zaterdag 26 mei 2012

Tags

Weekblad

Omslagartikel - Referendum: Waarom nee beter is dan ja

donderdag 14 april 2005 13:18

Nederlandse burgers hebben goede redenen om de Europese Grondwet in het komende referendum af te wijzen. Het is de laatste kans om te voorkomen dat de EU vitale Nederlandse belangen schaadt.

De Nederlandse burgers kunnen zich op 1 juni uitspreken over de vraag of ze akkoord gaan met het kabinetsvoorstel om het nieuwe Europese verdrag, ook wel de Europese Grondwet genoemd, goed te keuren (zie 'Twaalf vragen over de Europese Grondwet’ op pagina 29). Er zijn best argumenten om 'ja’ te zeggen. Maar er zijn nog veel betere redenen om 'nee’ te zeggen tegen de Europese Grondwet.

Die is strijdig met vitale Nederlandse belangen. Een 'nee’ van de Nederlandse burgers biedt de enige kans om die schade – op het nippertje – te verzachten. Na een 'nee’ kan het kabinet namelijk vanuit een stevige onderhandelingspositie uitzonderingen voor Nederland bedingen.

Die vitale belangen zijn met name de mogelijkheid voor Nederland om zijn eigen immigratiebeleid te regelen en om zelf te bepalen of het buitenlanders, burgers uit de Europese Unie (EU) of anderen, al dan niet wil toelaten tot uitkeringen, huursubsidies, gezondheidszorg en andere collectieve arrangementen (zie ook 'Een zwart scenario’, Elsevier, 5 maart 2005).

Immigratie en verzorgingsstaat hebben alles met elkaar te maken. Landen als Nederland met royale verzorgingsregimes oefenen grote aantrekkingskracht uit op migranten die met een uitkering stukken beter af zijn dan in hun eigen land, en door de zogeheten armoedeval zelfs beter dan met een baan. De hoge werkloosheid en het hoge uitkeringsgebruik onder niet-westerse immigranten en hun kinderen in Nederland zijn daarvan een pijnlijke illustratie. Feit is ook dat Nederland relatief de hoogste uitkeringen van Europa heeft.

De Europese Grondwet beperkt de door internationale verdragen toch al schaarse mogelijkheden van de Nederlandse overheid om migranten de toegang tot haar uitkeringen te weigeren. Dat gebeurt op drie manieren. Ten eerste wordt het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens integraal onderdeel van de Grondwet. Dat maakt het Nederland praktisch onmogelijk op dat verdrag uitzonderingen te bedingen. Bijvoorbeeld op het onderdeel dat het recht op huwelijksmigratie regelt. En migratiehuwelijken met partners uit arme landen zijn nu juist het belangrijkste kanaal voor problematische immigratie.

Ten tweede wordt de migratie naar de EU volgens de Europese Grondwet een Europese zaak, omdat er met gekwalificeerde meerderheid over zal worden gestemd. Landen die bijvoorbeeld denken dat ze hun vergrijzing kunnen oplossen door de Europese grenzen open te zetten voor arbeidsmigranten, kunnen Nederland makkelijk overstemmen. In Nederland is allang vastgesteld dat de vergrijzing niet kan worden opgelost door op grote schaal niet-Europeanen binnen te laten. Hooguit zeer goed opgeleide migranten kunnen een bijdrage aan de samenleving leveren.

Het Europese migratiebeleid waar de Europese Commissie aan werkt – en dat vooruitloopt op de nieuwe Grondwet – houdt geen rekening met de Nederlandse omstandigheden. Maar als bijvoorbeeld Spanje op grond van de Europese wetgeving arbeidsmigranten binnenlaat, kunnen deze wél naar Nederland doorreizen om hier te werken, dan wel na enige jaren een uitkering bemachtigen.

Dat laatste is des te problematischer omdat – ten derde – de Europese Grondwet alle burgers van de EU plus alle legale migranten in andere EU-landen dezelfde rechten op uitkeringen, gezondheidszorg en sociale huisvesting toekent als die Nederlanders hebben. Nu zal een welvarende Duitser of een ondernemende Zweed niet zo gauw naar Nederland trekken omdat hij hier met nietsdoen ook aardig kan rondkomen. Maar de EU is vorig jaar uitgebreid met acht arme, Oost-Europese landen, en eind volgend jaar worden het nog armere Bulgarije en Roemenië lid. Verder komt het even grote als arme Turkije volgens plan bij de EU, staat heel voormalig-Joegoslavië op de rol om op enig moment lid te worden en kan het lidmaatschap ook een straatarm land als Oekraïne nauwelijks nog ontgaan.

Een klein land met relatief goede, maar toch al te dure sociale voorzieningen en een relatief hoog minimumloon verliest dus het recht om zelf te bepalen of het bijna een kwart miljard inwoners van nieuwe en toekomstige arme lidstaten uit zijn verzorgingsstaat mag weren. Dat is een somber vooruitzicht.

De grootste problemen van Nederland van de laatste halve eeuw waren en zijn het onmatig gebruik van de gulle verzorgingsstaat en de overwegend problematisch uitgevallen migratie uit arme landen. Het lukt de Nederlandse overheid nu al niet om die twee samenhangende problemen op te lossen. De nieuwe Europese Grondwet vergroot de problemen en slaat Nederland de instrumenten uit handen om ze aan te pakken.

Het is onwaarschijnlijk dat de Nederlandse regering erin slaagt om na een 'nee’ op 1 juni vervolgens de zo schadelijke passages in de Europese Grondwet aan te passen. Maar het is wel heel goed mogelijk dat de regering in het zicht van een tweede referendum – of een 'gewone’ beslissing van de Tweede Kamer – uitzonderingen bedingt op de gewraakte passages uit de Grondwet.

Daar is op zich niets bijzonders aan. Alle lidstaten kennen speciale bepalingen die ze bij de Europese Grondwet of bij eerdere Europese verdragen hebben bedongen. Zo dwong CDA-premier Jan Peter Balkenende in juni vorig jaar in nauw overleg met VVD-minister Gerrit Zalm van Financiën af dat de Europese ministerraad in de toekomst pas met meerderheid over de Europese meerjarenbegrotingen kan besluiten als er een oplossing is geboden voor 'de buitensporige negatieve nettobetalingspositie’ van Nederland.

Zulke uitzonderingen zouden ook bedongen kunnen worden om Nederland te vrijwaren van de gevolgen van de bepalingen in de Grondwet die een verdere uitkeringsmigratie naar Nederland op gang kunnen brengen. Daarvoor zijn wel nieuwe onderhandelingen nodig – en die kunnen alleen worden afgedwongen als de Nederlandse bevolking en vervolgens ook de Tweede Kamer 'nee’ zegt tegen de Europese Grondwet.

Denemarken kan als voorbeeld dienen. Daar wees de bevolking in 1992 het Verdrag van Maastricht af. Vervolgens presenteerde de Deense regering aan de andere lidstaten een memorandum waarin Denemarken afzag van volledige deelname aan de euro, van deelname aan de EU-defensie en van het Europese justititie- en immigratiebeleid, maar andere landen niet afhield van het zetten van verdere stappen. De daaropvolgende onderhandelingen werden na een halfjaar, op de Top van Edinburgh, met succes bekroond. Weer een halfjaar later stemden de Denen alsnog in met het – nu van Deense uitzonderingen voorziene – Verdrag van Maastricht.

Opmerkelijk is dat premier Balkenende in Brussel wel hard onderhandelde om te voorkomen dat de overige EU-landen zonder Nederlandse instemming kunnen bepalen wat Nederland aan Brussel afdraagt of terugkrijgt, maar dat er noch in het kabinet noch in de Tweede Kamer oog was voor de uitkeringsmigratie. Het lijkt erop dat vooral CDA-minister Aart Jan de Geus (Sociale Zaken) en VVD-collega Rita Verdonk (Vreemdelingenbeleid) niet goed hebben opgelet.

Laatste kans
Een volgende kans om de eerdere lichtzinnigheid aan de Europese vergadertafels te herstellen, krijgt het kabinet niet. Tenzij de hele Grondwet er niet komt, omdat bijvoorbeeld – drie dagen voordat de Nederlandse burgers naar de stembus kunnen – de Fransen de Grondwet naar de prullenmand verwijzen. Tegen deze achtergrond verbleekt het argument van het kabinet en andere voorstanders van de Grondwet dat die de EU slagvaardiger en democratischer maakt. Hetzelfde geldt voor het betoog dat het omstreden EU-lidmaatschap van Turkije, ergernis over de euro en het feit dat Nederland onevenredig veel betaalt aan de EU niets met de Grondwet te maken hebben.

Dat van die slagvaardigheid is waar, maar die heeft een keerzijde. Volgens de Grondwet kan een meerderheid van landen in de toekomst nog veel vaker dan nu de belangen van een minderheid van landen negeren. De Grondwet kent bovendien in vergelijking met het huidige Verdrag van Nice extra stemmen toe aan landen met een grote bevolking. Dat houdt in dat een middelgroot land als Nederland er in stemmacht verder op achteruitgaat.

Dat het Europees Parlement meer bevoegdheden krijgt, is ook waar. Maar is dat democratische winst? Nederlanders nemen de Tweede Kamer veel serieuzer, maar die mag volgens de Grondwet alleen samen met acht andere parlementen bezwaar maken tegen een wetsvoorstel van de Europese Commissie, waarop de Commissie met die afwijzing vervolgens kan doen en laten wat ze wil.

De promotors van de Europese Grondwet doen ook, nogal vilein, alsof een 'nee’-stem op 1 juni een afwijzing van de Europese integratie als zodanig zou zijn. Europarlementariërs doen daar nog een schepje bovenop, met dreigementen als zou Nederland 'buitenspel’ komen te staan. Feit is, dat als die Grondwet er door toedoen van Nederland of anderen niet komt, het huidige Verdrag van Nice in werking blijft. Een verdrag waarvan bijvoorbeeld de VVD-politici Jozias van Aartsen en Hans van Baalen eerder vaststelden dat daar best nog een tijdje mee valt te werken.

Van de Turkse kwestie wordt beweerd dat die niets met de Grondwet te maken heeft. Maar grote landen krijgen volgens de nieuwe Grondwet meer macht ten koste van de kleine, en Turkije zal kort na de beoogde toetreding naar verwachting het volkrijkste land van de EU zijn. Enig verband is er dus wel.

De euro, door de 'ja’-campagne eveneens buiten de orde verklaard, staat als zodanig bij het referendum niet ter discussie. Maar waarom zou het niet legitiem zijn het voor Nederland schadelijke loslaten van de Europese begrotingsregels mee te laten wegen? Ook de ergernis over de, zeker voor Nederland, hoge kosten van de EU mogen best een rol spelen bij het referendum. Een 'nee’ kan het kabinet trouwens op dat punt een steuntje in de rug geven om via onderhandelingen aan die misstand een eind te maken.

Maar de beste reden om op 1 juni 'nee’ te stemmen is dat de Nederlandse politiek bij de onderhandelingen voor de Grondwet niet steeds goed heeft opgelet. Op last van de burgers kan die fout worden gecorrigeerd.

Kader bij artikel:

DEN HAAG EN EU
Kabinetten verliezen belangen burgers nogal eens uit het oog.

Nederlandse kabinetten letten bij hun Europese onderhandelingen niet altijd op de belangen van de Nederlandse burger. De grootste schade werd aangericht bij de Europese top in Edinburgh, in december 1992. Premier Ruud Lubbers (CDA) werd daar onder druk gezet om in te stemmen met de Europese meerjarenbegroting. Lubbers boog, volgens de huidige CDA-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot – die er als hoge diplomaat bij was – omdat hij graag voorzitter van de Europese Commissie wilde worden. De laatste tien jaar zijn er als gevolg van 'Edinburgh’ tientallen miljarden euro’s meer naar Brussel gegaan dan er naar Nederland zijn teruggekomen.

Onder PvdA-premier Wim Kok kwam in 1997 het Verdrag van Amsterdam tot stand, dat de aanzet gaf tot de overheveling van het nationale immigratiebeleid naar Europa, een beleid dat de nationale bevoegdheden om de eigen migratie te regelen verder heeft verwaterd. Het tweede kabinet-Kok nam de Europese Conventie (2002-2003) niet serieus, als gevolg waarvan Nederland nauwelijks invloed kon uitoefenen op de tekst van de Grondwet.

Het tweede kabinet-Balkenende probeerde vervolgens vergeefs bij de vervolgonderhandelingen over de Europese Grondwet (2003-2004) te voorkomen dat de Europese Raad van regeringsleiders een vaste voorzitter kreeg en ervoor te zorgen dat Nederland permanent een eigen eurocommissaris hield. Maar het had geen oog voor riskante bepalingen in de Grondwet over het gebruik door migranten van Nederlandse sociale voorzieningen.


advertentie







advertentie