donderdag 24 mei 2012

Tags

Weekblad

Syp Wynia

woensdag 24 oktober 2007 15:38

Ronald Plasterk was nog maar net PvdA-minister van Onderwijs of er lag al een rapport over het nut van onderwijs op zijn bureau. Zijn ministerie had het zelf laten maken, in de hoop weer extra geld voor onderwijs los te peuteren.

De rapporteurs werkten netjes mee aan de wens van hun opdrachtgevers - maar verstopten ook een addertje onder het gras. Wie meer onderwijs volgt, kan doorgaans op een hoger loon rekenen en zal gemiddeld een betere gezondheid hebben. Beter opgeleiden krijgen over het algemeen beter opgeleide kinderen. Ook zorgt meer onderwijs voor een lagere kans op deelname aan criminele activiteiten. Met als pikante waarneming dat er tijdens schoolvakanties meer wordt gestolen, maar dat er buiten schoolvakanties meer geweld is (op en om de school, namelijk).

Dan volgt het addertje: de productiviteit van een land wordt meer bepaald door de kwaliteit van het onderwijs dan door het aantal jaren dat er onderwijs wordt gevolgd. Meer is niet altijd beter. 'De wet van de afnemende meeropbrengsten zal waarschijnlijk ook gelden voor onderwijs,' aldus de rapporteurs.

Dat laatste is natuurlijk pijnlijk. Er wordt vooral de laatste tien jaar steeds maar weer extra geld in het onderwijs gestoken. Maar net als bij de miljarden die extra in de zorg werden gestopt nam daarmee de kwaliteit nog niet toe. Extra zorggeld leidde vooral tot de pijlsnel oplopende groei van het aantal managers en andere tussenlagen, niet tot betere zorg. Het extra geld voor onderwijs ging naar klassenverkleining - wat nogal merkwaardig is bij leraren­tekorten. Verder ging het geld naar computers, naar hogere salarissen voor onderwijzers en leraren, naar wachtgelden van vroeggepensioneerde leraren en ook naar managers en ander personeel dat weinig tot niets met het eigenlijke onderwijs van doen heeft.

Maar werd het onderwijs daar ook beter van? Er is weinig dat daarop wijst. Sterker nog: leraren worden horendol van het leger aan betweters dat boven hen is geplaatst, het leraarschap uitholt en het aanzien van het vak ondergraaft.

En toch legde ook de huidige coalitie weer een miljard euro per jaar boven op de 1,5 miljard per jaar die toch al extra was gereserveerd voor onderwijs, waardoor er volgend jaar 31 miljard euro aan onderwijsuitgaven op de begroting staat - verreweg de grootste post aan rijksuitgaven. Waaraan het extra geld moest worden besteed was lange tijd onduidelijk, want men handelde kennelijk vanuit de overtuiging dat meer onderwijsgeld altijd van alles en nog wat oplost.

Wat natuurlijk ook niet onbelangrijk is, is dat er in het onderwijs een half miljoen mensen werken, wat bij verkiezingen een niet te negeren factor is. Bovendien krijgen in Nederland gemiddeld zo'n 2,8 miljoen kinderen, pubers, jongvolwassenen en volwassenen onderwijs. Zij en hun ouders worden ook verondersteld blij te zijn met extra onderwijsgeld. Dan hebben we het nog niet eens over de machtige onderwijsbonden en andere onderwijslobby's.

Deze onderwijskongsi heeft het karakter van een rupsje-nooitgenoeg. Plasterk had zijn miljard extra nog maar net opgedeeld, of hij moest aankondigen dat zijn onderwijsbegroting al op Prinsjesdag achterhaald zou zijn. De minister had inmiddels weer een rapport in handen gekregen, nu van de onderkoning van de polder, Alexander Rinnooy Kan, waaruit zou blijken dat de lerarensalarissen met een miljard euro omhoog moeten.

Even later had Plasterk de oplossing: de basisbeurs schrappen. Dat is misschien niet eens zo'n slecht plan, als je het schrappen van die beurs inpast in een competitiever en hoogstaander hoger onderwijs. Helaas baseren Plasterk en zijn politieke leidslieden Wouter Bos en Jacques Tichelaar - zelf uit de FNV-onderwijsvakbond afkomstig - het schrappen van de basisbeurs op hun inkomenspolitieke ideologie. De basisbeurs is namelijk voor studenten met wat welvarender ouders hetzelfde als voor armere studenten. Dat zint Bos, Tichelaar en Plasterk niet, want dat is het omgekeerde van het nivelleren dat ze voorstaan.

En zo wordt het onderwijs in dit land geofferd aan twee misverstanden. Het eerste misverstand luidt dat meer geld alles oplost, terwijl zowel bij zorg als bij onderwijs gebleken is dat het de problemen ook kan verergeren. Het tweede misverstand is dat, weer net als bij de zorg, onderwijs ondergeschikt moet worden gemaakt aan inkomensbeleid dat gebaseerd is op gelijkheidsdenken. En daar is het onderwijs toch net weer te belangrijk voor.

 


advertentie







advertentie