donderdag 9 februari 2012

Tags

Artikel

'Burger denkt niet meer aan algemeen belang'

donderdag 29 maart 2007 14:19

Halverwege de jaren tachtig kwam de cultuurpsycholoog bij het wetenschappelijk bureau van GroenLinks. In juni neemt hij na twee termijnen afscheid van de Eerste Kamer. De intellectueel met danspassie over Koning Burger, populisme en het nut van de senaat. 'De gedachten duren hier langer dan de kruitdampen.'

Senator voor het leven, liever niet. Jos van der Lans (52) heeft het na twee termijnen wel gezien. In juni zwaait hij af: een principiële keuze. 'Het geheugen van de mensen over de Eerste Kamer hangt aan een paar nachten. Ik heb de afgelopen acht jaar wel tweeduizend wetten voorbij zien komen, maar als er tien zijn tegengehouden, is het veel. Hooguit was er wat gerommel in de sfeer van toezeggingen.

Bang
'Populisme is nu de grote oriëntatie. Van mediagevoeligheid en intellectuele verschraling zie je minder in de Eerste Kamer, maar het sijpelt ook daar door. Wat je ook ziet is dat de zelfgenoegzaamheid en het zelfvertrouwen van de bestuurlijke elites een enorme knauw hebben gekregen. Men is bang, in Den Haag. De stem van het volk is nu meer richtinggevend dan de eigen politieke principes om de wereld te beschouwen.'

Toch waren het geen vergeefse jaren in de Eerste Kamer. De senator van GroenLinks zegt dat hij er een stuk wijzer van is geworden. 'Je staat met één been in het Haagse politieke geweld. Ik heb er een enorme algemene ontwikkeling aan overgehouden. Het is interessant om te zien hoe de apparaten werken, hoe de hazen lopen. De ambiance van de Eerste Kamer is natuurlijk de informele macht. Er wordt veel voorgepasseerd in Nederland. De informele macht is hier tamelijk groot. Het is een van de genoeglijke Kamers waarin bij het leven gelobbyd wordt en contacten worden gelegd.

Bezem
'Je hoort al honderd jaar dat de Eerste Kamer moet worden afgeschaft. Ik maak dat niet meer mee. Of er moet een onverwachte vorm van bestuurlijke vernieuwing komen. Dat er iets Fortuynachtigs gebeurt en de bezem door het systeem wordt gehaald. Nee, ik zit er niet op te wachten. In de hectische tijden van de afgelopen jaren heb ik ook weleens gedacht: het is goed dat er nog zo'n plek is als de Eerste Kamer. Waar de gedachten langer duren dan de kruitdampen. De Eerste Kamer heeft iets langdurigs, heeft iets met geschiedenis. Toen ik er de eerste keer kwam, was ik daar zeer van onder de indruk.'

Jos van der Lans is vooral bekend door zijn publicaties. Hij mag graag de verhouding tussen burger en overheid tegen het licht houden. De cultuurpsycholoog van GroenLinks heeft een amusante pen. Zijn essays zijn rijk aan metaforen. Voor een oud-communist heeft hij weinig last van nostalgie, al is de democratie niet meer wat ze geweest is.

'De afgelopen veertig jaar hebben de burgers zich ontwikkeld van onderdaan tot heersers in het publieke domein, en de politici zijn van heersers tot dienaren geworden. Koning Burger! De staat is een zelfbedieningszaak geworden waar de burgers langs de schappen lopen en bij de kassa zo weinig mogelijk proberen af te rekenen. Het verlies aan zelfbeheersing is gigantisch. De behoefte om het consumentisme van de burger aan te pakken is er wel, maar ik zie weinig serieuze programma's om dat ook echt te doen. Dit land staat stijf van de lippendienst, van de motto's, morele boodschappen en adviesorganen, maar in de praktijk verandert er weinig. Om maar iets te noemen, de managementinflatie in onderwijs en gezondheidszorg gaat vrolijk door.

'Dat ik ooit in mijn weblog pleitte voor de afschaffing van het goedkope grijze kenteken heb ik geweten. Een ongekende stroom van woedende reacties en bedreigingen kwam over mij heen. De scheldende burger was helemaal los. Het was zeer beangstigend. Ook uit zo'n alledaags voorval blijkt dat de burger het niet meer gewend is te denken in de grotere ruimte van het algemeen belang.'

Kloof
Hoezo kloof tussen burger en politiek? 'De kloof is zo ongeveer elke dag minder geworden. Nooit eerder heeft de burger zo dicht op de huid van politici gezeten. De burger is alom aanwezig, al was het maar als geest of als spook in de gedachtengang van politici. Voor de burger als categorie is er geen kloof. Terwijl de suggestie dat de logica van de burger en de logica van het bestuur een op een hetzelfde zouden kunnen zijn natuurlijk krankzinnig is. Besturen is per definitie afstand nemen.

'De ontkenning van dit beeld en het almaar buigen heeft de overheid in een onmogelijke positie gebracht. De verwachting dat politici naar de burgers luisteren, luisteren en nog eens luisteren is een investering in teleurstellingen.

'Ik heb Mark Rutte meegemaakt toen hij nog staatssecretaris was. Tijdens een ambtsbezoek in Hoorn keerde hij zich onverwacht van de sprekers af en richtte zich tot de zaal: “Zeg mij wat de problemen zijn.” Vervolgens belde hij ter plekke met zijn ambtenaren om een oplossing te zoeken. De politicus als verbindingsofficier. Die Mark Rutte had ik zeer hoog zitten. Vandaag ken ik een andere Mark Rutte. Een man die een soort fluisterstemmetje in zich heeft; de burger zit als een engeltje op zijn schouder en bepaalt zijn gedachten. Ik zie het ook in mijn partij. Iedereen is met marketing bezig, met het merk. Uiteindelijk krijg je dat terug in een groeiend wantrouwen. De wapenwedloop gaat de verkeerde kant op.'

De roep om krachtig leiderschap is meer dan ooit een naïeve gedachte. 'Wie gaat nog voor zijn partij staan met de boodschap dat er meer distantie moet zijn? Dat veronderstelt politieke moed. Het betekent dat je het weerspreken gaat beheersen. Ik zie juist het tegenovergestelde: politici die zich klein maken en meebuigen met de heersende sentimenten. Dit soort populisme doortrekt het politieke systeem en ontregelt het. Daarmee knaagt het systeem aan zijn eigen fundamenten. De uitkomst van het functioneren van het systeem is nu van boven tot beneden: wantrouwen. Het wantrouwen is structureel en vermenigvuldigt zich tot op de werkvloer, en bij wijze van spreken tot bij de psychotherapeut. Ik hoor al tien jaar dat we vraagtekens moeten plaatsen bij het upgraden van de schalen van organisaties in het onderwijs en in de gezondheidszorg. Alles blijft bij het oude.

'De samenleving is te complex geworden voor krachtig leiderschap dat via één punt loopt. Daar komt bij dat de cultuur in Nederland zo is ingericht dat elk krachtig leiderschap wordt afgeserveerd op het moment dat het zich aandient. Wie het over krachtig leiderschap heeft, zegt eigenlijk: alleen God kan ons redden. Ik geloof daar niks van.'

Voor GroenLinks ligt het primaat van de lokale democratie bij de gemeenteraad. Toch is Jos van der Lans niet zo happig meer op de gekozen burgemeester. 'De burgemeester van Amsterdam heeft nog een soort leiderschap. Hij is een van de weinige leiders in ons archaïsche systeem. In de vertrouwenspiramide van lokale besturen staat de burgemeester bovenaan. Een gekozen burgemeester zou ook moeten investeren in teleurstellingen, want hij moet beloftes doen om gekozen te worden. Lokale gemeenschappen hebben iemand nodig die boven de partijen staat, met een vaderlijke hoedanigheid.

'In Nederland spreken we alleen nog over geconstrueerde leiderschappen, wanhopig zoekend. Je kunt eindeloos boeken schrijven over culturele ontwikkelingen, er is eigenlijk maar één graadmeter: het psychologische vertrouwen in de economie. Trekt de economie aan, dan gaan de dingen schuiven. Paars initieerde eind jaren negentig een ongekend optimisme. We renden als gekken naar de winkel; er zijn nooit méér keukens aangeschaft dan in die periode.

'Nu overheerst wantrouwen als mentale toestand van de natie. De ervaringswereld van de mensen en de systeemwereld zijn gescheiden werelden geworden. Wat nodig is, is een terugkeer van wederzijdse betrokkenheid. Niet met beschavingsopdrachten van ambtelijke organisaties, gewoon functioneel. Waarom zou een onderwijzer niet zelf de ouders van een spijbelende leerling kunnen bellen? De onderwijzer als publieke ambassadeur kan vertrouwen organiseren.'

Zijn vader was de stille leider van de buurt. Hij organiseerde van alles. Betrokkenheid als tweede natuur. 'Mijn vader was sportinstructeur bij het gevangeniswezen. In de jaren zestig richtte hij in Scheveningen de eerste sportvereniging van gedetineerden op. Zijn jongens waren goed in tafeltennis – ze sleepten het ene kampioenschap na het andere binnen. De tafeltennisbond eiste dat ze ook uitwedstrijden zouden spelen, maar dat mocht natuurlijk niet. Die strijd heeft mijn vader verloren.

'Ik ben meegegroeid met de hedonistische generatie van de jaren zeventig. Dingen mochten niet langer vastliggen. Zelfs de spelling moest radicaal gemoderniseerd worden. Het besef dat een taal de geschiedenis vertegenwoordigt, was geheel afwezig. Ik studeerde psychologie, was actief in de studentenbeweging, ben nog lid geweest van de CPN. Na mijn studies ben ik gaan schrijven, altijd opiniërende stukken. Ik heb drie jaar voor de opiniepagina van de Volkskrant gewerkt. Mijn droom was de boekenbijlage, maar daar zat iemand die er al honderd jaar zat. Ik ben toen maar voor mezelf begonnen: boekjes gemaakt, scenario's geschreven voor Rijkswaterstaat en andere bolwerken van de overheid. Enfin, schrijven als mijn intellectuele visitekaartje.'

Meisje
Halverwege de jaren tachtig kwam Jos van der Lans in het bestuur van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks. Een politicus was geboren, of toch niet? 'Je kan moeilijk je eigen kwaliteiten kwijt in de politiek. Dat geldt zeker voor kleine partijen. Ik ben niet zo zeker dat Femke Halsema nu op de plek zit waar ze het liefst wil zitten. Femke kan iets moois bedenken, kan nadenken en analyseren, maar daar zit de politiek niet op te wachten. Dan ben je al snel dat betweterige meisje dat heel vaak bij de interruptiemicrofoons is te vinden.

'Het is inderdaad pijnlijk dat Al Gore in één klap meer animo voor het milieu heeft losgewoeld dan GroenLinks na jaren onverdroten strijd. We komen niet weg met het idee dat we wel ons best hebben gedaan, maar dat anderen niet wilden luisteren. Het streven van GroenLinks was om een volwaardige partij te worden. Op momenten dat het milieu er minder toe deed, is men zich op andere punten gaan profileren. Wij, linkse intellectuelen, gericht op duurzaamheid, zouden de vierde politieke stroming in Nederland worden. In het streven om op alle fronten serieus mee te doen, hebben we aan identiteit verloren. Misschien waren we als consequente one-issuepartij beter af geweest.'

