donderdag 24 mei 2012

Tags

Weekblad

Syp Wynia

woensdag 28 februari 2007 15:11

Prinses Máxima als de engel van de sloppen, Nobelprijswinnaar Muhammad Yunus als de sympathieke bankier die de armen van Bangladesh zichzelf laat redden door aan hen geld te lenen. Als manna uit de hemel, zo gretig werd de afgelopen jaren het microkrediet omarmd. Het zou hét middel zijn om een weerwoord te geven aan de eindeloze reeks rapporten die aantonen dat ontwikkelingshulp niet helpt en vooral dictators aan de macht houdt. Kleine leningen aan armen, vooral vrouwen, maken hen tot ondernemers, zorgen voor welvaart, zelfstandigheid en zelfrespect, zo is de gedachte.

Een stoet aan hulpclubs, kerkelijke organisaties, de Verenigde Naties en ook commerciële banken die hun imago willen oppoetsen, blies de hype op. Nederland sprak zijn woordje mee. De Novibs en al die andere hulpclubs die van belastinggeld leven, sloten, samen met hun vaste vrienden van loterijmonopolist de Postcodeloterij, een verbond met ING, Rabo en ABN AMRO. Nederland vaardigde het populairste lid van het Koninklijk Huis, prinses Máxima, geleerd econome tenslotte, af naar Afrika en Latijns-Amerika.

Op papier ziet het er, het moet gezegd, inderdaad aantrekkelijk uit. Het verstrekken van kleine leningen aan de armen lijkt hét antwoord op de traditionele hulp die de gevers wel een fijn gevoel bezorgt, maar de armen van de wereld zelden bereikt en ze eerder tot afhankelijke bedelaars dan tot ondernemende burgers maakt. Het is, zo lijkt het, een ideale combinatie van helpen en kapitalisme, en zelfs nog een snuifje van de vriendelijke kant van de islam. De Bengaal Muhammad Yunus kreeg afgelopen december niet toevallig de Nobelprijs voor de Vrede en niet die voor Economie.

Maar is het microkrediet, meer in het bijzonder het door westerse weldoeners verstrekte microkrediet, wel het wondermiddel dat de Derde Wereld erbovenop gaat helpen?

Er waren al ernstige kanttekeningen bij de hoge rentes die de sympathieke verstrekkers van kleine leningen in rekening brengen. Die rentes lopen in de tientallen procenten per jaar, percentages die bij ons doorgaan voor woekerrentes. Dirk Scheringa heeft bij wijze van spreken meer recht op een Nobelprijs dan Muhammad Yunus. Het wordt Yunus, die nu poogt ook als politicus Bangladesh te redden, aangerekend dat hij de woekerrente die hij van de armen vraagt, aanwendt om elders echt rijk te worden met investeringen die niet ten goede komen aan zijn Bengaalse armen.

Het wordt nog erger als westerse overheden en hun hulpindustrie eraan te pas komen. Voor alle duidelijkheid: de Nederlandse overheid en zijn gesubsidieerde hulpclubs lopen daarin voorop. Den Haag subsidieert niet alleen clubs als Novib, maar geeft ook nog eens – als enige ter wereld – aanzienlijke belastingkorting en dus subsidie aan particulieren die geld stoppen in microkredieten. Daar is in de Derde Wereld kritiek op, omdat zo op oneigenlijke wijze wordt geconcurreerd met de banken en bankjes die daar op particuliere basis pogen geld te verdienen.

Een minstens zo serieus bezwaar wordt naar voren gebracht door de Amerikaanse ontwikkelingsexpert Thomas Dichter, die in een zojuist verschenen rapport zegt dat geld lenen aan de armen zelden leidt tot ondernemerschap, maar doorgaans tot consumptie. Armen lenen – en dat kennen we in Nederland natuurlijk ook met de leningen van Frisia en Wehkamp – om spullen aan te schaffen die het leven veraangenamen. Het stelt mensen die geen geld hebben in staat om nu al een digitale televisie aan te schaffen, terwijl ze, als ze ervoor zouden sparen, nog een tijdje zouden moeten wachten. Mensen brengen zichzelf, zo is de ervaring, daardoor nodeloos in de problemen. De belastingaftrek voor consumptief krediet is mede om die reden in Nederland al een tijdje afgeschaft. We kijken Dirk Scheringa en Wehkamp boos aan, omdat die de Nederlandse armen armer maken. Maar we subsidiëren wél de armen in de Derde Wereld om nu al, en nog wel tegen woekerrentes, te kunnen beschikken over fijne dingen waarvoor ze eigenlijk beter kunnen sparen.

De meeste mensen, zegt Dichter, zijn nu eenmaal geen ondernemers. In de Derde Wereld is dat niet anders. De geschiedenis, zo zegt hij, wijst uit dat nieuwe bedrijven vrijwel altijd worden opgezet met gespaard geld en met geld dat van familie en vrienden wordt geleend. Er is geen enkele reden te denken dat dit in arme landen anders zou zijn. Dichter heeft een punt, lijkt mij.

 


advertentie







advertentie