vrijdag 10 februari 2012

Weblog Leon de Winter

De halve waarheden over Moszkowicz in de media

dinsdag 20 februari 2007 11:25


De Nederlandse Vereniging van Journalisten, de NVJ, heeft gemeend zich te moeten uitlaten over de verwijten van Bram Moszkowicz ten aanzien van de berichtgeving in de media over de Holleeder en Moszkowicz’ eigen rol daarbij.

De NVJ is verbolgen over Moszkowicz’ verwijten. Kennelijk denkt de NVJ dat de media precies, zorgvuldig en integer de geruchtenstroom en de procesgang aan het publiek hebben doorgegeven.

Laten we een kleine steekproef doen.

'Analyse'
Gisteren. Dagblad Trouw. Een goede krant. Opent met het bericht ‘De dag dat Willem Holleeder zijn advocaat kwijtraakte.’

Er zijn tijden geweest dat kranten openden met serieuze, feitelijke berichtgeving, maar dat is niet meer. Dit stuk heet een ‘analyse’.

Een dergelijk stuk kenmerkt zich vooral door een vreemde mengeling van opinie, halve waarheden en sterke suggesties. Je ziet ze ook in toenemende mate bij de Volkskrant en NRC-Handelsblad. Het zijn het soort stukjes waarin een journalist zich alles mag permitteren, want het heet ‘analyse’, en God weet wat dat is.

Dit Trouw-stuk is van Adri Vermaat. Hij schrijft in de derde zin van zijn stuk: ‘Moszkowicz vluchtte vrijdagavond met hulp van nationaal veiligheidscoordinator Tjibbe Joustra om vooralsnog onduidelijke reden naar het buitenland.’

En verderop schrijft Vermaat: ‘Ernstige doodsbedreigingen zouden Moszkowicz vrijdag hebben genoopt de politie in te schakelen.’

Uitglijertje
Het is duidelijk dat een journalist wel eens een uitglijertje maakt – die maak ik ook. Maar dit is volslagen onzin, pertinent bedrog van de Trouw-lezer.

Vermaat wist niet wat er vrijdag speelde, en verzint iets – dat noemen ze bij Trouw een ‘analyse’. Met dat verzinnen laat Vermaat een bepaalde sfeer, een bepaalde stemming van iets duisters en sinisters ontstaan.

Vermaat is een liegende journalist (lees ook de reactie van Trouw-hoofdredacteur Frits van Exter op deze weblog). Dat weet ik omdat ik precies weet wat er vrijdag gebeurd is.

Niet gevlucht
Moszkowicz heeft met niemand contact opgenomen afgelopen vrijdag, zeker niet met de politie – de politie nam contact met hem op. Hij is niet gevlucht, laat staan dat hij door Joustra naar een plek in het buitenland om ‘vooralsnog onduidelijke reden’ is gebracht.

Moszkowicz is vrijdagavond met zijn vrouw op het vliegtuig gestapt naar het hotel in een ander land dat hij al op 9 februari had geboekt. Zoals gepland. Een klein vakantieweekendje. Daar is hij geweest, ik heb hem daar gebeld en gesproken.

Vermaats woordkeuze en suggesties van een wanhopige man die de politie inschakelt en vervolgens ‘met hulp van’ de Nationaal Coordinator Terrorismebestrijding naar het buitenland vlucht, is compleet uit Vermaats eigen duim gezogen.

Corrigeren
Ik ken honderden van dergelijke voorbeelden. Dit is waar Moszkowicz gek van wordt. Het zijn er zoveel dat hij ze niet meer kan corrigeren. Ze bieden een treurig inzicht in de lasterlijke slordigheid van een deel van de Nederlandse journalistiek.

Vermaat had zorgvuldiger en behoedzamer kunnen formuleren, maar dat wilde hij niet. Hij wilde belasteren.

Lees deze zin eens: ‘In hun [Vermaat bedoelt: Spong en Hammerstein] kielzog probeerde misdaadjournalist Peter R. de Vries, bij Pauw & Witteman, de door de media opgebouwde mythe rond de alleskunner en droomadvocaat in stand te houden.’
 
Dit heeft niets met journalistiek te maken. Het is een boosaardig zinnetje van een wrokkige man die kennelijk zwaar gehinderd wordt door Moszkowicz’ succes.

Is zo’n type als Vermaat het waard dat de NVJ zich boos maakt? Zijn stuk deugt niet, en vele andere evenmin.

Rustiger
De Volkskrant van vandaag. Op de voorpagina opent ook deze krant met een ‘analyse’, whatever that may be.

Dit stuk is rustiger van toon dan dat van Vermaat, maar ook hier, over Moszkowicz’ ontkenning dat zijn kantoor als postadres voor Holleeder heeft gefungeerd, lees ik flauwekul: ‘Vorig jaar zei hij nog, in een door hem geaccordeerd interview met de Volkskrant, dat hij Holleeder toestemming had gegeven voor het gebruik van zijn adres. ‘”Holleeder heeft op een gegeven moment domicilie gekozen bij mij op kantoor voor al zijn contacten met de overheid. Dat geldt voor alle gevallen waarin hij wordt gedagvaard op verdenking van een overtreding of misdrijf tot en met de fiscus”.’

Waarom deugt die hele alinea niet? Omdat de woorden in dat interview op geen enkele manier in tegenspraak zijn met Moszkowicz’ ontkenning dat zijn kantoor het algemene postadres was van Holleder.

Holleeder had ‘domicilie’ gekozen op het kantoor van Moszkowicz – een volstrekt normale gang van zaken, ik heb dat, toen ik een civiele zaak had waarin Moszkowicz voor mij optrad, ook gedaan.

Leugen
Dus de suggestie dat de Volkskrant hem op een leugen betrapt (let op dat ‘nog’ in: ‘Vorig jaar zei hij nog ...') is volstrekt uit de lucht gegrepen.

Er wordt niets toegevoegd in de alinea, de Volkskrant had gewoon Moszkowicz’ woorden moeten citeren uit dat interview zonder de suggestie dat zij bewijs hadden van zijn leugen over het postadres – want die leugen zit in de toevoeging ‘nog’.

Nu doet de Volkskrant net alsof hij zichzelf tegenspreekt – en dat is niet waar.

Daarna schrijft de Volkskrant: ‘Daar hoorde ook een Rabo-rekening van Holleeder bij, die zijn afschriften ontving bij Moszkowicz.’

Dit is geen citaat van Moszkowicz, maar een toevoeging van de krant. Bewijs? Nul komma niks.

Fout
Hoe zat het dan met die afschriften? Holleeder heeft een bankrekening op naam van ‘W.F. Holleeder, Mosczkowicz Advocaten’ (let op de fout in de naam) laten stellen. Het adres was het verblijfadres van Holleeder te Wassenaar, niet het kantoor van Moszkowicz in Amsterdam.

Nimmer kwam in het verleden een bankafschrift op naam van Holleeder bij Moszkowicz Advocaten binnen. Of dit nu wel het geval is nu Holleeder in voorarrest zit, weet ik niet, maar dat kan ik nagaan.

Dus: de Volkskrant beschuldigt impliciet Moszkowicz ervan dat hij liegt – en dat is grof en lasterlijk.

Zogenaamde 'feiten'
Zo gaat het maar door. En de hoeveelheid zogenaamde ‘feiten’ die ontleend worden aan de verhalen van een vermoorde ‘bankier van de onderwereld’ – dit is het grote probleem van het Openbaar Ministerie: waar zijn de bewijzen voor die verhalen? - is niet meer te tellen in de media.

Ook NRC Handelsblad blinkt uit in ‘analyses’, die vooral uit halve waarheden en hele suggesties bestaan. Ik schrijf er deze week in de papieren Elsevier over, maar hier nog even aandacht voor het hoofdredactioneel commentaar in NRC-Handelsblad van gisteren.

Daar stond te lezen over de incidenten van afgelopen vrijdag: ‘Deze dreiging vloeit voort uit zijn moeilijke positie als verdediger van figuren die worden verdacht van zware criminaliteit, in een milieu waar moord een vorm van zakendoen is.’

Hoe weet NRC Handelsblad dit? Ik zal het u vertellen: de NRC weet dit niet. Dit is vrij associëren, meer niet, en dus een hoofdredactioneel commentaar onwaardig. Je kunt in zo’n stuk vragen stellen, maar hier stelt  de krant onomwonden dat die ‘dreiging’ voortvloeit uit Moszkowicz’ ‘moeilijke positie’. Dit is is lasterlijke suggestie, waarvoor geen enkel bewijs bestaat.

Ook schrijft de krant: ‘Het lekken van vertrouwelijke informatie over Endstra naar de media uit het kantoor van Moszkowicz is daarmee in strijd.’

Flauwekul
Ook dit is potsierlijke flauwekul. Niets daarvan is bewezen. Een document dat zich op het kantoor van Moszkowicz heeft bevonden, is gelekt, maar niemand weet door wie, of hoe. NRC-Handelsblad beweert dit wel te weten en stelt keihard dat dat het geval is. En dat is het niet. Period.
 
Ook schrijft de krant in dat commentaar: ‘Ook zou Endstra op het kantoor van Moszkowicz direct door Holleeder zijn bedreigd, zo blijkt uit het dossier Holleeder’.

Het is heel belangrijk om het volgende te weten: NIETS kan blijken uit het dossier. Het dossier is een verzameling aanklachten waarvan de waarde door de strafrechter moet worden vastgesteld. Het proces moet nog beginnen. Maar NRC Handelsblad schrijft al ‘zo blijkt uit het dossier’ (vergeet de ‘zou’ in het eerste deel van de zin – die wordt opgeheven door de stelligheid van ‘het blijkt’).

Clairy
Nog iets: NOVA. Ik heb een grote zwak voor Clairy Polak, over haar geen kwaad woord. Maar zij begon haar gesprek met een grauwe hoogleraar die kennelijk veel van de advocatuur weet maar alleen zelf niet kan pleiten (maar gelukkig een baantje als hoogleraar vond), met de vraag of Moszkowicz met zijn rede op de persconferentie als pleidooi iets in de rechtbank had kunnen winnen. De man vond van niet.

Maar het was een flauwekulvraag. Het was een persconferentie, een meeslepende, zeer spannende en intense gebeurtenis – ik was erbij – en geen rechtszaak. Clairy had ook kunnen vragen: ‘Als dit de X-factor was geweest, wat had u dan van zijn liedje gevonden?’ En dan had de hoogleraar kunnen antwoorden: ‘Nou, ik heb weinig zang gehoord.’ 

Maar door het gesprek zo te beginnen, zette Clairy wel een bepaalde toon.

Nagesprek
Ook hoorde ik vanochtend op Radio 1 een nagesprek met een vice-president van de rechtbank over de persconferentie. Daarin werd ingegaan op Moszkowicz' bewering dat drie partijen met elkaar contact over de zaak hielden.

In dat radiogesprek werd door de journalist beweerd dat Moszkowicz met een van die drie partijen de voorzieningenrechter bedoelde (de rechter van het kort geding).

Onzin. Dat heeft hij niet bedoeld, hij heeft het niet gezegd. Hij bedoelde de familie Endstra, Jort Kelder en het OM. De rechter is door hem absoluut niet genoemd. Maar de journalist deed alsof dat wel zo was.

Het lijkt me zinnig dat de NVJ haar veroordeling van Moszkowicz’ aanval op de media intrekt.

Moszkowicz heeft gelijk. De dagelijkse stroom halve waarheden die de pers over ons uitstort, is niet meer te verwerken.

Lees het volledig verweer van Bram Moszkowicz (pdf)


advertentie