woensdag 19 april 2006 14:24
Een van de hardnekkigste broodjes aap luidt dat het kabinet-Balkenende een ongenadig bezuinigingskabinet is. De werkelijkheid is dat dit kabinet elk jaar weer meer heeft uitgegeven dan het jaar daarvoor. Omdat er uiterlijk volgend voorjaar verkiezingen zijn, is de stijging van de Haagse uitgaven dit jaar weer een stuk hoger dan in 2005. Volgend jaar zal er opnieuw een schep bovenop gaan.
Eigenlijk bezuinigen CDA-premier Jan Peter Balkenende en VVD-minister Gerrit Zalm van Financiën zelfs veel minder dan je zou denken. Dat komt doordat het kabinet veel minder hoeft uit te geven aan de staatsschuld. Niet omdat die schuld is afgenomen – ook zo’n onuitroeibare mythe – maar omdat de rentekosten vanwege de lage rente meevielen. In feite heeft Zalm de nationale hypotheek voortdurend tegen lagere rentes kunnen oversluiten.
De paar miljard euro per jaar, zo schat ik, die Balkenende en Zalm aldus extra tot hun beschikking kregen, hebben ze niet gebruikt om de staatsschuld te verminderen. Dat is op zich begrijpelijk, want als je zo weinig rente over je schuld hoeft te betalen, wordt het wel erg aantrekkelijk om de meevaller gewoon uit te geven. En dat is wat Balkenende en Zalm hebben gedaan.
Om dergelijk gedrag in toom te houden, gaan er steeds vaker stemmen op om niet alleen te kijken naar het financieringstekort van de overheid zoals die volgens Brusselse regels wordt berekend. De regels voor de landen die de euro willen, of al in de eurozone zitten, zijn al vijftien jaar maatgevend voor de Nederlandse kabinetten. Europese lidstaten die meer dan 3 procent leenden om hun uitgaven te kunnen bekostigen, mochten niet meedoen aan de euro. En wie eenmaal een euroland was, moest helemaal af van de tekorten. Deden ze dit niet, dan zouden ze worden bestraft.
Deze regel werd in Nederland zeer serieus genomen. 'Brussel’ was als het richtsnoer voor het Nederlandse handelen. Een mooi voorbeeld daarvan is het mislukken, nu drie jaar geleden, van de poging van CDA’er Balkenende en PvdA’er Wouter Bos samen een kabinet te vormen. De onderhandelingen spitsten zich toe op de snelheid waarmee aan de Brusselse afspraken moest worden voldaan. Balkenende wilde iets sneller dan Bos, waarop de onderhandelingen stukliepen. Pikant genoeg sloot Balkenende vervolgens een akkoord met VVD’er Zalm, waardoor trager werd bezuinigd dan waartoe Bos bereid was.
Misschien moeten we eens af van die Brusselse regel als enig richtsnoer, wanneer die toelaat dat je een toevallige rentemeevaller probleemloos over de balk mag gooien. Een minstens zo goede manier om dergelijk uitgeefgedrag in de tang te krijgen, is door de rente-uitgaven buiten de tekortcijfers te houden. In vaktermen heet dat het 'primair saldo’. Een nog betere variant – nu wordt het even technisch – is het 'structurele primair saldo’. Een overheid wordt dan niet alleen de mogelijkheid ontnomen om even te potverteren wanneer de rente laag staat, maar kan evenmin met geld smijten als de economie een goede periode doormaakt.
En waarom is dat alles noodzakelijk? Omdat politici zelden – Balkenende en Zalm lukt het ook niet – de verleiding kunnen weerstaan toch meer uit te geven. Hoewel het op het inkomen van u en mij drukt. Dat leidt er bijvoorbeeld toe dat we minder moeite doen om wat langere deeltijdbanen te nemen, omdat de meeropbrengst toch meteen moet worden afgedragen. Het leidt er ook toe dat arbeid zo duur wordt dat bedrijven die kans zien te verhuizen naar plekken waar ze goedkoper kunnen functioneren dat niet zullen nalaten.
Slechts eens in de vier jaar, bij het opstellen van een regeerakkoord, zijn politici ertoe bereid zichzelf een financiële dwangbuis aan te meten. Maar die dwangbuis is alleen van nut wanneer deze van het juiste materiaal is gemaakt. Het streven het 'primair saldo’ aan het eind van de volgende kabinetsperiode, in 2011, bijvoorbeeld op 5 à 10 procent te zetten, zal die politici tegen zichzelf beschermen. Een dergelijk overschot op de begroting is niet alleen nodig om werken en ondernemen enigszins aantrekkelijk te houden. Evenzeer voorkomt zo’n overschot dat wij en ons nageslacht over tien tot twintig jaar nog steeds met een torenhoge schuld zitten. Bovendien worden volgende generaties opgezadeld met de gigantische zorgkosten van de nakende bejaardengolf. Wat in feite ook een schuld is, omdat daar niet voor is gespaard.
Let maar op, van dat 'primair overschot’ zullen we nog veel horen.
advertentie
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement