Commissie Gelijke Behandeling
dinsdag 6 maart 2007 14:47
De Commissie Gelijke Behandeling (CGB) werd in 1994 opgericht. Zeker de laatste jaren heeft een aantal CGB-uitspraken voor beroering gezorgd. Een beknopt overzicht.
De advocate van twee gesluierde vriendinnen die een verbod op sluiers op het ROC aanvechten.
- 22 juni 2001: De rechtbank in Zwolle wordt op de vingers getikt. Het weigeren van een rechtenstudent met een hoofddoek voor een baan als griffier met als doel de neutraliteit van de rechterlijke macht te bewaken, is legitiem. Maar de commissie vindt – zonder daarvoor een deugdelijke argumentatie te leveren – het verbieden van hoofddoekjes een te zwaar middel (proportionaliteit). Bovendien is een griffier geen rechter, vindt de commissie. Het argument dat griffiers door het grote publiek gelijk worden gesteld aan rechters overtuigt haar niet: 'Dit bezwaar kan ook worden opgelost door voor het publiek juist een duidelijke scheiding aan te brengen tussen met rechtspraak belaste en ondersteunende functionarissen.' (subsidiariteit)
- 20 maart 2003: Twee draagsters van een gezichtssluier worden in het ongelijk gesteld. De schoolleiding mag deze dracht onder meer verbieden om de onderlinge communicatie te bevorderen en de identiteit van leerlingen te kunnen vaststellen.
- 21 september 2004: Een homoseksueel danspaar wint zijn zaak tegen de organisatoren van een danswedstrijd, die alleen heteroseksuele paren laat deelnemen. Volgens de commissie is er sprake van direct onderscheid op grond van ‘homoseksuele gerichtheid’, omdat de afwijzing voortkomt uit een ‘dominante heteroseksuele norm’.
- 13 september 2005: Een advocate wil niet optreden in een echtscheidingszaak omdat de cliënt een man is. Mannen gaan anders om met echtscheiding dan vrouwen, is haar verklaring, zij kan beter overweg met ‘vrouwelijke emoties’. Daarmee maakt de commissie korte metten: de advocate mag geen onderscheid maken op basis van geslacht.
- 5 oktober 2006: De gemeente Rotterdam mag een moslim niet afwijzen voor de functie van klantmanager, omdat hij zich kleedt in djellaba en vrouwen geen hand wil geven. Voor het maken van direct onderscheid tussen religies (door een djellaba-verbod) biedt de wet geen ruimte. De eis tot handenschudden voldoet niet aan de subsidiariteitseis; ook andere begroetingen zijn respectvol.
Door
Frank van Hoorn