donderdag 24 mei 2012

Tags

Weekblad

Syp Wynia

woensdag 16 februari 2005 16:38

Op 17 februari 1983 trad de huidige, herziene Nederlandse Grondwet in werking. Na de eervorige wijziging in 1963 begon meteen de roep om een nieuwe wijziging. In 1972 kwamen er al wat kleine veranderingen, maar de grote ingrepen kregen vaart onder VVD-minister Hans Wiegel van Binnenlandse Zaken (1977-1981) en werden in 1983 ingevoerd. In vergelijking met de Grondwet van 1972 bevat de huidige onder meer nieuwe artikelen tegen discriminatie (artikel 1), er kwamen nieuwe artikelen die de privacy beschermen (artikel 10 en 11) en vooral kwamen er vier artikelen waarin nieuwe, zogeheten 'sociale’ grondrechten werden vastgelegd.

De haren rijzen je te berge als je ziet wat in die dagen als noodzakelijke grondrechten werden gezien. Het begint met het anti-discriminatieartikel, een modieus fenomeen. 'Mogelijk is artikel 1 een gevolg van de huidige tendens om zich tegen alle mogelijke discriminatie te kunnen weren,’ stelde de grondwet-annoteur H.A.H. Toornvliet in 1984. Ook de nieuwe privacy-artikelen, waarvan de misdaad- en fraudebestrijding sindsdien veel last hebben gehad, noemde hij destijds 'geheel van deze tijd’.

Maar onze Grondwet maakt het sinds 1983 helemaal bont met 'sociale’ grondrechten. In artikel 19 staat dat de overheid voor voldoende werkgelegenheid moet zorgen, dat de overheid wettelijke rechten voor werknemers moet opstellen en hun medezeggenschap moet regelen. Nog frappanter is artikel 20, waarin 'spreiding van welvaart’ als 'voorwerp van zorg der overheid’ wordt genoemd en waarin iedereen een grondwettelijk recht op financiële bijstand wordt gegeven. In artikel 21 blijkt 'de verbetering van het leefmilieu’ een grondwettelijke taak van de overheid te zijn. Artikel 22, ten slotte, legt de grondwettelijke plicht van de overheid vast om voor voldoende woongelegenheid te zorgen en 'voorwaarden’ te scheppen voor 'maatschappelijke en culturele ontplooiing en voor vrijetijdsbesteding’.

Mooie boel is dat. Grondrechten worden traditioneel vastgelegd om de burger tegen de staat te beschermen en desnoods tegen andere burgers. Maar de Grondwet van 1983 ademt een tijdgeest waarin de overheid zich op zeer politieke, tijdgebonden gronden nieuwe grondwettelijke taken toedicht. Het meest navrant komt dat tot uiting bij het artikel over de culturele ontplooiing. Daarvan stelde de eerdergemelde annoteur vast dat daaronder de overheidsplicht tot 'een zo breed mogelijke zorg voor de etnische minderheden tot behoud van hun eigen cultuur’ valt. Behoud van eigen cultuur als grondwettelijke overheidstaak? Daar denken we inmiddels door schade en schande wijzer geworden heel anders over.

Waarom moeten spreiding van welvaart en het scheppen van werk in de Grondwet staan? Het lijkt meer op het verkiezingsprogramma van de radicaal-linkse PvdA van 1972 dan op een grondwet. Spreiding van welvaart is onder meer het voeren van een inkomenspolitiek. En dat leidt direct tot de inkomensplaatjes die er op dit moment voor zorgen dat werkenden inkomensverlies lijden terwijl niet-werkenden daar geen of nauwelijks last van hebben. Er horen in de Grondwet geen overheidsplichten te staan die onmogelijk kunnen worden waargemaakt. Waar kun je onmiddellijk een woning krijgen, met een beroep op de Grondwet?

Hetzelfde geldt voor de in 1983 nieuw ingevoerde grondwettelijke taak van de overheid om voor voldoende werk te zorgen. Dat riekt meer naar een communistische grondwet dan naar de grondwet van een vrije rechtsstaat.

De overheid kán helemaal niet de plicht op zich nemen om voor voldoende werk te zorgen, de overheid kan er hooguit voor zorgen dat ze burgers en bedrijven niet te veel in de weg zit, waardoor de economie kan bloeien en er voldoende vraag naar werkenden ontstaat.

Helaas is ook dit grondwetsartikel geen dode letter gebleven. Het heeft ertoe geleid dat de overheid zelf banen schiep, waaronder kunstbanen als de Melkertbanen, het heeft geleid tot het opzetten van een gigantische reïntegratie-industrie die miljarden kost en daarmee de echte economie belast, het heeft geleid tot een aberratie als de Amsterdamse Megabanenmarkt, die ruim 110 miljoen euro kostte en vrijwel niemand aan een baan hielp.

Onze Grondwet van 1983 is dus een tijdgeest-grondwet, een staatsbemoeienis-grondwet, een wet die de geest ademt van Nieuw Links, van hippie, van provo en van multiculti, een grondwet waar nodig in gewied moet worden en waarvan de grondlegger, de liberale heer Wiegel, eigenlijk als eerste afstand zou moeten nemen.


advertentie







advertentie