zaterdag 4 februari 2012

Weblog Ellian & De Winter

Lieve lezer, ik ben uitgeput. Ik stop ermee

woensdag 26 december 2007 14:06


Na 11 september 2001 ben ik een beetje gek geworden. Gek van zorgen om onze toekomst, gek van liefde voor mijn vrouw en mijn kinderen.
De twee gektes vielen een beetje samen. De eerste gektegolf zette me aan tot het schrijven van een roman, God’s Gym, die niets anders was dan het verslag van een rouwproces.

De tweede golf liet me studeren op het verschijnsel islam en de daarmee verbonden vormen van extremisme en geweldlegitimaties. Voor het eerst was ik er niet zeker van dat de generatie van mijn kinderen zich aan de ervaring van veiligheid en welvaart kon overgeven die zo kenmerkend was voor het bestaan in het Westen sinds de jaren tachtig, en waarvan ik zo tomeloos genoten heb.

Overgevoelig
Ik geef toe dat ik een beetje overgevoelig ben voor het besef van veilig- en onveiligheid. Elf jaar voor mijn geboorte zijn de voltallige families van mijn ouders vermoord, op twee mensen na (de vader van mijn moeder overleed vlak voor zijn deportatie, een zus van haar had zich laten dopen).

Zij hadden niets gedaan dat hun dood enigszins begrijpelijk maakte – ze moesten dood omdat er krachten waren die dat noodzakelijk achtten.

Mythologie
In mijn werkkamer word ik inmiddels omringd door vele tientallen studies over de islam, een kastvol boeken over de talloze aspecten van de mohammedaanse mythologie.

Ik heb ze allemaal gelezen en ik ben een deskundige amateur geworden – want ik wilde begrijpen wat de vijand drijft, wat hem tot zijn haat en zijn doodsverachting brengt, waar zijn antisemitisme vandaan komt, waarom zo veel moslims zo schizofreen ten opzichte van onze opzienbarende moderne normen en waarden staan.

Ik denk dat ik het nu wel enigszins begrijp, en ik denk ook dat ’t allemaal niet zo ingewikkeld is: een godsdienstige traditie met globale ambities en gedreven door de utopie van een wereldheerschappij, voelt zich door de gang van de geschiedenis, sinds enkele eeuwen bepaald door andersgelovigen, in haar diepste wezen gekleineerd en beledigd.  

De vele vormen van religieuze waanzin die ik in de studies ben tegengekomen, hebben me van een milde agnost in een overtuigde atheïst veranderd. En de gedachte dat meer dan een miljard mensen zich hysterisch overgeven aan een verschijnsel dat zo overduidelijk een mythische constructie uit de zevende en achtste eeuw is, maakt me moedeloos. 

Uitgeput
De afgelopen jaren heb ik duizenden columns, blogs en artikelen geschreven. Niet alleen voor Elsevier schreef ik, maar ook voor buitenlandse bladen. Ik ben uitgeput.

Uitgeput van het lezen van de krant en van het luisteren naar de radio en het volgen van de actualiteitenprogramma’s op tv.

Van de onzin uit de pennen van de deskundologen. Van de selectieve verontwaardiging in de media.

Van de kabouters in ons kabinet.

Van het vrijblijvende cynisme van columnisten.

Van het gebrek aan zelfvertrouwen en het gebrek aan historisch benul.

Van de lafheid vermomd als tolerantie.

Van het multiculturalisme dat weinig anders is dan een vorm van culturele euthanasie.

Ik ben uitgeput van het geven van tegengas aan al die gemakzuchtige redeneringen waarmee zovelen hun passiviteit rechtvaardigen.

En ik heb dus besloten, o paradox, om voorlopig mijn columnisten- en bloggerswerk te staken.

Tweede vaderstad
In het voorjaar was ik met ondernemer en goede vriend Kees Hermans een weekje in mijn tweede vaderstad Los Angeles. We hebben daar rondgehangen, over het strand gewandeld, lekker gegeten, veel geouwehoerd, en rondgetoerd in een kanariegele Hummer, die, zoals ik in het weekblad in mijn column schreef, minder schadelijk voor het milieu is dan de hybride Toyota Prius.

Toen ik thuiskwam, besefte ik dat ik een week geen krant had gezien. De gezelligheid met Kees was  belangrijker.

Een paar maanden later ging ik met mijn vrienden Afshin Ellian en Henryk Broder opnieuw naar L.A., en weer vergat ik in die heerlijke week de actualiteit.

Het was bevrijdend. En het bracht het proces op gang dat me tot het besluit bracht dat ik moest stoppen met het ventileren van meningen in het openbaar.

Lelijkheid en gevaar
Ik wil me een tijdje niet meer met lelijkheid en gevaar en dreiging en ondergangsverwachtingen bezighouden.

Bijna 24 uur per dag ben ik de afgelopen jaren bezig geweest met het verdedigen van onze miraculeuze samenleving.

Ik heb het hier zo vaak geschreven: we leven in het veiligste, rijkste, gezondste land van de menselijke geschiedenis. En we kunnen dat land alleen in stand houden wanneer de meesten van ons doordrongen zijn van zijn unieke karakter, instellingen en bewoners.

Niets is normaal aan de manier waarop we in onze tijd aan het grootse avontuur van het leven mogen deelnemen;  al onze voorouders ervoeren bijna uitsluitend brutaliteit, geweld, ziekte, angst, honger, en pas sinds enkele eeuwen kunnen we ons stapje na stapje aan de doem van die duisternis onttrekken.

Krachten van de duisternis
Maar de krachten van de duisternis zijn nog springlevend, en het is aan ons om die te bestrijden. Daartoe hebben we het vermogen – als we ons niet door geïnstitutionaliseerde en geïdeologiseerde vormen van schijterigheid en opportunisme laten tegenhouden.

De radicale vorm van de islam, een lachwekkende variant van primitief denken, is geen partij voor onze creativiteit, ons individualisme, onze technologie, samenlevingsvormen, zolang we in het besef leven dat, meer nog dan alle zonnen bij elkaar, schoonheid, wetenschap en liefde onze kosmos verlichten. 

Nieuwe roman 
Ik ga nu eerst mijn nieuwe roman voltooien, een project dat telkens door de actualiteit opzij werd geduwd. Daarna ga ik, voor de zoveelste keer, met mijn vrouw nadenken over de vraag of we niet toch nog een paar jaar in Californië moeten gaan leven.

Vanwege het Licht. Het mooiste licht dat we kennen. Het licht waarin we vaak zorgeloos zijn en ons vol geestdrift op boekprojecten en andere dromen storten. Waarin we, naakt en onvoorwaardelijk, ons aan schoonheid durven uit te leveren. Waarin onze dochter op twee beentjes heeft leren lopen en onze zoon met zijn eerste rugzak naar zijn eerste school is gestapt. Waarin we ons altijd veilig voelen.

Wat heb ik veel geleerd als columnist van het meestgelezen en bestgemaakte politieke weekblad van Nederland. Als blogger op deze zo succesvolle website. Het was een bijzondere eer. Maar ik moet nu een paar jaar in mijn eigen verbeelding leven en de verhalen vertellen die daar al veel te lang staan te dringen.

En u, mijn lieve, geduldige lezer, ga ik verschrikkelijk missen.

 
PS: Afshin Ellian zal de komende tijd in zijn eentje dagelijks een blog verzorgen

Leon de Winter

Na 11 september 2001 ben ik een beetje gek geworden. Gek van zorgen om onze toekomst, gek van liefde voor mijn vrouw en mijn kinderen.
De twee gektes vielen een beetje samen. De eerste gektegolf zette me aan tot het schrijven van een roman, God’s Gym, die niets anders was dan het verslag van een rouwproces.

De tweede golf liet me studeren op het verschijnsel islam en de daarmee verbonden vormen van extremisme en geweldlegitimaties. Voor het eerst was ik er niet zeker van dat de generatie van mijn kinderen zich aan de ervaring van veiligheid en welvaart kon overgeven die zo kenmerkend was voor het bestaan in het Westen sinds de jaren tachtig, en waarvan ik zo tomeloos genoten heb.

Overgevoelig
Ik geef toe dat ik een beetje overgevoelig ben voor het besef van veilig- en onveiligheid. Elf jaar voor mijn geboorte zijn de voltallige families van mijn ouders vermoord, op twee mensen na (de vader van mijn moeder overleed vlak voor zijn deportatie, een zus van haar had zich laten dopen).

Zij hadden niets gedaan dat hun dood enigszins begrijpelijk maakte – ze moesten dood omdat er krachten waren die dat noodzakelijk achtten.

Mythologie
In mijn werkkamer word ik inmiddels omringd door vele tientallen studies over de islam, een kastvol boeken over de talloze aspecten van de mohammedaanse mythologie.

Ik heb ze allemaal gelezen en ik ben een deskundige amateur geworden – want ik wilde begrijpen wat de vijand drijft, wat hem tot zijn haat en zijn doodsverachting brengt, waar zijn antisemitisme vandaan komt, waarom zo veel moslims zo schizofreen ten opzichte van onze opzienbarende moderne normen en waarden staan.

Ik denk dat ik het nu wel enigszins begrijp, en ik denk ook dat ’t allemaal niet zo ingewikkeld is: een godsdienstige traditie met globale ambities en gedreven door de utopie van een wereldheerschappij, voelt zich door de gang van de geschiedenis, sinds enkele eeuwen bepaald door andersgelovigen, in haar diepste wezen gekleineerd en beledigd.  

De vele vormen van religieuze waanzin die ik in de studies ben tegengekomen, hebben me van een milde agnost in een overtuigde atheïst veranderd. En de gedachte dat meer dan een miljard mensen zich hysterisch overgeven aan een verschijnsel dat zo overduidelijk een mythische constructie uit de zevende en achtste eeuw is, maakt me moedeloos. 

Uitgeput
De afgelopen jaren heb ik duizenden columns, blogs en artikelen geschreven. Niet alleen voor Elsevier schreef ik, maar ook voor buitenlandse bladen. Ik ben uitgeput.

Uitgeput van het lezen van de krant en van het luisteren naar de radio en het volgen van de actualiteitenprogramma’s op tv.

Van de onzin uit de pennen van de deskundologen. Van de selectieve verontwaardiging in de media.

Van de kabouters in ons kabinet.

Van het vrijblijvende cynisme van columnisten.

Van het gebrek aan zelfvertrouwen en het gebrek aan historisch benul.

Van de lafheid vermomd als tolerantie.

Van het multiculturalisme dat weinig anders is dan een vorm van culturele euthanasie.

Ik ben uitgeput van het geven van tegengas aan al die gemakzuchtige redeneringen waarmee zovelen hun passiviteit rechtvaardigen.

En ik heb dus besloten, o paradox, om voorlopig mijn columnisten- en bloggerswerk te staken.

Tweede vaderstad
In het voorjaar was ik met ondernemer en goede vriend Kees Hermans een weekje in mijn tweede vaderstad Los Angeles. We hebben daar rondgehangen, over het strand gewandeld, lekker gegeten, veel geouwehoerd, en rondgetoerd in een kanariegele Hummer, die, zoals ik in het weekblad in mijn column schreef, minder schadelijk voor het milieu is dan de hybride Toyota Prius.

Toen ik thuiskwam, besefte ik dat ik een week geen krant had gezien. De gezelligheid met Kees was  belangrijker.

Een paar maanden later ging ik met mijn vrienden Afshin Ellian en Henryk Broder opnieuw naar L.A., en weer vergat ik in die heerlijke week de actualiteit.

Het was bevrijdend. En het bracht het proces op gang dat me tot het besluit bracht dat ik moest stoppen met het ventileren van meningen in het openbaar.

Lelijkheid en gevaar
Ik wil me een tijdje niet meer met lelijkheid en gevaar en dreiging en ondergangsverwachtingen bezighouden.

Bijna 24 uur per dag ben ik de afgelopen jaren bezig geweest met het verdedigen van onze miraculeuze samenleving.

Ik heb het hier zo vaak geschreven: we leven in het veiligste, rijkste, gezondste land van de menselijke geschiedenis. En we kunnen dat land alleen in stand houden wanneer de meesten van ons doordrongen zijn van zijn unieke karakter, instellingen en bewoners.

Niets is normaal aan de manier waarop we in onze tijd aan het grootse avontuur van het leven mogen deelnemen;  al onze voorouders ervoeren bijna uitsluitend brutaliteit, geweld, ziekte, angst, honger, en pas sinds enkele eeuwen kunnen we ons stapje na stapje aan de doem van die duisternis onttrekken.

Krachten van de duisternis
Maar de krachten van de duisternis zijn nog springlevend, en het is aan ons om die te bestrijden. Daartoe hebben we het vermogen – als we ons niet door geïnstitutionaliseerde en geïdeologiseerde vormen van schijterigheid en opportunisme laten tegenhouden.

De radicale vorm van de islam, een lachwekkende variant van primitief denken, is geen partij voor onze creativiteit, ons individualisme, onze technologie, samenlevingsvormen, zolang we in het besef leven dat, meer nog dan alle zonnen bij elkaar, schoonheid, wetenschap en liefde onze kosmos verlichten. 

Nieuwe roman 
Ik ga nu eerst mijn nieuwe roman voltooien, een project dat telkens door de actualiteit opzij werd geduwd. Daarna ga ik, voor de zoveelste keer, met mijn vrouw nadenken over de vraag of we niet toch nog een paar jaar in Californië moeten gaan leven.

Vanwege het Licht. Het mooiste licht dat we kennen. Het licht waarin we vaak zorgeloos zijn en ons vol geestdrift op boekprojecten en andere dromen storten. Waarin we, naakt en onvoorwaardelijk, ons aan schoonheid durven uit te leveren. Waarin onze dochter op twee beentjes heeft leren lopen en onze zoon met zijn eerste rugzak naar zijn eerste school is gestapt. Waarin we ons altijd veilig voelen.

Wat heb ik veel geleerd als columnist van het meestgelezen en bestgemaakte politieke weekblad van Nederland. Als blogger op deze zo succesvolle website. Het was een bijzondere eer. Maar ik moet nu een paar jaar in mijn eigen verbeelding leven en de verhalen vertellen die daar al veel te lang staan te dringen.

En u, mijn lieve, geduldige lezer, ga ik verschrikkelijk missen.

 
PS: Afshin Ellian zal de komende tijd in zijn eentje dagelijks een blog verzorgen

Leon de Winter


advertentie








advertentie