woensdag 7 april 2010 09:42
Tweehonderd miljard euro. De PVV wil het weten. en waarom ook niet? Elsevier maakte het sommetje alvast en rekende uit wat de immigratie heeft gekost. Dit artikel van Syp Wynia stond in augustus 2009 in weekblad Elsevier.
Het is nuttig om te weten wat de voortgaande immigratie – vooral die van niet-westerlingen – Nederland oplevert. Door het niet-willen-weten blijven mythes als ‘we hebben ze nodig’ onbekommerd voortbestaan. De kosten van de immigratie? Dit jaar 12,7 miljard euro. Meer dan 200 miljard over de afgelopen veertig jaar.
Lees ook het artikel Elseviers berekening immigratiekosten
Waarom is er toch zoveel weerstand tegen het berekenen van wat de grootscheepse immigratie van de laatste halve eeuw Nederland heeft opgeleverd? Een reeks Kamervragen over dit onderwerp die het PVV-Kamerlid Sietse Fritsma half juli stelde, maakte vooral emotionele reacties los.
Krantencommentaren haalden er meteen ‘onderbuikgevoelens’ en ook de jodenvervolging door de nazi’s bij. Politici, vooral ter linkerzijde, spraken hun afschuw uit. Femke Halsema van GroenLinks vond het ‘ridicuul en dom’ om die kosten te willen achterhalen. Ze leek niettemin niet gerust op het batig saldo: ‘Je hebt naast de economische betekenis ook nog de culturele.’
Schril contrast
De afkeer van het berekenen van de kosten van de immigratie is al zo oud als de immigratie van de laatste halve eeuw. Politici, ondernemers en economen die stellen dat de immigratie gunstig uitpakt, kunnen op een welwillend onthaal rekenen. Dat staat in schril contrast met het onthaal voor de enkele onderzoeker die de moed had een echte afweging te maken.
Carlo van Praag van het Sociaal en Cultureel Planbureau deed in 1988 op verzoek van de toenmalige minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, de CDA’er Elco Brinkman, een beknopt onderzoek. Van Praag berekende dat het beslag dat de etnische minderheden op de collectieve middelen tussen 1987 en het jaar 2000 legden in totaal uitkwam op 53 miljard gulden. Hij werd in het wereldje van de sociaal-economische onderzoekers vervolgens met de nek aangekeken.
In 1994 berekenden ambtenaren van Economische Zaken wat de toen snel oplopende asielzoekersstroom eigenlijk kostte. De ambtenaren kwamen tot de conclusie dat 35.000 nieuwe asielzoekers in het eerste jaar 1 miljard gulden kostten, het volgende jaar 0,9 miljard en de daarop volgende jaren steeds 0,5 miljard. Zowel kranten als politici vielen over het feitenonderzoek heen.
Hetzelfde overkwam Pieter Lakeman, die in 1999 zijn boek Binnen zonder kloppen publiceerde. Lakeman kwam op een totaal van 70 miljard gulden aan negatief saldo over de voorgaande twintig jaar – alleen voor de Turken en Marokkanen – te vermeerderen met rente. Ook Lakeman kreeg kritiek: niet alleen zouden zijn sommen niet kloppen, ook was zijn onderzoek immoreel.
Het Centraal Planbureau kwam in 2003 met een fundamenteel onderzoek naar de kosten en baten van immigratie. De conclusies waren vernietigend voor wie denkt of beweert dat immigratie – in de Nederlandse situatie, althans – de welvaart opstuwt. Het nationaal inkomen loopt door de toegenomen bevolking wel op, maar dat leidt niet tot een hoger inkomen voor wie er al was. Het rapport werd niet zozeer verguisd als wel doodgezwegen.
Tegen de conclusies van het CPB in zag het kabinet-Balkenende toch weer brood in nieuwe gastarbeid. Ook van laaggeschoolden, ook van buiten Europa. ‘Ik heb de indruk dat het kostenbewustzijn van politici als het om immigratiebeleid gaat op zijn zachtst gezegd niet erg hoog is,’ reageerde Hans Roodenburg, een van de auteurs van het CPB-rapport, vorige week bij de Wereldomroep.
Spankracht
Het nog steeds schaarse onderzoek wordt verguisd of weggestopt, terwijl wel de zegeningen van zowel de voorbije, de huidige als de toekomstige immigratie worden uitgevent. Intussen zitten zowel het daadwerkelijk immigratiebeleid als de uitspraken van kabinetsleden vol tegenstrijdigheden. CDA-minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken prijst de zegeningen van de immigratie, maar zijn collega Eberhard van der Laan (PvdA, Integratie) zegt dat de voortgaande immigratie van laagopgeleiden de ‘spankracht’ van Nederland te boven gaat.
Het heeft er alle schijn van dat er een sterke onderstroom bestaat, zeker ook in de politiek, die liever niet wil weten of de immigratie baat of schaadt – en liever het eerste blijft suggereren.
Mede naar aanleiding van de recordhoge immigratiecijfers over vorig jaar dienden de fractievoorzitters Geert Wilders (PVV), Mark Rutte (VVD) en Rita Verdonk eind mei een motie in om het kabinet een kostenanalyse op te laten stellen.
Die motie haalde het niet, want alle andere partijen waren tegen. Premier Jan Peter Balkenende (CDA) wilde het onderzoek niet, ‘onder meer omdat hiernaar al het nodige onderzoek is gedaan door het CPB en de commissie-Blok’.
De commissie-Blok uit de Tweede Kamer kwam in 2004 inderdaad met een onderzoek naar de integratie van niet-westerse allochtonen in Nederland. Bij de publicatie van dat rapport ontstond ophef, omdat de conclusies te rooskleurig geformuleerd zouden zijn.
Verontrustend
Maar het rapport-Blok sprak over het geheel genomen juist in zeer verontrustende termen. Ook wanneer het over de kinderen van de immigranten ging. Onder Surinaamse en Marokkaanse jongeren werd bijvoorbeeld een hoge werkloosheid waargenomen. ‘Voor wie gelooft dat het met het aantreden van nieuwe generaties allemaal wel goed komt met de minderheden, is dit een lastig te verteren uitkomst,’ aldus het rapport.
De commissie liet ook de socioloog Ruud Koopmans aan het woord, die stelde dat het deel van de allochtonen dat werkt in de buurt van de 45 procent ligt, terwijl dat onder de autochtone bevolking op dat moment ongeveer 74 procent was. ‘Dat verschil tussen autochtonen en allochtonen is in bijna geen Europees land zo groot als in Nederland,’ aldus Koopmans. Hij kende maar twee landen die het nog slechter deden: Zweden – ‘ook een land dat een multicultureel integratiebeleid heeft gevoerd’ – en België. De werkloosheid onder niet-westerse allochtonen, zo berekende de commissie, was gemiddeld 3,7 maal hoger dan onder autochtonen.
De breed samengestelde Kamercommissie stelde op basis van de CPB-bevindingen vast dat een gemiddelde niet-westerse immigrant die op zijn 25ste Nederland binnenkomt, gedurende de rest van zijn leven in Nederland ‘per verblijfsjaar’ per saldo ‘ruwweg 3.000 euro’ kost. Dat is een gevolg van een geringere bijdrage in belastingen en premies dan gemiddeld en een bovengemiddeld gebruik van sociale voorzieningen.
Die bevinding maakt het mogelijk om althans een deel van de kosten van de immigratie te berekenen. Een deel, omdat het CPB alleen heeft gekeken naar de gevolgen voor de verzorgingsstaat, zoals uitkeringen, pensioenen, zorgpremies en huurtoeslagen, de ‘verzorgingsstaatkosten’. Andere kosten voor de overheid die het gevolg zijn van het immigratiebeleid had het CPB niet meeberekend. Maar die ‘departementale’ kosten kunnen in grote lijnen ook worden uitgetekend (zie ‘Wat heeft de immigratie gekost?’ op deze pagina).
Balkanlanden
De uitkomst van deze berekeningen is natuurlijk niet heel precies. De 12,7 miljard over dit jaar en de 216,4 miljard euro sinds de jaren zestig kunnen bij een nauwkeuriger berekening zowel lager als hoger uitpakken. Maar vaststaat dat de grootscheepse immigratie uit andere continenten van de afgelopen decennia een kostbare zaak is geweest en nog lang kostbaar zal blijven.
De immigratie uit Azië, Afrika en Latijns-Amerika is bovendien allerminst tot staan gebracht. Integendeel. Ook is er een stroom van Europese immigranten op gang gekomen, uit Roemenië en Bulgarije en wellicht door de aanstaande Europese opheffing van de visumplicht voor Balkanlanden ook uit die landen. Deze immigratie vertoont voor een deel dezelfde kenmerken (laag- of niet-opgeleid, een grote afstand qua taal en cultuur) en bergt daarmee dezelfde risico’s in zich als de niet-westerse immigratie.
Dat de betrokkenen naar Nederland wensen te komen is hun uiteraard niet kwalijk te nemen. Tenzij het om illegale immigratie gaat, staat immers vrijwel vast dat hun inkomen erop vooruitgaat. Ook het particuliere belang van Nederlandse ondernemers kan er mee gediend zijn, omdat zij in het geval van nieuwkomers kunnen beschikken over goedkoop en vaak werkwillig arbeidsaanbod.
Migratiemagneet
Maar als geheel – het Centraal Planbureau schreef het al – heeft de Nederlandse samenleving allerminst geprofiteerd van de niet-westerse immigratie. Er is door Nederlandse burgers en bedrijven de afgelopen decennia elk jaar voor miljarden extra aan belastingen en premies betaald om de niet-westerse immigratie en de gevolgen daarvan te kunnen betalen. Dat komt overigens voor een belangrijk deel doordat Nederland tot de royaalste verzorgingsstaten ter wereld behoort. Zoals de Amerikaanse onderzoeker George Borjas in de jaren negentig al vaststelde, fungeert zo’n land als een ‘migratiemagneet’ voor laagopgeleiden van buiten en stoot het hogeropgeleiden vanwege de hoge belastingen af.
Het GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi stelde deze zomer, op bezoek in Marokko, ook weer vast hoe dat werkt. Dibi: ‘Als ik in Marokko op vakantie ga, is er geen enkel jong iemand die niet bezig is met nadenken over hoe ze Europa kunnen bereiken. Nederland wordt gezien als Utopia. Dat heeft onder andere te maken met de uitkeringen die je hier zo zou kunnen krijgen.’
De les van dit alles? Het land is er dan misschien kleurrijker van geworden, maar ook voller, minder groen en per saldo armer dan het geweest zou zijn zonder de immigratie uit andere continenten.
Dat is niet alleen terugkijkend zo, dat is ook nu zo en zal in de toekomst nog steeds zo zijn. Laag- of niet-opgeleide immigranten uit verre streken zullen – gegeven de verzorgingsstaat zoals we die kennen – per saldo niets oplossen, maar juist een kostenpost vormen. Juist om die lering overtuigend te kunnen trekken is het maar beter niet voor de feiten weg te duiken.
advertentie
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement