woensdag 12 januari 2005 15:30
De komende maanden gaan leerlingen uit groep acht met hun ouders massaal op zoek naar een geschikte middelbare school. Welke is de beste? Elsevier vergelijkt ook dit jaar alle scholen in het voortgezet onderwijs: vwo, havo en vmbo. Met als resultaat 19 winnaars. En: zijn categorale scholen zo goed als veel ouders denken?
U vindt het onderzoek ook op de site, waar u uw eigen lijsten kunt samenstellen. Het onderzoek is momenteel alleen toegankelijk voor abonnees.
Onder 'Onderzoeken' in het menu kunt u klikken op Beste scholen om naar het onderzoek te gaan.
Een goede schoolopleiding is het beste wat een kind kan overkomen. Goed wil zeggen: een school waar leerlingen niet alleen hun diploma halen en waar ze de kennis en vaardigheden opdoen die later van pas komen bij studie of werk. Een goede school is ook een plaats waar normbesef geen holle praat is, waar het veilig is, waar de kinderen vrienden en vriendinnen kunnen maken en waar de docenten het beste met hen voorhebben – ook als het even tegen zit.
Alleen: wat weten ouders als ze voor het eerst een kijkje nemen? Op zo’n voorlichtingsavond is alles immers even fantastisch. Kopje koffie, aardige rector, aantrekkelijke power-pointpresentatie, de leukste leerlingen om moderne didactische werkvormen na te bootsen, praktijklokalen als lustoorden. En niet te vergeten al die buitenschoolse activiteiten met opvoedkundige waarde.
Minder gauw zal het gaan over de feitelijke prestaties, al moet gezegd dat steeds meer scholen die wel op hun website zetten. Hoeveel leerlingen er blijven zitten, hoeveel er zonder problemen het examen halen, hoe hoog of laag de examencijfers zijn. Maar welke concurrent in de buurt doet het beter of slechter? Naar dat soort informatie moeten toekomstige leerlingen en hun ouders toch echt zelf op zoek.
Prestaties
Wie kiest moet kunnen vergelijken. Daarom beoordeelt Elsevier ook dit jaar weer de prestaties van ruim 550 middelbare scholen in Nederland. In het overzicht dat begint op pagina 83 staan per provincie en gemeente alle scholen met vwo, havo en vmbo op rij. Negentien scholen maken aanspraak op het predikaat 'de beste van Nederland’. Zes scholen staan zelfs met meer dan één afdeling bij de beste. De scholengemeenschap Were Di in Valkenswaard wint bij vwo, havo en de kaderberoepsgerichte leerweg in het vmbo. Ook het Almere College staat drie keer in de lijst: met het vwo in Kampen, en de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo – de oude 'mavo’ – in Kampen én Dronten. De Stichting voor Christelijk Onderwijs ’t Gooi staat met twee typen vmbo, in Hilversum en Bussum, bij de beste scholen. Net als het Da Vinci College in Leiden en de Christelijke Scholengemeenschap Calvijn in Putten.
Hoe zijn de scholen beoordeeld? Dat gebeurt op drie punten. Ten eerste het percentage leerlingen dat zonder vertraging in de derde klas komt, ten tweede het percentage leerlingen dat daarna zonder zittenblijven het diploma haalt, en ten derde het gemiddelde cijfer dat de leerlingen de laatste drie jaar behaalden op het eindexamen. De gegevens zijn afkomstig van de Inspectie van het Onderwijs en zijn bewerkt door Elsevier.
Elke school krijgt van Elsevier twee beoordelingen. Het eerste oordeel is gebaseerd op de 'harde cijfers’, het tweede op de toegevoegde waarde, aangeduid als 'oordeel plus’. Voor het eerste oordeel is niet, voor het tweede oordeel wel rekening gehouden met de achtergronden van de leerlingen. Een school waar naar verhouding veel leerlingen met een taalachterstand of uit een economisch zwak milieu het examen halen, krijgt als het ware bonuspunten. Want zo’n school moet meer moeite doen om de leerlingen over de eindstreep te krijgen.
Zowel de 'harde cijfers’ als de toegevoegde waarde zijn belangrijk bij de schoolkeuze. Ouders willen graag weten welke school het beste uit hun kinderen haalt en net dat beetje extra kan betekenen, maar uiteindelijk telt slechts één 'hard’ resultaat voor verdere studie en de kansen op de arbeidsmarkt: een diploma met hoge cijfers.
Categorale scholen
De laatste jaren zijn de zelfstandige gymnasia uiterst populair. Dat geldt in mindere mate ook voor de zelfstandige mavo’s, tegenwoordig 'theoretische leerweg’ van het vmbo geheten. Kortweg aangeduid als 'vmbo-t’. Ouders veronderstellen dat leerlingen daar, vanwege de kleinschaligheid en de veiligheid, betere resultaten boeken. Maar zijn die categorale scholen ook werkelijk beter? Elsevier analyseerde de prestaties in vergelijking met die van de scholengemeenschappen.
Tegen de verwachting in blijken leerlingen van categorale mavo’s niet beter, maar ook niet slechter te presteren dan de leerlingen van scholengemeenschappen. Ze blijven even vaak zitten, en ze halen gemiddeld gelijke cijfers voor het examen.
Veel categorale mavo’s zijn er overigens niet meer. Nu nog negentien, maar de komende jaren zal het aantal slinken door voorgenomen fusies. Gezien de prestaties van de leerlingen is het de vraag of dat zo betreurenswaardig is. Het enige onderscheid dat blijft, is het imago van de degelijke, ouderwetse school. Het zal niet genoeg zijn om uitsterven te voorkomen. Want ondanks de grote belangstelling voor de categorale mavo op voorlichtingsavonden, vallen de aanmeldingen enkele maanden later vaak tegen. Dan blijken ouders op het laatste moment toch te zijn gezwicht voor het grote gymlokaal, de welvoorziene bibliotheek en de moderne computerruimte van de 'rijke’ scholengemeenschap.
Hoe anders is het succesverhaal van de zelfstandige gymnasia. Ze bezwijken bijkans onder de toeloop, vooral in de grote steden. En dat blijkt terecht. Leerlingen van een zelfstandig gymnasium doorlopen in vergelijking met het vwo aan scholengemeenschappen sneller de bovenbouw én bovendien halen ze een hoger examencijfer, gemiddeld voor alle vakken. Dat heeft een prijs: in de onderbouw is het percentage zittenblijvers beduidend hoger. Van de 34 zelfstandige gymnasia telt het Gymnasium Bernrode in Heeswijk in de onderbouw de meeste zittenblijvers (zie 'Gymnasia: zittenblijvers’ op pagina 76). Kortom: de zelfstandige gymnasia bevestigen hun faam en leveren de beste scholieren, maar dat gebeurt door een strenge selectie in de eerste twee jaren.
Toch hebben de grote scholengemeenschappen een verrassend ijzer in het vuur: Latijn en Grieks. De beste leerlingen in de klassieke talen blijken niet op de zelfstandige gymnasia te zitten. Bij de top-10 voor de examencijfers over drie jaar staan negen scholengemeenschappen (zie 'De beste in klassieke talen’ op pagina 77). Bovenaan staan de Gereformeerde Scholengemeenschap Randstad in Rotterdam en het Reynaertcollege in Hulst. Het enige zelfstandige gymnasium in de top is het Vossius in Amsterdam.
Voor de meeste leerlingen is het gymnasium niet haalbaar, of er is helemaal geen zelfstandige school in de buurt. Op de volgende pagina’s staan alle scholen van Nederland. Om zelf te kunnen vergelijken.
Op www.kwaliteitskaart.nl van de Inspectie van het Onderwijs staat per school uitgebreide informatie over de leerresultaten, didactiek, leerstof en het schoolklimaat
advertentie
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement