zaterdag 26 mei 2012

Weblog Leon de Winter

Kranten hanteren eigen selectiemolens

maandag 26 februari 2007 17:48


In het NRC-Handelsblad van afgelopen zaterdag gaf een lezer middels een ingezonden brief Bram Moszkowicz gelijk dat hij tijdens zijn persconferentie bezwaar had gemaakt tegen de kop in die krant: ‘Moszkowicz slaat op de vlucht na ernstige dreiging’.

De hoofdredacteur van de NRC reageerde daarop als volgt:

'Er is niets mis met de kop: ‘Moszkowicz slaat op de vlucht na ernstige dreiging’. Het was een feitelijke mededeling, die paste boven het bericht dat advocaat Bram Moszkowicz vorige week vrijdag op advies van de politie zijn kantoor verliet en naar het buitenland ging, omdat hij ernstig werd bedreigd. Op de vlucht slaan betekent letterlijk 'zich verwijderen om zich te onttrekken aan een dreigend gevaar'. (Van Dale, Hedendaags Nederlands). Dat is precies wat er gebeurde. Moszkowicz zei afgelopen maandag dat wij hem neerzetten als een 'bange, laffe man', maar wij drukten met die kop geen waardeoordeel uit. En als ik dat nu toch zou moeten doen, zou ik zeggen dat het zeer verstandig is dat Moszkowicz zijn kantoor ontvluchtte. Op het gevaar af het verwijt te krijgen te vluchten in semantiek, heb ik gekeken in vijf
woordenlijsten naar de feitelijke betekenis van ‘op de vlucht slaan’. Alle stellen ‘op de vlucht slaan’ en ‘vluchten’ als synoniemen. Het Kramers Woordenboek Nederlands bijvoorbeeld verklaart: 'weglopen voor gevaar; iets beters of veiligers trachten te vinden'. Vluchten of op de vlucht slaan is dus zowel mogelijk voor bange, laffe mensen als voor dappere, verstandige. Als er al een interpretatie aan gedrag of drijfveren van de vluchtende moet worden gegeven, dan is die níét af te leiden uit de gebruikte term.'

Dit is een laffe reactie van de hoofdredacteur, Birgit Donker. Want zij weet dat haar krant met die kop een misser maakte maar uit arrogantie niet wil bekennen dat de krant er volledig naast zat.

Politieadvies
Het feit wil dat Moszkowicz in het geheel niet op de vlucht is geslagen. Hij is afgelopen vrijdag via een omweg naar Den Haag – de omweg was hem dringend geadviseerd door de politie – naar zijn vakantieadres gereisd. Hij heeft zich niet aan enig gevaar onttrokken, hij is gewoon volgens schema naar het hotel gegaan dat hij op 9 februari jl. had geboekt.

En Donker is creatief met de waarheid wanneer zij stelt dat ‘op de vlucht slaan’ geen negatieve connotatie heeft. Dat heeft de uitdrukking wel. ‘Moszkowicz slaat op de vlucht na ernstige dreiging’ is smalende retoriek – nog even afgezien van het feit dat het niet heeft plaatsgehad. Dus ook die zin dat zij Moszkiwcz gelijk geeft dat hij zijn kantoor ‘ontvluchtte’, is onzin – hij is niet op de vlucht geslagen, hij is niets ontvlucht.

Dus, zowel naar inhoud als naar vorm zit Donker ernaast. En met een tikkie meer klasse had zij haar verontschuldigingen aangeboden.

Kritiek
Ook Frits van Exter, hoofdredacteur van Trouw, hield zich afgelopen zaterdag met hetzelfde bezig. Ik had vorige week op deze plek ernstige kritiek op een stuk in die krant over Moszkowicz’ persconferentie.

Dit schrijft Van Exter onder meer afgelopen zaterdag:

'Uw feitelijke kritiek op ons artikel is dat wij ten onrechte hebben geschreven dat de advocaat vrijdagavond het land ontvluchtte met hulp van nationaal veiligheidscoördinator Tjibbe Joustra 'om vooralsnog onduidelijke redenen'. Verderop schrijven wij: 'Ernstige doodsbedreigingen zouden Moszkowicz hebben genoopt de politie in te schakelen.' De redacteur en ik beseffen dat dit wat tegenstrijdig klinkt (doodsbedreigingen zijn niet zo onduidelijk), maar het gaat u om iets anders. Moszkowicz heeft met niemand contact opgenomen en is ook niet gevlucht naar het buitenland; hij is vrijdagavond met zijn vrouw op het vliegtuig gestapt voor een gepland vakantieweekeinde. U schrijft dat u 'precies weet wat er is gebeurd' omdat u zelf met uw maat heeft gebeld op zijn vakantieadres.

Dat mag waar zijn, maar dat is dan toch strijdig met de zondag herhaalde mededeling van de woordvoerder van de heer Joustra dat er genoeg redenen waren om maatregelen te nemen? Als u het dan precies weet, waarom vertelt u dan niet wat de juiste interpretatie is van hetgeen zich vrijdag ten kantore van de advocaat heeft afgespeeld?'

Aldus Van Exter.

Ook hij draait om de brei heen. De betrokken Trouw-journalist had geen enkele aanwijzing om te suggereren dat Mozkowicz zich ‘genoopt’ voelde de politie in te schakelen. Hij heeft geen idee of dit zo is, maar schrijft wel een zin op die aldus de indruk wekt. Ook was er geen enkele aanwijzing dat Mozkowicz met behulp van Joustra het land ‘ontvluchtte’.

Speculatie
Dit is allemaal pertinent onwaar – toch doet Trouw net alsof de krant de lezer normaal informeert. De journalist had dit alles kunnen vermijden door strikt zakelijk te beschrijven dat er opeens politiemannen bij Moszkowicz’ kantoor verschenen en dat hij voor een gesprek met Joustra naar Den Haag werd gereden. De rest is speculatie.

Tientallen mensen wisten waar Moszkowicz dat weekeinde was – maar de meeste journalisten niet. Maar men ging zich te buiten aan veronderstellingen, suggesties, verdachtmakingen. Door niets laten de media zich tegenhouden, ook niet door de waarheid.

Van Exter gaat niet op de kern van mijn klachten in: zijn medewerker heeft elementen uit de duim gezogen, en die horen niet in een krant. Zijn medewerker mag meningen hebben, maar beperk die tot de meningenpagina’s.

De politie nam vrijdag contact op met Moszkowicz, en niet andersom. Men had zorgen over zijn veiligheid. Daar is over gesproken in Den Haag. Moszkowicz zou die avond naar een ander land vertrekken voor een weekend samen met zijn vrouw. Ze hebben dat gedaan, zoals gepland. Dit is alles.

Opinie
Vorige week woensdag plaatste de Volkskrant een stuk van mij over het voorpagina-artikel van de Volkskrant over Moszkowicz’ persconferentie. Dat artikel was naar mijn mening een tendentieus stuk, dat niets met nieuwsgaring maar alles met opinie en vooringenomenheid te maken had.

In hun stuk beweerden de betrokken journalisten dat Moszkowicz gelogen had over de bankafschriften van Holleeder. Zij haalden hiermee Moszkowicz’ persconferentie onderuit. Zij suggereerden dat Moszkowicz had staan liegen.

Daar ging ik tegenin. Ik betoogde dat de berichten over Holleeders bankafschriften niet deugden: nooit was een bankafschrift van Holleeder bij Moszkowicz binnengekomen.

En vervolgens reageerden de journalisten een dag later op de opiniepagina van de Volkskrant op mijn stuk.

Zij hielden voet bij stuk. Moszkowicz had wel degelijk bankafschriften van Holleeder ontvangen, beweerden zij.

Ik vroeg de Volkskrant of ik daarop weer kon reageren, maar dat mocht niet.

Vervolgens schreef ik op diezelfde dag op deze site dat de Volkskrant niet in de waarheid geïnteresseerd was.

Dat was te voorbarig.

Dit schreef de Volkskrant afgelopen zaterdag op pagina 2:

'‘Afschriften Holleeder gingen niet naar adres Moszkowicz’ - Politie en justitie hebben geen aanwijzingen dat Willem Holleeder de afschriften van zijn rekening bij de Rabobank liet toesturen naar de Herengracht 464 in Amsterdam, het kantooradres van Moszkowicz Advocaten. Eerder meldde het Openbaar Ministerie dat dat wel zo was.'

Ik had dus gelijk – waar ik niet aan twijfelde. Jammer dat ik geen mailtje van de hoofdredacteur heb gehad met een kleine handreiking.

Huiswerk
Ik ben maar een loslopend typetje met thuis een high speed internet verbinding. Ik ben geen lid van de redactie van Elsevier. Ik ben een kleine middenstander. De kranten die ik aan de kaak stel zijn grote instituties met honderden werknemers en kolossale budgetten. Waarom werken ze zoals ze werken? Waarom doen ze zo slordig hun huiswerk? Waarom klinken in hun stukken zoveel vormen van vooringenomenheid door?

En hoe zit ‘t met al die thema’s waarin ik me niet verdiep? Ik zie hoe de selectiemolens draaien in het geval van Moszkowicz, de berichtgeving over Israel, Bush, Irak – daar weet ik toevallig het een en ander van omdat ik er veel tijd in steek.

Maar er zijn honderden thema’s waar ik niks van af weet (ook al doe ik net van wel). Zijn ze daar ook zo slordig en vooringenomen?


advertentie