zondag 27 mei 2012

Laatst bewerkt

dinsdag 19 januari 2010 10:02

Tags

Commentaren

dinsdag 19 januari 2010 10:02 /

En toch gaat het mes in de ontwikkelingshulp

De regeringsadviseurs van de WRR gingen naarstig op zoek naar manieren waarop ontwikkelingshulp wel zou kunnen helpen. Zelfs dat vond hulpminister Koenders niet goed. Maar: het geld is op. De hulpindustrie gaat gekort worden, hoe dan ook

Bert Koenders negeert de adviezen van het WRR-rapport Bert Koenders negeert de adviezen van het WRR-rapport

Twee jaar lang sprak de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid met honderden mensen die alles kunnen weten van de ontwikkelingshulp, meestal omdat ze er zelf hun brood mee verdienen.

Het rapport dat de WRR gisteren uitbracht moet dan ook vooral worden gezien als de neerslag van wat de hulpindustrie zelf van de hulp vindt. Het was dus niet te verwachten dat de regeringsadviseurs de bijl aan de wortel van de hulpindustrie gingen zetten. Dat is dan ook allerminst het geval.

Discussie 
De WRR stelt de miljardenstroom van Nederlands belastinggeld naar de Derde Wereld (100 miljard euro sinds de jaren zestig, nu 5 miljard euro per jaar) als zodanig helemaal niet ter discussie.

De hooggeleerden stellen weliswaar dat de vraag of hulp wel helpt niet te beantwoorden is, maar komt niet verder dan te stellen dat de Nederlandse hulpstroom van 0,8 procent van het nationaal inkomen niet een keihard gegeven hoeft te zijn.

Brandhout
In feite is de WRR net als de hulpindustrie wanhopig op zoek naar redenen om door te gaan met de hulp, zij het dan op andere manieren. In diplomatieke bewoordingen wordt brandhout gemaakt van het huidige armoedebeleid, waar arme landen uiteindelijk weinig aan hebben. Niet ambassades, maar een nieuw agentschap (‘NL-Aid’) zou de hulp in arme landen moeten uitdelen. En niet in 33 landen, zoals nu, maar slechts in een tiental landen zou Nederland nog rechtstreeks hulp moeten geven.

Toch blijken deze voorstellen voor minister Bert Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) zo bedreigend, dat hij met de meeste suggesties meteen korte metten mee maakte. Over de omvang van de hulp wil hij het al helemaal niet hebben, want dat zou een internationale verplichting zijn. Dat die verplichting niet bestaat, mag wel blijken uit het feit dat andere westerse landen naar verhouding gemiddeld tweederde minder geven dan Nederland.

Kampioen
De WRR was dus vooral op zoek naar nieuwe argumenten voor het voortzetten van de Nederlandse ambitie om wereldkampioen ontwikkelingshulp te zijn. Zelfs dat werd Bert Koenders al te gortig. En toch is er goede kans, dat de bijl wordt gezet in de onevenredige Nederlandse bijdrage aan de hulp die de Nederlandse economie veel geld kost, vaak niet werkt en vaak zelfs schadelijk is.

Het geld is namelijk op. Dit kabinet, dan wel het volgende, moet 35 miljard euro per jaar besparen. Het kan niet anders, dat dan alsnog het mes wordt gezet in de Nederlandse hulp, waarvan de WRR zelf zegt dat niet kan worden vastgesteld of die helpt.


advertentie








advertentie