vrijdag 10 februari 2012

Weblog Op Financiën

Fons van der Stee: een tamelijk zwakke minister

vrijdag 20 januari 2012 14:18


Het begrotingstekort groeide enorm onder het bewind van Van der Stee Het begrotingstekort groeide enorm onder het bewind van Van der Stee

Mr. A.P.J.M.M. van der Stee (1928-1999), minister van Financiën van 5 maart 1980 tot 4 november 1982. Lid van het CDA (tot 1980 KVP). Fiscaal jurist.

‘Soepele Fons’ van der Stee had een reputatie op te houden als ‘politiek dier’, bon vivant en onderhandelaar met wie altijd wel een afspraak viel te maken, toen hij in maart 1980 het ministerschap van Landbouw (sinds 1973) verruilde voor dat van Financiën in het kabinet-Van Agt I. Hij volgde Frans Andriessen op, die was afgetreden.

Het is een ongewoon profiel voor de beheerder van de financiële portefeuille in Nederland. Van der Stee heeft dan ook de roep nagelaten een ‘tamelijk zwakke minister’ te zijn.

Overheidstekort
Tijdens zijn nauwelijks driejarige bewind nam het begrotingstekort enorm toe. Volgens hedendaagse maatstaven berekend steeg het totale overheidstekort van Rijk, lagere overheden en sociale fondsen samen van 3,9 procent van het bruto binnenlands product in 1980 – toen ook al een hoog cijfer – tot 6,2 procent in 1982.

Het aandeel van de collectieve uitgaven in het totale bbp (alles wat bedrijven en burgers samen in één jaar verdienen) kwam in 1983 uit op bijna 61 procent. In 1977, toen het kabinet-Den Uyl plaatsmaakte voor het kabinet-Van Agt I, was dat bijna 52 procent.

Van der Stee en het hele eerste kabinet-Van Agt werden overrompeld door de economische ontwikkelingen. Net als hun adviseurs. Met enige vertraging leidde de ‘tweede oliecrisis’ na de Iraanse revolutie van 1979 tot een economische teruggang in vrijwel de hele wereld.

De Nederlandse economie werd extra hard geraakt. Hoewel de export in geld gemeten (niet in volume) nog steeg, stortten de bedrijfsinvesteringen in. Intussen daalde ook de particuliere consumptie.

Babyboomers
Van de economische groei die nog was voorspeld voor 1981 was geen sprake. Integendeel, het bbp kromp dat jaar met 0,8 procent en in 1982 zelfs met 1,2 procent. De werkloosheid liep eind 1981 op tot 450.000, toen meer dan 9 procent van de beroepsbevolking.

Een van de oorzaken was een fors stijgend aanbod van het aantal mensen dat wilde werken – de naoorlogse babyboomers bevolkten nu op volle sterkte de arbeidsmarkt. Toch verdwenen tegelijkertijd tienduizenden mensen in de indertijd ruimhartige en eenvoudig toegankelijke arbeidsongeschiktheidsverzekering WAO, die in feite functioneerde als een verkapte en aantrekkelijke werklozenopvang.

De koopkracht van de lonen daalde, want de prijzen stegen met 6,5 tot 7 procent terwijl de loonstijging in geld maar zo’n 4 procent was. Dat was trouwens een gewenst effect, het kabinet probeerde met loonmaatregelen de vrije loonontwikkeling te beteugelen. De winsten van het bedrijfsleven waren immers weggesmolten.

Olieprijs
Net als tijdens de eerste oliecrisis, acht jaar eerder, kreeg de schatkist miljarden extra binnen door de koppeling van de aardgasprijs aan de (sterk gestegen) olieprijs, maar dit keer baatte dat niet voldoende om de razendsnel oplopende tekorten op te vangen. Die werden veroorzaakt door tegenvallende belastinginkomsten en veel hogere uitgaven aan rente op de staatsschuld en aan de kosten van de oplopende werkloosheid.

Het financieringstekort van het Rijk was in 1980 al 15,3 miljard gulden. In 1981 steeg het tot 20,9 miljard – het gevolg van ruim 11 miljard meer uitgaven waartegenover nog geen 6 miljard meer inkomsten stonden.

Onderhandelen
In de zomer van 1980 had Van der Stee al miljarden weggehaald bij de sociale fondsen en het ambtenarenpensioenfonds om de rijkstekorten wat te verminderen, maar dat was uiteraard geen structurele oplossing voor de problemen. Eigenlijk is zo’n oplossing Van de Stee tijdens zijn ministerschap steeds ontglipt. Hij probeerde het wel.

Volgens journalist José Toirkens, die promoveerde op het begrotingsbeleid in die jaren, ging Van der Stee actiever onderhandelen in het kabinet dan zijn op weerstand in de CDA-VVD-coalitie gestrande voorganger Frans Andriessen. Van der Stee overvoerde zijn collega’s met steeds weer nieuwe tegenvallers. Kennelijk met de bedoeling de geesten rijp te maken voor meer omvattende ingrepen. Daarvoor werd tijdens zijn ministerschap ook de basis gelegd.

Heroverweging
Begin 1981 konden zijn ambtenaren na lang wachten op toestemming van het kabinet, eindelijk beginnen aan een grote heroverweging van de rijksuitgaven. In 1982 kreeg de ambtelijke Studiegroep Begrotingsruimte opdracht om te rapporteren over de beheersbaarheid van de collectieve uitgaven. Dat leverde een zeer kritische tekst op.

Volgens de latere minister van Financiën Gerrit Zalm (VVD), een van de meest bij het rapport betrokken ambtenaren, accepteerde Van der Stee dat het rapport ook kritiek gaf op het beleid dat hij tot dan toe had gevoerd.

De heroverweging van 1981 had enig effect op de afspraken in het Regeerakkoord van het tweede kabinet-Van Agt, een coalitie van CDA-PvdA-D66, die in september 1981 aantrad. Van der Stee bleef daarin op Financiën. Maar van de plannen kwam weinig terecht. PvdA-leider Joop den Uyl, minister van Sociale Zaken onder Van Agt, botste al gauw met zijn CDA- en D66-collega’s en stuitte op problemen met zijn achterban.

Verloren tijd
In mei 1982 stapte de PvdA uit de coalitie na verlies bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten. Het rompkabinet-Van Agt III, met alleen CDA en D66, bleef nog ruim vijf maanden aan.

In feite betekenden de kabinetten-Van Agt II en III anderhalf jaar verloren tijd, nadat ook onder het kabinet-Van Agt I al niet was doorgepakt. Er werd wel bezuinigd, maar van werkelijk ingrijpende maatregelen kon geen sprake zijn.

Het ‘trendmatige begrotingsbeleid’ dat minister Jelle Zijlstra jaren eerder als basis voor een stabiele aanpak van de rijksfinanciën had ingezet, was losgelaten. De ambitie om het te hernemen was er wel, maar vooreerst, en nog jarenlang, werd er gestuurd op het nog enigszins onder controle houden van de werkelijke begrotingstekorten.

Jezuïetenschool
Fons van der Stee was geen econoom, maar had een gedegen fiscale achtergrond. De zoon van een prominente West-Brabantse boer bezocht het gymnasium van het Sint Canisius College in Nijmegen, toen een jezuïetenschool met internaat. In Nijmegen studeerde hij daarna rechten. Hij was een studiegenoot van de latere CDA-premier Dries van Agt.

Na zijn studie was Van der Stee vijftien jaar, tot 1971, belastingconsulent bij de grote maatschap Begheyn, Van Arkel & Co. in Arnhem.

In die jaren werd hij actief in de KVP, de Katholieke Volkspartij die in 1980 in het CDA opging. Hij was partijpenningmeester en van 1968 tot juli 1971 partijvoorzitter. Diezelfde maand werd hij staatssecretaris van Financiën in het kabinet-Biesheuvel.

Zijn overstap naar Landbouw, in het kabinet-Den Uyl, was opmerkelijk: behalve zijn boerenafkomst had Van der Stee niets wat hem met de agrarische sector verbond.

Na zijn laatste ministerschap verliet Van der Stee de politiek. Hij bekleedde vervolgens een groot aantal commissariaten in het bedrijfsleven en andere bestuursfuncties.

Op 9 september 1999 overleed hij in Den Haag.


advertentie