Voor een sterfhuisconstructie is het te vroeg. 'In de vorige eeuw was het politieke landschap tamelijk eenvoudig. Het ging van rechts naar links, en GroenLinks stond radicaal aan de linkerkant. Toen is de SP gekomen en dat maakt het nu lastig. Mijn optie zou zijn geweest: GroenLinks als radicale milieupartij. Punt. Je moet ook de verkiezingen willen ingaan met de gedachte dat je op een punt kunt verliezen. Het kenmerk van alle partijen is juist dat ze de verkiezingen niet willen verliezen. Terwijl je ook kan zeggen: als het volk zo dom is en niet wil luisteren, het zij zo.

VPRO
'GroenLinks als een soort vrijzinnigheidspartij, daar geloof ik niet in. Je moet niet de VPRO in de politiek willen zijn. Dat is een nichegedachte die ik ook intellectueel niet aantrekkelijk vind. Een politieke partij moet donquichotterig ergens naar willen streven. Ze moet een agenda durven maken. Tegenstroom zijn. Hoe het afloopt, weet ik natuurlijk ook niet, maar GroenLinks is een problematische identiteit geworden. We hebben natuurlijk een ontwikkeling meegemaakt, nieuwe vormen van denken zijn geïntroduceerd. De staat kan niet alles doen. Maar nu is daar dan de SP, een partij die wel terugvalt op het oude maakbaarheidsdenken. De linkse elites hadden er niet meer op gerekend dat er nog een electoraal sentiment zou zijn rond de klassieke vakbondsprincipes en oude dogma's van de verzorgingsstaat. We konden en wilden niet meer terug naar vóór 1989. Maar kennelijk hebben we met ons vernieuwde linkse denken voor de troepen uitgelopen. Althans, dat is de les van de SP.'

Soms doet Nederland pijn aan de ogen. 'Het land is nog steeds behoorlijk van de kook. Al zie ik ook dat mensen in de publieke sector bezield zijn met heel moderne vormen van humanisme en mededogen. Zij zitten helemaal niet met het vraagstuk van de dubbele nationaliteit. De discussies die daar nu over rondzingen, zijn geheel contrair aan onze volksaard. Nederland is altijd een open handelsnatie geweest. Als er voor de pecunia tien paspoorten nodig waren, hadden we die ook gepakt. Nederlandse organisaties verdienen zich blauw met adviseren. Overal ter wereld, ook voor dubieuze regimes, tot in China. En dan ontstaat hier kabaal omdat die arme mevrouw Arib in een commissie zit. De bureaucratie in Nederland is een onwaarschijnlijke optelsom van vergaderingen. Ik zou dat weleens gekapitaliseerd willen zien naar hoofd van de bevolking. Er zijn maar weinig landen die ons overtreffen. En natuurlijk wordt er veel geld mee verdiend. Die vergaderwoede heeft overigens ook te maken met de cultuur van wantrouwen.'

Intellectueel met een lichtjes ordinaire zelfkant. Hij loopt drie keer in de week hard en houdt van een mooi doelpunt. Vooral zo'n lullig balletje dat perfect geplaatst is in de hoek. Hij schrijft columns in het tijdschrift Dans. 'Als het swingt en als niemand kijkt, wil ik ook een pasje op de dansvloer wagen, maar verder heb ik er geen verstand van. Ik kijk wel graag naar dansvoorstellingen. De erotiek die je in dans voor het oprapen hebt: héél interessant. Ik kijk er ook naar als cultuurpsycholoog. Je komt er dezelfde patronen tegen als in de samenleving: professionele status, elitevorming, versus streetdance. De kleine wereld als metafoor van de grote wereld.

'Schoonheid is beheersing. In de krant zag ik een prachtige dansfoto van iemand die in een soort beugels hing. Een perfect lichaam in de wankelmoedige beugels van een gehandicapte. Toen ik het zag, dacht ik: dit is kleine maakbaarheid.'

 


Ontvang dagelijks gratis een update van Elsevier

advertentie







advertentie