zaterdag 26 mei 2012

Tags

Weekblad

'Ik mag af en toe graag afdalen naar het aardse'

woensdag 9 maart 2005 13:54

Een van de schaarse topvrouwen in het bedrijfsleven, Ella Vogelaar, heeft een lange weg afgelegd. Boerendochter, vakbondsvrouw – nu is ze onder meer commissaris bij Unilever. Ze was ooit lid van de Communistische Partij Nederland en blijft haar idealen trouw. 'Waar ik ga en sta, staat rechtvaardigheid voorop.'

Hoog in de bergen is ze gelukkig. 'Ik vind het heerlijk om stevige, uitputtende tochten te maken. Alleen of met zijn tweeën. Regen of sneeuw geen bezwaar. In de bergen overvalt me het gevoel dat er nog een andere wereld is, waar niet de mens regeert. Waar je als mens te gast bent, waar je even mag zijn. Ik heb al 25 jaar een huisje in de Franse Alpen. Het is een dierbare plek. In de winter kun je er niet eens met de auto komen. Dan maar te voet op weg, met een volgestouwde rugzak – ik sleep natuurlijk wel alles mee.’

Ella Vogelaar is 55 en de eerste vrouwelijke president-commissaris bij een beursgenoteerd bedrijf. Bij Unilever Nederland. Een bijzondere positie voor een vrouw. De weg omhoog die ze in haar leven heeft bewandeld, is van een even uitzonderlijk grillig reliëf. Van boerendochter tot communist, van vakbondsbestuurder tot de top van het old boys network, van barricadetijger tot spin in een wijdvertakt netwerk. Ella Vogelaar: droom en daad, kapitaal en arbeid verenigd op hoge hakken. Dan mag je een sigaartje roken, zij al helemaal met haar ranke elegantie. 'Een mens verandert, ik dus ook.’

Ze is op de fiets gekomen naar het etablissement waar we hebben afgesproken, in hartje Utrecht. 'Een auto met chauffeur? Kom nou, die heb ik toch niet. Ik ben al mijn hele arbeidzame leven een fervent gebruiker van het openbaar vervoer. De mannen die aan het station van Utrecht in de fietsenstalling zitten, ken ik al vanaf 1972. Ik zeg altijd tegen ze: “Wij worden samen oud.” Ik zit met nog een vrouw in de raad van toezicht van het Gemeentelijk Vervoersbedrijf Amsterdam. Wij zijn de enigen van het gezelschap die consequent het openbaar vervoer gebruiken. Weten dus ook waar we het over hebben. Ik mag graag vanuit toezichthoudende organen, die alleen maar met de grote lijnen bezig zijn, af en toe afdalen naar het aardse. Even nagaan hoe al die mooie voorstellen in de praktijk uitpakken. Dat kan heel onthullend zijn.’

Het leven als een worsteling, zo wil ze het niet zien. 'Ik kan ook genieten, zij het nog te weinig.’ Ja, er waren sleutelmomenten die gemaakt hebben dat ze de vrouw is die ze nu is. Ze is vaker de 'eerste’ vrouw geweest. 'Het begon al in het dorp Anna Jacobpolder op het Zeeuwse Sint Philipsland. Ik was het eerste meisje van het dorp dat naar de hbs ging, in Zierikzee, 17 kilometer verderop. Ik groeide op in een boerengezin, als oudste van vier kinderen. Van mijn moeder, die zelf niet had gestudeerd, kreeg ik de boodschap mee dat vrouwen onafhankelijk in het leven horen te staan. De drang om iets te bereiken, werd door haar hardnekkig gevoed.

'Dat meisjes gingen studeren, was niet gebruikelijk in het boerenmilieu. Daarmee trotseerde je de publieke opinie van de zeer besloten, christelijke gemeenschap. Ik ben gereformeerd opgevoed. Na de hbs ging ik naar de sociale academie De Horst in Driebergen. De universiteit was een stap te ver. Dat was niet voor kinderen van kleine boeren, dat was voor een ander soort mensen. De universiteit viel buiten onze belevingswereld. Een hogere beroepsopleiding was wat concreter, wat nabijer.’

Het was in de jaren zestig en ook op De Horst in Driebergen wenkte de revolutie. Ella dweepte met de arbeidersklasse, promoveerde zichzelf tot bondgenoot van het proletariaat, trad toe tot de Communistische Partij Nederland. Ze wilde de wereld veranderen, zij het bij vlagen onder een juk van schuld. 'Het eerste jaar op De Horst was ik nog intern. Mijn ouders dachten: dat is lekker veilig voor onze dochter. We hadden een eigen Horst-bar. Later was ik lid van de barcommissie en draaide diensten. Als ik dan om vier uur ’s ochtends naar huis fietste, voelde ik me schuldig bij de gedachte dat mijn ouders op bijna dat eigenste moment aan de dag begonnen. Ik naar bed, zij aan het werk, dat waren grote stappen voor mij.

'Een overtuigd leninist-marxist ben ik nooit geworden, meer een sympathisant. Ik colporteerde weleens met het partijorgaan De Waarheid, maar verkocht niet zo best. Ik bleef overal te lang lullen. Eigenlijk had ik toen al voor de vakbeweging gekozen. Het stond vast dat ik niet in beide organisaties een prominente plek wilde innemen. Ik ben altijd iemand geweest die koos voor bestuurlijke verantwoordelijkheid. Aan de kant blijven staan en roepen dat het allemaal anders moet, is mij niet genoeg. In mijn werkend bestaan werd ik al vrij snel actief in de onderwijsbond. Twaalf jaar later ben ik er weggegaan als voorzitter van de ABOP.’

Ella Vogelaar werd vice-voorzitter van de FNV tijdens het regnum van Johan Stekelenburg. Ze was voorbestemd om Stekelenburg op te volgen. Lodewijk de Waal had subtiel laten weten dat hij niet onder haar gezag wilde werken. De Waal, zo bleek later, was zelf in de race voor de opvolging. Ella Vogelaar voelde zich verslagen, klein gekregen.

'De elleboogstoot van De Waal? Nou ja, zo zou ik dat niet noemen. Er zit ook een kant van mij aan. Ik ben een paar maanden heel erg mezelf tegengekomen voor ik besloot op te stappen. Het was een ingrijpend proces. Een wond. Die wond is nu dicht, ja. Als ik de strijd was aangegaan, was ik misschien wel voorzitter geworden. Ik had ook kunnen zeggen: kom op De Waal, ik lust je rauw. Heb ik niet gedaan. Ik kijk er niet met wrok op terug.’

Het bestaan als 'kleine zelfstandige’ bevalt haar uitstekend. Ze verzamelde een groot aantal bestuursfuncties, van de Nationale Reisopera tot de branchevereniging van geprivatiseerde reïntegratiebedrijven Borea, van de haven van Rotterdam en Electrabel tot Novib. 'Het winkeltje draait.’ Beroepsmatig mag ze dan in een andere wereld zijn terechtgekomen, verweesd in de oude idealen is ze niet. 'Waar ik ga en sta, staat rechtvaardigheid voorop. Ook bij Unilever, ja.’

Met het poldermodel is niets mis, zegt ze gedecideerd. 'Iedereen die roept dat het poldermodel dood en begraven is, kraamt flauwekul uit. Die profeten heb ik de afgelopen twintig jaar wel drie keer zien opstaan en weer weggaan. Het poldermodel is als een hype: het gaat, het komt. Het zit in de genen van onze cultuur. Het gevecht tegen het water deden we samen, dat is onze volksaard geworden. Nederland zal nooit worden uitgeleverd aan strijdorganisaties die het alleen maar tegen elkaar opnemen. Mijn verwijt aan het kabinet is dat er niet zorgvuldig genoeg wordt uitgekeken naar draagvlak voor moeilijke keuzes. Draagvlak is ook een vorm van polderen.

'Op het terrein van de sociale zekerheid en de arbeidsmarkt moeten keuzes worden gemaakt. De kant die we op gaan, is duidelijk: wat collectief geregeld wordt door de overheid slankt af tot een basisniveau; daarnaast worden dingen collectief geregeld per bedrijfstak; ten slotte wordt de burger individueel aangesproken. Over de richting zijn heel veel mensen het eens, maar de overgangsfase is lastig. Het gaat om evenwicht en draagvlak.

'Ik maak me zorgen over de arbeidsmarkt. Er wordt almaar gezegd dat we moeten investeren in de kenniseconomie. Het blijft te vaak bij loze pretenties, de werkelijkheid is anders. Er is weinig of geen urgentie gecreëerd voor de kenniseconomie. Dat kan ons zuur opbreken als straks de economie echt gaat aantrekken.’

Onder Paars was Vogelaar projectleider Taskforce Inburgering. Ze is nog steeds zeer begaan met het migrantenvraagstuk. 'Ik heb aan de club getrokken die het inburgeringsbeleid in de gemeenten wilde verbeteren. We hadden behoorlijk wat in beweging gekregen. Toen kwam LPF-minister Hilbrand Nawijn en die liet al een andere wind waaien. Met de komst van minister Rita Verdonk (VVD) werd er gekoerst op een nieuw inburgeringsstelsel. Het moest allemaal anders. Dan krijg je de eerste twee jaar getouwtrek over: hoe anders.

'Ik constateer een overspannen reactie op het migrantenvraagstuk. Daarmee lossen we de problemen niet op, juist niet. We verscherpen ze alleen maar. Je moet ook willen zien hoe ingrijpend het in een mensenleven is om te migreren. Al helemaal als je uit die delen van een islamland komt die het minst ontwikkeld zijn. Mensen hebben meerdere identiteiten en dat geldt in nog sterkere mate als je migrant bent. Ik voel mij een boerendochter uit Zeeland, een vakbondsvrouw, voorzitter en lid van raden van commissarissen, geliefde. Dat zijn allemaal facetten van mijn persoonlijkheid die ik altijd met me meedraag. Als je delen van identiteit niet accepteert, wijs je mensen af en dat is een desastreuze ontwikkeling.

'Gelukkig doet niet iedereen mee aan het stigmatiseren van migranten. De overreactie zal ook weer wegebben. Hoe lang dat nog zal duren en hoeveel schade er dan is aangericht, weet ik niet.’

Verbinding tussen mensen, daar gaat het om. 'Persoonlijke verbinding maken is de enige manier om anderen het gevoel te geven dat ze erbij horen, dat ze welkom zijn. Ik coach allochtone vmbo-leerlingen. Dit jaar een Marokkaans meisje. Ik was razend toen ik hoorde dat de dag na de moord op Theo van Gogh zij en haar vriendinnetje in de supermarkt verrot waren gescholden om een hoofddoekje. Boos zei ze me: “Eén Marokkaan vermoordt iemand en wij worden er als groep op aangesproken. Werden jullie er dan ook op aangesproken toen die kale – hoe heet hij ook alweer – door een Nederlander werd doodgeschoten?” De woede van zo’n kind is dan ook mijn woede.

'Natuurlijk gaat het in de raad van commissarissen bij Unilever niet alleen over geld. Als dat het geval zou zijn, red je het niet als bedrijf. Aandacht voor problemen van migratie en integratie? Ja, hoor, al geef ik toe dat er bij werkgevers te weinig aandacht is voor de allochtone verkleuring van de arbeidsmarkt. Het verbaast me dat er nog mensen zijn die kunnen denken: allochtonen, als ze willen, laat ze maar komen. Als het over vrouwen in de top gaat, hoor je ook steeds: we willen wel, maar we kunnen ze niet vinden. In de topposities is er helaas nog te weinig oog voor de subtiele mechanismen van uitsluiting en niet-bewuste discriminatie.

'Het zou voor de bedrijven veel gezonder zijn als er meer diversiteit in hun organisatie zou bestaan. Op alle niveaus. Hoe verder je komt, hoe eendimensionaler een arbeidsorganisatie wordt. Dat vind ik bizar. Vijftig procent van de jongeren in grote steden is kind van migranten. Dat wordt dus de beroepsbevolking van morgen. Daar moet je iets mee als arbeidsorganisatie, al was het maar omdat ze ook nog eens jouw consumenten zijn. Op dat punt is Nederland nog steeds een beetje een achterlijk land.’

Dat Unilever in zwaar weer zit, kan ze niet ontkennen. 'We hebben natuurlijk last van de giga-prijzenslag die plaatsheeft tussen de supermarktketens. Vier jaar geleden heeft Unilever zich gecommitteerd aan een aantal groeipercentages. Dan leg je je vast en gaat zo’n bedrijf ook blind voor die geproclameerde groei. Dat intussen de wereld om ons heen was veranderd, kreeg te weinig aandacht. Unilever leed ook aan structureel overgewicht. Dat is weggesneden: vereenvoudiging van de managementlagen, geen dubbele voorzitters meer, dat soort maatregelen. Als bedrijf moeten we alle zeilen bijzetten. Nee, paniek in de tent is er niet. We zijn als organisatie wel in staat over een dip heen te komen.

'Als lid van de raad van commissarissen bij het havenbedrijf Rotterdam heb ik ook een ernstige crisis meegemaakt. Een halfjaar na de verzelfstandiging moest directeur Willem Scholten de wacht worden aangezegd. Een joyeuze man, erg gewaardeerd in en buiten het bedrijf. Toch moesten we een crisis bezweren. Snel schakelen. Of er dan een adrenalinestoot door me heen gaat? Nou, ik had wel het gevoel dat alles op scherp moest staan. Maar je weet ook dat grote organisaties bij een crisis aan de top niet instorten.’

Van Vogelaar wordt gezegd dat ze verstandig, solide en empathisch is. Zo’n vrouw zou die andere Zeeuw, Jan Peter Balkenende, best kunnen gebruiken in zijn kabinet. Over hem zegt ze: 'Ik vind het wel een aardige man, maar hij heeft niet de uitstraling van een minister-president. Ik hoor alleen maar ingestudeerde zinnen en daar voel ik mij ongemakkelijk bij.

'Ik zou voor een heel lastige afweging staan als het ministerschap ooit op mijn weg zou komen. Ik heb te veel bewindslieden van dichtbij gezien. Het is een hondenbaan. Gewoon vier jaar buffelen, dat is het. De prijs die je er in je privéleven voor betaalt, is heel hoog. Ik wil nog graag met mijn partner naar de opera kunnen gaan. In de voetsporen treden van Neelie Kroes? Het buitenland trekt me niet. Het abstractieniveau in Brussel ligt ver weg van de mensen en van het alledaagse. Ik voel me zeer verbonden met het alledaagse.’

Ze is kinderloos gebleven. 'Dat verdriet heeft een plek gekregen. Ik was van een generatie vrouwen die de vraag, wel of niet een kind, tot hun veertigste voor zich uit bleef schuiven. Op dat moment had ik een partner die al drie grote kinderen had. Aan een tweede leg wilde hij niet meer beginnen. Toen het eerste kleinkind kwam, was dat een heftige confrontatie voor mij. Het is geen schrijnende plek meer. Ik heb nu vijf kleinkinderen. Vanuit mijn eigen onhandigheid riep ik dat ze niet oma moesten zeggen. Ze doen het toch. Als kinderen een opa hebben, willen ze ook een oma.

Haar ouders leven nog, in de Flevopolder. 'Het mooiste wat mijn vader mij ooit heeft gezegd? Er is niet iets wat hij heeft gezegd, maar wat hij heeft gedaan. Toen ik thuiskwam om te zeggen dat mijn eerste huwelijk op de klippen was gelopen, zei hij niets. Hij pakte mij vast.’

Met Fidel Castro heeft ze niets meer. 'Mensen als Fidel, de paus, zo’n Cees van der Hoeven van Ahold of de havendirecteur die op een voetstuk komen te staan, geen tegenspraak meer dulden, en zich tegen beter weten in voortslepen in het proces van vermeende onsterfelijkheid, vind ik pijnlijk en tragisch. Ik hoop dat het mij niet overkomt.’


advertentie







advertentie