woensdag 24 november 2004 14:29
Op 15 december 2003 lieten de betaalmeesters van de Europese Unie (EU) van zich horen. Nederland, Zweden, Oostenrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk zijn zes van de zeven lidstaten die de afgelopen jaren meer bijdroegen aan de EU dan ze terugkrijgen aan subsidies en betalingen. De regeringen van die zes landen vroegen in een gezamenlijke brief het beslag dat de Unie legt op het netto nationaal inkomen van de gezamenlijke lidstaten te beperken tot 1 procent per jaar.
Dat kwam hard aan bij de Europese Commissie, die, zoals de zes natuurlijk heel goed wisten, werkte aan een meerjarenbegroting voor de periode 2007-2013 waarin zij uitgaat van een beslag van gemiddeld 1,14 procent per jaar.
Gezeur achter de komma? Het gaat om meer dan 15 miljard euro, elk jaar weer. Allicht dat Nederland, in procenten van het netto nationaal inkomen de grootste nettobetaler van allemaal, zich van harte onder de briefschrijvers schaarde.
Toch diende de Commissie haar voorstellen voor de meerjarenbegroting, de zogenoemde Financiële Perspectieven, gewoon in en heeft de nieuwe Commissievoorzitter José Manuel Barroso laten weten die voorstellen over te nemen. Dat kan omdat de Commissie niet zwak staat.
De meerderheid van de lidstaten springt er namelijk wel goed uit met hun geldverkeer met de Europese Unie, en zij beslissen mee over de Financiële Perspectieven – Barroso’s eigen Portugal is een van die landen. De zes nettobetalers hebben zulke gelijk oplopende belangen niet. En daarvan maakt de Europese Commissie zichtbaar gebruik in haar voorstellen.
Een grote betaler is het Verenigd Koninkrijk, dat sinds een geslaagde actie van toenmalig premier Margaret Thatcher in 1984 een speciale regeling heeft. 'Ik wil mijn geld terug!’ riep zij, en ze kreeg dubbel en dwars haar zin dankzij het zogenoemde 'UK rebate’, waaraan alle andere lidstaten bijdragen, rijk en arm. Sinds enkele jaren krijgen ook andere grote nettobetalers, waaronder Nederland, korting op hun bijdrage, maar het Britse voordeel blijft uniek. Het ging de afgelopen zes jaar om 4,6 miljard euro per jaar. Wordt er niet ingegrepen, dan loopt dat op tot 7,1 miljard per jaar, beweert de Europese Commissie.
De Britten houden vast aan hun regeling, maar verder heeft niemand er belang bij om deze ongeschonden te laten. Nederland ziet meer in een zogenoemde 'nettobegrenzer’, een stevige afspraak die voor alle lidstaten geldt en hun nettobijdrage aan de Unie binnen de perken houdt. Daar speelde de Commissie deze zomer op in.
Ze kwam met een voorstel dat er ruwweg op neerkomt dat de miljarden korting die de Britten in hun eentje krijgen, over alle nettobetalers worden verdeeld. Na een overgangsfase van vier jaar om de Britten te laten wennen, zou Nederland daar 0,08 procent van het netto nationaal inkomen voordeel aan hebben. Dat is zo’n 300 miljoen euro per jaar voor Gerrit Zalms schatkist.
Over de aanpak wordt nog hard onderhandeld, en de Britten verzetten zich met hand en tand. Zij wijzen op de vele miljarden die ze ook na hun 'rebate’ bijdragen, veel meer dan de Fransen. Bovendien klagen ze dat de Europese Commissie nog altijd geen vlekkeloze administratie heeft, en bovendien minder geld uitgeeft dan zij volgens haar eigen begroting zou mogen.
Het strijdperk is momenteel de Ecofin, de raad van ministers van Financiën, tot eind dit jaar voorgezeten door Zalm, die zich in die rol een beetje moet inhouden. Het voorstel van de Commissie voor een nettobegrenzer zit zo slim in elkaar dat, behalve het Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk, geen land er op achteruit gaat. Als de cijfers kloppen.
Maar als de EU nou eens in totaal minder uitgeeft, zoals de Britten ook graag willen? Dat drukt toch ook de bijdragen van alle nettobetalers en zou ze allemaal tevreden stellen?
Het maakt volgens de Commissie voor de netto-uitkomsten nagenoeg niet uit of de Unie slechts 1 procent van het netto nationaal inkomen mag uitgeven, of toch 1,14 procent ter beschikking krijgt. De daarvoor noodzakelijke bezuinigingen zullen namelijk moeten plaatshebben op beleidsterreinen waar ook de Britten meeprofiteren van Europees geld. De landbouwbegroting en het regionale steunbeleid voor arme lidstaten zijn grotendeels onaantastbaar, en dat zijn veruit de grootste uitgaveposten van de EU, zowat driekwart van de totale begroting. De lidstaten hebben zichzelf al flink vastgelegd voor de uitgaven in de jaren 2007-2013. Bondskanselier Schröder van Duitsland en president Chirac van Frankrijk sloten najaar 2002 een akkoord over de landbouwuitgaven in die jaren. Dat werd na amendering door de Nederlandse premier Balkenende overgenomen door de andere regeringsleiders.
De regionale steun is niet zo dichtgetimmerd, maar Britten, Nederlanders en Zweden zijn het erover eens dat die eigenlijk alleen toe zou moeten vallen aan de armste lidstaten. Wat betekent dat ze er liefst zelf geen aanspraak meer op maken, en dus ook niet hun eigen nettobijdrage kunnen verkleinen door regiosubsidies te incasseren.
Wie zuinigheid bepleit en zijn nettobijdrage wil verminderen, moet of de armere EU-lidstaten geld onthouden, of het landbouwakkoord open breken en de altijd strijdlustige boerenstand aanpakken. Of afzien van een paar mooie plannen die de Commissie met het extra gevraagde geld heeft. Dat zijn nu net plannen die zijn gemaakt voor de zogenoemde Lissabon-agenda, gericht op meer economische groei door onder andere meer onderzoek. Alle regeringsleiders belijden dat ze daar dol op zijn. De Britse premier Blair was een van de bedenkers van 'Lissabon’.
De discussie over het geld heeft op twee fronten plaats. Over de nettobegrenzer ruziën de ministers van Financiën. De technische bespreking van de uitgavekant, de eigenlijke Financiële Perspectieven, is al een fase verder. Die ligt sinds begin deze week bij de ministers van Buitenlandse Zaken, die er in het verleden blijk van gaven dat zij liefst op meer willen letten dan alleen de laagst mogelijke uitgaven.
Het is een omzichtig proces. Op Nederlands voorstel is gekozen voor een 'bouwstenen-benadering’. Per hoofdstuk wordt het door de Commissie voorgestelde beleid overwogen en gezet naast het gevraagde geld. En uiteindelijk ligt natuurlijk alles op het bord van de chefs – de regeringsleiders zullen de knopen moeten doorhakken. Ze hebben nog maanden voor het zover is.
advertentie
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement