woensdag 18 oktober 2006 14:49
Simpel beleggen voor de verre toekomst: ter aanvulling van het pensioen, een aardig kapitaal voor een wereldreis of een mooie boot. Wie dat wil, komt al gauw uit bij beleggingsfondsen. Dat zijn mandjes van aandelen, obligaties of vastgoedbeleggingen die in 20 of 25 jaar tijd een aardig bedrag kunnen opleveren.
Voordeel van beleggingsfondsen is dat met één aankoop een brede portefeuille van aandelen of obligaties wordt verkregen. Daarmee is meteen voldaan aan een van de belangrijkste vuistregels voor beleggers: gok niet op een of twee aandelen, maar beleg gespreid. Het bezit van een grote groep aandelen zorgt er namelijk voor dat een enkele rotte appel geen al te grote invloed heeft op het totale rendement van de beleggingsportefeuille. Beleggers die zes jaar geleden al hun geld hadden gezet op World Online, of vier jaar geleden op Ahold, kunnen erover meepraten.
Banken en vermogensbeheerders bieden het liefst 'actieve’ beleggingsfondsen aan. Die worden bestierd door fondsmanagers die een beter rendement proberen te halen dan brede beursgraadmeters zoals de Amsterdamse AEX-index of een wereldindex. Meestal lukt dat niet, want het gros van de fondsbeheerders presteert over langere periodes slechter dan de markt.
Sinds kort is er op de beurs Euronext een aantrekkelijk alternatief. De afgelopen drie jaar is er namelijk een breed palet van zogenoemde indexfondsen geïntroduceerd, vaak aangeduid als trackers (volgers). Dergelijke fondsen spiegelen zich simpelweg aan de beweging van de AEX-, de Eurostoxx 50- of een obligatie-index.
Indexfondsen onderscheiden zich door eenvoud en lage kosten. Dat maakt ze aantrekkelijk als langetermijnbelegging, uitermate geschikt voor wie zelf zijn pensioen bij elkaar spaart. Professionele beleggers, zoals pensioenfondsen, gebruiken indexfondsen voor de bulk van hun beleggingen en reserveren een kleiner deel van hun vermogen voor risicovolle investeringen. Die strategie kunnen particuliere beleggers ook volgen. Bijvoorbeeld door een groot deel van hun vermogen te koppelen aan een indexbelegging en een kleiner bedrag te schenken aan die ene fondsbeheerder die de markt hopelijk wel weet te verslaan.
Inmiddels zijn voor ruim 75 verschillende indices trackers uitgegeven. Wat biedt dit beleggingsproduct? Plus: de veertig best presterende indexfondsen.
Heldere belegging
Trackers of indexfondsen zijn na-apers. Ze doen precies wat samenstellers van markt–indices voorschrijven. De makers van indices zijn beurzen zoals Euronext – de eigenaar van de AEX – of financiële dienstverleners zoals Standard & Poors en Dow Jones. Een index vat de waarde van een groep aandelen of obligaties in één cijfer samen en wordt volgens een vaste formule berekend.
Wie deelneemt in een indexfonds, koopt een stukje van een index. De StreetTracks AEX tracker heeft bijvoorbeeld de 24 aandelen in portefeuille die deel uitmaken van de AEX-index. Als Philips voor 15 procent meeweegt in de AEX, zal het trackerfonds eveneens dat gewicht toekennen aan het aandeel Philips. Valt een aandeel uit de index of komt het erbij, dan past ook de beheerder van het indexfonds zijn portefeuille aan.
Indexbeleggers weten precies hoe hun geld wordt geïnvesteerd. Dat is bij actieve beleggingsfondsen vaak anders. Managers van actieve fondsen verschaffen maandelijks of per kwartaal informatie. Dan melden ze wat de belangrijkste aandelen zijn waarin ze beleggen. Maar de deelnemer krijgt doorgaans geen inzage in de complete beleggingsportefeuille. Meest geheimzinnig zijn zogeheten hedgefunds, de grootmeesters onder de beursspeculanten. Beleggers die deelnemen in een hedgefund, stoppen hun geld in een zwarte doos en vertrouwen op de briljante inzichten van de fondsmanager. Hedgefunds zijn daarom de absolute tegenpolen van indexfondsen.
Vlotte handel
Indexfondsen krijgen op de beurs speciale handelaren toegewezen die vraag en aanbod bij elkaar brengen. Ook als er weinig wordt gehandeld in een indexfonds, kunnen beleggers koop- of verkooporders meestal soepel laten uitvoeren. Omdat een index niets anders is dan een mandje aandelen, wordt de verhandelbaarheid van een indexfonds bepaald door het gemak waarmee de onderliggende aandelen zijn te verkrijgen.
Bekende indices zoals de Eurostoxx 50, waarin de vijftig grootste bedrijven uit de eurozone zijn opgenomen, zijn samengesteld uit veel verhandelde aandelen. Het kost professionals weinig moeite een tracker voor een grote index te creëren of op te heffen. Het verschil tussen aan- en verkoopprijzen van indexfondsen is daardoor vaak klein.
Zeker achterop
Een indexfonds volgt de index, zo simpel is het. Toch is het lastig om precies hetzelfde rendement te halen als een beursindex. De belangrijkste oorzaak daarvoor ligt bij de beheervergoeding en het effect van uitgekeerde dividenden. Om met dat laatste te beginnen: beleggingsfondsen die de aandelen van een index daadwerkelijk in portefeuille hebben, krijgen regelmatig dividend uitgekeerd. Dat wordt opgepot en twee of vier keer per jaar uitbetaald aan fondsdeelnemers. Dividenden blijven zodoende een paar weken of maanden in contante vorm behouden in het indexfonds. Deze contanten leveren geen koerswinst op, waardoor het rendement van een indexfonds doorgaans fractioneel achterblijft bij het resultaat van de index. In de index zitten immers alleen aandelen, geen contanten.
Dat indexfondsen achterblijven bij de index – in jargon heet dit de tracking error – heeft ook te maken met de beheervergoeding. Die bedraagt bij fondsen die indices als de Eurostoxx 50 volgen, jaarlijks ongeveer 0,4 procent van het fondsvermogen. Beheerders kunnen een deel van deze vergoeding terugverdienen door aandelen van het fonds tijdelijk uit te lenen aan beursspeculanten. Per saldo blijven indexfondsen meestal enkele tienden van een procent achter bij de index die ze volgen.
Vergeleken met actieve beleggingsfondsen vallen de kosten van trackers mee. Om te beginnen eisen actieve fondsmanagers voor hun expertise gemiddeld 1,2 procent per jaar provisie – drie keer zoveel als een indexfonds.
Actief beheer houdt ook in dat fondsmanagers regelmatig aandelen en obligaties kopen en verkopen. Dat brengt extra transactiekosten mee. Beheerders van indexfondsen handelen minder veelvuldig – vaak slechts een keer per jaar als de samenstelling van de index wordt aangepast.
Naast de vergoeding voor de manager en de handelskosten, besteden actieve beleggingsfondsen veel geld aan marketing. Econoom John C. Bogle publiceerde afgelopen jaar een artikel in het Amerikaanse vakblad Financial Analysts Journal, waarin hij het effect van alle kosten op het rendement van Amerikaanse beleggingsfondsen becijfert. Zijn ontluisterende conclusie: terwijl de brede Amerikaanse S&P-500 index tussen 1983 en 2003 gemiddeld een rendement van 13 procent per jaar boekte, verdiende een belegger die zijn geld in actieve fondsen stak in dezelfde periode gemiddeld 7,9 procent per jaar: zo’n 5 procentpunt minder. De oorzaak? Kosten, en af en toe een verkeerde gok van de fondsmanager.
Het juiste risico
De kans dat beheerders van actieve fondsen het verkeerde aandeel uitkiezen, is groot. Uiteraard zijn er altijd enkele superbeleggers, zoals Warren Buffet, die de markt weten te verslaan. Maar onderzoek heeft uitgewezen dat tweederde van de actieve beheerders structureel slechter presteert dan brede marktindices. En vooraf valt niet vast te stellen wie net zo goed is als Warren Buffet.
Typerend voor indexfondsen is juist dat de voorkeur van fondsmanagers geen invloed heeft op het rendement. De index bepaalt hoe de aandelenportefeuille eruit ziet. Voordeel hiervan is dat beleggers zich kunnen concentreren op wat echt telt: de verdeling van hun vermogen tussen aandelen en obligaties. Want alle inspanningen van actieve fondsmanagers ten spijt, het selecteren van individuele aandelen is voor het uiteindelijke rendement van een goed gespreide beleggingsportefeuille relatief onbelangrijk.
Circa 80 procent van de opbrengst van brede beleggingsportefeuilles is terug te voeren op de juiste balans tussen aandelen en obligaties. Voor aandelen is vervolgens de keuze van bedrijfssectoren doorslaggevend. Aandelen kenmerken zich op korte termijn door positieve en negatieve uitschieters, maar op lange termijn is het rendement van aandelen hoger dan dat van veilige obligaties. Een simpele vuistregel voor langetermijnbeleggers is: investeer jaarlijks 85 procent minus de eigen leeftijd in aandelen. Voor een 30-jarige geldt dan 55 procent aandelen, tegen 45 procent obligaties. Voor een 60-jarige: 25 procent aandelen, 75 procent obligaties. Hoe ouder, hoe minder risico dus.
Met indexfondsen valt een dergelijke strategie eenvoudig uit te voeren. Wie het extreem eenvoudig wil houden, hoeft slechts twee aankopen te doen: een wereldwijd aandelenfonds en een breed obligatiefonds. Door fondsen voor regio’s of bedrijfssectoren toe te voegen, kunnen beleggers eigen accenten aanbrengen in hun portefeuille.
Op de beurs
Trackers zijn op Euronext Amsterdam en Euronext Parijs verkrijgbaar. Orders opgeven kan gewoon bij de huisbank. Omdat sommige indexfondsen alleen op Euronext Parijs een notering hebben, is het handig om na te gaan of banken Parijse orders tegen dezelfde tarieven uitvoeren als Amsterdamse. De minimumkosten per transactie zijn meestal 10 euro. Bij een order van 2.000 euro gaat het om 0,5 procent van de inleg. Banken rekenen voor de aanschaf van beleggingsfondsen via bancaire beleggingsgiro’s ook aan- en verkoopkosten van 0,5 procent. Om op de beurs even goedkoop uit te zijn, is het noodzakelijk minimaal 2.000 euro per keer in te leggen.
Buitenlands dividend
Beheerders van indexfondsen zijn veelal buitenlandse banken die hun fondsen juridisch hebben ondergebracht in Frankrijk of Ierland. Voor particuliere beleggers betekent dit dat uitgekeerde dividenden in Ierland of Frankrijk worden belast. Die buitenlandse heffing kan doorgaans in Nederland worden verrekend met de vermogensbelasting in box 3. Daarvoor moeten belastingplichtigen wel een apart formulier aanvragen bij de Belastingdienst.
Kader bij artikel:
DE VEERTIG BESTE INDEXFONDSEN
Europese aandelen leven op in Amsterdam en Parijs
De beurs Euronext heeft in Amsterdam en Parijs een speciaal hoekje ingericht voor indexfondsen. In totaal zijn er voor ruim 75 indices fondsen beschikbaar, uiteenlopend van trackers die de AEX-index volgen tot indexfondsen die zich richten op duurzaam ondernemende bedrijven. Omdat verschillende aanbieders in een aantal gevallen fondsen hebben geïntroduceerd voor dezelfde index, bijvoorbeeld de Eurostoxx 50, is het aantal indexfondsen groter dan het aantal indices waaruit beleggers kunnen kiezen.
Elsevier heeft uit een groep van 94 indexfondsen een lijst van de 40 beste trackers samengesteld. De lijst kent drie categorieën: regionale aandelenfondsen, sector–fondsen en obligatiefondsen. De subgroepen zijn gerangschikt op basis van de Fouse-index. Die corrigeert het gemiddelde rendement voor het risico op koersdalingen. Naast de Fouse zijn ook het meetkundig gemiddelde rendement over drie jaar en de jaarlijkse beheervergoeding vermeld.
Sectorfondsen rendeerden de afgelopen drie jaar beter dan regio- en obligatiefondsen. Bij de regionale fondsen presteerden Europese indices sterk. Het fonds van StreetTracks dat de AEX volgt, staat binnen deze groep op de negentiende plaats. Het risico op koersschommelingen is bij de AEX groot doordat deze index relatief weinig aandelen bevat. Dat zorgt voor een lagere Fouse-waarde.
De lijst is samengesteld door Auke Plantinga, werkzaam bij de faculteit Economie van de Rijksuniversiteit Groningen. Copyrights berusten bij Elsevier en de Rijksuniversiteit Groningen.
advertentie
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement