zaterdag 26 mei 2012

Tags

Artikel

Recht: Hoeders van de gelijkheid

woensdag 24 oktober 2007 12:45

In het nieuwe kabinet heeft de Commissie Gelijke Behandeling meer vrienden dan in het vorige. Opheffen die commissie van linkse moslimmaatjes, vond toenmalig minister Rita Verdonk (VVD). Portret van een fel bekritiseerde semi-rechtbank die zich vaak onbegrepen voelt. 'Het is geen opinie, het is een toets aan de wet.'

De moslima met hoofddoek zit achter een halve maan van hout. 'Jammer dat we hier zijn,' zegt een belangenbehartiger naast haar aan tafel. 'Er is eerst een bemiddelingspoging gedaan. Dat leek goed te gaan, maar tegen het eind hadden we het gevoel dat we niet serieus werden genomen.' De drie leden van de Commissie Gelijke Behandeling luisteren in de grote zittingszaal aandachtig naar de klacht: met de regels voor het dragen van een hoofddoek maakt een openbare bibliotheek verboden onderscheid op grond van godsdienst.

Omdat de moslima zich uit geloofsovertuiging niet aan die voorschriften wil houden, mag zij niet in de bibliotheek komen werken. 'De regel is: ogen vrij, kin vrij, oren vrij,' zegt een vertegenwoordiger van het uitzendbureau, dat werknemers voor de bibliotheek werft. 'De zintuigen moeten vrij zijn.' Hij zit aan het andere eind van de halve maan, naast de bibliotheekdirecteur. Die zegt dat zijn instelling een brandpunt van culturen wil zijn, dat 33 procent van zijn medewerkers allochtoon is. 'Dan komt een beschuldiging van discriminatie wat ongeloofwaardig over.'

Bovendien, zegt hij geïrriteerd, zijn de regels functioneel. 'Communicatie is gewoon belangrijk. Als mevrouw de regels anders uitlegt, dan vind ik dat jammer. Maar ik wil het toch verre van me werpen.'

De zitting is al lang gaande, de moslima heeft nog geen woord gezegd. Kaarsrecht zit zij op haar stoel, handen in de schoot. Een glanzend bruine hoofddoek valt over haar schouders. 'De hoofddoek die over borsten en schouders valt, noemen we een çarsaf?' vraagt commissievoorzitter Alex Geert Castermans haar plotseling.

'Sorry?' zegt de moslima.

'Een çarsaf?'

'Weet ik niet.'

'Hoe noemt u uw hoofddoek?'

'Gewoon een hoofddoek.'

Castermans richt zich weer tot de directeur. Die zegt dat ontwerper Aziz, vorig jaar in het nieuws met zijn gewaad voor kardinaal Simonis, bezig is voor de bibliotheek een kledinglijn te ontwikkelen. Inclusief hoofddoek. Castermans ruikt kansen. Hij vraagt of Aziz ook een doek kan ontwerpen die de contouren van borsten en schouders bedekt.

'Nee,' zegt de directeur.

'Wetende dat u zo'n belangrijke groep daarmee uitsluit?'

'Ja.'

'U zou een çarsaf kunnen ontwikkelen die de zo kwetsbare delen bedekt,' probeert Castermans.

'Nee,' zegt de directeur.

'Daar ligt voor u de grens?'

'Ja.'

Janmaat
Als de Algemene Wet Gelijke Behandeling na een jarenlang slepende discussie in februari 1994 wordt aangenomen, is de islam nauwelijks onderwerp van gesprek. Het debat in de Tweede Kamer spitst zich toe op de spanning tussen gelijke behandeling van homoseksuelen en de vrijheid van godsdienst voor christenen die de 'homoseksuele praxis' afwijzen. Alleen Centrumdemocraat Hans Janmaat maakt wat woorden vuil aan de moslims. 'Haaks op de normen en waarden die in onze samenleving geïntegreerd zijn, staan de normen en waarden van de islam.'

Tegelijk met de wet wordt in 1994 een instituut opgericht, dat naast het geven van adviezen als taak krijgt te oordelen op klachten over ongelijke behandeling. De negen leden van deze Commissie Gelijke Behandeling zijn sinds 2001 met enige regelmaat het middelpunt van een voortdurend islamdebat. In dat jaar oordeelt de Commissie dat de Zwolse rechtbank een moslima om reden van haar hoofddoek niet mag weigeren als griffier.

Ook eind 2006 is rumoerig. Twee oordelen over moslims die weigeren handen te schudden, zijn voor toenmalig minister van Integratie Rita Verdonk (VVD) reden om voor opheffing van de Commissie te pleiten. 'Wat ik ergerlijk vind, is dat niet de geringsten ons neerzetten met termen als “dat linkse bolwerk” of “die achterlijke oordelen”,' zegt voorzitter Castermans (45). 'Als de regering zich op die manier uitlaat over onze oordelen, zou ik als werkgever ook denken: daar hoef ik me niet veel aan gelegen te laten liggen.'

Erg veel verdriet heeft hij niet. 'We zaten niet in de portefeuille van mevrouw Verdonk, ook al dacht zij van wel. Haar kritiek was zo oppervlakkig dat ik mij er niets van heb aangetrokken.' Niettemin heeft hij een poging gedaan met haar te praten. 'Maar mevrouw Verdonk had geen behoefte aan een gesprek. Ook op de radio wilde ze niet in debat. Heel apart.' Verdonk bevestigt een tweegesprek op de radio te hebben geweigerd; een uitnodiging voor een persoonlijk onderhoud herinnert zij zich niet.

Hoewel de indruk soms anders is, krijgt de Commissie relatief weinig klachten over ongelijke behandeling van moslims. In 2006 zijn 694 verzoeken ingediend, waarvan 56 over godsdienst in het algemeen. Een veel grotere reden tot onvrede is leeftijd: 219 klachten. Ook op het gebied van ras (105), handicap en chronische ziekte (89), en geslacht (83) krijgt de Commissie meer verzoeken.

Querulant
'Begin januari wilde de directeur hem gelukkig nieuwjaar wensen,' zegt de advocate. 'Maar meneer weigerde, hij trok zijn hand terug. Dat is heel kwetsend geweest.' De raadsvrouw van het accountantskantoor wil maar zeggen: de handweigeraar – geen moslim – heeft aan zichzelf te wijten dat nu voor de tweede keer ontslag is aangevraagd. Met leeftijd heeft dat niets te maken, zegt ze fel. 'Is gewoon niet zo. Blijkt nergens uit.'

De klager, geflankeerd door twee raadsvrouwen, knijpt met zijn ogen als de advocate onder de gordel stoot. 'Eerlijk gezegd hebben wij het idee dat meneer een beetje een querulant is.'

Wat volgt, is een verslag van de koude oorlog tussen boekhouder en werkgever. Hij moest naar een andere vestiging, hij ging niet naar een andere vestiging. Er was taart, hij kreeg geen taart. Na het eerste, door de rechter afgewezen ontslagverzoek vroeg de boekhouder om excuses, maar ving bot bij het management. En dat allemaal omdat hij te oud is, denkt de boekhouder. Zijn bewijs? Een brief waarin het management zegt te streven naar verjonging en wijst op het gevaar dat oudere werknemers 'vastroesten' in hun baan.

Zijn werkgever heeft bovendien een advertentie geplaatst waarin 'werken in een jong team' als lokker voor nieuw personeel wordt gebruikt. 'De toon van de tekst is volgens verzoeker gericht op jongeren. Deelt u die mening?' vraagt commissielid Piet van Geel aan de human resource manager van het accountantskantoor.

'Nee,' antwoordt de krijtstreep. 'Wij zijn een informele organisatie, dat blijkt ook uit het feit dat wij elkaar tutoyeren.'

Links
De Algemene Wet Gelijke Behandeling verbiedt het maken van onderscheid op twaalf gronden: van leeftijd tot burgerlijke staat (gehuwd of ongehuwd). Direct onderscheid – denk aan het uitsluiten van mannen voor een baan – is altijd verboden, tenzij de wet een uitzondering maakt. Dat is het geval bij de 'positieve discriminatie' van vrouwen of etnische minderheidsgroepen.

In principe is ook het maken van indirect onderscheid niet toegestaan. Wat is dat? Denk aan een neutraal geformuleerde regel (iedereen moet elkaar ter begroeting de hand schud–den) die in de praktijk vooral een bepaalde groep treft (strenge moslims hebben moeite met het geven van handen).

Indirect onderscheid mag wel als het een legitiem doel dient, een 'voldoende zwaarwegend belang' probeert te beschermen en niet-discriminerend is. Daarnaast zijn er nog twee eisen. Eén: de maatregel moet niet te zwaar zijn om het gewenste doel te bereiken. Twee: het doel kan niet worden bereikt door een andere maatregel die géén indirect onderscheid maakt.

Ook het oordeel van afgelopen november, waarin de Commissie zegt dat een vmbo-school in Utrecht niet van een islamitische lerares mag eisen dat zij handen schudt, is langs deze lijnen tot stand gekomen. Het doel van regel is volgens de school het bijbrengen van respectvolle omgangsvormen. Akkoord, zegt de Commissie, dat is een legitiem doel, voldoet aan een reële behoefte en is geen discriminatie.

Maar de eis tot handenschudden is volgens de Commissie ongeschikt om respect op school te promoten. 'Een uniforme begroetingswijze die niet door iedereen als respectvol wordt beschouwd, is niet geschikt om die respectvolle omgang te bereiken.' Bovendien, er zijn andere manieren om elkaar met eerbied te begroeten.

Daarom kan het indirecte onderscheid dat de Utrechtse school maakt in dit geval niet door de beugel. 'De Commissie kan niet zeggen: in Nederland is het schudden van handen de gewoonte, dus u schudt handen,' zegt Mieke van der Burg (61).

De ondervoorzitter van de Commissie denkt dat de felle aanvallen op het oordeel van november voortkomen uit kennisgebrek. 'Hoe we het in Nederland geregeld hebben, daar weet men maar heel weinig van af,' zegt zij. 'De toon is: die opinie van de Commissie, wat hebben we daar nou aan? Nou, het is geen opinie. Het is een toets aan de wet.'

Die wet bepaalt niet welke omgangsvormen leidend moeten zijn, uitgangspunt is de gelijke behandeling van alle burgers. Voorrang voor vaderlandse normen is dus nauwelijks mogelijk. De wetgever, met de VVD als voortrekker, heeft er in 1994 niet voor gekozen de gelijkheidsgedachte vorm te geven met de 'deugden' van de meerderheid als leidraad. Zo bekeken is het niet gek dat de Commissie concludeert dat handenschudden niet altijd hoeft: ook een kniebuiging of een welkomstwoord kan van respect getuigen.

'Als ik een omgangsvorm waar alternatieven voor bestaan, moet afwegen tegen de vrijheid van godsdienst, dan is de keuze voor mij vanzelfsprekend,' zegt Castermans. In de vmbo-zaak ging het niet om een botsing van het ene grondrecht (gelijkheid man en vrouw) met het andere grondrecht (vrijheid van godsdienst), wil hij maar zeggen. 'De critici hebben vaak dingen in het hoofd die niet op tafel hebben gelegen bij de Commissie.'

Wordt de gelijkheid van man en vrouw wel aangevoerd, dan kan het oordeel anders uitvallen, zoals de Commissie in een eerdere zaak over handenschudden (maart 2002) bewijst. 'Soms moeten we kiezen tussen twee conflicterende grondrechten,' zegt Castermans. 'Ben ik dan links als ik het ene kies, en rechts als ik het andere heb gekozen?'

Eind 2006 lag de Commissie op internet onder vuur omdat zij uit 'linkse radicalen' zou bestaan. Van der Burg werd haar verleden als PvdA-Kamerlid en bestuurslid van de Rooie Vrouwen aangewreven, Van Geel kreeg kritiek op zijn oude baan bij Vluchtelingenwerk en Castermans werd verweten actief te zijn geweest in het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten, dat 'ongeveer op één lijn zit met GroenLinks'.

'Het is lastig om je daartegen te verweren,' zegt Castermans. 'Ik heb daarom ook nooit een poging gewaagd om te zeggen wat ik wel en niet ben.' Castermans en ondervoorzitter Van der Burg erkennen dat critici niet solliciteren naar een plek in de Commissie. Maar dat wil niet zeggen dat de huidige leden partijdig zijn, zegt de voorzitter. 'Wij zijn professionele uitleggers van de wet.'

Barbara Bos, die als juridisch adviseur direct te maken krijgt met de werkgevers, ervaart het wantrouwen in de praktijk. 'Waarvoor werkgevers soms bang zijn, is dat wij niet onafhankelijk zijn, dat we altijd besluiten dat er sprake is van discriminatie,' zegt de 34-jarige Bos. 'Dan proef je dat ze zich bij voorbaat opgehangen voelen.'

Afgelopen jaar deed de Commissie uitspraak in 261 zaken. In minder dan de helft werd de klacht gegrond verklaard. Iets meer dan de helft van de godsdienstzaken werd door de klager gewonnen: 58 procent.

Sekswerkers
'Zal ik staan?' zegt de vertegenwoordiger van de Nederlandse Vereniging van Hemofiliepatiënten.

'Nee, gaat u vooral zitten. En neemt u water, mocht dat nodig zijn,' zegt voorzitter Castermans.

Aan de orde is de klacht van een homoseksuele man tegen bloedbanken. Statistieken zeggen dat homo's een verhoogd risico hebben op besmetting met hiv. Omdat een besmetting de eerste tijd niet is op te sporen (window fase), mogen zij voor de zekerheid geen bloed geven. In 1998 oordeelde de Commissie dat bloedbanken een geoorloofd indirect onderscheid maken, maar daarop kwam kritiek. Naar de letter van de wet betekent het uitsluiten van homo's volgens de critici juist een direct onderscheid. Dat mag alleen als de wet een uitzondering maakt. Maar dat is niet zo. Dus heeft de Commissie zich in 1998 in een juridische bocht moeten wringen, is de kritiek, om het weren van homo's in dit geval goed te praten. Vandaag buigen drie commissieleden zich opnieuw over deze kwestie. De gedachte: misschien heeft de wetenschap het probleem van de window fase opgelost, zodat homo's bloed mogen geven. Die conclusie zou de Commissie bovendien verlossen van de kritiek op haar eerdere oordeel.

'Op dit moment zijn de Europese hemofilieverenigingen van mening dat er geen enkele aanleiding is de nu vigerende donorrichtlijnen te wijzigen,' sluit de zegsman van de hemofiliepatiënten – grootverbruikers van donorbloed – af.

De klager is niet komen opdagen, maar gelukkig heeft de Commissie een wetenschapper uitgenodigd die twijfel kan zaaien over de noodzaak tot het weren van homo's. Het wordt technisch. Er is sprake van een NAT-test, duplexen en mini pool testing. Als ook twee deskundigen aan de zijde van de bloedbank zich gaan roeren, begint het de toehoorder te duizelen.

Castermans onderbreekt. 'U weet zich tegenover een aantal juristen dat in grote lijnen begrijpt wat u zegt. Maar hier en daar haken wij even af.'

Collega Marjolein van den Brink heeft in elk geval nog wat opmerkingen. 'Het belang van de bloedgebruiker is mij duidelijk,' zegt zij. 'Maar wij kijken ook naar het belang van mannen die een keer contact met een andere man hebben gehad, of al dertig jaar met dezelfde man zijn.'

'Degene die bloed geeft, weet niet wat de ander doet,' zegt de bloedbankdeskundige.

'Maar hoe zit het dan het met de vrouwen van mannen die sekswerkers van werk voorzien?' vraagt Van den Brink.

'Het is niet gebleken dat zij een verhoogd risico hebben,' stelt de deskundige vast. 'Het percentage mannen dat prostituees bezoekt, is niet zo hoog: 1 à 2 procent. Bovendien is het condoomgebruik groot.'

Mooie jaren
'Wij zijn geen belangenorganisatie,' zegt Marjolijn Olde Monninkhof (35) van de afdeling beleid, communicatie en documentatie. 'Ik weet dat de belangengroeperingen van homoseksuelen bijvoorbeeld vinden dat wij de belangen van homo's niet altijd hoog in het vaandel hebben staan. Maar wij zijn er niet om belangen te vertegenwoordigen, wij moeten gelijke behandeling garanderen.'

Er is dus niet alleen commentaar op de oordelen met de islam als onderwerp. Maar die kritiek is wel bij uitstek ongefundeerd, vindt zij. 'Ik denk niet dat vorig jaar in het teken stond van genuanceerde weerklank.'

Rita – 'Opheffen!' –Verdonk is inmiddels uit de regering verdwenen. Hoewel voorzitter Castermans zich haast te zeggen dat hij prima heeft samengewerkt met Verdonk en andere bewindslieden van het vorige kabinet, kan hij niet ontkennen dat hij verwacht in de nieuwe regering meer liefhebbers te zullen treffen.

Staatssecretaris van Volkgezondheid, Welzijn en Sport Jet Bussemaker (PvdA) ijverde voor gelijke behandeling op de arbeidsmarkt, minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin (CDA) loodste de wet gelijke behandeling door de Kamer en PvdA-minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Ronald Plasterk liet zich als columnist lovend uit over de Commissie. Ondervoorzitter Van der Burg is tevreden. 'Uitsluiten, dat was de sfeer van het vorige kabinet. Dit kabinet heeft insluiten als belangrijke motivatie. Dat vind ik goed. Een samenleving moet je bij elkaar houden.'

De Commissie Gelijke Behandeling gaat mooie jaren tegemoet. Maar denk niet, zegt commissielid en voormalig officier van justitie Chila van der Bas (45), dat de soms schrille kritiek van de laatste maanden diepe sporen heeft nagelaten. 'Aan de ene kant trek ik me dat aan, aan de andere kant is er altijd weer de orde van dag.'

Kader bij artikel:

DE COMMISSIE GELIJKE BEHANDELING
Steeds nieuwe wetgeving sinds de oprichting in het jaar 1994

De Algemene Wet Gelijke Behandeling, die voorziet in de oprichting van een Commissie Gelijke Behandeling, is het resultaat van een jarenlang slepende discussie in de politiek. Met een motie vraagt de Tweede Kamer in 1977 om een wet. Daarna worden vele voorstellen gedaan, zowel door de regering als de Tweede Kamer, maar die halen geen meerderheid.

Een voorstel uit 1991 haalt de eindstreep wel. Na een uitvoerig mondeling en schriftelijk debat, dat drie jaar duurt, gaan de meeste partijen akkoord. Aanvankelijk gaat het om het sanctioneren van onderscheid op basis van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid en burgerlijke staat (gehuwd of ongehuwd).

Mede onder invloed van Europese regelgeving is deze lijst sinds 1994 steeds met nieuwe 'gronden' uitgebreid. Zo mag de Commissie Gelijke Behandeling sinds 2002 zaken behandelen over onderscheid naar arbeidscontract (fulltime of parttime) en kwam er een wet die mensen met een handicap of chronische ziekte beschermt (2003).

De Commissie bestaat uit negen leden, onder wie één voorzitter en twee ondervoorzitters. Naast de vaste leden zijn er negen plaatsvervangende leden, vaak met kennis van een specifiek terrein. De commissieleden worden ondersteund door een bureau waar zo'n veertig mensen werken.

Naast het vellen van semi-rechterlijke oordelen heeft de commissie nog drie taken: adviseren van onder andere de regering, uitvoeren van onderzoek 'uit eigen beweging' en voorlichting. Elke vijf jaar worden de Algemene Wet Gelijke Behandeling en de Commissie geëvalueerd. De evaluatie van de periode 1999-2004 staat in het voorjaar van 2007 op de Tweede Kameragenda.


BARBARA BOS (34)
'Waar werkgevers soms bang voor zijn, is dat wij niet onafhankelijk zijn, dat we altijd besluiten dat er sprake is van discriminatie'

ALEX GEERT CASTERMANS (45)
'Mevrouw Verdonk had geen behoefte aan een gesprek. Ook op de radio wilde ze niet in debat. Heel apart'

MARJOLIJN OLDE MONNINKHOF (35)
'Wij zijn er niet om belangen te vertegenwoordigen, wij moeten gelijke behandeling garanderen'

CHILA VAN DER BAS (45)
'Aan de ene kant trek ik me de kritiek aan, aan de andere kant is er altijd weer de orde van de dag'

MIEKE VAN DER BURG (61)
'Uitsluiten, dat was de sfeer van het vorige kabinet. Dit kabinet heeft insluiten als belangrijke motivatie'

Omstreden uitspraken van de CGB: www.elsevier.nl/commissie


Bestel nu het boek Voetballers van Hugo Camps

advertentie