zaterdag 26 mei 2012

Laatst bewerkt

woensdag 21 januari 2009 21:34

Tags

Commentaren

woensdag 21 januari 2009 21:34 /

Hof veroordeelt Wilders al voor het proces begint

Het is op zich een goede zaak dat niet de Officier van Justitie, maar de rechter gaat beoordelen of Geert Wilders’ uitlatingen over de islam door de beugel kunnen. Maar de redenen waarom het Amsterdamse Gerechtshof een strafzaak tegen Wilders wil laten aanspannen beloven weinig goeds voor de vrijheid van meningsuiting.

Een half jaar geleden schoof het Openbaar Ministerie tientallen strafklachten tegen Geert Wilders vanwege haatzaaien, beledigen en discrimineren terzijde. Het Openbaar Ministerie vond dat het moest kunnen, wat Wilders over de Koran, de islam en de islamisering had gezegd, geschreven en had vertoond in zijn film Fitna.

Hij had het gedaan als onderdeel van het maatschappelijk debat en dat moest zwaarder wegen, zo werd geredeneerd.

Haatzaaier
Een aantal van de klagers – zoals moskeebestuurders, een radicale anti-racisme-actiegroep en enkele advocaten - namen er geen genoegen mee en stapte naar het Amsterdamse Hof om het Openbaar Ministerie alsnog te dwingen Wilders voor de rechter te brengen.

Dat Hof oordeelt nu dat Wilders wel degelijk voor de rechter gebracht moet worden voor discriminatie en het aanzetten tot haat.

Op zich is er wat te zeggen voor die rechtsgang, zoals in Elsevier en op elsevier.nl eerder is betoogd. Het is namelijk heel onbevredigend, dat officieren van Justitie gaan beoordelen wat wel of niet toelaatbaar is in het publieke debat.

Rechtsgevoel
Dat is des te meer onbevredigend, omdat het Openbaar Ministerie uiteindelijk onder de minister - een politicus, een collega van Wilders - valt. Niet voor niets kan die minister richtlijnen uitvaardigen voor het Openbaar Ministerie. Niet voor niets lag het Wilders-dossier lange tijd bij minister Ernst Hirsch Ballin (CDA, Justitie) op zijn bureau.

Hoe precair dat kan liggen, mag blijken uit het feit dat een van de adviseurs die de minister voor de kwestie inschakelde, professor Theo de Roos, twee maanden voor het besluit viel, zei dat als Hirsch Ballin de zaak tegen Wilders voor de rechter zou brengen hij Wilders zo ‘een prachtig podium’ zou geven.

‘Hoeveel zetels wil je Wilders geven?’ vroeg De Roos zich af. Anders gezegd: seponeer nou maar, want Wilders gaat garen spinnen bij een rechtszaak. We zullen wel nooit weten of dat de reden was waarom het Openbaar Ministerie de klachten tegen Wilders liet lopen, maar het feit dat die overweging speelde is op zich al een ondermijning van het rechtsgevoel.

Het Openbaar Ministerie permitteerde zich in die dagen, het late voorjaar van 2008, toch al een onbehoorlijk grote beleidsruimte. Niet alleen werd, voor het eerst sinds de Duitse bezetting, een publicist – de tekenaar Gregorius Nekschot – vastgezet, maar het Openbaar Ministerie gebood hem bovendien acht van zijn tekeningen van internet te halen.

En tenslotte vond de Hoge Raad nog in 2003 dat de inmiddels overleden politicus Hans Janmaat in 1997 terecht veroordeeld was, omdat die had gezegd dat hij van de multiculturele samenleving afwilde. En nu zou het Openbaar Ministerie, dat er alles aan had gedaan om Janmaat veroordeeld te krijgen, zo maar even kunnen vaststellen wat in het debat wel of niet mag?

Tenenkrommend
In die zin is het een goede zaak dat Wilders, hoewel die er zelf heel anders over denkt, een normale rechtsgang krijgt. Maar daarmee is alle goeds over het besluit van het Amsterdamse Hof wel gezegd. Uit alles blijkt namelijk dat het Hof de kennelijke gevoeligheden van moslims en de zegeningen van de multiculturele samenleving boven de vrijheid van meningsuiting stelt.

Wilders had van het Hof zijn gewraakte uitspraken over de islam, Mohammed, de Koran en de islamisering van Nederland niet mogen doen, al was het maar omdat hij zo ‘tweespalt’ in de Nederlandse samenleving zaait.

Als Wilders vanuit een geloofsvisie had geoordeeld had het volgens het Hof wel gemogen, maar omdat Wilders zich niet op een geloof heeft beroepen mag het weer niet. Dat alleen al is tenenkrommend.

Zoals het ook tenenkrommend is dat het Hof ‘islamofobie’ terloops munt als een ziekelijke, angstige ideologie en daarmee de ruimte wegneemt voor de mogelijkheid dat er wel degelijk redenen zijn om bezwaren tegen de islam te hebben. Dat is des te gekker omdat het Hof zich zelf wèl permitteert om te zeggen dat ‘het moslimgeloof op enkele onderdelen op gespannen voet staat met de Europese waarden en normen’.

'Bewijslast'
Het Amsterdamse Hof heeft zich niet beperkt tot een simpele overweging met de conclusie dat er reden is om Wilders voor de rechter de brengen. Nee, het Hof heeft de – lagere - strafrechter meteen ook al opgezadeld met een torenhoge ‘schuldigverklaring’ en zelfs met een straftoemeting, want het Hof geeft aan dat als Wilders een niet te hoge straf krijgt dat vonnis niet in strijd zal zijn met het Europese recht.

Het wonderlijke fenomeen doet zich nu voor dat waar eerst de Officier van Justitie op de stoel van de rechter ging zitten het Gerechtshof nu plaats neemt op de stoel van de Officier van Justitie. Zoals het eerst onbevredigend was dat het Openbaar Ministerie voor rechter speelde, zo is het nu onbevredigend dat er vragen te stellen zijn bij de aanstaande rechtsgang.

Het besluit van het Amsterdamse Hof lijkt wel een requisitoir, en dat nog voordat het proces tegen Wilders begonnen is.




advertentie








advertentie