woensdag 21 december 2011 17:16
Hij ‘verzuipt’ in de obligaties en ziet met vrolijkheid toe hoe de koersen in elkaar storten. De huidige baisse voorspelde hij al lang geleden. Rienk H. Kamer maakt zich boos op de banken. ‘Er is onder beleggers veel verborgen verdriet.’
De enige echte beleggingsgoeroe van Nederland? ‘Dat zou ik wel denken, ja.’ Aan geloof in eigen kunnen heeft het Rienk H. Kamer nooit ontbroken. Hij is even in het land om met zijn medewerkers nog wat zaken door te nemen voor zijn symposium dat op 9 november in Den Haag wordt gehouden. Een paar dagen later zal hij terugvliegen naar Marbella, de plek waar hij het meest verblijft. Daar zal Kamer zich afsluiten van de buitenwereld. Hij zal er zijn gedachten op een rij zetten, het allerlaatste wereld- en economisch nieuws tot zich nemen, verbanden zoeken en lijnen trekken, opdat de deelnemers aan zijn symposium waar voor hun geld krijgen.
De Teletekstpagina’s op de tv in zijn Scheveningse appartement laten vandaag, kort na de aanslagen in de Verenigde Staten, dramatische koersvallen zien. Buiten kijkt Kamer uit over het strand en de Noordzee. Zo moet een goeroe het hebben. Vanaf zijn terras in Marbella kan hij op een heldere dag de kust van Marokko zien. Even fraai is het vergezicht vanuit zijn huis bij het Meer van Lugano, waar hij ‘ook om fiscale redenen’ officieel woont. ‘Ik moet ver kunnen kijken, dat begrijpt u.’
Kamer is aan het afbouwen. Niet dat zijn leeftijd (58), gezondheid of een gebrek aan beleggingslust hem daartoe noopt. Hij wil zijn status van goeroe cultiveren. Kamer werd ertoe aangezet door de opkomst van internet. ‘Veel mensen vroegen of ik ook een site wilde beginnen. Maar één: ik zou niet weten hoe je daar geld mee kunt verdienen, en twee: er komt al een gigantische hoeveelheid informatie via internet over ons heen.’ Toen besloot hij het roer maar helemaal om te gooien. Hij stopte met zijn 06-lijn en faxservice, het aantal voordrachten in het land werd drastisch beperkt en zijn wekelijkse investeringsbrief Financiële Strategie werd een maanduitgave. Want: ‘Ik wil die ene, rustige figuur op de rots in de branding zijn. De man die roept: “Kalm, kalm, ik overzie het allemaal.” Mijn nieuwsbrief wordt nu alleen door mij geschreven. Mensen moeten weten: dit komt van Kamer zelf, hij heeft tot drie uur vannacht zwetend boven het papier gezeten. Nu, met de paniek op de beurzen, wil ik mensen de veilige haven in loodsen. Daarna kan ik mijn berg weer op.’
Andere jaren moest Kamer er in het Nederlands Congres Centrum in Den Haag zalen bij huren om al het publiek voor zijn symposium kwijt te kunnen. De ongelukkigen konden de meester dan op een groot videoscherm in actie te zien. Dit jaar, vreest hij, loopt de grote zaal, waar tweeduizend toeschouwers in kunnen, niet eens vol. ‘Angst. Te veel beleggers zijn geslacht. Er is nu veel verborgen verdriet. Mensen die hun huis moeten verkopen. Gezinnen waarin papa op zijn donder krijgt als hij nog één keer het woord beurs laat vallen.’
Zeg niet dat hij niet gewaarschuwd heeft. Vorig jaar op zijn symposium legde hij zijn publiek ‘een algeheel verbod op het kopen van aandelen’ op. ‘Dat is controleerbaar.’ Dat laatste zal Kamer vaker roepen. Om zijn gelijk te tonen, natuurlijk, maar misschien ook wel omdat hij een betrouwbaar imago wil hebben. Hij mag dan vele volgelingen hebben – zijn nieuwsbrief à raison van 595 gulden per jaar (270 euro) telt volgens hem vierduizend abonnees – toch kleeft aan hem het stigma van een parvenu. Dat is het gevolg van een akkefietje begin jaren tachtig. Kamer probeerde toen beleggers te porren voor het roemruchte American Land Program, een vastgoedproject waarachter een fiscale aftrekpost schuilging. Een Amerikaanse officier van justitie noemde het de fraude van de eeuw. Kamer belandde in het gevang, maar werd uiteindelijk vrijgesproken.
Dat hij daarna met Financiële Strategie zou beginnen lag voor de hand. Voordat hij ‘beleggingsondernemer’ was, was hij namelijk journalist. Een blauwe maandag bij Het Parool, langer in Duitsland, zo vertelt hij, bij het weekblad Der Spiegel. Daar leerde hij bladen maken. ‘Het leuke van een nieuwsbrief is, dat het in vergelijking met een fullcolour-magazine eigenlijk toiletpapier is. Ik schrijf het van boven tot onder vol, er hoeft geen foto bij, maar ik kan wel 600 gulden vragen.’
Zijn concept is opmerkelijk. De investeringsbrief geeft, behalve macro-economische beschouwingen, kant-en-klare beleggingstips. Parallel met die tips lopen de investeringen die hij pleegt voor het beleggingsfonds IPH. Dat vehikel, met een belegd vermogen van zo’n 220 miljoen gulden (100 miljoen euro), bestiert hij namens 450 beleggers. Zelf is hij grootaandeelhouder van IPH. Koersmanipulatie ligt op de loer. Immers, als Kamer namens IPH een aandeel koopt en vervolgens zijn abonnees aanraadt dat stuk aan te schaffen, dan ligt een koersstijging van dat aandeel voor de hand, en dus winst voor JPH en Kamer privé.
‘Mijn abonnees weten dat ik die posities via JPH gewoonlijk heb. Dat is ze van tevoren duidelijk gezegd. Iedereen bij IPH weet wat ik doe. Bovendien is uw gedachte niet zo logisch. Het is niet vanzelfsprekend dat de beurskoers van een bedrijf stijgt, als ik dat bedrijf aanbeveel. Zeker niet bij grote beursfondsen. Bij kleine misschien wel, ja. Maar ik kan dat niet zomaar doen. Ik sta op een voetstuk. En daar kan ik alleen maar op blijven als mensen aan me verdienen. Mijn abonnees redeneren simpel. Als Kamer 100 procent wint en wij 60 procent, zijn wij dik tevreden.’
Dat duizenden beleggers achter hem aanlopen, vindt hij niet raar. ‘Ik doe het beter dan wie ook. Noem mij iemand in Nederland die op dit moment betere resultaten boekt.’ Kamer belegt nu op de ‘stabielste der stabielste manieren’. Hij ‘verzuipt’ in de obligaties. ‘Ik zit met vrolijkheid toe te kijken hoe de beurzen naar beneden denderen. Hoe lager, hoe beter. Ik heb cash, en obligaties die ik elk moment kan omwisselen in cash, zodat ik straks ABN AMRO en dergelijke voor een prikkie kan kopen.’
Paniek na de aanslagen? Welnee. Om zijn abonnees gerust te stellen, stuurde hij – via e-mail en fax – meteen een flashbericht rond. Boodschap: de aanslagen werken hoogstens als een katalysator in het baisse-scenario dat we sinds vorig jaar toch al volgen. ‘We zitten nu anderhalf jaar in een klassieke boom-bust.’ Met andere woorden: na de grote koersstijgingen is een periode van forse dalingen aangebroken. Dat zag Kamer al vroeg aankomen, zegt hij. Sla zijn nieuwsbrieven er maar op na.
‘Weinigen hebben zo’n goede kijk op de financiële historie. Je ziet steeds hetzelfde menselijke gedrag. Eerst de grote overdrijving, dan de angst en het laten vallen. Als je dat weet, kun je makkelijk lijnen trekken. De baisse houdt voorlopig nog wel aan. Een paar maanden terug riep iedereen in de branche: “Nu is het tijd om in te stappen.” Meneer van Duijn van Robeco voorop. Heel dom.’
Zijn klanten hoeven nu geen poot te verzetten. Althans, als ze al zijn adviezen hebben opgevolgd. ‘U moet me zien als een dokter. Ik schrijf drie pillen voor. Ik werk aan een gemiddeld resultaat. Als iemand hebzuchtig is, slechts één pil neemt en dat loopt slecht af, dan moet hij later niet komen klagen. Ik heb weinig boze abonnees. Ze komen vrijwillig en ik garandeer hun niks, dat is de juridische kant. Natuurlijk mopperen ze weleens. Maar dat zijn meestal mensen die al hun geld op dat ene aandeeltje in Hongkong hebben gezet. U kunt mijn antwoord dan wel raden. Mijn advies omvat meestal zo’n dertig posities.’
Kamer maakte de democratisering van het beleggen in haar volle glorie mee. ‘Mensen gaan blind af op de adviezen van banken. Ze hebben vaak niks anders. Wat de bankier zegt, moet wel kloppen. Maar als die man echt zo goed is, staat hij niet achter een loket. Een bank kan nooit een negatief advies voor de hele beurs geven, want dan heeft ze geen klanten en kan ze haar deuren sluiten.
‘Bedrijfswinsten stijgen over lange termijn met zo’n 6 à 7 procent. Dus moeten ook de koersen met gemiddeld 6 à 7 procent stijgen. Maar banken en commissionairs verkochten de laatste jaren aandelen met de belofte van rendementen van 12 procent. Voor Getronics werden nog niet zolang geleden koopadviezen gegeven, terwijl de koers-winstverhouding van het bedrijf al negentig was, een historische overdrijving. Dat aandeel kon alleen maar zakken. Maar iedereen riep: “Kopen.”’
Het dilemma van een goeroe. ‘Ik moet een trend oppakken die niemand nog ziet. Zodra iedereen die ziet, ben ik weg, want dan is het hoogtepunt bereikt. Met als gevolg dat de beleggingswereld roept dat ik oud ben geworden. Het is best moeilijk. Er komt heel wat bij kijken om goeroe te zijn. Je hebt veel karakter nodig om niet populair te willen worden. Af en toe, als ik een fout maak, dan is dat omdat ik denk: Misschien moeten we toch maar een internetaandeel nemen, dan zijn de mensen ook weer blij. Dat is gegarandeerd een aandeel dat verliest.’
Aan een muur in zijn kantoor hangen ansichtkaarten van kinderen die hem vanuit Eurodisney bedanken voor het leuke weekend dat ze hebben dankzij de tip die hij vader gaf. Zulke post krijgt Kamer de laatste maanden niet meer. ‘Een hausse is natuurlijk prettiger, er valt meer te lachen.’ Nog even zullen de koersen dalen, dan breekt een nieuw tijdperk aan. ‘Dan krijg je een normale beurs. Totdat er opnieuw een uitvinding komt waar iedereen gek van is. Dan krijg je de volgende hausse.’
Voor Kamer is het zaak die mogelijke uitvinding bijtijds op te sporen, zodat hij en zijn klanten optimaal kunnen profiteren. ‘Beleggen wordt weer een kunst. Vanzelf ontstaat er dan ook meer behoefte aan mij.’ Zijn recept? ‘Het gaat om een combinatie van intelligentie, moed en fantasie. Die eigenschappen moet je in gelijke mate hebben. Kijk, bij beleggen komen natuurlijk ook een heleboel toevalligheden kijken. Een aandeel kun je kopen of verkopen, in beide gevallen is het mogelijk dat je een foute beslissing neemt.
‘Waarom beleggen zo moeilijk is? Er zijn, zeg, zevenhonderd aspecten in de wereld die van invloed kunnen zijn op de koersen. Heb je die allemaal in de computer ingevoerd, dan komt aspect 701 om de hoek zetten. Had niemand op gerekend. Nummer 701 is de miskraam van de Japanse keizerin. Daardoor stort de beurs van Tokio in, en voor je het weet is er paniek in Amsterdam. Dat maakt beleggen ook zo interessant. Het is menselijk.’
Kamer had na de aanslagen in New York en Washington lucratieve posities kunnen innemen. Geen moment heeft hij dat overwogen. Een keer eerder weigerde hij te handelen. Dat was tijdens de demonstraties op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking. ‘Mijn zonen waren toen ook student. Ze zaten vol idealisme. Net als die mensen in Peking. Als dat dan weggemaaid wordt, ga ik geen put-opties kopen op Hongkong. Geld verdienen aan een slachtpartij is niet mijn sport.’
Hij is weleens gevraagd, zegt hij, om met het oog op een internationale markt ook in het Engels te publiceren. Dat wil hij niet. ‘Er is een verklaring waarom Nederlanders zo rijk zijn.’ Hij is liever de grote vis in een kleine vijver dan andersom. Dit lijkt hem een mooie dood: op zijn 94ste, achter zijn bureau met een pen in de hand, halverwege een zin voor de nieuwste editie van Financiële Strategie. ‘Ik zal altijd moeten blijven beleggen. En ik heb altijd wel een verhaal te vertellen.’
Gepubliceerd op 3 november 2001
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement