donderdag 19 augustus 2010 11:13
De zevenentwintigste in de serie Alle Nederlandse Premiers: Pieter Sjoerds Gerbrandy (1885-1961)
Pieter Sjoerds Gerbrandy, een onverzettelijke Fries
Bijzondere omstandigheden vereisen – soms – het optreden van bijzondere mensen. Pieter Gerbrandy leek in veel opzichten volstrekt ongeschikt om het land te leiden. Hij was temperamentvol en weinig diplomatiek, had nauwelijks bestuurlijke ervaring toen hij aantrad als premier, beschikte over een geringe kennis van talen en van de internationale politiek.
Maar in de Tweede Wereldoorlog maakten de onverzettelijkheid en rechtlijnigheid van Gerbrandy praktisch alles goed. De gereformeerde Fries durfde, anders dan de wankelmoedige jonkheer De Geer, de confrontatie aan met de Duitsers. En met de tamelijk autoritaire koningin Wilhelmina, wat zeker ook de nodige durf vereiste. En zo ging de jurist die al vroeg politiek uitgerangeerd leek, de geschiedenis in als een van de meest gewaardeerde minister-presidenten van Nederland.
Roodbont
Pieter Sjoerds Gerbrandy wordt op 13 april 1885 geboren in het dorpje Goënga bij Sneek, Friesland. Zijn vader, een welgestelde boer die politiek actief is in de gemeentelijke en provinciale politiek, houdt als enige in Friesland roodbont vee in plaats van zwartbont, een feit dat vaak gememoreerd wordt om de eigenzinnigheid van de familie te onderstrepen.
In 1900 wordt Pieter, samen met zijn broers Marten en Hizkia, naar een internaat in Zetten gestuurd. Na aldaar het gymnasium te hebben gevolgd, kiest Gerbrandy voor een studie rechten aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.
Gerbrandy vindt de opleiding niet altijd even stimulerend. Geestelijk heil vindt hij bij J.C. Sikkel, een welbespraakte en inspirerende predikant. Met een leuke dochter, Hendrina, van wie de student erg gecharmeerd is. In 1911 trouwen ze, samen krijgen ze twee zoons en een dochter.
Professor
Na zijn studie vestigt Gerbrandy zich als advocaat in Leiden, maar voelt zich daar een buitenstaander. Met groot genoegen benut hij dan ook de mogelijkheid terug te keren naar zijn geboortegrond. In Sneek wordt hij met open armen ontvangen. Hij maakt, door de belangen te verdedigen van christelijke arbeiders, naam als ‘rode advocaat’ en neemt voor de Anti-Revolutionaire Partij plaats in de gemeenteraad.
Verder dan het college van Gedeputeerden in de Friese Provinciale Staten komt de politiek ambitieuze Gerbrandy echter niet. De antirevolutionaire leider Colijn vindt hem te controversieel en onvoorspelbaar. Een overstap naar Den Haag lijkt daarom uitgesloten. Gerbrandy stort zich op de wetenschap. Hij publiceert in 1928 een veelomvattende studie met zijn sociaal-economische opvattingen, De strijd voor nieuwe maatschappijvormen, en wordt twee jaar later hoogleraar handelsrecht, burgerlijk procesrecht en faillissementsrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Buiten de academische wereld toont professor Gerbrandy een grote belangstelling voor het nieuwe medium radio. Deze interesse zal leiden tot het voorzitterschap van de Radioraad.
Onverwacht
In 1939 krijgt de carrière van Gerbrandy een zeer onverwachte wending. Na de val van het vijfde kabinet van Colijn zoekt formateur De Geer een antirevolutionair om de nieuwe regering een brede basis te geven. De ARP van de ontgoochelde Colijn houdt de boot af. Maar Gerbrandy wil wel en wordt, tot ergernis van zijn partij, minister van Justitie.
De nieuwe bewindsman heeft een eigen stijl. Hij moet niets hebben van de deftigheid van zijn voorgangers, praat voor de vuist weg en laat de Kamer bij de verdediging van zijn eerste begroting bulderen van het lachen. Maar na de inval van de Duitsers in mei 1940 ziet de regering zich gedwongen uit te wijken naar Londen. Als premier De Geer een uiterst slappe indruk maakt, valt het oog van koningin Wilhelmina op de krachtig overkomende Fries. Gerbrandy zit vanaf september 1940 de ministerraad voor.
Afgronden
‘Hij loopt met de glimlach van een kind langs de gevaarlijkste afgronden,’ schrijft Gerbrandy’s particulier secretaris in Londen, P.A. Kasteel. De premier moet wennen aan zijn taak, aan de politieke mores, aan de Engelse taal. Maar zijn toespraken voor Radio Oranje zijn inspirerend. Hij steekt het Nederlandse volk een hart onder de riem en roept het op de moed niet op te geven.
De kleine man met de forse walrussnor maakt ook indruk op de Britten en Amerikanen, die hem liefdevol Cherry Brandy noemen. Edward R. Murrow zal in zijn herinneringen aan zijn jaren in Londen met waardering schrijven over de dappere, nuchtere en optimistische premier. Alles wat bewonderenswaardig is aan Nederland en de Nederlanders, wordt volgens de bekende Amerikaanse journalist gepersonifieerd door deze stoere kerel.
Strijdvaardig
Gerbrandy is de enige Nederlandse premier die nooit met een parlement te maken heeft gehad. Dat maakt zijn functioneren er makkelijker op. Maar hij heeft wel van doen met een vorstin met heel eigen opvattingen. Aanvankelijk gaat de samenwerking redelijk soepel, ze zijn, in de woorden van de premier, ‘eens geestes’. Maar als de oorlog vordert en Wilhelmina haar gedachten ontvouwt over een vernieuwd Nederland met een grotere rol voor het staatshoofd, verdedigt Gerbrandy de parlementaire democratie. De verstandhouding verslechtert daardoor snel.
In de omgang met zijn ministers toont Gerbrandy zich nogal eens impulsief en fel. ‘Alles was bij hem wit of zwart, dan wel recht of krom,’ zal minister van Buitenlandse Zaken E.N. van Kleffens klagen. Maar aan de juistheid van het oordeel van Loe de Jong in zijn standaardwerk over de Tweede Wereldoorlog wordt zelden getwijfeld: ‘Nederland heeft begaafder minister-presidenten gekend: mannen van ruimer visie, dieper inzicht, groter constructieve gaven, vooruitstrevender aanpak, bezonnener wijsheid – geen die tegelijkertijd zo strijdvaardig en zo eenvoudig was, zo nederig en zo onbaatzuchtig.’
Kleurrijk
Na de oorlog wil de top van de ARP de eigenwijze oorlogsleider het liefst met dank voor bewezen diensten uit de politieke arena manoeuvreren. Maar de achterban kan geen genoeg van hem krijgen en zorgt ervoor dat Gerbrandy in 1948 in de Tweede Kamer mag plaatsnemen. Hij is altijd al meer een man van het volk dan van de elite geweest.
Elf jaar lang is hij een kleurrijk Kamerlid. Hij windt zich erg op over het Indiëbeleid van de regering, dat hij veel te slap vindt. Als hij over de Indonesische leider Soekarno te spreken komt, zijn zijn woorden dermate onparlementair dat ze niet in de Handelingen van de Staten-Generaal worden opgenomen. Verder verdedigt Gerbrandy het Fries en dringt hij aan op beperking van de overheidstaken. Van fractiediscipline trekt hij zich weinig aan. Hij neemt geregeld een afwijkend standpunt in.
In 1959 verlaat Gerbrandy het parlement. Twee jaar later overlijdt hij in Den Haag. Wilhelmina, die haar vroegere steun en toeverlaat sinds het eind van de oorlog heeft gemeden, stuurt de weduwe een telegram: ‘In dankbare herinnering zal steeds bij mij voortleven het vele, dat uw echtgenoot in moeilijke omstandigheden gedaan heeft.’
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement