donderdag 28 december 2006 13:22
De Duitse bezetter heeft Nederland in de oorlogsjaren tal van zaken nagelaten waarvan we doorgaans allang niet meer weten dat ze uit die tijd stammen. Ooit geweten dat de staatssubsidies voor kunst en cultuur zijn geïntroduceerd door de Duitsers als een vorm van staatspropaganda? En alleen de stokouden zullen zich herinneren dat de Waddeneilanden Vlieland en Terschelling tot 1942 bij Noord-Holland hoorden en pas onder Duits bewind zijn ondergebracht bij Friesland.
Tot die overblijfselen uit de Duitse tijd behoort ook de ontslagbescherming voor werknemers. Tot de oorlog stelde die weinig voor, maar al binnen een paar weken na de nederlaag tegen de Duitsers werd een verbod uitgevaardigd om zonder toestemming van de overheid werknemers te ontslaan. Dat was niet zozeer omdat de Duitsers plots een socialistisch regime wilden vestigen, maar omdat Nederlandse ambtenaren vreesden dat de onzekere oorlogstijden zouden leiden tot massaontslag, en samen met de demobilisatie van de Nederlandse militairen tot een run op de steunkassen. Het was dus niet ingegeven door mededogen met de arbeiders.
Dat gold evenmin voor de beslissingen die de Duitsers in 1942 en 1943 namen. Om de voortgang van hun oorlogsindustrie veilig te stellen, wilden de Duitsers hun grip op de arbeidsmarkt verstevigen, dus legden ze vast dat ook werknemers toestemming van de staat nodig hadden om hun baan te verlaten.
Dat Duitse systeem werd de basis voor de ontslagwetgeving die het linkse kabinet Schermerhorn-Drees in 1945 introduceerde. Ook die wetten waren ingegeven door wat als algemeen belang werd gezien, namelijk het gaande houden van de wederopbouw. In grote lijnen is het Nederlandse ontslagrecht uit de tijd van bezetting en bevrijding nog steeds de basis van het huidige ontslagrecht. De verplichte toestemming van het Arbeidsbureau voor een werknemer die ontslag wil nemen, verdween pas in 1999.
Van dat oorlogsrecht willen de Nederlandse ondernemers nu weleens af. Dat is alleszins begrijpelijk, want het ontslagrecht is intussen vooral ontslagbescherming voor werknemers geworden. Het kost een werkgever handenvol geld, tijd en gedoe om van iemand af te komen, ook als de betrokkene een nietsnut, een verzieker of een lijntrekker is. De werkgeverslobby houdt ons bovendien een wortel voor: als het makkelijker is om mensen te ontslaan, is het ook makkelijker om mensen aan te nemen, omdat je je niet zoveel zorgen hoeft te maken om weer van zo iemand af te komen.
Dat is absoluut geen onzin. Wie wil nog duur personeel aannemen als er een gerede kans is dat die werknemers, bij slecht functioneren of tegenvallende bedrijfsresultaten, niet zijn weg te krijgen, behalve met veel herrie en kosten? Geen wonder dat de uitzendbranche bloeit: het kost wat meer, maar dan laat je heel wat gedoe buiten de deur. Geen wonder ook dat men in de bouw, de metaal en de tuinbouw ondanks de nadelen zo graag Oost-Europeanen aan het werk zet. Ook al zijn ze verder even duur of zelfs duurder, ze beroepen zich niet voortdurend op hun rechten of kennen die niet eens.
Dat werkgeversprobleem doet zich eigenlijk in alle ontwikkelde landen voor, maar vooral West-Europa heeft er last van. In de Verenigde Staten stelt het probleem nauwelijks iets voor, maar in Frankrijk, Spanje en Portugal is de ontslagbescherming torenhoog. Nederland valt in die rij vooral op door zijn dure en onduidelijke procedures.
Dat is, zo komt het mij voor, meteen de grootste ergernis van ondernemers. Ze zijn desnoods bereid te betalen om van een lastpak af te komen, als ze maar van tevoren weten wat het hen gaat kosten, en als ze verder geen slepende procedures hoeven te verwachten.
Je zou denken dat ook de vakbeweging er wel oor naar zou hebben om van dat door de Duitsers bedachte ontslaggedoe af te komen via de kantonrechter of het arbeidsbureau. Het kost geld, is een last op arbeid en dat komt al helemaal niet ten goede van de niet-werkenden voor wie de vakbonden ook zeggen op te komen. En de werkgeverslobby is, zou je zeggen, heus wel bereid om wat met de portemonnee te zwaaien in ruil voor iets meer duidelijkheid vooraf en iets minder gezeur en geschuif met papier.
Maar helaas, helaas. De ijzervreters in de bonden willen er niet van weten. Ze hechten kennelijk aan oude verworvenheden, ook al dateren die van de oorlog.
advertentie
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement