woensdag 17 november 2004 16:16
De Pakistaan Abdul Qadeer Kahn, ‘de vader van de Pakistaanse atoombom’, heeft in 2001 hoogverrijkt uranium aan Iran geleverd, dat geschikt is om kernwapens te maken. Ook leverde hij een ontwerp voor een kernbom aan het land. Een woordvoerder van oppositiegroep de Nationale Raad van Verzet in Iran (NCRI) heeft dat woensdag 15 november in Wenen gezegd.
De uit Iran verbannen oppositiegroep stelt bovendien dat de islamitische republiek bezig is met het verrijken van uranium in Lavizan, op een locatie die verborgen is gehouden voor inspecteurs van de Verenigde Naties.
Het werk daar zou een voortzetting zijn van nucleaire activiteiten die Iran eerder uitvoerde in een installatie in Shiyan, die in 2003 werd gesloopt, voor het Internationaal Atoomagentschap (IAEA) er onderzoek kon doen.
Gevoelig
De onthullingen komen op een gevoelig moment, omdat Iran onlangs met de drie grootste EU-landen overeenkwam zijn reeds bekende uraniumprogramma stil te leggen. De NCRI claimt nu dat Iran elders in het geheim aan een vergelijkbaar programma werkt. Met verrijkt uranium kunnen atoomwapens worden geproduceerd.
De groep kan de aantijgingen niet met concreet bewijs ondersteunen, maar heeft in het verleden ook betrouwbare informatie geleverd over Iraanse activiteiten op nucleair gebied. In 2002 onthulde de NCRI informatie over de geheime atoominstallaties nabij de Iraanse stad Natanz.
Terroristisch
De in Parijs gevestigde oppositiegroep is de politieke tak van de Mujahadeen Khalq. Beide organisaties worden door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken gezien als terroristische groeperingen.
Ontkenning
Iran heeft altijd ontkend atoomwapens te hebben of te ontwikkelen. Volgens de mullah’s van het islamitische regime ontplooit Iran alleen nucleaire activiteiten voor vreedzame doeleinden zoals het opwekken van kernenergie. Amerika beschuldigt Iran er al jaren van atoomwapens te ontwikkelen, maar het regime claimt dat het een soeverein recht heeft op het verrijken van uranium.
De NCRI heeft de informatie nog niet officieel gedeeld met het Internationaal Atoomagentschap (IAEA), de wereldwijde atoomwaakhond. Een woordvoerder van het agentschap verklaarde als reactie op het nieuws tegen de International Herald Tribune dat Iran niets verbodens doet met het atoommateriaal dat het land heeft aangegeven te hebben.
Tegelijkertijd zei hij ook dat de IAEA vooralsnog niet kan concluderen dat het land niet bezig is met geheim materiaal, of verboden activiteiten.
advertentie
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement