond hij hem toen. Maar een jaar later, 22 augustus 2001, zag hij de beoogd lijsttrekker weer bij Jan Nagel en Willem van Kooten, en toen viel ook Van de Linde voor hem.
'Je moest wel door die houding heenprikken. Vooral na het lezen van zijn boeken was ik onder de indruk van zijn ideeën en de manier waarop hij ze bracht. Je moest hem aanpakken qua timing en hem focussen. Niet over tien dingen praten, kies er drie uit.'
Fortuyn bewonderde in Van de Linde diens kordate Amerikaanse aanpak. 'De halve Amerikaan' noemde hij hem, omdat Van de Linde in Amerika had gewoond. Fortuyns eigen beweging is een typisch voorbeeld van reform politics: elke paar jaar gaat in Amerika een roep op om grote schoonmaak te houden: Sweep City Hall Clean!
'Na de breuk,' zegt Van de Linde, 'hebben we geen contact meer gehad, dat vond ik niet loyaal tegenover Leefbaar Nederland. Ik heb hem nog één keer ontmoet, toen was hij koel en hard. Een nare ontmoeting. Het was met hem gewoon te moeilijk. Het liep stuk op menselijke dingen.'
Veerkracht
Was Pim Fortuyn de nacht van 9 februari nog in zak en as, hij had zijn veerkracht snel weer terug. Want hij kreeg op 10 februari al bezoek van drie vrienden die vonden dat hij door moest gaan. Geen afgevaardigden van Ons Soort Mensen, maar onbekenden als John Dost, Albert de Booij en Peter Langendam.
Fortuyn begon zijn eigen beweging: Lijst Pim Fortuyn, de LPF. Hij had een maand om de kieslijsten samen te stellen en moest keihard aan de slag. Erg selectief was hij niet: twee meisjes die zich alleen aanmeldden om koffie te zetten, stonden voor ze het wisten op de lijst. Fortuyn wist wel dat hij hier niet met de A-categorie te maken had, maar om door te gaan in de politiek had hij voetvolk nodig en daarover deed hij niet kritisch. Daar had hij geen tijd voor.
Theo van Gogh
'Ik ga die lui niet screenen,' zei hij. 'Dat doet de pers wel.' Tegen journalist en filmmaker Theo van Gogh (44), die Fortuyn 'de Goddelijke Kale' noemde, liet hij zich ontvallen: 'Ik vrees de LPF meer dan mijn politieke vijanden.'
Pim Fortuyn zag de kans om eindelijk minister-president van Nederland te worden. 'Dat zei hij jaren geleden al tegen me,' zegt Paul Witteman, 'maar ik zei dat dat hem nooit zou lukken. Daar was hij veel te controversieel voor.'
In het televisieprogramma van Theo van Gogh, Een prettig gesprek, richtte Fortuyn zich tot het volk. Daar had hij één minuut voor. 'Landgenoten!' begon Fortuyn en keek wervend de camera in.
In Babyboomers, volgens Wilfried Uitterhoeve 'een woest geschrift, zéér sterk in retrospect geschreven', spreekt Fortuyn ook al van zijn vroege begeerte om tot grote hoogte te komen. Paus, generaal, premier: in die regionen zocht hij het. Maar via de gebruikelijke wegen – lidmaatschap van een partij – was dat niet gelukt. Lijsttrekker van Leefbaar Nederland was hij inmiddels ook niet meer. En hij had, vond hij, wel lang genoeg aan de zijlijn staan trompetteren hoe het allemaal verder moest.
Nieuw begin
Maar Fortuyn had niets: geen geld, geen partijstructuur, geen kantoor, geen telefoonnummer. Wel had hij, in de tijd dat hij was gebruikt als souffleur voor de politieke machten, goed gemerkt hoe de politiek in elkaar steekt. En ook had hij al die jaren in het lezingencircuit een groot publiek aan zich verbonden. Hij had wel degelijk een achterban en één waar de Partij van de Arbeid alleen maar van kon dromen: het volk, de gewone man.
Na het interview in de Volkskrant steeg Fortuyn met zijn eigen razendsnel samengestelde lijst alleen maar harder in de peilingen.
Mat Herben (49) meldde zich op 20 februari per fax bij Fortuyn, nadat hij zich eerder tevergeefs had aangemeld bij Leefbaar Nederland. Herben was journalist bij het ministerie van Defensie. Hij richtte in 1993 in zijn woonplaats Leefbaar Linschoten op. Toen hij vorig jaar op Prinsjesdag het gejuich van Paars hoorde over hoe goed het allemaal ging met Nederland, schoot dat hem in het verkeerde keelgat. 'Ik dacht: ze hebben het alleen maar over geld. Maar er is veel meer in het leven, en dat is misschien nog wel belangrijker.'
Lijst
Op het moment dat Herben zich meldde bij Fortuyn had die al een mannetje of dertig op de lijst staan. 'We praatten, het klikte, ik besloot al mijn vrije dagen op te nemen en werd per 1 maart woordvoerder en adviseur van de LPF.'
Drie obstakels waren er, en geen kleintjes. De politiek, de pers, de partij. 'Van die drie,' zegt Herben, 'was de politiek het makkelijkst. De pers, dat was een reuzetoer. Steeds weer moesten we van alles rechtzetten wat verkeerd was gegaan. En we moesten de hele partij opzetten in een maand. Dat was het moeilijkst. Negentien kiesdistricten af met de kieslijsten met dertig namen.'
Herbens rol was aanvankelijk tamelijk bescheiden. Maar na het taartincident op 14 maart werd hij belangrijker. Tijdens de officiële presentatie van De puinhopen van Paars in perscentrum Nieuwspoort in Den Haag kreeg Fortuyn drie stinkende taarten in het gezicht door leden van wat zich de Biologische Bakkers Brigade noemde.
Naïef
Herben stond toen koel en duidelijk de pers te woord. Maar Fortuyn was zó gekwetst dat hij ermee op wilde houden. 'Toen hebben Albert de Booij en ik op hem ingepraat. Pim dacht, een beetje naïef, dat iedereen wel zou merken dat hij het beste met het land voorhad. Want dat had hij. Dat dacht ik trouwens ook, want ik ben ervan overtuigd dat iemands ware aard altijd naar bovenkomt.'
Ook Theo Dragt veegde na het taartincident eerdere bezwaren tegen Fortuyn opzij en zocht weer contact met hem. 'Die taarten vond ik beneden peil en ik wilde Fortuyn tot steun zijn. Ik heb toen ook mijn bezorgdheid uitgesproken over zijn veiligheid. Ook bij het ministerie van Binnenlandse Zaken.'

Pim Fortuyn blijft besmeurt achter na het taartincident
Taartincident
Volgens Marten Fortuyn kwam er 'erg veel vieze vuile post' binnen. En ook een keer een envelop met wit poeder, waarmee Fortuyn naar de politie ging. Die haalde de schouders erover op.
Ook Roel in ’t Veld was aanwezig bij het taartincident. 'Daarover was hij echt ontdaan. Ik zei nog voor de grap: ''Pim, wat heb je dat weer geweldig geënsceneerd.'''Het ging Fortuyn niet om die vieze taarten, maar om het gemak waarmee dit kon gebeuren. Hij zei: 'Het hadden ook drie kogels kunnen zijn.'
Herben was het meest onder de indruk van Fortuyns capaciteiten als leraar. En daarom, zegt hij, wilde hij later alleen Jan Peter Balkenende als premier. 'Die heeft dat ook een beetje in zich. Dat is leuk en belangrijk, zo’n talent.' Toen het tijd werd om een verkiezingsspotje te maken, stelde Theo van Gogh aan Fortuyn voor om hem als imam verkleed op te voeren. 'Hij wilde wel, maar ’t mocht niet van zijn adviseurs,' zegt Van Gogh spijtig.
Lijsttrekkersdebat
Op zaterdag 27 april, na de uitzending van het lijsttrekkersdebat in de Soundmixshow op RTL4, groeide bij Herben het besef dat Fortuyns missie weleens een heel groot succes zou kunnen worden. 'Ik zag hoe narrig die andere lijsttrekkers reageerden, zelfs Rosenmöller. Die waren nog nooit in een studio van Van den Ende geweest en wisten niet wat ze overkwam, met al die aanwijzingen, de floormanagers. Maar Pim had meteen door dat je geen dédain moet hebben voor je kiezers. Hij deed het zo goed, die avond. Daarna dacht ik: we hebben het ergste achter de rug.'
Herben regelde nog een fotosessie met Katja Schuurman, om Fortuyns imago als vrouwenhater wat te veranderen. Dat was een moeilijk punt sinds hij 'Mens, ga toch koken,' tegen tv-journaliste Wouke van Scherrenburg had geroepen.
Albert de Booij, Herben en Fortuyn maakten een tweeledig plan voor de campagne. Ze begonnen met Operatie-Odysseus. Dat zou een zoektocht zijn naar de beste manier om met pers en politieke tegenstanders om te gaan.
Op 6 mei begon fase twee van het plan, Operatie-Samoerai. Het echte polariseren zou beginnen, dat aan het polderen vooraf moest gaan. 'We zouden toeslaan,' zegt Herben. 'We wilden alleen met de regionale pers praten, de grote kranten lieten we links liggen. Vaktijdschriften en de publieksbladen. En de commerciële televisie, want die ging goed met Pim om. We wilden journalisten die echt vragen stelden, geen journalisten die partij zijn. Zoals die van Nova.'
Laatste week
De laatste week van zijn leven begon Fortuyn in opperbeste doen. Zijn droom ging werkelijkheid worden. Hij was bijna euforisch. Op de ochtend van de dag dat hij zou worden vermoord, stond zijn lijst op 38 zetels. 'Opinieleider: LPF grootste, Pim premier' zette de Volkskrant in een kop op de voorpagina.
Volgens onderzoeksbureau Intomart, dat rekening hield met de grote groep zwevende kiezers, zou de LPF de grootste partij worden. Eerdere voorspellingen waren niet hoger gekomen dan 25 zetels. Fortuyn kreeg niet de kans te polariseren en te laten zien dat hij ook kon polderen. Die droom kwam niet uit.
Vermoord
De eerste dag van Operatie-Samoerai, maandag 6 mei, was ook de laatste. Om zes minuten over zes die avond werd Fortuyn na een radio-uitzending doodgeschoten in het Hilversumse Mediapark.
Theo Dragt en Wim van Sluis willen dat de tweede Maasvlakte de Fortuyn-vlakte gaat heten. Op het uiterste puntje moet een standbeeld komen van Fortuyn. Daarvandaan mag hij tot in lengte van jaren uitkijken over Nederland.
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement