zaterdag 26 mei 2012

Tags

Cultuur & Televisie Op zoek naar een boek?

Zoete mond

maandag 7 september 2009 11:01

Auteur: Thomas Rosenboom
Uitgever: Querido

Zoete mond van Thomas Rosenboom Zoete mond van Thomas Rosenboom



Thomas Rosenboom
Geboren in Doetinchem in 1956. Studeerde drie jaar psychologie voordat hij ging schrijven. Won als enige Nederlandse auteur twee keer de Libris Literatuur Prijs. Zijn laatste roman was De nieuwe man uit 2003.

Een dik boek lezen kan heerlijk zijn, maar ook als huiswerk voelen. Zeker als de constructie niet deugt of stijl- en taalgevoel tegenvallen. Schrijver Thomas Rosenboom heeft van lijvige, monumentale boeken zijn handelsmerk gemaakt: Gewassen vlees (1994, 736 pagina’s) en Publieke werken (1999, 488 pagina’s) waren bijna barokke boeken: stevig geworteld in de geschiedenis, maar ondanks alle historische research en gedetailleerde uitwijdingen prima leesbaar.

Televisiereclame
In zijn langverwachte nieuwe, 546 pagina’s tellende roman Zoete mond doet Rosenboom opnieuw een poging zijn lezers te ontvoeren naar een andere tijd. Deze keer naar het kalme Nederland van de jaren vijftig en zestig. Naar de periode van vlak voor de introductie van televisiereclame, toen het hebben van een auto nog iets bijzonders was en beroemd zijn al helemaal.

Zoete mond is groots en ambitieus van opzet, maar lang niet zo meeslepend als Rosenbooms vorige romans. Dat heeft veel te maken met het onderwerp, kortgezegd dierenliefde, en de treurige hoofdpersonages. Dierenarts Rebert van Buyten is een typisch Rosenboomiaanse antiheld. Niet zomaar kleurloos, karakterloos zelfs, iemand die het liefst opgaat in het behang. Een saaiige man, die ook nog hardloopt om nog meer een schim te worden van zichzelf.

Huisdieren
Minstens zo eenzaam is zijn flamboyante tegenpool, Jan Florian van Zuylen Rothaar. Een buitenissige heer van stand, die zijn tijd verdoet met grappenmakerij en sportieve prestaties als langeafstandswandelaar, wat hem de bijnaam ‘Jan de Loper’ oplevert. Rebert stoot hem als populaire nieuwkomer in het (fictieve) dorp Angelen aan de Rijn bijna van de troon, omdat hij zo geduldig de huisdieren van alle kinderen verzorgt. Een machtsstrijd is het gevolg, met de mooie Laura Banda als inzet.

Rosenboom laat de tijd tergend langzaam verglijden, zowel Jan de Loper als Rebert wordt pagina’s lang gevolgd. De schrijver doet dat met gebeitelde zinnen en plechtig taalgebruik. Een storm op de Noordzee veroorzaakt niet zomaar wat golfslag, maar ‘witte schuimstrepen over het zwarte water’. Golven zijn het ene moment als ‘de opbollende spier van een enorme, doorregen riblap’, even daarna ‘als van marmer’. In welke vorm ook, ze slaan niet neer op het dek van een schip, ze ‘vergruizelen’.

Kus
De trage woordenstroom resulteert in een mooi portret van het Nederlandse dorpsleven (en een aardig intermezzo over een hachelijk zeilavontuur), maar leidt ook tot weinig compassie voor de hoofdpersonages. Wat maakt het nog uit in wiens voordeel de machtsstrijd wordt beslist? Vooral de afwachtende houding van de dierenarts maakt moe. ‘Kus die vrouw!’ zou je hem willen toeroepen na het zoveelste vruchteloze wandelingetje met Laura langs de Rijn.

Zoete mond heeft veel weg van een langzaam leeglopende ballon. Zo’n honderd pagina’s voor het einde pompt Rosenboom er nog wat verse lucht in door een verdwaald wit walvisjong de vervuilde Rijn op te laten zwemmen. Waar gebeurd in 1966, een historisch feit dat Rosenboom ingenieus en literair opblaast. De auteur op zijn best, maar een erg late wending helaas.

Bestel hier het boek

Deze recensie verscheen 29 augustus 2009 in weekblad Elsevier


advertentie







advertentie