donderdag 7 december 2006 14:13
Internet vergroot de democratische en commerciële macht van burgers. Miljoenen Nederlanders uiten zich via blogs, blijven op de hoogte via rss en tonen zich kritische consumenten via vergelijkingssites. Van passief publiek worden ze actieve informatieverschaffers. Hoe de beloften van de jaren negentig alsnog uitkomen.
Eindelijk praat het publiek terug. De tijd is definitief voorbij waarin het gezin 's avonds om acht uur samenstroomde om via radio en tv braaf aan te horen wat het over politieke en maatschappelijke thema's moest denken. Nu geeft het publiek voortdurend zijn mening, op krantensites en weblogs. Het beslist zelf wanneer en hoe het nieuws tot zich neemt. De oorzaak? Internet.
Ook op commercieel gebied krijgt de burger meer te zeggen. Bijvoorbeeld via vergelijkings- en recensiesites, waarop bedrijven en producten genadeloos worden blootgesteld aan het oordeel van een enorm collectief aan kritische consumenten. Toen de Amerikaanse blogger Jeff Jarvis zijn slechte ervaringen met de helpdesk van computerbedrijf Dell on line zette, was de imagoschade voor het bedrijf enorm. De klacht van één klant in een land met 300 miljoen inwoners trok de aandacht van honderdduizenden gefrustreerde Dell-gebruikers. Het bezoek op het blog van Jarvis verdubbelde naar meer dan tienduizend mensen per dag. Ook nationale media sprongen op het verhaal, zoals het zakenblad BusinessWeek. Jarvis kreeg uiteindelijk zijn geld terug.
Emancipatie
Die machtige consument is er uiteraard niet zomaar gekomen. Integendeel. De huidige opleving van internet laat zich verklaren door drie ontwikkelingen die burgers helpen zichzelf zowel economisch als democratisch te emanciperen. Internet wordt socialer, steeds meer informatieconsumenten kunnen zich gedragen als producent, en het is eenvoudiger geworden informatie te publiceren en te verspreiden. Nieuwe, meer interactieve technieken achter het wereldwijde web zijn de oorzaak van deze veranderingen.
Een van de belangrijkste ontwikkelingen is ongetwijfeld dat internet socialer wordt. Vaak wordt dit sociale internet met een modekreet aangeduid als Web 2.0. Preciezer is het om te zeggen dat websites socialer worden. Er is een verschil: internet bestond al 22 jaar voordat het world wide web (www) in 1991 begon. Dat www was een revolutie: voor het eerst konden internetgebruikers informatie doorzoeken zonder allerlei moeilijke commando's in te tikken.
Maar datzelfde www had ook een grootnadeel. Pagina's waren statisch: ze bleven hetzelfde totdat iemand ze handmatig veranderde. Dat kostte tijd en vereiste expertise, wat regelmatig bijwerken een kostbare zaak maakte. Websites die bezoekers in staat stelden om te reageren, waren al helemaal niet aan de orde.
Dat is nu veranderd. Slimme computerprogramma's, zogeheten content management systemen, maken het mogelijk om websites ook zonder technische kennis vol te schrijven en later bij te werken.
Inmiddels kennen zo veel websites van kranten een reactiemogelijkheid dat je haast zou vergeten dat dit een paar jaar geleden nog verre van gemeengoed was. De site van het Dagblad van het Noorden, trendsetter onder Nederlandse krantensites, laat zien wat de volgende stap is in het socialer worden van websites. Gebruikers kunnen niet alleen reageren, maar ook elkaars reactie van een waardering voorzien. Het resultaat is dat lezers er gezamenlijk voor zorgen dat de kwaliteit van de voorpagina van de website beter wordt. Zo tonen veel sites al een lijstje met 'meest gewaardeerde artikelen'.
Sommige sociale sites pakken het slimmer aan, zoals Digg.com. Hier wijzen bezoekers elkaar op interessante nieuwsverhalen die ergens op internet zijn opgedoken. De site Last.FM gaat nog een stap verder. Honderdduizenden vrijwilligers recenseren hier muziek. De site biedt een gratis programmaatje aan dat bijhoudt welke artiesten de gebruiker waardeert. Op basis daarvan genereert Last.FM een persoonlijk radiostation met muziek die de gebruiker waarschijnlijk net zo mooi vindt als andere gebruikers met een vergelijkbare smaak.
Dagboek
Maar de internetgebruiker wordt niet alleen een actievere consument. Steeds vaker neemt hij de rol van producent over. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het enorme aantal weblogs, sites met een dagboekachtig uiterlijk die meningen over van alles geven. Iedereen kan er eentje maken via Blogger.com. Volgens zoekmachine Technorati zijn er wereldwijd zo'n 55 miljoen weblogs, maar het werkelijke aantal ligt vermoedelijk veel hoger.
Tuurlijk, veel van die blogs bevatten onzin. Of, zoals Han Gerrits, hoogleraar technologie en innovatie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam het uitdrukt: 'Dat elke stem nu geuit kan worden omdat iedereen kan publiceren, betekent niet per se dat iedereen ook wordt gelezen.' Toch: het enorme aantal blogs maakt dat er voldoende koren tussen het kaf zit.
Ook YouTube, 's werelds populairste site met videofilmpjes, richt zich op de producerende consument, de prosumer. YouTube geeft iedere aspirant-regisseur een podium. En een publiek, want ook YouTube is sociaal. Iedereen kan reageren en andermans filmpjes van een beoordeling voorzien. Google vond YouTube interessant genoeg om er recent 1,3 miljard euro voor neer te tellen. Die interesse was logisch. Eerder al nam Yahoo, in de Verenigde Staten de grootste concurrent van Google, de site Flickr voor een onbekend bedrag over. Flickr is een soortgelijke site als YouTube, maar dan voor foto's.
Buiten het zicht van deze grote overnames speelt zich het fenomeen game modding af. Hierbij wordt een bestaand computerspel door fans omgebouwd zodat soms zelfs nieuwe spelletjes ontstaan. Zo kent het bekende computerspel Command & Conquer: Generals Zero Hour een uitbreiding gemaakt door liefhebbers, die spelers in staat stelt het Nederlandse leger in oorlogsgebieden in te zetten.
Controle
Een socialer internet waaraan een grote groep mensen actief bijdraagt, betekent niets als al dat geproduceerde materiaal niet gemakkelijker kan worden bekeken. Nog niet zo lang geleden was een lijstje met 'favorieten' (ook wel: bookmarks) een van de weinige manieren om bij te houden van welke sites je geregeld informatie wilde betrekken. Het handmatig afgaan van veel websites om te kijken of er wat interessants of nieuws op staat, kost echter tijd.
De oplossing voor dat probleem heet rss, een technologie die wordt getipt als opvolger van de e-mailnieuwsbrief. Waar e-mailnieuwsbrieven op een vast tijdstip worden verstuurd, een tijdstip dat de maker van de nieuwsbrief schikt, geeft rss de controle aan de consument. Die kan dankzij rss zelf kiezen op welk moment het nieuws op zijn computer binnenkomt.
Gebruikers kunnen zelf bepalen van welke sites ze nieuwsberichten ontvangen. In veel gevallen kunnen ze aangeven welke soort berichten ze precies wensen te ontvangen: alleen het buitenlandse nieuws, of juist alle berichten waarin PSV voorkomt. Een bijkomend voordeel van rss is dat gebruikers geen privacygevoelige informatie zoals een e-mailadres hoeven te verstrekken.
Op dit moment vereist rss doorgaans nog het gebruik van een speciaal computerprogramma, een zogeheten rss-lezer. Als in 2007 Microsoft het besturingssysteem Windows Vista op de markt brengt, de opvolger van Windows XP, zal dat veranderen. Softwareproducent Microsoft bouwt in Windows Vista een rss-lezer in.
Rss geeft macht aan de consument, want die kan worden geïnformeerd wanneer en hoe hij dat wenst. Dat heeft consequenties, ook voor andere media zoals televisie. De website UitzendingGemist.nl is niet voor niets een van de meest succesvolle diensten van de publieke omroep. Daar kunnen internetters reeds uitgezonden televisieprogramma's bekijken.
Televisie op afroep, via internet, heeft volgens allerlei it-bedrijven de toekomst. Chipgigant Intel is slechts één van vele bedrijven die fors investeren in televisie via internet. Intel verwacht dat toekomstige televisiekijkers voornamelijk op afroep programma's willen zien. Net zoals ze nu op afroep via internet van krantennieuws worden voorzien.
Vervalst
Een sociaal internet waaraan iedereen kan bijdragen, dat bovendien eenvoudig te consumeren is, zorgt voor een kwalitatief beter, maar ook machtiger internet. Toen de Amerikaanse tv-zender CBS in 2004 een aflevering van de prestigieuze documentaireserie 60 Minutes uitzond, kreeg ze te maken met het correctieve vermogen van het sociale, collectief geproduceerde internet.
60 Minutes meende bewijsmateriaal te tonen waaruit zou blijken dat de Amerikaanse president George W. Bush tijdens zijn dienstplicht bij de Texas Army National Guard zijn verantwoordelijkheden zou hebben ontweken. Binnen de kortste keren wemelde het op blogs van kritische kijkers die beweerden dat het bewijsmateriaal was vervalst. Uiteindelijk kregen de critici gelijk. Vier medewerkers van CBS namen ontslag of werden de laan uitgestuurd als gevolg van de affaire. Dan Rather, icoon van de zender, werd op een zijspoor gezet en vertrok kort daarna.
Zulke dramatische voorbeelden kent Nederland nog niet, al moest het VNU-blad Computable bakzeil halen toen het over een bekende it'er schreef dat deze door Google zou zijn gerekruteerd. Het bericht was groot nieuws voor de sector, alleen: er klopte niets van. Binnen de kortste keren had de man het stuk gelezen en zette hij op de site van Computable dat het blad 'onzin' verkondigde.
Een van de krachtigste voorbeelden waarop het sociale internet zowel informatie produceert als corrigeert, is de on line encyclopedie Wikipedia. Uit gedegen onderzoek blijkt dat Wikipedia nauwelijks onderdoet voor betaalde encyclopedieën. En dat terwijl iedereen aan Wikipedia mag bijdragen, en degelijke naslagwerken doorgaans worden samengesteld door een streng geselecteerd groepje experts.
De consequenties van een publiek dat op internet volop de gelegenheid krijgt om mee te praten, zijn voor het bedrijfsleven groot. Op vergelijkingssites als Kieskeurig.nl en recensiesites als Tripadvisor.com (reizigers schrijven daar recensies van hotels) roeren zich consumenten met zowel recensies van producten als van winkels. En die kritische kopers willen ook nog eens de laagste prijs. De aanbiedingen van tientallen winkels naast elkaar leggen, is op internet letterlijk een kwestie van seconden geworden. Zelfs de overheid moedigt deze trend aan: de site Geldwaardering.nl is een initiatief van beurstoezichthouder Autoriteit Financiële Markten. Daarop kunnen consumenten hun mening en waardering geven over financiële producten en dienstverleners.
De koopkracht van internetgebruikers is fors. In Nederland werd in de eerste helft van 2006 1,33 miljard euro on line omgezet, volgens cijfers van brancheorganisatie Thuiswinkel.org. Diezelfde organisatie ontdekte dat het gemiddelde aankoopbedrag via internet stijgt: van 243 euro in 2005 tot 259 euro in de eerste helft van dit jaar. Vooral reizen, consumentenelektronica, huishoudelijke apparaten en verzekeringen doen het goed.
Boze winkeliers
In augustus werd de concurrentie van internet een groep computerwinkels te kwaad. Branchevereniging Nederlandse Computer Winkels (NLCW) kondigde aan een 'zwarte lijst' van webwinkels te gaan aanleggen. De reden: NLCW vond de concurrentie van web–winkels die genoegen nemen met een minimale winstmarge, niet eerlijk. Ook maakte de organisatie zich boos over het feit dat sommige webwinkels worden gedreven door 'mensen die overdag een “gewone” baan hebben'. Bij winkelketen De Harense Smid (huishoudelijke apparaten en consumentenelektronica) zijn ze ook niet dol op internet. Klanten krijgen daar een laagste-prijsgarantie, met de uitdrukkelijke voorwaarde dat internetwinkels van deze waarborg zijn uitgesloten.
Ook de verzekeringsbranche lijdt onder internet. Volgens een onderzoek van Assurantie Magazine zegt een op de vijf verzekeringstussenpersonen last te hebben van klanten die polissen beëindigen om ze vervolgens via internet weer goedkoper af te sluiten.
De vraag is of een struisvogelstrategie zoals die van De Harense Smid blijft werken. De problemen van fysieke winkels beperken zich namelijk niet tot keiharde concurrentie op prijs. Ook het aanbod is op internet veel groter. Internetwinkels zijn, omdat ze geen of weinig voorraden aanhouden, beter in staat niches te bedienen. Via internet loont het wel een webwinkel te openenen met goederen voor consumenten met afwijkende wensen, zoals voor mensen met een extreem grote schoenmaat. Het bereik aan klanten is immers veel groter.
Bij boekhandelketen De Slegte weten ze daar inmiddels alles van. Het bedrijf kondigde onlangs aan 4 van de 22 Nederlandse filialen te zullen sluiten, onder meer wegens de concurrentie met internet. Ook reisboekenwinkels hebben te lijden onder internet. Vijf van de vijftien gespecialiseerde reisboekenwinkels in Nederland staan te koop, gaan sluiten of willen fuseren, volgens een inventarisatie van de Volkskrant. Veel reisinformatie is immers gratis via internet te verkrijgen.
Vrijheid
Waar deze emanciperende ontwikkelingen zullen eindigen, durven maar weinigen te voorspellen. Toch ligt het niet voor de hand om te denken dat de consument alle macht zal krijgen. Al was het alleen maar omdat ondernemers die last hebben van internet, niet worden weggeconcurreerd door consumenten, maar door andere, slimmere ondernemers.
Zo kocht de Rabobank eerder dit jaar de koophuizensite Zoekallehuizen.nl. In februari werd die website nog voor de rechter gesleept door de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM). Zoekallehuizen.nl toont woningzoekenden namelijk ook panden van NVM-makelaars, die tot dusver vooral onder de aandacht werden gebracht via de NVM-website Funda.nl. Maar de rechter oordeelde dat Zoek–allehuizen in zijn recht stond.
Eén ding is zeker: bedrijven die proberen een publiek te temmen dat aan de vrijheid heeft geroken, hebben weinig kans van slagen. Wie rijk wil worden, doet er goed aan om, net als de jeugdige Amerikaanse makers van YouTube, iets te verzinnen om de macht van consumenten nog groter te maken.
Op zoek naar websites die u macht geven? www.elsevier.nl/internet
Kaders bij artikel:
FliCkr: www.flickr.com
Wat is het? Een website waarop mensen foto's met elkaar kunnen delen.
Hoe werkt het? Heel simpel: met een gratis programmaatje kunnen Flickr-gebruikers hun foto's op internet zetten. De kracht van Flickr zit hem echter niet in de mogelijkheid om on line fotoalbums te maken, maar in de manier waarop gebruikers elkaars foto's kunnen vinden. Gebruikers voorzien hun afbeeldingen namelijk van steekwoorden, zogeheten tags. Daardoor is het makkelijk om foto's over een bepaald onderwerp te vinden. Omdat veel Flickr-gebruikers het leuk vinden dat hun foto's goed worden bekeken, worden deze tags vaak nauwkeurig aangebracht. Ten slotte heeft Flickr een sterk sociaal karakter: op elke foto kan worden gereageerd.
Digg: www.digg.com
Wat is het? Een sociaal nieuwsfilter, waarop gebruikers gezamenlijk bepalen wat nieuws is.
Hoe werkt het? Digg-gebruikers die ergens op internet een verhaal tegenkomen dat ze interessant vinden, kunnen dat aanmelden voor opname op de site. Mede-Digg-gebruikers beslissen wat er vervolgens mee gebeurt. Keuren zij het massaal goed, dan krijgt het stuk een prominente plek op de voorpagina van de site. Maar mocht vervolgens blijken dat het stuk onwaarheden bevat, dan kunnen diezelfde Digg'ers er weer voor zorgen dat het daar snel weer verdwijnt. Bijzonder: ook de reacties die de gebruikers van Digg onder een verhaal achterlaten, valt deze behandeling ten deel. Wie grove taal uitslaat, zal merken dat zijn commentaar binnen de kortste keren is verdwenen.
Del.icio.us: http://del.icio.us
Wat is het? De opvolger van uw Favorieten: die kunt u via del.icio.us eenvoudig on line bewaren.
Hoe werkt het? Deze onooglijke site trok enige tijd geleden de aandacht van het prestigieuze wetenschappelijke blad Nature, waar ze onder de indruk waren van del.icio.us. Wat op het eerste gezicht niet meer is dan een website waar internetters hun favoriete websites on line kunnen bewaren, maakt volgens Nature het leven van wetenschappers makkelijker. En trouwens ook het leven van ieder ander die beroepshalve veel op internet verkeert. Del.icio.us is namelijk bij uitstek geschikt om met een groep collega's belangrijke websites uit te wisselen. U krijgt uw eigen pagina waarop u en anderen uw bookmarks kunnen zien. Ook kan een groep zo'n pagina beheren.
Wikipedia: http://en.wikipedia.org
Wat is het? 's Werelds grootste encyclopedie met ongeveer 1,5 miljoen Engelstalige en 240.000 Nederlandstalige artikelen.
Hoe werkt het? Wikipedia wordt volgeschreven door vrijwilligers, en dat heeft de site veel kritiek opgeleverd. Toch bleek uit een vergelijkend onderzoek van het wetenschappelijke blad Nature dat Wikipedia qua nauwkeurigheid nauwelijks onderdeed voor de beroemdste encyclopedie aller tijden, de Encyclopaedia Britannica. De laatste was het, niet geheel onverwacht, niet eens met die conclusie. Wikipedia blijft echter ongekend populair, al zijn er vele imitators. Zoals Citizendium.com, waaraan in tegenstelling tot Wikipedia niet iedereen mag meewerken. Ironisch genoeg is Citizendium van A tot Z gebaseerd op Wikipedia.
Youtube: www.youtube.com
Wat is het? Een enorme verzameling videofilmpjes.
Hoe werkt het? Bezoekers van YouTube leveren video's aan. Die hebben ze soms zelf gemaakt, maar geregeld worden ook (delen van) tv-uitzendingen of films op YouTube gezet. Dat heeft al geleid tot diverse rechtszaken. Gebruikers kunnen alle filmpjes van een beoordeling en commentaar voorzien. YouTube benut die informatie om te bepalen hoe goed een bepaalde video is. Dat lukt zelfs zo aardig dat zoekmachinegigant Google onlangs 1,3 miljard euro betaalde voor YouTube. Dit terwijl Google een eigen, enigszins vergelijkbare videodienst heeft met de naam Google Video. Maar die laatste is, in tegenstelling tot YouTube, nooit echt succesvol geweest in het aanspreken van grote groepen mensen.
Fleck: www.fleck.com
Wat is het? Een manier om andere websites van op- en aanmerkingen te voorzien.
Hoe werkt het? Fleck functioneert als het kladpapier van internet. Normaal gesproken is het niet mogelijk om bijvoorbeeld de site van nieuwszender CNN met een digitale Post-it-memo van op- en aanmerkingen te voorzien. Met Fleck kan dit wel, al zijn de gemaakte opmerkingen alleen zichtbaar voor wie via deze dienst over internet surft. Gelukkig biedt deze deels Nederlandse vinding ook de mogelijkheid om geannoteerde pagina's per e-mail door te sturen naar mensen die nog niet zijn ingewijd in de geheimen van Fleck. Minstens zo plezierig: registreren is niet nodig.
Last.FM: www.last.fm
Wat is het? Een site waarop u op basis van uw muzieksmaak nieuwe geluiden ontdekt en muzikaal gelijkgestemden ontmoet.
Hoe werkt het? Alle grote liefdes kunnen in een sleur eindigen, en muziek is er een van. Last.FM voorkomt muzikale armoede door artiesten te suggereren die u zou kunnen waarderen. Dat doet Last.FM onder meer door te kijken naar muziek die u al kent. Op basis van de muziekcollecties van andere Last.FM-gebruikers krijgt u vervolgens aanbevelingen. Op de site is een gratis programma te downloaden dat in de gaten houdt welke muziek u zoal op de pc afspeelt. Een waarschuwing is op haar plaats. Voor u het weet, bent u veel meer tijd aan muziek kwijt. Voor wie Last.FM te ingewikkeld vindt, is www.pandora.com een goed alternatief.
blogger.com: www.blogger.com
Wat is het? Een dienst van zoekmachine Google waarmee iedereen zijn eigen blog (on line dagboek) kan beginnen.
Hoe werkt het? Zo simpel dat zelfs de grootste computerkluns er mee uit de voeten kan. U gaat naar Blogger.com, beantwoordt een paar vragen en dan hebt ook u een blog. Ofwel een dagboekachtige website waarop u berichten kunt plaatsen. Er zijn inmiddels wereldwijd tientallen miljoenen blogs. De moeilijkste opgave is dan ook het verzinnen van een naam die nog niet door een ander wordt gebruikt. Blogs zijn inmiddels zo populair dat het Dagblad van het Noorden (www.dvhn.nl) zijn site een blogachtig uiterlijk heeft gegeven. Inspiratie opdoen bij andere blogs? Die vindt u via www.technorati.com of http://blogsearch.google.com.
LinkedIn: www.linkedin.com
Wat is het? Een manier om in contact te komen met potentiële zakenpartners.
Hoe werkt het? Leden van LinkedIn dienen geen al te hoge privacyidealen te hebben. De site kijkt namelijk naar de personen in uw e-mail-adresboek en bepaalt vervolgens of daar mensen in voorkomen die al lid zijn. Is dat het geval, dan kunt u deze mensen een mailtje laten sturen met het verzoek om toe te mogen treden tot hun LinkedIn-netwerk. Stemmen ze toe, dan krijgt u toegang tot het netwerk van de ander, en vice versa. In de praktijk blijkt LinkedIn onder meer te worden gebruikt door headhunters, ondernemers die hun bedrijf willen promoten en bedrijven die op zoek zijn naar personeel. Er zijn tientallen varianten op LinkedIn, zoals OpenBC, Hyves en MySpace.
kieskeurig.nl: www.kieskeurig.nl
Wat is het? Een website waarop consumenten producten beoordelen. De site vergelijkt ook prijzen.
Hoe werkt het? Kieskeurig.nl bevat de gegevens van vele tientallen soorten producten, variërend van fietsen tot boeken. Op zoek naar een camera? Geef aan waar het apparaat aan moet voldoen en Kieskeurig toont niet alleen de keuzes, maar ook wat andere kopers van het apparaat vonden en waar de camera het goedkoopst is. De site bevat zelfs zogeheten productwizards, die helpen bij het maken van een keuze. En wie achteraf niet tevreden is met de service van de webwinkel waar hij de aanschaf heeft gedaan, kan die mening ook kwijt op Kieskeurig. De site vertaalt al die opinies vervolgens in een beoordeling van 1 tot 5 sterren.
WOORDENLIJST: HET NIEUWE INTERNET VAN A TOT Z
Ajax
Combinatie van programmeertalen die wordt gebruikt om interactieve websites te bouwen
Atom
Manier om nieuwe toevoegingen aan een website, zoals nieuwskoppen, direct kenbaar te maken aan lezers of andere websites. Zelfde als rss
Blog
Dagboekachtige website die over de meest uiteenlopende onderwerpen kan gaan
Blook
Een boek (book) in blog-vorm
Crowdsourcing
Manier van zakendoen waarbij het echte werk niet door het bedrijf zelf, maar door (meestal niet betaalde) vrijwilligers erbuiten wordt gedaan. Zo inventariseert Marketocracy.com de prestaties van hobbybeleggers. De beste gebruikt de site voor beleggingsadviezen
Folksonomy
Het structureren van de inhoud van een website met behulp van door bezoekers geleverde trefwoorden, zogeheten tags
Long tail
Oorspronkelijk een statistische term. Op internet: alle relatief zeldzame consumentenbehoeftes die bij elkaar opgeteld een groot deel van de vraag uitmaken. Voorbeeld: de miljoenen boeken die Amazon.com aanbiedt, terwijl er per boek slechts enkele geïnteresseerden zijn
Modding
Het maken van uitbreidingen voor of varianten op computerspelletjes.
Podcast
Een audio- of videobestand dat via rss of atom wordt verspreid. Zie ook vodcast
Prosumer
Kent twee betekenissen: professional consumer (bekwame hobbyist die professionele apparatuur koopt) en producer consumer (consument die ook als producent optreedt)
Rss
Manier om nieuwe toevoegingen aan een website, zoals nieuwskoppen, kenbaar te maken aan lezers of andere websites
Semantic Web
Matig succesvolle poging om websites te maken waarvan de inhoud door computers kan worden begrepen. Daardoor kunnen bijvoorbeeld zoekmachines in theorie beter zoeken
Social bookmarking
Favorieten (bookmarks) delen met anderen via een website als del.icio.us
Social network
On line adresboek waarbij u vriendjes kunt worden met de vrienden van uw vrienden (en daar dan weer vrienden van)
Tag
Trefwoord dat aan een bepaald artikel, filmpje, afbeelding of geluidsfragment wordt gekoppeld om het beter vindbaar te maken
Tag cloud
Wolkvormig overzicht van de meest gebruikte tags op een website
User-generated content
Website-inhoud die door bezoekers is aangeleverd
Vodcast
Naam voor een podcast die video bevat, terwijl podcasts meestal audio bevatten
Web 2.0
Modekreet voor websites met sociale functie(s)
Web 3.0
Modekreet voor het semantic web
Wiki
Website waarvan de inhoud door de bezoekers kan worden geschreven en bewerkt
advertentie
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement